Soehartoe is verdwenen! Aangespoord door een vloedgolf van massabetogingen, stakingen en een uitbarsting van rellen en plunderingen, heeft de 76-jarige diktator uiteindelijk het onvermijdelijke aanvaard. Hij is afgetreden, waarbij hij het presidentschap overliet aan zijn rechterhand, de voormalige vice-president Habibie.
In de laatste dagen stond Soehartoe, de Indonesische genadeloze, immens machtige diktator gedurende meer dan 30 jaar, totaal geïsoleerd. Na zijn terugkeer uit Kaïro, waar hij aangaf dat hij eventueel bereid zou zijn op te stappen, pleitten zelfs zijn politieke bondgenoten en lakeien voor zijn ontslag. Indien hij geweigerd zou hebben, zou de massabeweging zich ontwikkeld hebben tot een volksopstand tegen het regime. De bevolking had er meer dan genoeg van - ze waren hun angst voor "de dievenkoning" kwijt.
Habibie's "overgangsregering" is waarschijnlijk een kort leven beschoren. Door Soehartoe benoemd als vice-president en totaal gebonden aan de familie van de diktator, is BJ Habibie niets anders dan een marionet. Maar zelfs als de vertegenwoordigers van de heersende klasse zich keren tot de voormalige onderdrukte liberale kapitalistische oppositie en misschien tot delen van het leger in een poging om een "hervormingsregering" met meer geloofwaardigheid te vormen, zullen ze niet over de mogelijkheid beschikken om stabiliteit op langere termijn voor de Indonesische samenleving te verzekeren. De beweging van de arbeiders, van de stedelijke armen en andere uitgebuite en onderdrukte lagen van de bevolking zal doorgaan. De Aziatische krisis moet nog haar volledige effekten op de wereldekonomie tonen, maar het heeft reeds aanleiding gegeven tot het begin van de Indonesische revolutie.
De laatste uren van de diktatuur van generaal Soehartoe leken zich in slow-motion af te spelen, te vergelijken met de verschrikkelijkste scene in een rampenfilm. In maart, ten tijde van de massale protesten tegen zijn herverkiezing voor een zevende regeringsperiode door het uitgeselekteerde "raadgevende" parlement, spraken de massamedia over "wanneer" en niet "of" het hoofd van 's werelds vierde meest bevolkte land tot ontslag gedwongen zou worden.
Tegen de derde week van mei koelden de massa's hun woede over een nieuwe ronde prijsstijgingen door massale brandstichtingen in de belangrijkste steden. De financiële markten kwamen tot stilstand, de roepia ging eens te meer in vrije val. Het vliegveld van Jakarta werd overspoeld door buitenlanders die door hun ambassades aangeraden werden het land te verlaten. De prijs aan mensenlevens voor drie dagen van hevige rellen stees boven de 500.
Nog steeds wilde de gehate Soehartoe niet van aftreden weten. Als een van de rijkste en wreedste mannen in de wereld, wiens greep op de macht en de rijkdommen van Indonesië gebaseerd was op de fysieke likwidatie van meer dan een miljoen mensen in '65-'66, had hij dan ook veel te verliezen. Op 14 mei vermeldde de Jakarta Post de volgende opmerking van Soehartoe tegenover leden van de Indonesische gemeenschap in Egypte, waar hij op staatsbezoek was: "Als ik niet langer vertrouwd wordt, is dat niet zo erg… Ik zal dan een pandito (een wijze) worden en proberen dichter bij god te komen. Ik zal mijn tijd spenderen met het begeleiden van mijn kinderen opdat ze goede mensen zouden worden". Verstoord door de gebeurtenissen in zijn land, moest hij zijn bezoek inkorten. Eens op Indonesisch grondgebied echter, viel hij al snel terug op zijn favoriete thema: akkoord, een aantal hervormingen zijn nodig maar dan met MIJ in het zadel. Een kabinetsherschikking, zo kondigde hij aan, zou voldoende zijn om de problemen op te lossen. Aan het woord "hervormingen" kunnen in Indonesië immers verschillende interpretaties gegeven worden. Ja, de revolutie zelf wordt gevoerd in de naam van hervormingen ("reformasi")! Maar Soehartoe's interpretatie was voor niemand bevredigend. Een kabinetsherschikking was te weinig, te laat. 32 jaar Soehartoe is meer dan genoeg!
