Openbare diensten anno '98

Liberalisering leidt tot sociale afbraak

De Post: 200 kantoren dicht

1 mei '98: 200 postkantoren gaan onherroepelijk dicht, honderden andere - men beweert 600 - krijgen nog maximum twee jaar om te bewijzen dat ze rendabel genoeg zijn, zoniet volgt onverbiddelijk de sluiting. « Er zullen geen jobs verloren gaan », beweer t de direktie. Bij ACOD Gent betwist men dat: 460 banen zullen nu al verdwijnen. Dit is zonder rekening te houden met onderhouds- en technisch personeel dat naar kontraktverlenging zal kunnen fluiten. Op de dag van de arbeid nog wel, en dat met een direkt ie uit de stal van de « socialistische » partij.

Waarom? De Post moet naar verluidt meedoen met de buitenlandse postdiensten en dat zijn intussen « dynamische bedrijven geworden ». De troeven van De Post - een schat aan informatie omdat postbodes iedere dag bij alle Belgen langsgaan, vestigingen tot in de kleinste dorpen etc...- maken er een begeerde prooi van voor ieder bedrijf dat snel winst wil binnenrijven. Voorwaarde daartoe is wel dat het personeel haar « verworven rechten » opgeeft. Liberalisering - het vrijmaken van de markt van iedere belem mering zoals overheidsmonopolies etc... - noemt men dat, een mooie omschrijving voor afdankingen, nog slechtere arbeidskondities en mindere dienstverlening in ruil voor winst.

Sabena, RMT, NMBS, Belgacom...

Om de volle draagwijdte hiervan te begrijpen volstaat het die sektoren die al geliberaliseerd zijn eens onder de loep te nemen. Beginnen we met de RMT. Die is zodanig geliberaliseerd dat er niets meer van overblijft. « Teveel arbeiders aan een te goed statuut » luidde de diagnose. De privé, onder de gedaante van Hollyman-Sally, zou dat boeltje eens saneren. De financiële resultaten zijn echter zo slecht dat partner Sally het al is afgetrapt. Ontslagen zijn opnieuw « onvermijdelijk ». En de dienstverlenig? Al eens de geprivatiseerde overzet genomen? Het is alsof je 20 jaar in de geschiedenis terugkeert.

Bij Belgacom ging vorig jaar, in het kader van de liberalisering van de kommunikatiemarkt, een herstruktureringsplan in werking dat 6.300 jobs kost (op een totaal van 26.600). Bij de NMBS is men volop bezig met de opsplitsing in bussiness-units en bij Sabena leidde de liberalisering tot het beruchte horizonplan ten koste van arbeidskondities, tewerkstelling en veiligheid. Overal hetzelfde liedje: diensten en personeel moeten wijken voor winst. De zoveel geroemde efficiëntie van de privé ;-sektor laat doorgaans te wensen over.

Een voorbeeld uit het buitenland: nauwelijks één jaar na de privatisering van de Britse drinkwatervoorziening zijn de privé-uitbaters erin geslaagd het waterleidingnet totaal te verwaarlozen met ettelijke miljarden extra kosten voor de gemeenschap tot gevolg.

 

Wij verkiezen diensten boven winsten

Toch blijft men ons uitleggen dat we « geen keuze » hebben. Dat we nu éénmaal gedwongen zijn mee te evolueren, alsof bovenstaande voorbeelden zich nooit hadden voorgedaan.

Het heeft de arbeiders echter veel moeite gekost om solidariteit van de gemeenschap af te dwingen. Zaken als gemeenschappelijk transport, water- en elektriciteitsvoorziening, afvalophaling, een vlot kommunikatienet en de bedeling van post moesten voor iedereen toegankelijk zijn, aan betaalbare prijzen. Deze diensten moesten geen winst opleveren, maar ervoor zorgen dat niemand uitgesloten werd.

Het overheidspersoneel kreeg vastheid van betrekking en de garantie op een degelijk pensioen in ruil voor een ietsje lager loon. De laaggeschoolden konden steeds wel ergens bij de overheid terecht. Deze solidariteit wordt vandaag in naam van de liberal isering afgebroken. Politici profileren zich liever als managers dan als sociaal werker. In plaats van de laaggeschoolden de kans te geven op een degelijke, vaste betrekking, worden ze verwezen naar de werkloosheid, tot in het oneindige herschoold en tens lotte aan 150fr./uur als PWA'er de straat opgestuurd. Politici van alle partijen noemen dit efficiëntie, wij noemen dit uitsluiting.

De Militant
1