Kan Pakistan als één land stand houden?
Op dit ogenblik vindt het internationaal uitvoerend bestuur van het CWI plaats in ons land. Vertegenwoordigers uit 28 landen in Europa, Azië, Afrika, Latijns-Amerika en de VS nemen deel aan deze bijeenkomst. De eerste sessie ging over de situatie in Pakistan waarbij er ook werd ingegaan op de situatie in Kasjmir.
De wereldwijde economische crisis heeft Pakistan hard geraakt en heeft de sociale en politieke crisis verder versterkt. Khalid Bhatti van de Socialist Movement Pakistan leidde de discussie in. Hij stelde dat de impact van deze crisis de toekomst van het land onzeker maakt, het is absoluut niet zeker of Pakistan in staat zal zijn om als eengemaakt land stand te houden.
Dit is de meest ernstige crisis sinds 1971, toen het land werd opgesplitst in een oostelijk en een westelijk deel met de onafhankelijkheid van Bangladesh. Vandaag staat zowat één vijfde van het land niet langer onder de controle van de centrale regering. Dat is in het bijzonder het geval in de Noordwestelijke Grensprovincie en de stammengebieden, waar de Taliban en aanhangers van de Jihad grote delen van het land controleren. De regering stelt dat er zowat 150.000 Taliban-strijders actief zijn in Pakistan en zowat een miljoen mensen steunen de islamfundamentalistische groepen actief. Het zou echter verkeerd zijn om deze groepen te zien als een eengemaakte kracht, het gaat om diverse groepen met grote verschillen langs etnische, regionale en religieuze lijnen. De woede onder de bevolking wordt verder versterkt door Amerikaanse raketaanvallen op Pakistaanse dorpen.
Jamal van de CWI-afdeling in Kasjmir voegde hieraan toe dat delen van steden als Islamabad vandaag overal politiecontroles kennen om zo de activiteiten van de Taliban of de fundamentalisten te stoppen. In Islamabad waren er verschillende aanslagen, onder meer met een zelfmoordaanslag op een toeristisch hotel. Ook andere steden van het land worden het slachtoffer van zelfmoordaanslagen.
Sinds de vorige bijeenkomst van het internationaal uitvoerend bureau (IEC) van het CWI een jaar geleden, waren er belangrijke ontwikkelingen in Pakistan. Musharraf werd ten val gebracht door een massale oppositie van de bevolking. Hij werd vervangen door de Pakistani Peoples Party (PPP) van president Zardari. Er waren heel wat illusies in de PPP om verandering te bekomen voor de Pakistaanse massa’s, maar we zien dat deze regering dezelfde aanvallen en hetzelfde neoliberale beleid gewoon verder zet. In Pakistan zien we hoe snel de hoop en verwachting op verandering kan verdwijnen zodra de regering aan de macht komt en een neoliberaal beleid verder zet.
De wereldwijde economische crisis heeft catastrofale gevolgen in Pakistan met een direct effect op de levensstandaard van de massa’s. De regering-Musharaf beweerde dat het de overheid had gemoderniseerd en de efficiëntie van de economie had versterkt. Dat blijkt nu geen enkele grond van realiteit te bevatten. Het IMF heeft de regering gevraagd om 22 voorwaarden te aanvaarden vooraleer het een reddingspakket voor het land wil toekennen. Het aanvaarden van die voorwaarden zou catastrofale gevolgen hebben voor de arbeiders en de armen. Momenteel weigert het IMF directe leningen aan de regering.
De arbeidersklasse probeert in deze moeilijke omstandigheden toch terug te vechten. De economische crisis heeft een effect op het niveau van strijd en ook de activiteiten van de fundamentalisten vormen een remmende factor. Het afgelopen jaar waren er echter wel een paar belangrijke bewegingen, waaronder de strijd van de telecomarbeiders en een lange staking van het personeel in de watervoorziening in Quetta (Balochistan). De meest strijdbare arbeidersorganisaties in zowel de openbare als private sector zijn verzwakt en in een aantal gevallen zijn ze zelfs overgenomen door de bedrijfsleiding.
De vakbonden in de openbare sector hebben wel een aantal voorbeelden gesteld op het vlak van industriële strijd, maar het gebrek aan een arbeiderspartij maakt dit moeilijker. De PPP is een openlijke kapitalistische partij en ook de grootste oppositiepartij, de Pakistaanse Moslimliga (PML-N) onder leiding van Nawaz Sharif, is niet anders. Beiden hebben geen alternatief voor de massa’s. De PPP-regering is verzwakt en de PML-N vormt op dit ogenblik voor de kapitalisten het enige mogelijke alternatief.
Het imperialisme zou echter een probleem hebben met een PML-regering omwille van haar banden met delen van de Taliban. In de actuele situatie kan een terugkeer naar een militair regime niet worden uitgesloten. Het kan ook niet worden uitgesloten dat het VS-imperialisme een plan opmaakt om Pakistan op te delen. De VS zou mogelijk een sterke basis willen creëren in Balochistan om haar militaire activiteiten van daaruit te voeren. Dat kan zorgen voor Amerikaanse steun voor de onafhankelijkheidsbeweging in Balochistan.