De fatale moord op zes jonge studenten tijdens een vreedzame betoging in Trisakti, een van de meest prestigieuze universiteiten van Indonesië, op 12 mei rees de massale protestbeweging tot een nieuwe piek. Sommige verslagen suggereren dat deze moorden het werk waren van een sinistere undercover-eenheid, niet van de gewone troepen. Wie dan ook verantwoordelijk was, deze repressie veroorzaak een absolute storm van protest.
Na maanden van bijna dagelijkse protesten waren de studenten woedend. Beginnend met het aanbieden van bloemen aan de soldaten die tegenover hen waren opgesteld, gingen ze al snel in het offensief met het opbouwen van barrikades op de openbare wegen en de universiteiten om zich te beschermen. Ze beantwoordden traangas, rubberkogels én echte kogels met stenen en molotov-cocktails. Soehartoe-poppen werden verbrandt. Hun verzet, gekoppeld aan de rampzalige gevolgen van de ekonomische krisis, begonnen een effekt te krijgen op het moraal van de gewone soldaten.
Zelfs voor Trisakti werden de studenten vervoegd door meer en meer lagen van de bevolking - verplegers en dokters, fabrieksarbeiders, driewieler-chauffeurs en andere sektoren van de meest uitgebuiten, maar ook professoren, leerkrachten en religieuze leiders. Maar het neerschieten van de zes studenten en het verminken en arresteren van vele anderen, waarvoor geen enkele rekenschap werd gegeven, betekende het einde voor Soehartoe. Acht dagen later was hij weg.
Met het snoeien van het toppunt van het oude "nieuwe orde"-regime, is de Indonesische heersende klasse grondig verdeeld. Onder Soehartoe's heerschappij, die zwaar steunde op leger en politie, was de macht gekoncentreerd in de handen van een zeer enge kliek waarbij andere sekties van zelfs de heersende klasse uitgesloten waren van deelname in de politiek.
De legerleiders lijken verdeeld. Er zijn reaktionaire officieren zoals generaal Prabowo, Soehartoe's schoonzoon die verbonden is met de "groene" of Islamitische fraktie in het leger. Hij leek zich voor te bereiden op een totale repressie, zelfs tot in de laatste uren van Soehartoe. Sommige verslagen suggereren dat reaktionaire leger- en politiechefs betrokken waren in het aanzetten tot rellen, vooral tot plunderingen van en pogroms tegen de Chinese handelaars om op die manier verwarring te zaaien en een exkuus te kreëren voor een militaire interventie.
Er zijn echter ook anderen zoals generaal Wiranto, de hoogste legerkommandant, die een leider is van de "rood en witte" fraktie, die een meer verzoenende lijn verdedigden tegenover de studenten en politieke hervormingen leken te verkiezen om een revolutie te voorkomen.
Geen van de militaire leiders sprak zich openlijk uit tegen Soehartoe, maar ze zouden wel bereid kunnen zijn om Habibie te dumpen en zich te verbinden met de liberale kapitalistische oppositie in een poging om een totale revolte tegen te gaan door een meer flexibele regering in te stellen. Gezien de beslissende rol dat het leger speelt in Soehartoe's regime kan echter geen enkel vertrouwen bestaan in de militaire top die nog steeds de macht zouden kontroleren achter de demokratische façade van een meer liberaal regime.
