Dertig jaar geleden barste een revolutionaire beweging los in Frankrijk. Ze liet diepe sporen na in heel Europa.
Van studentenrevolte tot algemene staking
De jaren '60 waren in de ontwikkelde kapitalistische landen een periode van ekonomische groei en een spektakulaire ontwikkeling van het kapitalisme. Frankrijk - met een koloniaal rijk dat niet in verhouding stond tot haar toenmalige reële macht - werd echter ook gekonfronteerd met de dekolonisatiebeweging, zowel op onderhandelde basis (Marokko, Tunesië), als door bloederige koloniale oorlogen in Indochina ('46-'49) en Algerije ('54-'62). Deze situatie leidde tot een diepe politieke krisis. P>
Op 13 mei '58 krijgt generaal De Gaulle de macht in handen met de steun van het leger en de burgerij. Eens aan de macht stelde De Gaulle een nieuwe bonapartistische grondwet op (rechtstreekse presidentiële verkiezingen, referendum op initiatief va n de president, ontbinding van het parlement op ieder opportuun moment). Dit betekende een belangrijke nederlaag voor de arbeiders.
Gediskrediteerd door haar beleid was de sociaal-demokratie verzwakt en verdeeld. De Kommunistische Partij (PCF) - sterk stalinistisch - oefende een ongedeelde kontrole uit op de industriële arbeidersklasse via haar feitelijk monopolie op de va kbond CGT. De koloniale revolutie (Algerije, Cuba), gekombineerd met het in vraag stellen van het stalinistische model (vooral na de Russische interventie in Hongarije in '56) leidde meer en meer tot een politieke oppositie bij de kommunistische studenten organisaties, vooral ook gezien de PCF niet vocht tegen de koloniale oorlog die in Algerije werd gevoerd. Verschillende oppositiestromingen werden uitgesloten: de partisanen van Togliatti (Italiaanse KP), de maoïsten, de trotskisten.
Anderzijds eiste het sterk groeiende kapitalisme een hervorming van het hoger onderwijs. Het kapitalisme had nood aan leger ingenieurs, onderzoekers, specialisten. De universiteiten zagen dan ook een massale stroom studenten toevloeien zonder dat d e nodige infrastruktuur hiervoor tijdig werd aangepast.
De Beweging van 22 maart
Op de fakulteit van Nanterre - haastig gebouwd in de buitenwijk - ontwikkelt zich een radikale kern van studenten op basis van een kritiek op de rol van de burgerlijke universiteit. De studenten weigerden de toekomstige "waakhonden van het kapitaal" te worden (kaders, psychologen,…). Ze gebruikten een radikale aktievorm: het lamleggen van de universiteit. Ze kreëerden de Beweging van 22 maart, samengesteld uit radikale linkse militanten, anarchisten en geradikaliseerde studenten. Gezien de rektor van Nanterre de campus gesloten had, kwamen de studenten op vrijdag 3 mei samen aan de Sorbonne in het volle centrum om er een meeting te houden.
Terwijl 600 studenten - voor een groot deel radikale linkse militanten - zich groeperen op de binnenplaats van de Sorbonne, sluit de rektor de universiteit af en roept de politie op die vervolgens honderden arrestaties verricht. Spontaan verzamelen dui zenden studenten om te protesteren tegen de tussenkomst van de politie die brutaal tekeer was gegaan met matrakken en traangasgranaten. Om zich te beschermen gooien de studenten de eerste stenen. 600 arrestaties volgen, 12 mensen worden in beschuldiging g esteld.
