Ik heb aandachtig het artikel "'t Is proper!" gelezen en was teleurgesteld. Ik ga hier niet omstandig uitleggen waarom ook wij niet helemaal tevreden zijn met het uiteindelijke compromis dat het college heeft gesloten. Veel van onze eerste voorstellen zijn in de papiermand terecht gekomen en wellicht niet eens gescheiden gesorteerd met het andere afval. Er zitten inderdaad haken en ogen aan dit voorstel maar het was het enige dat een meerderheid haalde. Ik had gehoopt dat in dit artikel meer inhoudelijk de zwakke punten zouden zijn belicht. Wat ik las was echter een politiek pamflet.
De passage: "Niemand heeft de moed de echte vervuilers aan te pakken, en wie draait bijgevolg op voor het probleem? Wij. Agalev is geen haar beter dan de andere politieke partijen, die wanneer ze moeten kiezen tussen de belangen van de industrie (en dus het kapitaal) of de gewone mens (de o zo veel aangehaalde "burger") zonder verpinken ons laten vallen als een baksteen."
Nu, je kweekt een dikke huid na de talrijke keren dat wij als hardvochtige kapitalisten worden geportretteerd. Maar wat echt stoort is dat nergens in het artikel wordt opgemerkt dat we op alle fronten hebben gestreden ivm het afvaldossier. Is ons voorstel van de eco-taksen echt vergeten, of doelbewust genegeerd. We hebben toen in ons eentje het gevecht aangegaan met de industrie en zijn er als verliezers uitgekomen. Niet omdat we fouten hebben gemaakt, maar door woordbreuk van de meerderheid. Maar ook ik kan een lijstje geven van acties, manifestaties, protest, rechtzaken,… waar we constant vervuilende bedrijven aanklagen en bekampen. Suggereren dat we dikke vriendjes zijn met de industrie is oneerlijk.
Inderdaad vragen we ook een inspanning van jan met de pet en mie met haar muts. Vergeten wordt dikwijls dat uiteindelijk, welk afvalplan er ook is, zij toch mee de rekening daarvan betalen. Of het nu voor de zak is, of via een gemeentebelasting, of via het beknibbelen op sociale programma's om de stadsrekening van de afvalverwerking te financieren. Eén week na de invoering van het gescheidenophalingsysteem is de restfraktie in Antwerpen gehalveerd. Mensen die letten op wat ze kopen (meer flessen dan blikjes of plastiek, produkten met minder verpakking), mensen die beginnen met composteren, mensen die papier apart sorteren,… worden nu beloond. Er zijn minder verbrandingsovens nodig, er kan nu meer volk vrijgemaakt worden voor veegplannen en het proper houden van de stad.
We beseffen dat deze methode de mensen meer met de neus drukt op de kostprijs van het huishoudelijk afval. Maar daardoor wordt die kost nu verminderd. Dat mag natuurlijk worst wezen voor partijen als de Pvda en het Vlaams Blok die er nu brood in zien om uit te halen naar Mieke Vogels en Agalev, maar van jullie had ik iets anders verwacht. Agalev-Antwerpen wist van in het begin dat we hiermee geen populariteitswedstrijd mee winnen en zelfs waarschijnlijk de rekening zullen betalen. Maar besturen is voor uitzien en ook moedige onpopulaire beslissingen nemen.
René Los
Politiek secretaris van Agalev-Antwerpen
De rode draad doorheen deze brief is de teleurstelling van de schrijver gekonfronteerd te worden met een kritisch artikel over het afvalbeleid in Vlaanderen en het meeheulen van Agalev met een beleid dat de verantwoordelijkheid van de industrie afschuift op de gewone mens. Het enige schaamlapje dat René Los kan bovenhalen is dat er geen alternatief is. In zijn logika draaien we toch op voor de kosten van een milieuvervuilende produktie, dus waarom dan niet rechtstreeks via het prijskaartje van de vuilzak. De industrie aanpakken is een hopeloze zaak, dus laat ons dan een makkelijk(er) slachtoffer zoeken.
Niet alleen is deze redenering volledig defaitistisch en vals, de argumenten die erbij worden aangehaald leggen een meer fundamenteel probleem bloot waar Agalev mee te kampen heeft.
In het artikel waar René naar refereert werden de ecotaks-voorstellen inderdaad niet weer opgerakeld. Uit mildheid. Een analyse van Agalev's aanpak van het afvalprobleem in Antwerpen was al vernietigend genoeg. Bovendien waren de ecotaks-voorstellen in hetzelfde bedje ziek als de composterende, groene, gele, blauwe en vooral dure vuilzakken. Een "oplossing" die erin bestaat de prijzen van verbruiksgoederen zodanig duur te maken dat gewone mensen zich niet meer kunnen permitteren ze op regelmatige basis te kopen en dan maar hopen dat de industrie zich daardoor verplicht zal voelen meer duurzame goederen te produceren, kan bezwaarlijk gekatalogeerd worden als een rechtstreekse aanval op het kapitaal.
Agalev blijft krampachtig geloven dat als zij er maar voor zorgen dat de gewone mensen de rekening betalen, de kapitalisten en hun politieke vertegenwoordigers zich wel geroepen gaan voelen om ook een "geste" te doen. Het ecotaks-debacle heeft aangetoond dat de echte wereld niet zo werkt. Het kapitaal vindt het een prima idee om maatregelen op de rug van de bevolking door te voeren, maar zodra ook hun eigen belangen (en vooral winsten) in het gedrang komen, laten ze Agalev vallen en plooien terug op hun traditionele politieke vertegenwoordigers.
Zolang men weigert in te zien dat de belangen van de kapitalisten fundamenteel tegengesteld zijn aan die van de arbeiders en jongeren, in het afvaldossier zoals bij alle maatschappelijke problemen, gaat men inderdaad geen alternatief die naam waardig kunnen uitwerken. René klaagt dat de huidige regeling onpopulair is. Ja, en bij wie? Bij de arbeiders en de jongeren, niet bij de industrie. Want ze schaadt de belangen van arbeiders en jongeren en niet die van de industrie. De enige manier om de kapitalisten te "overtuigen" op een andere manier te produceren is niet door met een moraliserend vingertje "jan met de pet en mie met haar muts"aan te sporen tot "voorbeeldig" (i.e. duur) gedrag maar door krachtsverhoudingen op te bouwen die de industrie in een hoek kunnen drummen en kunnen verplichten zelf haar eigen problemen op te lossen.
Beginnen composteren en je koopgedrag aanpassen is misschien een aanvaardbare oplossing voor mensen die niet iedere frank twee keer moeten omdraaien en nog wel een hoekje over hebben in hun riante tuin, maar wat voor alle Aldi-klanten in een tweekamerflatje in een appartementsgebouw? Sorteren hoeft niet peperduur en asociaal georganiseerd te worden. Door het ongenoegen van mensen om te buigen in aktiebereidheid en gezamelijk de strijd aan te gaan is een alternatief waarin de industrie de kosten draagt en afval sorteren gratis en voor iedereen haalbaar is, wel realistisch. Als Agalev nog eens "moedige onpopulaire beslissingen" neemt, dat ze er dan één neemt die onpopulair is bij de kapitalisten.
Katia Hancké