Hoewel de verkiezingen nog een vol jaar voor ons liggen hebben de meeste partijen de kiesstrijd ingezet. Langs Vlaamse kant heeft de CVP haar applauskongres achter de rug, terwijl de SP naar eigen zeggen «meer dan ooit nodig is, ook nu het iets beter gaat». Beide regeringspartijen zouden maar al te graag de huidige koalitie nog eens vier jaar verlengen.
In Vlaanderen, waar de meerderheid weliswaar vrij krap is, lijken enkel de kiesuitslagen nog roet in het eten te kunnen gooien. Volgens de peilingen van La Libre Belgique (afgesloten op 5 juni) zou de koalitie in Vlaanderen nog 43,5% behalen, tegen 47,2% bij de vorige stembusgang. Maar zelfs indien de huidige koalitie een aantal zetels tekort schiet, dan nog is de kans dat de VLD van Verhofstadt in de regering komt zeer klein. In dat geval zullen Dehaene en Tobback wellicht proberen één van de kleinere oppositiepartijen, de VU (in de peilingen op 8,5%) of eerder nog Agalev (7,9%) op te vissen. Bij de VLD heeft men dat begrepen, vandaar het paniekvoetbal dat er gespeeld wordt. Tien jaar oppositie begint immers zwaar te wegen. De achterban wordt ongeduldig en wil dat de verkiezingssuccessen nu eindelijk eens verguld worden. Er is dringend nood aan « jobs for the boys ». Maar de partijleiding beseft dat dit feest naar alle waarschijnlijkheid ook de komende 4 jaar niet doorgaat. De taktische blunders stapelen zich bijgevolg op, met als voorlopig hoogtepunt het geruzie over de senaatslijst tussen voorzitter Verhofstadt en zijn partijgenoot Verwilghen.
In Wallonië staan de regeringspartijen er heel wat slechter voor. De PSC bevindt zich sedert het vertrek van oud-voorzitter Deprez in vrije val. Dat stelt niet alleen problemen voor de regeringskoalitie, op zich al erg genoeg voor 's lands establishment, maar bovendien zou een verder wegglijden van de PSC op termijn ook de positie van de CVP als belangrijkste politiek instrument van de burgerij ondermijnen. De PS die met Agusta, Cools, Uniop en andere schandalen, al zware klappen te verwerken kreeg is als de dood voor een oppositiekuur, alleen... met de PSC lijkt een meerderheid steeds twijfelachtiger. Vandaar dat de partij al maanden gesprekken heeft aangeknoopt met de PRL Die laatste, in kompetitie met de PS om de grootste partij van Wallonië te worden, wil niet het slachtoffer worden van de blunders van haar Vlaamse tegenhanger. Haar voorzitter, Louis Michel, wil kost wat kost zijn elektorale suksessen verzilveren in een deelname aan de macht, als het moet enkel in Wallonië, als het kan, ook op federaal nivo, desnoods zonder de VLD.
Het belangrijkste obstakel voor Louis Michel ligt echter niet in Wallonië, maar in Vlaanderen. Voor Tobback is een paarse koalitie uitgesloten en voor Dehaene is een koalitie zonder de PSC onaanvaardbaar. De CVP kan en wil zich immers niet veroorloven in een asymmetrische regeringsformule te stappen waarin haar politieke fraktie, bij gebrek aan een franstalige tegenhanger binnen de regering, het zwakkere broertje zou zijn. Niet voor niets werd Nothomb bedankt voor « bewezen dwaasheden » (Knack 3 juni '98) en vervangen door financieminister Maystadt. Volgens Dehaene (Humo 2 juni '98) kan die « op dit ogenblik betere diensten bewijzen buiten dan in de regering ». Michel zou dus wel eens dezelfde weg kunnen opgaan als zijn Vlaamse tegenhanger : ondanks elektoraal sukses blijven steken in de oppositie waardoor het effekt ervan geleidelijk wegglijdt.