maandag 8 maart 2010

Internationale Vrouwendag: De strijd is nog niet gestreden

8 maart is internationale is internationale vrouwendag, een dag van strijd voor gelijke rechten maar ook voor een andere, socialistische, samenleving waarin zowel vrouwen als mannen op democratische wijze kunnen beslissen over hun lot en toekomst. In dit dossier gaan we dieper in op de traditie van de internationale vrouwendag enkele centrale elementen voor de strijd vandaag.

Dossier door Laura G. (Gent). Lees ook het eerste deel van dit dossier over de actualiteit van de vrouwenstrijd

Strijd voor stemrecht

In de periode 1870-1920 voerden vrouwen een strijd voor stemrecht en het recht op onderwijs. De regeringen zagen het vrouwenstemrecht niet zitten omdat het de stem van de arbeidersklasse zou versterken. Uiteindelijk was het de erkenning van volledige gelijke rechten voor vrouwen, o.a. stemrecht, na de Russische Revolutie, die verschillende kapitalistische landen ertoe dwong algemeen stemrecht voor vrouwen in te voeren.

De Vrouwendag ontstond in de VS. Op 8 maart 1908 betoogden duizenden textielarbeidsters in New York voor vrouwenkiesrecht, betere werkomstandigheden, een hoger loon, kortere werkdagen en de afschaffing van kinderarbeid. Op 28 februari 1909 organiseerden de socialistische vrouwen ter herinnering de eerste vrouwendag, met massale betogingen en meetings over de hele VS. Ze eisten politieke rechten en streden niet tegen “mannen”, maar tegen het patronaat dat alle arbeiders uitbuit. Deze allereerste vrouwendag bleek een goede manier om ook minder politiek actieve vrouwen te betrekken, o.a. in de praktische organisatie.

Elke volgende vrouwendag sloten meer vrouwen aan bij de socialistische partijen en de vakbonden.

Strijd voor socialisme

In 1910 keurde de tweede Internationale Conferentie van Arbeidersvrouwen (de eerste was in 1907) Clara Zetkins voorstel goed om elk jaar een internationale dag van arbeidersvrouwen te organiseren.

Een jaar later werd de eerste Internationale Vrouwendag (op 19 maart) een groot succes met talrijke meetings en betogingen in Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zwitserland en de Verenigde Staten.

In Rusland werd Internationale Vrouwendag voor het eerst in 1913 georganiseerd, met illegale meetings en speciale artikels in de socialistische kranten. De repressieve wetgeving maakte een openbare viering onmogelijk. Het maakte dat in Rusland de Vrouwendag verbonden was met de strijd tegen repressie. De slogan voor vrouwenstemrecht werd er een slogan voor de omverwerping van het tsarisme.

Van oorlog tot revolutie

Met het uitbreken van de eerste wereldoorlog werd de organisatie van de Vrouwendag zeer moeilijk. Toch bleef de internationale vrouwenorganisatie bestaan en koppelde ze de strijd voor vrouwenrechten aan die tegen de oorlog. Betogingen organiseren was moeilijk, in 1915 lukte dit enkel in Noorwegen. In Zwitserland werd er een internationale conferentie georganiseerd over het beëindigen van de oorlog.

Op 8 maart 1917 gingen de textielarbeidsters in St. Petersburg in staking tegen de slechte werk- en leefomstandigheden. Moe van honger, kou en oorlog kwamen de vrouwen op deze Internationale Vrouwendag op straat. Ze eisten brood en de terugkeer van de mannen uit de oorlog. Deze strijd veralgemeende zich onder steeds meer vrouwen en mannen. Deze vrouwen in St. Petersburg waren de eersten die in opstand kwamen tegen het tsaristische regime. Op 8 maart in 1917 brak de Februari-revolutie los (Rusland werkte nog met de oude kalender).

Russische Revolutie brengt doorbraak in vrouwenstrijd

De Oktoberrevolutie gaf vrouwen dezelfde rechten als mannen. Burgerrechten voor vrouwen bestonden toen enkel in een kleine handvol kapitalistische landen. Bij sommigen ontstond de illusie dat vrouwenstemrecht en het recht om te zetelen op termijn alle problemen van vrouwen zou oplossen. Zowel de ontwikkeling in de kapitalistische landen na het algemeen stemrecht als de bureaucratisering van het Sovjetregime toont echter dat dit bijlange niet voldoende is. Zolang er geen welvaart is voor iedereen en een geprivilegieerde groep een groter deel van de rijkdom opeist, zullen vrouwen uit de werkende klasse daar steevast het slachtoffer van zijn.

