Op 8 juni overleed de Nigeriaanse diktator Abacha, vier dagen te vroeg voor de vijfde verjaardag van zijn militaire coup. Onder zijn regime werden alle oppositiebewegingen systematisch onderdrukt. Of het nu om de vakbonden, milieugroeperingen, mensenrechtenorganisaties of om etnische groepen gaat, de diktatuur is onverbiddelijk. De ophanging van Ken Saro Wiwa in november '95 deed in het westen het meeste stof opwaaien.
De oliemaatschappij Shell kwam hierdoor internationaal in opspraak. Uit dokumenten bleek dat de rol van Shell zich immers niet beperkte tot ekonomische uitbuiting: zo kocht Shell zelf de wapens voor de plaatselijke politiemacht. Hoewel deze multinational sindsdien de PR-machine overuren liet maken, blijft Shell de agenda van de diktatuur bepalen.
Met een produktie van 102,1 miljoen ton verslaat Nigeria Algerije en Libië op vlak van olieproduktie. Nigeria is voor 98% van haar buitenlandse deviezen afhankelijk van olie-export. Shell staat in voor de helft van de olieproduktie (853.000 vaten/ dag). Met een duizendtal boorputten en 6.700 km. aan oliepijpleidingen, verbonden met 86 distributiecentrales, zijn grote delen van Nigeria in werkelijkheid Shell-country.
Sinds de moord op Ken Saro Wiwa is de internationale druk op Nigeria enorm toegenomen. De spot van Amnesty International n.a.v. de wekerbekervoetbal laat niets aan de verbeelding over. Toch zijn de westerse landen niet van plan effektieve maatregelen tegen het regime te maken. Nigeria is Irak niet. De VS importeren 45% van Nigeria's olie. De VS zijn in staat om op hun eentje de Nigeriaanse ekonomie plat te leggen.
Ook Nederland en Groot-Brittannië blijven zich verzetten tegen een olie-boycot. Nigeria heeft een buitenlandse schuld openstaan van 30 miljard dollar. Het IMF en de Wereldbank, dé belangenverdedigers van de multinationals, moedigen de exploitatie van olie en gas aan om zo de afbetaling van de schuld te bevorderen. Er is geen olie-boycot, niet omdat dit de Nigeriaanse bevolking zou treffen, wel omdat dit de winsten van de multinationals in de VS, Groot-Brittannië, Nederland en Frankrijk zou schaden.
De opvolger van Abacha, stafchef Abdusalam Abubakar, heeft voor 1 oktober de overgang naar een burgerbestuur op de agenda geplaatst. Ook liet hij de politieke gevangenen vrij die in de week voor de dood van Abacha nog gearresteerd werden door de Nigeriaanse staatsveiligheid en negen politieke gevangenen die al sinds '94 opgesloten zaten. Onder deze laatste ook NUPENG-leider Frank Kokori (vakbond van de gas- en petroleumarbeiders).
De vrijlating past in de pogingen van de nieuwe sterke man i.s.m. de VS en Groot-Brittannië om het imago van het regime op te poetsen. Generaal Abacha was niet enkel een meedogenloos diktator, onder zijn bewind rees de buitenlandse schuld verder de pan uit, werd het openbaar leven verder ontwricht en vervoel het openbaar bestuur in een totale chaos.
Het is voor het imperialisme belangrijk dat men ten eerste een revolutie kan vermijden door beperkte hervormingen van bovenaf door te voeren. In tweede instantie wil men dat het nieuwe regime zorgt voor "stabiliteit". D.w.z. zorgen dat alles rustig blijft, dat er een minimum aan nutsvoorzieningen aanwezig zijn en dat men de korruptie in de toplaag van de maatschappij binnen de perken houdt om een efficiënter kapitalistisch bestuur te kunnen verzekeren.
Het eerste gevecht voor de Nigeriaanse arbeiders zal dit zijn voor de vrijheid en de onafhankelijkheid van hun eigen organisaties. De vakbonden, de politieke partijen en de bewegingen van de Nigeriaanse arbeiders moeten de vrijheid krijgen om zich opnieuw te organiseren.