De belangrijkste liberale burgerlijke oppositieleider die uit de laatste weken tevoorschijn kwam, is Amien Rais, de leider van een moslimorganisatie, die maar liefst kan bogen op 28 miljoen leden, de Muhammadiyah. Hoewel hij nooit massale steun mobiliseerde tegen Soehartoe - zo organiseerde hij geen protest tegen Soehartoe's "herverkiezing" - stelde hij zichzelf steeds meer voor als een oppositieleider terwijl de beweging ontwikkelde. Waar hij voordien Soehartoe zes maanden gaf (tot oktober) om de ekonomische krisis op te lossen, riep Rais op 11 mei Soehartoe openlijk op tot ontslag. Als een dichte persoonlijke vriend van Habibie lijkt Rais ook over nauwe banden met de beide generaals Wiranto en Prabowo te beschikken. Rais verzet verzet zich in principe nie tegen de heersende kliek: op de dag dat Habibie president werd bood Rais hem hetzelfde "zes maanden"-ultimatum aan als aan Soehartoe.
Rais verdedigt een hervormd en gemoderniseerd Indonesisch kapitalisme, bevrijd van de vriendjespolitiek en de korruptie van Soehartoe. De steeds dieper wordende ekonomische krisis in Azië samen met de sociale woelingen die nu in Indonesië plaatsvinden, zal echter weinig plaats bieden voor het soort hervormingen die Rais voorstaat. Noch het "vriendjeskapitalisme", noch de neo-liberale voorschriften van het IMF - wat Rais aanvaardt als "het enige alternatief" - kan ekonomische en politieke stabiliteit garanderen.
Naast Rais is de meest prominente kapitalistische oppositiefiguur Megawati Sukharnoputri, de dochter van de voormalige president Soekarno. Zij verscheen naast Rais op de enorme en emotionele meeting op de Trisakti-campus de dag na de slachting. Megawathi, die als leider van de Indonesische Demokratische Partij (IDP) afgezet werd door de militairen, bleef opmerkelijk in de schaduw tot op die dag, maar voelde zich verplicht om haar stilzwijgen te doorbreken. Ze verklaarde aan de rouwende menigte dat ze alle vormen van geweld afkeurde en dat "ons recht op vrijheid hetgene is wat we meest van al willen".
In feite is de kwestie voor de miljoenen mensen die op de puinhoop van de "Aziatische krisis" werden gegooid - de miljoenen werklozen, de geschatte 35 miljoen ondertewerkgestelden zowel als de wanhopige armen in de steden en op het platteland - een kwestie geworden van het recht op leven. Hierop hebben zowel Rais als Megawathi geen antwoord.
Uit de pan rijzende prijzen kwamen bovenop de door de regering opgelegde loonstop. De meeste voltijdse arbeiders krijgen ongeveer een minimumloon dat een maand later het equivalent is van een halve dollar per dag of de prijs van een blik gekondenseerde melk. Werkloosheids- of andere uitkeringen bestaat gewoon niet en de prijs van medicijnen om de ziektes die welig tieren in het hedendaagse Indonesië ligt gewoonweg buiten het bereik van de massa van de bevolking.
Meer dan vier miljoen arbeiders hebben hun job verloren sinds het begin van de ekonomische krisis vorig jaar. De werkloosheid wordt verwacht nog explosief verder te stijgen met de ineenstorting van het bruto binnenlands produkt (BBP) met 15 à 20%. Sinds het begin van de krisis zijn de reële lonen van zij die nog werk hebben gehalveerd. De Wereldbanks schat dat al snel 40 miljoen Indonesiërs onder de armoedegrens zullen leven. De armoedegrens volgens hen ligt op minder dan een dollar per dag. En dit in een land waar de CIA 10 jaar geleden het persoonlijk vermogen van Soehartoe's familie op meer dan 15 miljard dollar schatte. Kort geleden werd dat vermogen geschat op 60 miljard dollar gezien de familie meer dan 15% van het Indonesische BBP kontroleert.
