De voorbije jaren werd in alle Europese landen systematisch bespaard. Degelijk onderwijs moet voor de beleidsvoerders niet toegankelijk zijn voor iedereen. De Nederlandse onderwijsminister Ritzen stelden dit zelfs al publiekelijk.
Ook in Vlaanderen bracht de CVP-SP koalitie in ‘95 in haar regeerakkoord een aantal onderwijsbesparingen naar voor. Hierin drie belangrijke punten:
- wetenschappelijk onderzoek moet nieuwe financiële formules vinden en de resultaten moeten direkt gevaloriseerd worden, m.a.w. onderzoek moet winst opleveren en dus nog meer afgestemd worden op de vraag van bedrijven. Meer middelen voor onder zoek, is dus een geschenk voor de bedrijven. Bovendien zorgt het werken met kontraktonderzoek voor een hevige konkurrentie tussen verschillende universiteiten en hogescholen.
- "aanpassing" van het personeelsbeleid: managemenstprincipes worden het nieuwe ordewoord. Op dit punt heeft Van Den Bossche al heel wat van z'n plannen kunnen invoeren. De vakbonden hebben op dit punt immers gekapituleerd.
- De organisatie van het onderwijs: een pleidooi voor enveloppefinanciering afhankelijk van het aantal leerlingen, fusies en schaalvergroting.
Bij dit alles horen we dat ons onderwijs "te duur" is. Waar in ‘75 nog 6,1% van het BBP aan onderwijs besteed werd, was dat in echter '95 nog maar 4,9%. Ook de oude verdeel-en-heerstaktiek wordt boven gehaald. De meest populaire verdeling is uiteraard die tussen het gemeenschaps- en het vrij onderwijs. De Guimardstraat (hoofdkwartier van het katholiek onderwijs) eist dat de lat tussen vrij en gemeenschapsonderwijs gelijk gelegd wordt (nu krijgen staatsscholen meer geld). Zo hopen ze dat d e besparingen vooral het gemeenschapsonderwijs zullen treffen. De SP heeft al aangekondigd dat ze niet langer het gemeenschapsonderwijs zal verdedigen, zodat het waarschijnlijk is dat de Guimardstraat en de CVP hun zin zullen krijgen.
De nieuwe voorstellen van Van Den Bossche om 1,8 miljard te besparen in het sekundair zullen rampzalige gevolgen hebben. De vakbonden planden dan ook provinciale akties, een nationale betoging en een staking. De nationale betoging op 4 februari was een sukses: zo’n 15.000 leraars en ook enkele groepen scholieren betoogden door de straten van Brussel. De dag nadien vroeg het COC (Christelijke onderwijscentrale) de staking op te schorten en gezien de krachtsverhoudingen kon het ACOD niet anders dan volge n.
Dat dit een verkeerde beslissing was, zal snel blijken. Opnieuw maakt men de fout te denken dat de leerkrachten en leerlingen à la carte te mobiliseren en te demobiliseren zijn. Uit gesprekken met leerkrachten bleek dat de stakingsbereidheid groot was. Men is het beu ondergekotst te worden met steeds nieuwe plannen (of deze plannen nu uitgevoerd worden of niet). De geheimzinnigheid rond al deze akkoorden laat vermoeden dat men er niet op uit is de onderwijskwaliteit te verbeteren.
Het lijkt erop dat het Tivoli-akkoord naar de prullenmand zal verhuizen. De toekenning van 3,1 miljard vers geld aan het basisonderwijs blijft behouden, maar dat komt niet langer uit het sekundair onderwijs. Waar men dit geld vandaan zal halen, is nog niet bekend gemaakt.
Dat is een belangrijke toegeving aan de vakbonden. De vraag is echter of dit zal gebruikt worden om de andere maatregelen te laten goedkeuren. Want uiteindelijk liggen nog steeds dezelfde plannen op tafel. Met uitzondering van de enveloppefinancier ing plant men dezelfde maatregelen als in het HOBU een aantal jaar geleden: het beperken van het aantal studierichtingen en het oprichten van samenwerkingsverbanden, zogenaamde schoolgemeenschappen.
Volgens onze bronnen streeft de Guimardstraat naar schoolgemeenschappen met minimum 1800 leerlingen in een zelfde regio. Deze gemeenschappen moeten 3 onderwijsvormen (algemeen vormende, technisch, beroeps) organiseren, eenzelfde leerlingenbeleid, o rganisatie van het studieaanbod en infrastruktuur hebben. De Argo berekende dat men minstens 85 regio's moet afbakenen, wil men de sluiting van een groot aantal gemeenschapsscholen voorkomen. De Guimardstraat gaat in haar ontwerp uit van 45 regio's in Vla anderen, wat de sluiting van tal van gemeenschapsscholen zou betekenen. Vanaf 1 september ‘99 wil de katholieke koepel ten hoogste 100 scholengemeenschappen.
Een scholengemeenschap betekent niet dat men tot fusies van verschillende scholen moet overgaan. De scholen die wel fusioneren, behouden meer administratief en leidinggevend personeel. Grote scholen krijgen aanzienlijke voordelen.
Dat de leerlingen en leerkrachten het slachtoffer zullen zijn, is duidelijk. Zelfs indien een en ander met massa's begeleidende maatregelen wordt doorgevoerd, blijft het eindresultaat hetzelfde: minder keuzemogelijkheden, grotere scholen, grotere klassen, minder begeleidend personeel, minder leerkrachten,... Om dat tegen te gaan mogen de akties nu niet stil gelegd worden!