Cubaanse krisis gezegend. 

Het recente Cuba-reisje van de paus heeft bijzonder veel aandacht gekregen in de pers. Dat dit bezoek meer was dan de traditionele religieuze begeleiding van onze 77-jarige herder aan zijn Cubaanse schaapjes, was overduidelijk. Een aanval op het "communisme" en veroordeling van het VS-embargo waren de hoofdthema's van het bezoek. Die plotse bezorgdheid voor demokratie kan op zijn minst verwonderlijk worden genoemd voor iemand die steun heeft betuigd aan repressieve kapitalistische dictators zoals Pinochet zonder zelfs maar met zijn ogen te knipperen.

Dit statement van de paus weerspiegelt de hoop van de Europese bedrijfswereld dat Cuba op korte termijn over zal gaan tot het kapitalisme, wat hen de mogelijkheid biedt het eiland te overspoelen met consumptiegoederen. Het VS-embargo staat deze ambitie s duidelijk in de weg. Onder druk van de machtige Cubaanse lobby in Miami en om historisch-politieke redenen houdt Washington echter vast aan een isolatiepolitiek.

 

Sinds de val van het stalinisme in de USSR en het Oostblok en het wegvallen van de steun uit deze landen zit de Cubaanse ekonomie in zware problemen. Het VS-handelsembargo dat al sinds 1961 van kracht is, laat zich nu in alle hevigheid voelen. Tussen 1 989 en 1993 daalde het BNP van het eiland met 35%. Zowat alle basisprodukten zoals benzine, elektriciteit, voedsel, geneesmiddelen zijn schaars. Huisvesting is verouderd en weinig onderhouden en het Cubaanse autopark is nog best vergelijkbaar met een jaren '50 museum.

De "markthervormingen" van de voorbije jaren hebben het bezit van dollars en andere "sterke" munten legaal gemaakt, en hebben verplicht tot toegevin gen aan en nauwe samenwerking met buitenlandse bedrijven en zware hervormingen in de staatsboerderijen. Deze hervormingen tesamen met een sterke groei van het toerisme hebben de ekonomische neergang voorlopig gestopt. De vernederende "dollarisering" van de ekonomie heeft de sociale ongelijkheid echter massaal doen toenemen. Loonsverschillen zijn op enkele jaren tijd gestegen van 4 op 1 naar 25 op1. De grootste kloof ligt echter tussen zij mét doll ars en zij zonder. In de toeristenindustrie kan men op enkele uren verdienen waar een ingenieur of een leraar een maand voor moet werken. Het gevaar dat dit de hele ekomische en sociale struktuur volledig uit evenwicht haalt is reëel, en het regime i s al gedwongen zeer zware belastingen te heffen op inkomsten in dollars.

De belangrijkste industrie en de handel zijn echter nog steeds onder staatscontrole. De "toegevingen aan de markt" worden door het regime omschreven als een noodzakelijk kwaad, waartoe ze gedwongen wo rden door het handelsembargo van de VS. De verworvenheden inzake gezondheidszorg en onderwijs op het eiland zijn legendarisch. Kindersterfte in Cuba bedraagt 7,9 per duizend, het gemiddelde voor Latijns-Amerika is 70 per duizend. UNICEF heeft berekend dat indien Cuba's gezondheidsstandaarden in heel Latijns-Amerika van toepassing waren, jaarlijks 800.000 kinderlevens gered zouden worden. Zelfs in de "speciale periode" na 1991 is geen enkele school, kinderchrèche of ziekenhuis gesloten.

Dit verklaart waarom het Cubaanse regime nog steeds op grote steun onder de bevolking kan rekenen. De stalinistische bureaucratie die in Havana aan de macht is heeft nooit onder arbeiderscontrole gestaan en het gebrek aan demokratie is steeds dik in de verf gezet en uitgebuit door de westerse media. Maar het Cubaanse volk ziet om zich heen in Latijns-Amerika wat het kapitalisme te bieden heeft; extreme armoede voor de massa van de bevolking. In die omstandigheden is het niet moeilijk te begrijpen dat i n Cuba en in heel Latijns-Amerika jongeren en arbeiders opkijken naar Castro's regime als een systeem dat de noden van het volk voor de winsten van multinationals en de belangen van het imperialisme plaatst.

De huidige marktgerichte hervormingen worden door het westen terecht gezien als een stap in de richting van kapitalistische restauratie. Indien Cuba geïsoleerd blijft, is een "overwinning" van het kapitalisme onvermijdelijk, is het nu via de door Europa gehoopte "zachte landing" of de door de VS geprovoceerde "harde confrontatie". Zo'n overwinning voor het imperialisme zou door arbeiders en jongeren overal ter wereld gezien worden als een historische nederlaag, ondanks de beperking van Castro's regime. Maar deze nederlaag kan nog steeds vermed en worden door nieuwe massale revolutionaire bewegingen van arbeiders en jongeren in Latijns-Amerika en wereldwijd, die de strijd voor een demokratisch socialisme opnieuw op de agenda plaatst.

De Militant
1