In feite wordt de ekonomie gekontroleerd door een kliek van familie en vrienden die alle sleutelsektoren van de export-industrie, belangrijke industrieën zoals de automobielsektor, grote prestigieuze bouwprojekten, tolwegen,… kontroleren. Zolang er een massale groei was, gebaseerd op de toestroom van westerse investeringen op zoek naar superwinsten, konden ze dit volhouden. Nu is er een enorme woede over het feit dat miljoenen mensen verhongeren terwijl de superrijke gangsterkapitalisten hun winsten veilig verstoppen in buitenlandse bankrekeningen.
Nu bekritiseren de westerse kapitalistische leiders het gangsterkapitalisme van Soehartoe's regerende kliek als een obstakel voor de oplossing van de ekonomische krisis. Voordien zwegen ze als vermoord over het gangsterisme en de groteske korruptie waarmee de Indonesische ekonomie doorspekt is en de primitieve kondities waaronder miljoenen arbeiders gedwongen werden te werken en te leven. In werkelijkheid is het barbaarse kapitalisme van de opkomende Aziatische markten evengoed de verantwoordelijkheid van de ontwikkelde kapitalistische landen als het is van de lokale uitbuiters. De Indonesische gangsterkapitalisten zijn de klanten van het westerse imperialisme, de lokale agenten van de internationale banken en multinationals.
Soehartoe werd door de westerse leiders bekritiseerd omdat hij het IMP-"reddingspakket" tegenhield. Maar de IM-strategie was bedoeld om de leningen en investeringen van westerse kapitalisten veilig te stellen door de steun aan Indonesische banken en bedrijven. De bedoeling ervan is niet de effekten van de krisis op de massa's van de Aziatische bevolking te verzachten. Integendeel, de IMF-"hervormingen" hebben de kondities van de massa's nog erger gemaakt en zullen ze verder doen verslechteren. Het is belangrijk te noteren dat op de dag van Soehartoe's aftreden het IMF de opschorting van haar programma van leningen aan Indonesië heeft aangekondigd tot het "voldoende toezeggingen" van Soehartoe's opvolger heeft verkregen.
De westerse leiders en het merendeel van de burgerlijke pers zwegen ook over de verschrikkelijke onderdrukking die bestond onder het Soehartoe-regime. 32 jaar geleden vestigde Soehartoe zijn "Nieuwe Orde" op de slachting van minstens een half miljoen mensen en het gevangen nemen van duizenden anderen. In Oost-Timor, sinds '75 door Indonesië bezet na een veroveringsoorlog, zijn minstens 200.000 mensen gestorven door de militaire interventie of de hongersnood die ermee gepaard ging. Soehartoe's macht rustte op een militaire machine die altijd gewapend en uitgerust was door de westerse machten die zijn regime ondersteunden als een strategisch bolwerk van het westerse imperialisme. De oproep van de laatste minuut van de VS-staatssekretaris Madeleine Allbright aan Soehartoe om een "historische daad van staatsmanschap te stellen" en zich terug te trekken, spreekt deze politiek niet tegen. In feite, zoals de New York Times berichtte op de dag van Soehartoe's ontslag, heeft de VS-administratie "kruciale steun gegeven aan de belangrijkste Indonesische oppositiegroepen, zelfs als het tegelijkertijd probeerde Soehartoe te ondersteunen" via het Agentschap voor Internationale Ontwikkeling (AID). De arbeiders en studenten van Indonesië kunnen geen vertrouwen hebben in de "goede zorgen" van de westerse imperialistische regeringen en agentschappen.
