Algerije
De televisiebeelden van de barbaarse moorden in Algerije roepen overal ter wereld een terechte verontwaardiging op. Een op zijn minst passieve medeplichtigheid van onderdelen van het leger moet wel verondersteld worden gezien het gemak waarmee de moordenaars hun gang lijken te gaan. Het zijn vooral armen die het leven laten in het geweld, slechts zelden gaat het om hooggeplaatsten. De duizenden kilometers oliepijpleidingen, bewaakt door het leger, blijven vreemd genoeg bespaard van aanslagen.
Door Thierry Pierret
In verschillende landen lopen vandaag initiatieven tegen het geweld in Algerije. In België lanceerde de PRL (Waalse liberalen) een petitie ("Het moet gedaan zijn met de barbarij") die van de VN en de Europese Unie eist dat ze zich bemoeien met de Algerijnse krisis. Onder de eerste ondertekenaars vindt met de talrijke mandatarissen van PRL-FDF, enkele progressieve intellektuelen, woordvoerders van migrantenorganisaties, de echtgenote van een van de vermoorde para's in Rwanda.
Deze humanitaire mobilisaties riskeren echter als dekmantel voor allerlei Amerikaanse en Europese maneuvers te dienen, die gedurende een eerste periode de vorm zullen aannemen van diplomatieke kontakten en het sturen van onderzoekskommissies. De Europese Unie heeft in januari drie staatssekretarissen naar Algerije gestuurd om er te praten met de Algerijnse autoriteiten.
De westerse machten zijn nochtans slecht geplaatst om humanitaire lessen te geven. Van '54 tot '62 heeft Frankrijk er een bloedige koloniale oorlog gevoerd waarbij een miljoen Algerijnse slachtoffers vielen zonder dat de grootmachten er ook maar over piepten. Recenter heeft de "humanitaire" operatie in Somalië (Restore Hope) de burgeroorlog verergerd en verlengd door steun te bieden aan de ene oorlogsheer tegen de andere. Bij de barbarij van de rivaliserende Somalische bendes voegde zich de onbestrafte folteringen van de Belgische, Italiaanse en Canadese blauwhelmen. Waarom zou het anders zijn in Algerije?
Kiezen tussen het Algerijnse regime en de reaktionaire islam-fundamentalisten betekent kiezen tussen pest en cholera. Om uit deze barbarij te komen en de demokratische rechten te herstellen, moeten de sociale problemen van de Algerijnse massa's (werkloosheid, woningnood, gezondheid, onderwijs,...) opgelost worden. En we kunnen niet rekenen op het Algerijnse regime, noch op de islam-fundamentalisten, noch op de aanpassingsplannen van het IMF, noch op de westerse druk om hiermee een begin te maken. Ieder initiatief van de Algerijnse arbeiders en hun organisaties om een oplossing te vinden voor de Algerijnse krisis die in het voordeel is van de massa's moet dan ook de volle steun krijgen.