In Noord Ierland heeft het referendum over het oprichten van een "nationale vergadering" een meerderheid van ja-stemmen achter zich gekregen. Internationaal wordt dit bejubeld als een bevestiging van het "historisch kompromis" dat op Goede Vrijdag '98 werd afgesloten tussen de sektaire "vertegenwoordigers" van de katholieke en protestantse gemeenschappen en de Britse en Ierse regeringen.
De inwoners van Noord Ierland delen het triomfalisme van de internationale media echter niet. De opluchting gaat samen met een scepticisme over de toekomst van deze "deal". De ja-stem is in de eerste plaats een stem voor vrede en tegen het heropleven van sektair geweld.
Het scepticisme van de bevolking is weinig verwonderlijk in een situatie waar de verdeling in katholieke en protestantse wijken nog nooit zo groot is geweest. Sinds het doorbreken van de IRA-wapenstilstand en de konfrontaties rond de protestantse marsen vorig jaar, is de afscheiding tussen de twee gemeenschappen in een stroomversnelling geraakt. Politiek is de scheiding nu bijna volledig en ook geografisch trekken katholieken en protestanten zich steeds meer terug. Het gevoel van een gemeenschappelijke identiteit maakt plaats voor een eigenheid die ofwel katholiek/republikein ofwel protestant/unionist is. De voortdurende konfrontaties die door de sektaire partijen in de voorbije twee jaar zijn uitgelokt, zijn hier niet vreemd aan.
Over de jaren is vooral de houding binnen het IRA en zijn politieke vleugel Sinn Fein grondig veranderd. Wanneer eind jaren ’60 protesten uitbraken, was dit een sociale protestbeweging die opkwam voor gelijke rechten voor katholieken. Het bijzonder hardhandige antwoord van de Britse regering (het inzetten van het Britse leger vanaf '69, Bloody Sunday in '72, de konfrontatie met IRA-gevangenen vanaf '76 die leidde tot de hongerstakingen) maakte dat het protest van de katholieke gemeenschap zich in de eerste plaats tegen het Brits imperialisme richtte.
Begin jaren ’90 heeft Sinn Fein echter zijn orientatie veranderd. Overtuigd dat de Britse heersende klasse geen blijvende belangen meer te verdedigen heeft in Noord-Ierland, kwam het tot het besluit dat het belangrijkste obstakel voor een hereniging van Ierland het verzet van de protestantse gemeenschap is.
De aard van het nieuwe staakt-het-vuren dat door het IRA is afgekondigd, is ook verschillend van de vorige wapenstilstand in '94. Dat werd afgedwongen door een krachtige, verenigde beweging van protestantse en katholieke arbeiders tegen het paramilitair geweld. Dit keer is de IRA-beslissing echter gebaseerd op het besef dat de militaire kampanjes een straatje zonder einde zijn en dat een verandering van taktiek nodig is om resultaten te kunnen boeken.
Voor de sektaire partijen binnen beide gemeenschappen staan "resultaten" echter gelijk met het veiligstellen en/of uitbreiden van hun invloed binnen hun gemeenschap en op territoriaal vlak. De onderhandelingen beperken zich dan ook tot een de facto "herverdeling" van het grondgebied op sektaire basis. Nergens wordt een poging ondernomen om de beide gemeenschappen nader tot elkaar te brengen en de reële problemen (massale werkloosheid, groeiende armoede, …) aan te pakken. Dit vredesakkoord is niet meer dan een hoop woorden die misschien wel een toenadering aan de top tussen de voornaamste sektaire organisaties hebben teweeggebracht, maar voor de bevolking geen enkele oplossing bieden.
Bovendien is er het reële gevaar dat in de komende maanden, met de verkiezingen en het seizoen van de marsen dat nadert, de tegenstellingen tussen beide gemeenschappen nog gaan verscherpen door de weigering van de leiding van de sektaire partijen aan beide zijden om tot echte toenadering te komen.
De zusterpartij van Militant Links in Noord-Ierland, de Socialist Party, heeft opgeroepen voor een kritische ja-stem voor het referendum. Niet om illusies te kreëren dat dit een oplossing zou bieden, maar omdat in de huidige situatie ja-stemmen een protest is tegen de reaktionaire nationalistische krachten die hebben opgeroepen tot een nee-stem en omdat een (tijdelijke) vrede de arbeidersklasse een kans biedt een politiek alternatief te bouwen dat zich baseert op de eengemaakte strijd van de Noord-Ierse arbeidersklasse, niet op het versterken van de verdeeldheid.
Tegelijkertijd voert de Socialist Party de strijd tegen het sektarisme waar hij echt gevoerd moet worden: aan de basis. In de aanloop naar het marsseizoen hebben de kameraden het initiatief genomen de betrokkenen uit de wijken en de marcheerders samen te brengen om een kompromis uit te werken waarbij de rechten van beide gemeenschappen gerespecteerd worden. Een echte oplossing voor het Noord-Ierse probleem is onlosmakelijk verbonden met het in vraag stellen van de kapitalistische logika die de huidige "verdeel en heers"strategie heeft gekreëerd. Enkel een eengemaakte beweging van de hele Noord-Ierse arbeidersklasse zal hier een blijvend antwoord op kunnen bieden.
Katia Hancké