De werkende bevolking van Indonesië werd te lang onderdrukt in het belang van het Indonesisch en multinationaal kapitaal. Onafhankelijke vakbonden werden vervolgd en vele leiders bevinden zich in de gevangenis. De herinnering aan de slachting van '65-'66 en de diepte van de huidige ekonomische ineenstorting hebben een tweevoudig juk op het bewustzijn van de arbeiders gelegd. "Als we vechten, betekent het dan bloed en dood? Als we staken, betekent het dan dat we zelfs de miserabele jobs die hebben verliezen en dat we het leger van wanhopigen moeten vervoegen?", vragen ze zich af. Met een ekonomie in verval en een verdere daling van de produktie in het vooruitzicht hebben ze zich tot nog toe machteloos gevoeld om hun toekomst te beïnvloeden.
Nu echter, met het blootleggen van de zwakte van het "Nieuwe Orde"-regime door het ontslag van haar boegbeeld, zullen deze angsten beginnen afnemen en de arbeidersklasse zal zich opnieuw vastberaden in aktie zetten om te proberen hun miserabele bestaan te veranderen. 1998 is niet 1965. Een regime in krisis zal niet de krachten vinden om een dergelijk bloedbad door te voeren terwijl absolute noodzaak de massa van de arbeidersklasse op het pad van de strijd zal brengen. Ze zullen de eisen opnemen die nu al naar voor gebracht worden door de aktivisten van de verboden organisaties zoals de People's Democratic Party (PRD) - dat de bazen gedwongen moeten worden te betalen voor de krisis, niet de arbeiders. "Als iemand de leningen moet terugbetalen, zijn zij het", zei een van hen in een diskussie met arbeiders van de fabrieken in Jakarta. "Arbeiders moeten een degelijk loon, een kortere werktijd en de garantie op een job hebben."
De studenten voerden een heroïsche strijd om de Soehartoe-diktatuur op zijn knieën te krijgen, maar hun strijd was niet beperkt tot het winnen van demokratische rechten. Onder hun eisen stond ook een oproep voor een einde aan de enorme prijsstijgingen die door de monetaire krisis ("Krismon") zijn voortgebracht. "Weg met de prijzen en weg met Soehartoe", stond op de spandoeken te lezen. Sommigen voegden er "Weg met het IMF" aan toe hoewel de rol van deze vertegenwoordiger van het internationale kapitaal bewust wordt doodgezwegen door de belangrijkste liberale burgerijke oppositieleiders.
Er is een oude traditie in Indonesië, zoals in veel Aziatische landen, van studenten die er trots op zijn de kampioenen en verdedigers te zijn van de armen en te vechten "in hun belang". Vaak hebben ze een periode onder de arbeiders geleefd om een idee te krijgen van de realiteit van het leven van de arbeidersklasse. Ze hebben hen geholpen zich te organiseren in vakbonden. Desondanks heeft slechts een kleine minderheid - de meest "bewuste", eigenlijk socialistische studenten - de noodzaak ingezien voor het aktief betrekken van de arbeidersklasse in het omverwerpen van het oude "Nieuwe Orde"-regime. Het gaat er niet slechts om de samenleving te bevrijden van de diktatuur en de demokratische rechten van organisatie en vrije meningsuiting te vestigen. Het is niet slechts een kwestie van in staat te zijn te stemmen in totaal demokratische verkiezingen, hoewel al deze rechten voorop moeten staan voor alle deelnemers aan de strijd. Het is een kwestie van de strijd zodanig te organiseren dat ze echt effektief zal zijn en de basis zal leggen voor een nieuwe maatschappij die moet worden opgebouwd.
Verkozen aktiekomitees van studenten zijn essentieel en moeten zich op regionaal en nationaal vlak met elkaar verbinden, maar het mobiliseren van de arbeidersklasse - het opzetten van hun eigen verkozen komitees die banden kunnen leggen met de studenten, de arme stadsbewoners en de middellagen in de maatschappij - tot massa-aktie zou beslissend zijn in een echte omvorming van de maatschappij. Waarom al deze woelingen, al deze opofferingen, al dit heroïsme, om dan beroofd te worden van de vruchten van de overwinning? Om mensen aan de macht te zien komen die - misschien op een op eerste gezicht aantrekkelijker manier - het verderzetten van dezelfde verhoudingen binnen de maatschappij voorstaan: verhouding waarbij de eigenaars van de industrie de winsten boeken en de arbeiders het moeten stellen met een aantal armzalige kruimels?
