Getuigenis
Het is 6 uur ‘s avonds in Charleroi. December in de regen. Het neon-licht van de snackbars en lokale kafees maakt de sfeer er niet minder sinister op. De eigenaar arriveert. Het is te zeggen: zijn vertegenwoordiger, die – zo beweert hij zelf – een twaa lftal soortgelijke gebouwen beheert.
We wachten nog op een andere bezoeker die hier, per telefoon, met ons heeft afgesproken. Wanneer hij aankomt, persen we ons door de smalle gang die het kafee met het gelijkvloers verbindt. Achterin bevindt zich een vermolmde trap.
Het bezoek begint met een klim naar de vierde verdieping. Daar, op de plaats waar zich vroeger de zolder bevond, wordt de ruimte gescheiden door een aantal gyproc-platen met in het midden een geïmproviseerde deur. De deur kan min of meer gesloten worden door twee aangeschroefde ringen en een hangslot.
Grootte van de «kamers»: drie meter op vier - het minimum voor 1 persoon, volgens de regionale regelgeving op de huisvesting, is 15 vierkante meter. Ze houden het midden tussen een monnikenkamer en een tot zelfmoordgedachten aanzettende verblijfplaats voor financieel gedupeerden. Om zich te wassen en de afwas te doen: een gootsteen die in tijden geen water meer heeft gezien. Vieze toiletten ook, een onnoemelijke smerigheid. Hier leven is een ware verschrikking, maar als je geen keuze hebt… Het bez oek zet zich verder op de twee onderliggende verdiepingen, met erg gelijkaardige « verblijfplaatsen ».
Wanneer we de prijs bediskussiëren, toont de beheerder - die in weerwil van het gebrek aan hygiëne in zijn krot alles deed om sympathiek over te komen - zijn ware aard: die van huisjesmelker, uitbuiter van andermans miserie. Onverzettelijk de elt hij ons de prijzen mee: 7000 fr. voor een lege kamer, 1500 fr. meer als ze ook nog gemeubeld is (een bed, een tafel, een stoel en een plastieken «lamp», allemaal tweedehands).
Geen extra taksen? Wel, neen…want eigenlijk mag je hier niet wonen. Het zijn hier enkel «brievenbussen »: als façade voor de kontroleurs van VDAB of OCMW. 8500 ballen (meubels zijn verplicht in geval van kontrole) om het statuut van a lleenstaande werkloze te behouden, voor het recht op een minimumsteun van 20.900 fr. per maand. Dan blijft er nog 12.400 fr. over om van te leven, zonder echt logement, en met het risiko op sankties bij een slecht uitvallende kontrole.
Ik weiger, ontmoedigd. De andere dakloze aanvaardt, hij heeft geen keuze. Ik had hem nog kunnen influisteren dat hij minimumsteun kon krijgen door zich bij het OCMW te laten huisvesten. Niks aan te doen.
Je moet in ieder geval vaststellen dat de sociale assistent van het OCMW zich ijverig van zijn taak kwijt: het bestaansminimum toekennen (een basisrecht voor iedereen)… maar zonder te overdrijven! Charleroi bezit een van de grootste aantallen bestaansm inimumtrekkers, maar «je moet dat begrijpen; wij krijgen instrukties». Men doet er alles aan om het aantal sociale woning-gerechtigden kunstmatig te beperken.
Intussen verrijken louche verhuurders zich op de rug van wanhopige werklozen. 6 kamers per gebouw, maal 10 gebouwen, met een huur van gemiddeld 8000 fr.: dat levert de eigenaar per maand gemiddeld 480.000 fr. op. Voor zo’n bedrag laat je je mooie morel e principes graag varen. Tegenover deze parasitaire weelde staan dan de schamele bestaansmiddelen van de werkloze met wachttijd of van de OCMW-uitgeslotene. Maar die wanverhoudingen zijn dan weer een ander verhaal.
(Wordt vervolgd…)
Louis Pero
Portret Albert Frère
Deze man is ook van Charleroi , maar woont niet in een krot. Oorspronkelijk ijzerverkoper maakt Frère pas echt fortuin met de herstrukturering van de metaalindustrie: die lanceert hem definitief in de financiële wereld. De Groep Brusse l Lambert, die hij kontroleert, boekt een jaarlijkse winst van 37 miljard fr. (1miljoen per dag, weekend inbegrepen). Op 1,5 maand tijd zijn de beurswaarden van de bedrijven die hij domineert (GBL, CNP, Electrafina) met bijna 20% gestegen. En dat alles zo nder de minste frank belasting: beurswaarden worden immers niet belast…