De politieke, sociale en economische crisis in Pakistan leidt tot wanhoop onder een deel van de massa’s. Sommige delen kunnen zelfs overgaan tot het idee van een Taliban-regering vanuit de hoop dat dit tot stabiliteit zou leiden.
In deze moeilijke omstandigheden is het voor de SMP erg moeilijk om te bouwen aan een socialistisch alternatief. De afgelopen maanden kenden we een sterke groei op het vlak van ledenaantal en invloed, vooral omdat de SMP de enige linkse organisatie in het land is met duidelijke perspectieven terwijl al de anderen verdeeld of verward zijn. Er zijn mogelijkheden voor ons om nieuwe groepen van socialisten in onze rangen op te nemen en om vakbondsstructuren op te bouwen op basis van een strijdbare politiek waarin honderdduizenden arbeiders betrokken zijn.
Er zijn tal van spontane acties. Zo waren er recent 50.000 betogers tegen een stijging van de elektriciteitsprijzen. Politici werden in elkaar geslagen door kwade arbeiders. Er zijn zowat iedere dag spontane betogingen rond lokale thema’s en vaak nemen de leiders van deze actie anti-politieke standpunten in. Er is een grote kloof tussen de meest vooruit kijkende lagen die uitzien naar socialistische antwoorden en brede lagen van de gedemoraliseerde massa’s die vooral een afkeer hebben van de leugens van de kapitalistische politici en diegenen – ook ter linkerzijde – die hen in het verleden hebben verraden. SMP doet er alles aan om strijdbewegingen te politiseren en de opvattingen van het socialisme naar voor te brengen.
Pakistan kan enkel overleven indien de beweging voor het socialisme wordt versterkt. Er kunnen op ieder moment sociale uitbarstingen zijn en de SMP moet zich daarop voorbereiden. De situatie vandaag vertoont heel wat gelijkenissen met de periode voor de massale bewegingen in de periode 1968-69 in Pakistan, de meest radicale periode uit haar geschiedenis. Als zo’n protestacties zich richten tegen de regering en het neoliberale beleid, kan dat de steun voor de Taliban en de rechtse politieke fundamentalisten ondermijnen. Dat is de hoop voor de arbeidersbeweging in het land.
Jamal bracht verslagen vanuit Kasjmir. Hij stelde dat in het door India bezette deel van Kasjmir (IOK) de gouverneur zijn heerschappij heeft moeten opleggen na de ineenstorting van het burgerlijke regime. De politiek in Kasjmir is verbonden met de situatie in Pakistan aangezien veel islamitische groepen werden gesteund door de Pakistaanse overheid. Het communalisme is versterkt in IOK. Nochtans zijn er ook vakbondsbewegingen in zowel IOK als het door Pakistan bezette deel van Kasjmur (POK). In het onderwijs en de openbare diensten waren er acties van het personeel. Op 1 mei was er ook een massale betoging in Srinigar, de hoofdstad van IOK. Het is belangrijk dat er een vakbeweging ontstaat in de openbare diensten in IOK. Deze vakbond organiseerde op 20 november een stakingsactie waarin 500.000 mensen waren betrokken.
De strijd tussen de imperialistische machten in het zuiden van Azië in de 19de eeuw werd “het grote spel” genoemd. Nu zien we daar een nieuwe versie van met een strijd om invloed in de regio tussen de kapitalistische elites van de regio, maar ook externe machten als China, Rusland en vooral de VS en de NAVO-troepen.
Jagadish uit India benadrukte het belang van het conflict tussen de elites van India en Pakistan, wat ook tot uiting komt in Afghanistan en elders. De rol van de geheime dienst ISI heeft verschrikkelijke gevolgen in zowel Pakistan als de regio. De ISI vormde jarenlang een “staat in de staat”. De Indische geheime diensten baseert zich eveneens op vuile methoden om de invloed van de ISI tegen te gaan. In Kasjmir komt dat op een erg pijnlijke manier tot uiting.
Tony Saunois van het Internationaal Secretariaat van het CWI benadrukte de volatiele situatie in de regio en de snelheid waarmee de illusies en de steun voor de PPP verdwijnen. Wij hebben op voorhand duidelijk gemaakt dat de PPP pro-imperialistisch is, een kapitalistische partij die weinig gemeen heeft met haar radicale verleden uit de jaren 1960 en 1970. Hij kwam ook terug op het punt dat Khalid eerder maakte over de Taliban en de fundamentalisten die ook in de steden georganiseerd zijn, maar niet de steun krijgen van brede lagen van de arbeiders. De situatie in de Noordwestelijke Grensprovincie en de stammengebieden is anders, daar zien we een ontwikkeling van barbarij. Een volledige machtsovername door machten verbonden aan de Taliban is echter moeilijk in Pakistan, het zou onmiddellijk leiden tot een conflict met verschillende nationale minderheden.
De arbeiders worden geconfronteerd met een wanhopige situatie, maar toch zijn er heel wat mogelijkheden voor onze krachten in Pakistan en Kasjmir. Het is belangrijk om onze krachten te versterken en voor te bereiden op politieke en sociale uitbarstingen in de komende periode.