De PCF verwerpt de akties van de studenten: "Deze valse revolutionairen moeten energiek ontmaskerd worden gezien ze objektief de belangen dienen van de gaullistische macht en de grote kapitalistische monopolies…"
Op maandag 6 mei trekken 20.000 betogende studenten zich niets aan van het samenscholingsverbod. De botsingen met de CRS (oproerpolitie) zijn bikkelhard. De volgende dag betogen 50.000 studenten na een oproep van het UNEF (de nationale studentenverenig ing) voor de volgende eisen:
- de bevrijding van alle studenten en een einde aan de juridische vervolgingen
- de heropening van de Sorbonne
- het terugtrekken van de politie uit de studentenwijk (Quartier latin)
De autoriteiten doen alsof er niets is gebeurd. Op 8 mei herneemt de PCF de drie eisen van UNEF terwijl ze echter de "gauchisten" verder aan de kaak blijven stellen. De vakbonden CGT en CFDT verklaren zich solidair met de strijd van de studenten. Het S NESup (de vakbond van de docenten uit het hoger onderwijs) roepen op tot een algemene staking…
Op vrijdag 10 mei 's avonds, terwijl de scholieren de beweging vervoegen en scholierenaktiekomitees opzetten, trekken 50.000 studenten naar de Quartier latin om de wijk te "heroveren". Gedurende de nacht richten ze een zestigtal barrikades op die door de politie gewapenderhand genomen worden, waarbij honderden gewonden vallen. Veel inwoners tonen hun sympatie tegenover de studenten. De politieke gevolgen zijn enorm: de PCF is verplicht de repressie te veroordelen, de CGT en het CFDT roepen op voor een 24-urenstaking op maandag 13 mei.
Op 13 mei stromen de straten van Parijs over met een miljoen betogers. 's Avonds herwinnen de studenten de Quartier latin. De macht moest terugdeinzen voor de strijdbaarheid van de studenten. Het is een les die de arbeiders onmiddellijk ter harte n emen.
Op 14 mei, terwijl het parlement de amnestie voor de veroordeelde betogers goedkeurt, gaan de arbeiders van Sud-Aviation (Nantes) spontaan in staking, ze bezetten de fabriek en sluiten de direkteur op. De dag daarop wordt het bedrijf Renault de Cl&eacu te;on (Rouen) bezet. De Beweging van 22 Maart roep op tot het vormen van revolutionaire aktiekomitees. Op 16 mei, terwijl de stakingsbeweging zich snel uitbreidt, eisen de arbeiders van Renault Billancourt:
- Een minimumloon van 1.000 FF
- 40-urenweek zonder loonverlies
- Pensioen op 60 jaar
- Vakbondsvrijheid
- Betaling van de stakingsuren
Duizend studenten trekken naar het bedrijf om te verbroederen met de arbeiders. De CGT sluit de poorten van de fabriek om de studenten weg te houden van de stakende arbeiders. Het PCF gaat in het verweer "tegen de avonturistische ordewoorden…"
Op maandag 20 mei is de staking over het hele land uitgedeind. Teruggrijpend naar de tradities van de algemene staking van juni '36 worden verschillende bedrijven spontaan bezet terwijl de vakbonden nog steeds geen ordewoord voor een algemene staking h ebben gelanceerd.
Vanaf dat moment stelt het kernprobleem zich: de marxistische revolutionaire organisaties staan op de voorste rijen van de studentenstrijd maar hebben slechts een beperkte implanting in de arbeidersklasse. Hoe de verbinding tussen de studenten en de st akende arbeiders maken als de PCF en de CGT zich ertegen verzetten? Enkele uitzonderingen daargelaten, wordt het probleem niet opgelost en leidt het tot de nederlaag met Mei '68.
Nochtans overstijgen de initiatieven van de arbeiders vaak de ordewoorden van de vakbondsleiding. Zo organiseren de stakende arbeiders van de nationale televisie hun staking zo dat ze de debatten van het parlement integraal uitzenden. De staking br eidt zich zelfs uit tot de grote hotels in de hoofdstad. Benzinestations sluiten hun deuren. De staking bereikt alle lagen in de maatschappij: zelfs de voetballers bezetten de Franse voetbalfederatie!
De leiding verraadt de beweging
Vanaf het moment dat een staking algemeen wordt, wordt ze politiek en wordt de vraag naar de macht gesteld. Op 22 mei verklaart de PCF: "De Gaullistische macht heeft afgedaan, ze beantwoordt niet langer aan de huidige situatie. Hij moet verdwijnen en h et woord moet aan het volk gegeven worden".
PCF en CGT hoeden zich er echter voor om de staking uit te breiden. Hun taktiek bestaat erin de druk hoog te houden en te proberen kontrole te krijgen over de strijd. Op 24 mei roept de CGT op tot een betoging in Parijs, maar dan wel met een delega tie die strikt afgescheiden is van de studenten. De twee delegaties van de CGT groeperen 150.000 betogers. Die van de studenten, vervoegd door jonge arbeiders, brengen 50.000 mensen samen en eindigt met verschillend straatgevechten doorheen Parijs. De beu rs wordt in brand gestoken.