Politieke veranderingen in andere Oost-Aziatische landen zoals Zuid-Korea en de Filippijnen hebben aangetoond dat de heersende klasse kan proberen strenge beperkingen te leggen op de "demokratisering" die volgt op de val van diktators, vooral in de kontekst van ekonomische krisis en ineenstorting. In beide landen bevinden zich nog steeds duizenden politieke gevangenen in de gevangenis en zijn duizenden andere aktivisten simpelweg "verdwenen".
Nieuwe deuren zullen zich ongetwijfeld openen in Indonesië. Nieuwe vrijheden zullen de arbeiders- en de studentenbeweging in staat stellen verder te ontwikkelen. Sterke vakbonden kunnen opgebouwd worden en een meer demokratische vorm van parlementaire verkiezingen zal ongetwijfeld ingesteld worden. Maar opnieuw moet de ervaring van de Filippijnen en Zuid-Korea ons lessen doen trekken. Het is gebleken de opbouw van een echte arbeiderspartij een Herculeswerk is dat tot nog toe niet voltooid is. Zonder een arbeiderspartij zal de stem van de arbeiders ongehoord blijven.
Een van de eisen van de beweging in Indonesië is een echte Raad van de bevolking. Dit zou een demokratisch verkozen orgaan moeten zijn dat kan beslissen over de vorm van een nieuw representatief systeem en - belangrijker nog - over de weg vooruit voor de Indonesische samenleving.
Als in de kontekst van de krisis arbeiders verteld worden dat er geen geld is, moeten zij hun eigen vorm van "openheid" eisen: het openen van de boeken voor inspektie, niet door de aasgieren van de banken en investeerders, maar door betrouwbare experten die verantwoording af te leggen hebben tegenover de arbeiders. De bazen en de regering moeten aantonen wat ze gedaan hebben met de miljoenen die ze al die jaren uit de zakken van de werkende bevolking hebben geroofd.
Als de 200 mensen die 's lands rijkdom bezitten het land met een bevolking van 200 miljoen mensen tot deze huidige staat van krisis hebben gebracht, dan zijn zij het - niet de arbeiders - die de prijs ervoor moeten betalen. Hun eigendom zou uit hun handen moeten worden genomen en publiek eigendom worden. Demokratisch beheerd door arbeiderskontrole via verkozen vertegenwoordigers in de werkplaatsen en arbeidersbeheer van de maatschappij in haar geheel, kan zo de rijkdom van het land aangewend worden om de behoeften van de volledige bevolking te dienen. Terwijl Soehartoe enkel op een zeer hypokriete manier het IMF aanviel, heeft de Indonesische werkende bevolking geen enkele verplichting om de schulden van het oude regime terug te betalen aan de imperialistische ondersteuners van het regime. De buitenlandse schuld - 136 miljard dollar - moet geschrapt worden.
De arme stadsbevolking is kwam op uit de ghetto's in een eerste uitbarsting. Zij hebben de zwaarste gevolgen gedragen van de ekonomische krisis. Hun leven bestaat uit het dag aan dag proberen samenrapen van wat ze nodig hebben om in leven te blijven. De nieuwe ronde prijsstijgingen was de druppel die de emmer deed overlopen. Met een totale minachting voor politie en leger die hen dagelijks het leven moeilijk maken, haalden ze uit naar de gebouwen die ze vol zien liggen met de produkten die zij zich niet kunnen veroorloven. Ze hebben niets te verliezen bij de brandstichtingen en de plunderingen, bij arrestatie en zelfs bij de dood. Maar nadat de winkels en opslagplaatsen geplunderd en geruïneerd zijn, zullen de overlevers uit de ghetto's over geen manier beschikken om de zaken anders te organiseren.
