Honderden arbeiders van Forges de Clabecq werden uit hun bedrijf buitengesloten. Reden? Ze waren bereid om hun job en de staalnijverheid in Clabecq tot het uiterste te verdedigen. Geen enkele syndikalist die aktief betrokken was in de strijd werd opnieuw in het bedrijf opgenomen. Dit gebeurde overigens met de zegen van de nationale vakbondsleiding.
Het verraad gaat nog verder: meerdere ABVV-militanten van de Forges werden uit de vakbond zelf buitengesloten. Het door de vakbondstop ingeroepen voorwendsel is bekend: incidenten aan de ingang van een vakbondskongres. Achter dat voorwendsel schuilt het echte motief. In werkelijkheid waren de strijdsyndikalisten van Clabecq al uitgesloten vanaf het moment dat de nationale vakbondsleiding aanvaardde dat Duferco geen syndikale militanten meer zou opnemen in het bedrijf. Eens ze uit het bedrijf waren gezet, verloren de délégees van Clabecq al hun mandaten, inklusief die in de syndikale organen. De nationale vakbondsleiding probeerde op die manier twee vliegen in één klap te slaan, en zich zo te ontdoen van een aantal vervelende - want strijdbare - elementen.
Het echte motief van de uitsluiting was dus niet een opstootje aan de ingang van een kongres, maar het feit dat D’Orazio en zijn kameraden de strijd voor werk op een principiële manier tot de finish willen voeren. Precies omwille van die prachtige strijd verdienen ze het respekt en de waardering van alle arbeiders. De delegatie van Clabecq weigerde zich in te schrijven in de vertrouwde, inspiratieloze logika van de burokratische « vakbondsleiders »: eerst enkele symbolische akties voeren om vervolgens het verlies aan werkplaatsen te begeleiden met een onderhandeld «sociaal » plan. Deze «sociale» plannen verzachten misschien het lot van geprépensioneerden, maar sturen eveneens aan op de ontmanteling van de werkgelegenheid . Ze zijn een doekje voor het bloeden en bieden geen enkele hoop aan de jongeren die hun dagen moeten slijten in de werkloosheid.
De enige manier om echt werk te kreëren aan een degelijk loon is door de onmiddellijke en algemene vermindering van de werktijd tot 32 uren per week. Met evenredige aanwervingen, zonder loonsverlies en zonder een daling van de sociale bijdragen.
Een aantal charlatans bedienen zich van de eis voor arbeidsduurvermindering in een aangepast, opportunistisch kleedje. ACV en Ecolo zijn voor een «verdeling» van het werk met loonsverlies. Cynische nuance: Ecolo wil enkel het volledige loon behouden als het erg laag ligt. Het Waalse ACV is voorstander van een algemene arbeidsduurvermindering, het nationale ACV ziet meer in een verdeling ‘à la carte’ (bedrijf per bedrijf).
In Luik verdedigde ABVV-staal het principe van arbeidsduurvermindering zonder loonsverlies, maar met een vermindering van de sociale bijdragen. Eigenlijk dus mét loonsverlies, want de sociale bijdragen worden gebruikt om, via de sociale zekerheid, de arbeiders die te oud, ziek of werkloos zijn toch een vergoeding te geven.
Sommigen menen dat de kwestie geregeld kan worden door de invoering van een wet m.b.t. de 35 uren. Een wet heeft het voordeel dat ze de maatregel veralgemeend. Vandaag, echter, is 35 uren onvoldoende om iedereen degelijk werk te geven. Het voorbeeld in Frankrijk vormt een waarschuwing voor wie in deze richting denkt: een kaderwet kan gesaboteerd worden op basis van aanpassingen in de manier waarop ze konkreet wordt uitgevoerd. Een essentiële voorwaarde voor de algemene en direkte invoering van de 32-urenweek is de mobilisatie van de arbeiders, die ook zou moeten instaan voor de kontrole op de uitvoeringsmodaliteiten.
De bazen en hun intellektuele advokaten zullen natuurlijk van de daken schreeuwen dat deze eisen «onmogelijk te realiseren» zijn. Daarom zouden de arbeiders ook moeten eisen dat de bedrijven hun boekhouding openen en dat het bankgeheim wordt opgeheven: op die manier zouden het bedrog en de hypokrisie van de banken en de grote financiële groepen kunnen worden aangeklaagd. De «mogelijkheid » of «onmogelijkheid» om werk te geven aan iedereen voor een degelijk loon is – net als de 8-urendag in het begin van deze eeuw – een probleem van de opbouw van de nodige krachtsverhoudingen, een probleem dat enkel kan worden opgelost op basis van sociale strijd.