Dezelfde dag houdt De Gaulle een radiotoespraak (de televisie is in staking!) waarin hij een referendum voorstelt over het opzetten van raadgevende organen op verschillende nivo's (universiteiten, raden,…). Als een meerderheid zich verzet tegen dez e voorstellen zou hij aftreden. Een duidelijk maneuver om de strijd af te leiden maar de beweging is nog te explosief. De Gaulle moet zich tijdelijk terugtrekken.
Van hun kant onderhandelen de vakbonden en het patronaat in een lokaal van het ministerie in de rue de Grenelle een akkoord dat het mogelijk moet maken het werk te hervatten. Op 27 mei stelt Georges Séguy, algemeen sekretaris van de CGT, een akk oord voor aan de 23.000 arbeiders van Renault Billancourt:
- Een minimumloon van 2,20 tot 3 FF/uur
- Algemene loonsverhoging in de privé-sektor van 7% op 1/6/'68 en 3% op 1/10/'68
- Betaling van de stakingsdagen aan 50%, maar dan in de vorm van een lening
- Remgeld op sociale zekerheid van 30% naar 25%
De arbeiders verwerpen het akkoord en Séguy doet alsof hij het akkoord nooit ondertekend heeft. 10 miljoen arbeiders gaan ondertussen hun tweede stakingsweek in.
Diezelfde avond betogen 50.000 studenten na een oproep van UNEF, CFDT en FO (Force Ouvrière, rechtse splitsing van de CGT na WOII) in het Charlety-stadion in het bijzijn van sociaal-demokratische leiders (Mendès-France) die zich proberen te steunen op de studentenbeweging om met de PCF een akkoord voor regeringsdeelname te onderhandelen. De Beweging van 22 Maart die zich verzet tegen dit initiatief stelt propaganda-akties in de wijken voor.
De volgende dag, 28 mei, kondigt Mitterand aan dat hij presidentskandidaat is en stelt hij voor dat Mendès-France onmiddellijk een voorlopige regering vormt. Het ministerie van onderwijs treedt af. De overheid houdt zich verder op de vlakte en De Gaulle is onvindbaar.
Op 29 mei betogen in Parijs 500.000 arbeiders op de oproep van PCF en CGT met als slogan: "Onslag van De Gaulle! Volksregering nu!".
De bonapartistische macht herwint terrein
Op 30 mei maakt De Gaulle een spetterende terugkomst met een opgemerkte televisietoespraak. Hij ontbindt het parlement, kondigt verkiezingen aan en roept zijn aanhangers op Komitees ter Verdediging van de Republiek (CDR) op te richten en onmiddellijk d e straat op te trekken. Enkele uren later defileren zo'n 600.000 gaullisten door de straten van Parijs.
De Gaulle was intussen naar Duitsland gegaan om zich te verzekeren van de steun van generaal Massu. Misschien zou hij het leger nodig hebben om de "orde" te herstellen. Massu had in ruil daarvoor de vrijlating van generaal Salan gevraagd die levens lang gekregen had voor het leiden van de fascistische organisatie OAS.
Om verkiezingen te kunnen houden (en de kiezers uit de middenklassen niet af te schrikken) moet de staking stoppen en alles terug "normaal" worden. Dat was de redenering van de reformistische partijen en de vakbondsleiding. De onderhandelingen gingen o pnieuw van start en op 1 juni hernemen de post- en telekommunikatie-arbeiders het werk.
De beweging is echter nog krachtig: 40.000 jongeren betogen in Parijs en scanderen: "dit is maar een begin, wij gaan door wij de strijd".
De stakingsbeweging komt in een neergaande fase terecht bij gebrek aan andere politieke perspektieven buiten de verkiezingen. De direktie van de nationale televisie roept het leger en privé-technici op om de radio en televisie terug draaiende te krijgen. De PCF en de CGT roepen op om het werk te hernemen. Op 5 juni stoppen de spoor-, bus- en metro-arbeiders, de bankbedienden en de mijnwerkers hun staking. L'Humanité, de krant van de PCF, schrijft: "Terwijl talrijke akkoorden momenteel aan geboden worden ter goedkeuring van de arbeiders, zetten regering en patronaat de strijd door in belangrijke sektoren".
Ondanks het feit dat hun syndikale leiding hen in de steek laat, zet de staking zich op verschillende plaatsen door, met name in de metaalindustrie. De leerkrachten, woedend omdat hun vakbond (FEN) hen oplegt terug te gaan werken, bezetten het FEN- hoofdkwartier.
