Indonesië:
Half maart werd president Soeharto door "zijn" parlement met handgeklap voor een zevende ambstermijn verkozen. De man, die in 1965 via een staatsgreep aan de macht kwam en sindsdien met ijzeren hand regeert, heeft al nooit veel moeite gedaan zichzelf een demokratisch elan aan te meten. En de afgelopen 33 jaar heeft Soeharto precies gedaan wat je verwacht van iemand die zijn karrière begonnen is met het koelbloedig uitmoorden van meer dan 1 miljoen mensen omwille van hun kommunistische sympathieën. Genadeloze repressie op alle vlakken van het leven heeft ervoor gezorgd dat de ekonomische ontwikkeling diende voor persoonlijke verrijking van de presidentiële clan en de bevolking enkel nog dieper in de ellende deed wegzakken.
Al sinds het uitbreken van de ekonomische krisis in Zuidoost-Azië is het onrustig in Indonesië. De ekonomie van het land is zwaar getroffen. Op enkele maanden tijd verloor de roepia meer dan 85% van zijn waarde t.o.v. de dollar. Zes miljoen m ensen hebben hun job verloren en men verwacht dat voor het einde van het jaar nog eens 10 miljoen mensen het leger van werklozen zullen vervoegd hebben. Op enkele maanden tijd zijn de voedselprijzen 30% gestegen en het is duidelijk dat dit slechts het beg in van het verhaal is. Enkele maanden geleden werd het aantal "armen" (naar UNO normen) op 24 miljoen geschat. Nu verwacht men een stijging naar 42 miljoen in de komende maanden. Op een bevolking van 202 miljoen betekent dit dat 1 op 5 Indonesi& euml;rs moet overleven met een inkomen onder de officiële armoedegrens, en dat in een land zonder enig sociaal opvangnet.
Zo’n situatie moest tot sociale onrust leiden, en in de voorbije maanden hebben we overal op de eilandenarchipel rellen en plunderingen zien uitbreken. Eerst voornamelijk gericht tegen de Chinese minderheid, die een groot deel van de kleine middenstand uitmaakt. Deze winkeliers poogden in een eerste fase gebruik te maken van de spektakulaire prijsstijgingen om hun winsten nog wat op te drijvan, wat hen al gauw tot zondebokken maakte voor de gewone bevolking die moest vechten om te overleven. De geru&iu ml;neerde plattelandsbevolking trekt massaal naar de steden in de hoop daar werk te vinden, zonder resultaat, en vervoegt er het groeiende lompenproletariaat dat ontheemd en bezitsloos probeert te overleven. De sociale onrust ontwikkelt zich nu meer en me er tot politiek protest tegen het diktatoriale regime van Soeharto dat duidelijk geen antwoord wil bieden op de problemen van de bevolking.
Buitenlands kapitaal vlucht uit Indonesië zo snel het kan: enkele jaren geleden werd het land nog beschouwd als een "politiek stabiele" belegging waar snel veel winst uit te slaan was, nu maakt de zwakke roepia, het tekort aan buitenlan dse valuta, de zware ekonomische krisis en politieke onrust het tot een "no go" gebied voor buitenlandse winstjagers. Resultaat: de ekonomie zakt versneld nog verder weg in krisis. Ondertussen ruzieën Soeharto en het IMF lustig verder over welke maatregelen moeten worden genomen. De belangen van de bevolking doen hier uiteraard niet terzake. Soeharto wil zijn zinkend schip redden en haalt ter gelegenheid de "familiewaarden" nog eens boven, hiermee doelend op het feit dat zijn familie de door haar verworven ekonomische privileges niet wil verliezen. Die privileges omvatten een web van octopusachtige conglomeraten in de sleutelsektoren van de ekonomie en het bankwezen, geleid door de zes zonen en dochters van Soeharto.
Het IMF goochelt met de ondertussen bekende toverwoorden "vrije markt" en "vrije konkurrentie" en heeft er 40 miljard dollar voor over om Soeharto te overtuigen van die "waarden". Hun bedoelingen zijn al even duidelijk: e en grotere hap van de winst opstrijken. Tijdens de Koude Oorlog kon het westers imperialisme een lokale stroman als Soeharto gebruiken om het vuile werk (in casu 1 miljoen kommunisten afslachten) op te knappen. In ruil werd getolereerd dat zo’n potentaat een aardig deel van de winst afroomde en in zijn eigen zakken stak. Sinds de val van het stalinisme heeft iemand als Soeharto zijn rol verloren en de westerse machten zien in de huidige hulpeloosheid van de Indonesische ekonomie hun kans om hun invloed uit te breiden ten koste van Soeharto’s belangen.
Het IMF en dus het westers imperialisme gaat deze strijd winnen, maar voor de bevolking maakt dit geen enkel verschil: de uitbuiting zal enkel nog verscherpen. In die zin zijn het IMF en Soeharto een achterhoedegevecht aan het leveren. De toenemende politisering en de groeiende anti-imperialistische gevoelens van de bevolking maken duidelijk dat de dagen van Soeharto geteld zijn, maar dat het omverwerpen van zijn regime niet noodzakelijk ten voordele van het IMF zal zijn. Of de strijdbaarheid van de Indonesische bevolking zich gaat kunnen vertalen in een aan de macht brengen van een regering die de belangen van de bevolking voor die van de buitenlandse investeerders stelt, hangt af van de uitbouw van een radikaal politiek alternatief, een arbeiderspartij met een socialistisch programma, in de komende maanden.