De Russische werkende vrouwen hadden al een geschiedenis van strijd achter de rug. Toch was dit een minderheid - de meerderheid van vrouwen bleef nog weg van politiek en strijd. Voor de revolutie waren de meeste vrouwelijke leden van de ondergrondse beweging hoger opgeleide vrouwen van rijkere afkomst. Dit veranderde in 1905 toen de Russische werkende vrouwen massaal in actie kwamen.

Al snel werd in de strijd duidelijk dat de eisen van de werkende vrouwen en het burgerlijk feminisme niet overeenkwamen. De arbeidersvrouwen vochten voor een kortere werkdag, hogere lonen, een menselijke behandeling, minder repressie, vrijheid van actie,… De burgerlijke feministische vrouwen vochten voor gelijkheid binnen het kapitalisme, ze wilden evenveel voordelen, macht en voorrechten als de mannen van hun klasse. De vrouwen van de arbeidersklasse vochten juist om dat soort privileges af te schaffen.

De verschillen werden helemaal duidelijk tijdens de strijd van het huispersoneel in Sint-Petersburg en Moskou. Het initiatief werd genomen door burgerlijke feministen, die een samenwerking voorstelden tussen de vrouwelijke werkgevers en werknemers. De arbeidsters voelden echter al snel dat deze samenwerking niet in hun voordeel was en richtten zich tot hun eigen klasse. Dit onderscheid maken, niet tussen man en vrouw maar tussen arbeider en heersende klasse, was cruciaal voor de verdere ontwikkelingen in Rusland.

De revolutie zou niet mogelijk geweest zijn indien de arbeidersorganisaties niet de strijd hadden gewonnen om de beslissende invloed onder arbeidersvrouwen en voor arbeiderseenheid.

De wereldoorlog en het verdwijnen van veel mannen naar het front zorgde ervoor dat steeds meer vrouwen in de fabrieken terechtkwamen. De vrouw werd in de eerste plaats een loonarbeider, maar zonder dat een belangrijk deel van haar onbetaalde huishoudelijke taken en de kinderzorg door de samenleving werden overgenomen.

De vrouw en het socialisme

Na de revolutie zette de Sovjet- Unie grote stappen vooruit betreffende vrouwenrechten. Vrouwen kregen niet enkel gelijke politieke en wettelijke rechten, maar de arbeidersregering deed ook alles wat ze kon om haar volledige toegang te geven tot het economische en culturele leven. Vrouwen konden scheiden, abortus werd legaal, ze konden studeren, stemmen en verkozen worden op alle niveaus, ze kregen betaald zwangerschapsverlof met de zekerheid dat ze hun werk konden behouden. Een oplossing voor de dubbele dagtaak werd gezocht in het creëren van crèches, aanbod van maaltijden op werkplaats en school,… Door het huishouden en de kinderzorg als een verantwoordelijkheid van de samenleving te organiseren, konden vrouwen buitenhuis werken zonder negatieve gevolgen voor hun gezin.

Zo was het mogelijk om vrouwen als volwaardige en gelijkwaardige leden van de samenleving actief te laten meewerken aan de productie en aan de organisatie van de maatschappij. De gevolgen waren dat:

  • vrouwen hun politieke rechten omzetten in de praktijk (en bvb. verkozen werden).
  • vrouwen gingen studeren (de helft van de studenten waren vrouwen).
  • jobs die vroeger als uitsluitend mannelijk werden gezien (ingenieur, mecanicien…) ook door vrouwen werden beoefend.
  • scheiden niet langer een privilege van de rijken was (een scheiding met wederzijdse toestemming duurde minder dan twee weken)

Een aanzienlijke verbetering in het leven van de Russische vrouwen trad in. Na een periode van wantrouwen begonnen de vrouwen gebruik te maken van de voorzieningen (crèches, collectieve zorg voor de kinderen, collectieve maaltijden,…) en ze te waarderen.