In Renault Flins bezet de CRS de fabriek en vecht ze tegen de arbeiders en studenten. De CRS gooit een maoïstische scholier, Gilles Tautin, in de Seine. Hij verdrinkt. Op 11 juni konfronteert de CRS de arbeiders van Peugeot in Sochaux. Twee ar beiders worden gedood. 's Avonds, ondanks het betogingsverbod, bevinden zich tegenover de ordediensten 20.000 studenten in de straten van Parijs.
De dag erop schrijft l'Humanité: "Bewust van de verantwoordelijkheid die we dragen ten opzichte van de arbeidersklasse hebben we het opbod en de provokaties van de gauchisten die zich beroepen op het maoïsme, het anarchisme en het trots kisme aan de kaak gesteld en bestreden. (…) Desondanks blijven deze groepen agiteren. Onder hen de avonturiers, de louche figuren, de renegaten,..."
De overheid heeft de PCF gehoord. Op 13 juni worden alle revolutionaire organisaties ontbonden en enkele leiders worden gearresteerd. Iedere betoging wordt verboden. Geen enkele linkse partij of vakbond protesteerde. Dezelfde dag werd Salan vrijgel aten! Op dat moment zijn nog steeds een miljoen arbeiders in staking, vooral de metaalarbeiders.
De parlementsverkiezingen van 30 juni geven 358 zetels aan rechts op een totaal van 485. De Federatie van Demokratisch en Socialistisch Links (Mitterand) verliest 61 van haar 121 zetels, de PCF gaat van 73 naar 34 verkozenen en de Verenigde Socialistis che Partij (PSU) verliest 3 zetels, o.a. Mendès-France. Door de "orde" te herstellen, hebben de reformisten hun eigen elektorale nederlaag voorbereid.
Enkele lessen uit Mei '68
1. De socialistische revolutie is mogelijk in een ontwikkeld kapitalistisch land.
Terwijl burgerlijke sociologen het verdwijnen van de klassenstrijd voorspelden, vochten honderden duizenden jongeren en arbeiders voor de omverwerping van de kapitalistische maatschappij. Mei '68 is nog steeds een inspiratiebron voor studenten en arbei ders in hun strijd.
2. In een revolutionaire situatie spelen de jongeren en de arbeiders een vooraanstaande rol en hernieuwen ze
spontaan de tradities van de reeds voorbije episodes in de klassenstrijd.
In 1917 verkoos het Russische proletariaat arbeidersraden (sowjets) op basis van hun ervaringen in de revolutie van 1905. In Mei '68 inspireerden de studenten zich voor hun barrikades op de revolutie van 1848 en de arbeiders hielden hun bedrijven bezet zoals ze dat deden in de algemene staking van jnie '36.
3. Deze schitterende revolutionaire spontaniteit heeft echter haar limieten.
Tijdens de week van 24 tot 30 mei was het mogelijk geweest het land te beheren met een netwerk van organen voor de dubbelmacht, hen te federeren en te verzekeren dat de revolutionaire krisis uitmondde in een machtsovername.
4. Na de strijd van de studenten miskend te hebben, hebben de reformistische leiders - de stalinisten (PCF,
CGT) en de sociaal-demokraten (FGDS, CFDT, FO, FEN) - de strijd in handen genomen (gescheiden betogingen, onderhandelingen met het patronaat, politieke verklaringen) om haar af te remmen en te misleiden (loonakkoorden, verkiezingen) naar een uitkomst d ie past binnen het kader van het kapitalisme.
5. De noodzaak van een revolutionaire massapartij die ingeplant is in het hart van de arbeidersklasse en in staat
initiatieven te nemen die de arbeiders leiden in de richting van de machtsovername, heeft zich pijnlijk laten voelen. Voor de eerste maal in de Franse geschiedenis verkregen de revolutionaire marxisten een breed gehoor bij de geradikaliseerde jeugd.
6. Om haar macht te verdedigen heeft de burgerij de repressiemacht ingeschakeld tegen de studenten en de arbeiders (duizenden gewonden, verschillende doden). Ze voorzag reeds het leger in te schakelen. Dat brengt het probleem van de zelfverdediging en de bewapening van de arbeiders (stakingspiketten, arbeidersmilities) naar voor.