Enkel de arbeidersklasse, gewoon aan kollektieve arbeid en met een begrip van de noodzaak tot zich organiseren, kan een weg vooruit uittekenen voor de meerderheid van de bevolking om kontrole over hun leven en toekomst te krijgen. Ze hebben een natuurlijke haat tegenover de superrijken - meestal familieleden of vrienden van Soehartoe - die hun fabrieken, hun houtopslagplaatsen, hun plantages,… bezitten. Zij weten wie de vijand is en hoeven enkel een begrip te ontwikkelen over hun eigen macht. Zij weten best wat moet gedaan worden in hun eigen werkplaatsen en zijn het best in staat betrouwbare vertegenwoordigers samen te brengen om - regionaal en nationaal - de samenleving te reorganiseren.
Terwijl de beweging verder ontwikkeld, zullen de arbeiders dit meer en meer beginnen inzien. Ze zullen aangetrokken zijn door de echte ideeën van het socialisme eens ze in staat zullen zijn die te bediskussiëren. Momenteel zijn zij die deze weg naar voor brengen slechts klein in aantal. Bovendien worden hun aktiviteiten onderdrukt door de enorme repressie vanwege de staat. Ze doen enorme inspanningen om de arbeidersklasse te bereiken en hebben verschillende malen geholpen om de onderdrukte lagen op het platteland en in de steden te organiseren, maar de tijd is kort voor het ontwikkelen van een leiding die in staat is de huidige beweging op het pad van de socialistische revolutie te brengen.
Veel van de elementen van revolutie zijn aanwezig in de huidige Indonesische situatie, niet in het minst de krisis en de splitsingen binnen de heersende laag die konstant weifelt tussen toegevingen en repressie. Het is duidelijk dat een verdere har de repressie de situatie enkel op de spits zal drijven. Anderzijds kunnen hervormingen en toegevingen - aangeboden met het doel een volbloed revolutie tegen te gaan - de beweging aanmoedigen om nog meer te eisen. In de sociale woelingen die voor ons liggen, zullen de kleine krachten van het revolutionaire socialisme alles doen opdat hun stem gehoord zou worden en de beweging een duidelijke koers zou krijgen. Er bestaat een sterke druk die hen in de richting van koalitie met burgerlijke en kleinburgerlijk Indonesische krachten duwt. Velen zullen zeggen dat dit nodig is om te kunnen kapitaliseren op de populariteit van figuren als Megawathi en zelfs Rais. Maar terwijl samen gevochten kan worden om het volledige apparaat van het "Nieuwe Orde"-regime omver te werpen, moeten duidelijke waarschuwingen gegeven worden tegen het samenwerken met zij die klassebelangen verdedigen die tegengesteld zijn aan de arbeidersklasse in Indonesië. Vertegenwoordigers van de arbeidersklasse moeten niet deelnemen aan een regeringskoalitie met kapitalistische politici, geen steun moet gegeven aan gelijk welke kapitalistische regering.
Vandaag standhouden met een onafhankelijke klassepositie zal marxistische aktivisten in de toekomst opleveren. Zonder angst en in de voorste rangen van de strijd uitleggen wat er gebeurt en een uitweg aantonen uit de krisis, niet enkel voor vandaag maar ook voor de toekomst, zal de basis leggen voor een massale groei in steun voor socialistische ideeën. Op die manier kan een partij opgebouwd worden die in staat is de Indonesische revolutie tot de overwinning te voeren, tot de omverwerping van het kapitalisme en het vestigen van een nieuwe, socialistische maatschappij. Banden smeden met de arbeidersbeweging in de andere landen in de regio zullen ook de weg voorbereiden voor een snelle spreiding en internationalisering van de strijd in de zeer wankele krisissitutatie van het Oost-Aziatische kapitalisme vandaag.