Welke weg voor de EMU?

De burgerij juicht: op 2 mei '98 werd geschiedenis geschreven. Vanaf januari '99 wordt de Euro de gemeenschappelijke munt voor 11 van de 15 Europese lidstaten. Daarbij hoort ook een Europese Centrale Bank (ECB), Samen met het Europese Gerechtshof en de Europese Kommissie de derde Europese Instelling die aan iedere demokratische kontrole ontsnapt, maar die iedere beslissing van de Belgische regering onder druk van de arbeidersbeweging kan ongedaan maken. Het voorbeeld van Europees kommissaris Van Miert (wedde 600.000 fr. per maand) die de subsidies van de Waalse regering aan de Forges de Clabecq verbood, zal niet snel vergeten worden. En ondanks de woede van honderdduizenden ouders blijft Wathelet ongestoord rechter van het Europese Hof (wedde 500.000 fr. per maand).  

 

2 mei werd echter overschaduwd door een klein probleempje: Frankrijk was tegen de kandidatuur van de Nederlander Duisenberg als voorzitter van de ECB en stelde Trichet - de huidige voorzitter van Franse Nationale Bank - voor. Dit was echter totaal onaanvaardbaar voor Tietmeyer - voorzitter van de Duitse Nationale Bank - die Duisenberg steunde. Op het eerste gezicht het gekende gevecht voor een vetbetaalde job, maar er zit heel wat meer achter.

Sinds het Verdrag van Maastricht in '92 heeft Duitsland zich altijd hevig verzet tegen iedere poging om de voorwaarden tot deelname aan de Euro te versoepelen (de gekende 3% en 60%, maar ook zware eisen rond inflatie, intrestvoeten en muntstabiliteit).

Op de top van Amsterdam in juni '97 werd nog een stap verder gezet met het Stabiliteitspact. Zo heeft België zich schriftelijk verbonden tot een begrotingstekort van minimum 0,5% tot maximum 1,7%, en dit afhankelijk van de ekonomische groei. Om die ekonomische groei draait het nu juist allemaal.

In '94 aanvaarde de Duitse regering onder druk van massale stakingsbewegingen een loonsverhoging van 4,5%. De bazen rekenden dit natuurlijk door in hun prijzen waardoor hun goederen in het buitenland duurder werden. Een devaluatie van de Mark had dit kunnen kompenseren. Maar de Duitse Centrale bank deed net het omgekeerde: ze waardeerde de Duitse mark op t.o.v. de dollar waardoor het nog moeilijker werd om uit te voeren. De ekonomische groei zakte in elkaar en de vakbonden werden verplicht 2% te aanvaarden.

Het omgekeerde gebeurde in het Frankrijk van mei '68 en nog eens onder Mitterand in '83 toen de Franse Frank na een loonsverhoging zwaar devalueerde.

Het afwijzen van de Franse kandidaat is een duidelijke keuze voor een bepaald soort monetair beleid: de Euro moet even sterk blijven als de Mark en dit ten koste van de lonen en de sociale zekerheid en zo nodig zelfs ten koste van de ekonomische groei! Daarom ook moet de voorzitter van de Europese Bank voor 8 jaar benoemd worden en op geen enkele manier afzetbaar zijn. Hij moet het diktaat van het kapitaal aan de regeringen opleggen.

Diktatuur is echter geen bewijs van sterkte, integendeel. Het ontbreken van iedere demokratische kontrole op de Europese instellingen dient alleen maar als redmiddel voor de nationale regeringen die onder druk van nationale arbeidersbewegingen toegevingen zouden moeten doen. Maar net als in het verleden op nationaal vlak, zullen de werkers ook op Europees vlak de weg vinden om hun krachten te bundelen. En dan zal een andere geschiedenis geschreven worden, de geschiedenis van de klassenstrijd.

De Militant
1