"Begrotingssukses", maar voor wie?

"De konkurrentiekracht van de bedrijven is hersteld, de sanering van de overheidsfinanciën gekonsolideerd. Rest nog de derde strijd: de werkgelegenheid. Alleen moet je opletten dat je die strijd niet wint ten ko ste van de twee andere." Aldus Fons Verplaetse, gouverneur van de Nationale Bank, in zijn jaarverslag.  

Schijn bedriegt: Verplaetse klinkt redelijk, maar hij is het niet. "De werkgelegenheid mag niet ten koste gaan van de konkurrentiekracht of de overheidsfinanciën", luidt zijn redenering. Op het eerste gezicht klinkt dit aannemelijk. Wat baat het immers jaren te knokken om twee van de drie doelstellingen te realiseren, als je nadien alles terug op de helling zet ten behoeve van het derde doel?

Men kan echter net zo goed Verplaetse’s redenering omkeren en zich afvragen of "de konkurrentiekracht en de sanering van de overheidsfinanciën dan wel ten koste mochten gaan van de werkgelegenheid"? Wat baat het immers twee doelstellingen te r ealiseren als dit enkel gebeurt ten koste van de derde?

Verplaetse laat hierover geen twijfel bestaan. "De konkurrentieracht van de bedrijven is gezond". Dat leidt hij af uit het overschot op de betalingsbalans. "De Belgische bedrijven voeren 5 % meer uit dan ze invoeren, dit bewijst de internationale s lagkracht. Alleen ... die slagkracht is bereikt met herstruktureringen, met ontslagen." Duidelijker kan het niet: werkgelegenheid ten koste van konkurrentiekracht of overheidsuitgaven kan niet, maar omgekeerd, dat kon wel. Redelijk? My ass!

Verplaetse stampt nog meer deuren in. Jarenlang hebben de patroons gezeurd over te hoge loonkosten, over een zogenaamde loonhandicap ten aanzien van de belangrijkste konkurrenten. Vandaag trekt Verplaetse dit rookgordijn met één ruk o pen: niet de zogenaamde loonkost, maar de naakte cijfers van export en import zijn de beste maatstaf om de konkurrentiekracht van de bedrijven aan af te meten en die... zijn al jaren positief voor de Belgische bedrijven.

Verplaetse heeft het over drie doelstellingen alsof het om drie verschillende zaken ging. Twee ervan zouden zo goed als gerealiseerd zijn, rest de derde nl. werkgelegenheid. Die laatste mag echter vooral niet ten koste gaan van de twee eerste. Me t andere woorden: het zijn niet de bedrijven, noch de overheid die zullen betalen. Konklusie: de werkgelegenheid stimuleren moet gebeuren via loonmatiging, flexibiliteit en eventueel arbeidsherverdeling (meer deeltijdse arbeid). Arbeidsduurverkorting; zek er zonder loonverlies, zoals het ABVV bepleit, ziet Fons niet zitten.

Waar hebben we dit nog gehoord? Flexibiliteit, deeltijdse arbeid, loonmatiging... waren dit ook al niet de maatregelen geweest die ervoor moesten zorgen dat de konkurrentiekracht van de bedrijven hersteld werd? Waren dit ook niet de maatregelen die men genomen had om de overheidsfinanciën te saneren? Wat Verplaetse voorstelt is bijgevolg niets nieuws, maar slechts meer van hetzelfde.

Het resultaat van deze politiek kennen we: de rijken zijn rijker geworden ten koste van de armen. De bedrijfswinsten breken jaar na jaar nieuwe rekords, het aandeel van inkomens uit vermogens stijgt ten koste van inkomens uit arbeid, het is feest op de beurs. Tegelijk is het aantal bestaansminimumtrekkers de jongste 10 jaar meer dan verdubbeld en blijft het aantal werklozen stijgen ondanks allerlei opsmukoperaties in de statistieken. Schijn bedriegt: terwijl de regering het heeft over "opgelos te problemenen" heeft de verbetering van de konkurrentiekracht en de sanering van de overheidsfinanciën voor de overgrote meerderheid van de bevolking niet minder; maar meer problemen opgeleverd.

De Militant
1