Maar de samenleving was te arm en onderontwikkeld, honger heerste (ook door de burgeroorlog die tot 1921 duurde), de aanwezige middelen kwamen niet overeen met de plannen… De bevrijding van de vrouw is immers niet mogelijk op basis van tekorten.

Stalinisme maakt einde aan verworvenheden

De Oktoberrevolutie nam juiste stappen, maar er kwam een wrede tegenreactie. Door het mislukken van de revolutionaire beweging in verschillende Europese landen raakte Rusland geïsoleerd. Gecombineerd met grote tekorten in het land en de economische en culturele onderontwikkeling legde het de basis voor een steeds groter wordende bureaucratie, die de verworven rechten steeds meer terugschroefde. De wetten van de Oktoberrevolutie werden overboord gegooid en vervangen door kopieën van kapitalistische wetten.

De veranderde houding van de bureaucratie tegenover vrouwen en het gezin weerspiegelde de algemene verandering in de Sovjet-Unie. De Bolsjewistische partij werd steeds meer, in de plaats van de voorhoede van het revolutionaire proletariaat, de politieke organisatie van die bureaucratie. In 1927 protesteerde de Linkse Oppositie (o.l.v. Trotski) tegen het feit dat het groeiende bestuurlijke apparaat een steeds groter deel van de rijkdom opslokte. Trotski schatte in het boek De Verraden Revolutie (1936) de geprivilegieerde lagen op zo’n 12 tot 15% van de bevolking. Deze verdeling was misschien democratischer dan onder het tsarisme en de meeste kapitalistische landen, maar ze mag zich niet socialistisch noemen.

Er was een groot aantal straatkinderen, maar daar werden geen cijfers over vrijgegeven. Prostitutie bleef eveneens uit de statistieken. De crèches waren van erbarmelijke kwaliteit, zodat wie geld had, een andere oplossing zocht. Er werd een campagne opgezet tegen “te gemakkelijk scheiden”, voortaan moest je voor scheidingsregistratie betalen. De bureaucratie voerde ook campagne tegen abortus. Ze beweerden dat onder “het socialisme” geen enkele vrouw het recht had om “de vreugden van het moederschap” af te wijzen.

Het recht op abortus was toegekend omdat een kind krijgen vrouwen in de armoede kon dwingen. Het recht op abortus is een onderdeel van de strijd tegen armoede en is een maatschappelijk, politiek en cultureel recht. De bureaucratie sprak over “socialisme”, maar vergat dat socialisme de oorzaken voor abortus moet wegnemen, wat het gebureaucratiseerde regime niet deed. De “dames” uit de geprivilegieerde lagen, net als de rijke vrouwen in de kapitalistische landen, beschikten over de middelen om te doen wat ze wilden. Zo werd zelfs abortus een privilege.

Thuis eten en wassen werd gepromoot en werd weer een individuele verantwoordelijkheid, ook omdat de collectieve voorzieningen door een tekort aan middelen vaak van slechte kwaliteit waren. In 1935 werden de voedselbonnen afgeschaft. De vrouw werd terug het huis in gedwongen, de oplossingen voor de dubbele dagtaak werden afgebouwd.

Dit toont dat wetgeving niet genoeg is en zelfs schijnheilig kan zijn. De meerderheid van vrouwen kan niet “vrij” zijn als de maatschappij niet in staat is de materiële zorg van de gezinnen op zich te nemen en als enkel rijke vrouwen “gezinstaken” kunnen uitbesteden.

De positie van vrouwen verslechterde dramatisch door de herinvoering van het kapitalisme begin jaren ‘90. Gratis gezondheidszorg en onderwijs, betaalbare huisvesting,… gingen verloren, met enorme gevolgen voor vrouwen. Ook ganse openbare diensten, o.a. in de kinderopvang, werden afgeschaft, sterk afgebouwd of geprivatiseerd en te duur voor de gemiddelde lonen. De levensstandaard van de overgrote meerderheid van de bevolking kelderde drastisch.

Dit is de reden voor de aanwezigheid van vrouwen uit de voormalige Sovjet-Unie en de Oostbloklanden op de westerse prostitutiemarkt. Het toont dat de weg naar bevrijding voor werkende vrouwen niet in het kapitalisme ligt, maar in het democratisch socialisme, waarbij over de planning van de productie democratisch wordt beslist, met als doel de bevrediging van de behoeften van de meerderheid van de bevolking en niet de winst van enkelen.