Begin jaren '90 juichte de internationale burgerij over de de "overwinning van het kapitalisme". De laatste maanden echter hebben Westerse leiders wanhopig moeten toekijken hoe de nieuwe kapitalistische ekonomie in Rusland is ineengestort en dreigt de hele wereld mee te sleuren in een recessie.
In minder dan drie weken is de waarde van de roebel gedaald van 6 naar 20 roebel voor 1 dollar, vergelijkbaar met de val van de Indonesische munt maar die heeft er wel een jaar over gedaan. De gevolgen hiervan zijn enorm. De prijzen van geïmporteerde goederen rezen de pan uit. 80% van de levensmiddelen in Moskou zijn importprodukten, alsook 75% van de geneesmiddelen. Hoewel de roebel zich nu lijkt te stabiliseren rond 12 roebel/dollar, ziet het er niet naar uit dat de extreem hoge prijzen opnieuw zullen dalen.
In Moskou vind je geen zeep, suiker en andere basisgoederen meer. De stedelijke overheden in Moskou en St.Petersburg hebben ieder transport van levensmiddelen uit de stad moeten verbieden. In de rest van het land zijn de gevolgen nog veel erger. In Kaliningrad heeft de plaatselijke overheid de noodtoestand uitgeroepen omdat ze vreest dat de marinebasis zonder voedsel zal vallen. Zelfs de politie is er in staking. In Vorkuta hebben ze nog voedselvoorraden voor vier dagen.
Het is opvallend hoe de ekonomische krisis de zogenaamde middenklasse raakt. In Moskou en enkele andere steden was er een laag van voornamelijk jongeren met komfortabele jobs in banken, immobiliënkantoren en westerse bedrijven. Deze Russische yuppies verdienden drie tot vier maal zoveel als normale arbeiders en waren de sociale basis van Jeltsin en de verdedigers van de vrije markt. Dit behoort nu ook tot het verleden. Sergei Yegorov, de voorzitter van de Russische Bankvereniging, schat dat er in de banksektor 150.000 jobs zullen verdwijnen.
Maar de effekten van de beurskrisis reiken veel verder. Diegenen die erin geslaagd zijn enkele honderden dollars te sparen, zijn die nu weer kwijt omdat de banken weigeren spaargeld uit te betalen en het saldo op de rekeningen verminderden tot een derde van de reële waarde. De scholen zijn niet in staat de studiebeurzen voor studenten uit te betalen.
Ook de industrie heeft te lijden. Naast een enorme stijging van het aantal achterstallige lonen, leidt de krisis nu ook tot direkte ontslagen. Westerse bedrijven trekken hun investeringen terug. Bedrijven die met geïmporteerde grondstoffen werken, worden gekonfronteerd met een dramatische stijging van de kosten.
De lonen werden niet geïndexeerd; de voor het Witte Huis kamperende mijnwerkers geloven dat de bedrijven misschien zullen proberen achterstallige schulden en lonen uit te betalen, nu de reële waarde ervan met de helft is verminderd.
Maar dit betekent ook dat de bedrijfsbelastingen veel minder waard zijn. Dit geldt vooral voor exportgerichte industrieën zoals olie en gas, die hun produkten in dollars verkopen maar hun lonen in roebels uitbetalen. Ze hebben hun winsten spektakulair zien stijgen in de voorbije maand. De enige maatregel die de interim-regering nam om de krisis onder kontrole te krijgen, was de melding dat alle belastingschulden omgerekend zouden worden in dollars om een verdere daling van de overheidsinkomsten te vermijden.
De westerse kapitalisten hebben getracht zichzelf te kalmeren door te benadrukken dat de Russische ekonomie op dit ogenblik zo klein is dat ze de wereldekonomie niet kan beïnvloeden. Dit is absurd: Rusland is 's werelds grootste producent van aardgas, aluminium, nikkel, platina en een aantal andere metalen. Het is een van de grootste producenten van olie, goud en diamant.
De Russische krisis heeft al een enorm effekt op de wereldekonomie, nog afgezien van de psychologische konsekwenties van het mislukken van het kapitalisme in Rusland. De verliezen van westerse banken en financiers worden nu geschat op $100 miljard (3.464.000.000.000 BF) - zes maal zoveel als de verliezen veroorzaakt door de Mexicaanse krisis van '94-'95. Ondanks het feit dat de Peso-krisis slechts een relatief klein aantal grote Amerikaanse banken raakte, ging het Amerikaans banksysteem bijna failliet. De verliezen ten gevolge van de Russische krisis zijn verspreid over een groter aantal banken - Barclays, First Boston, Dresdner en ABN-Amro.
De ineenstorting van de Russische ekonomie was een gevolg van de Aziatische krisis, maar de omvang van de krisis kan in een drieletterwoord gevat worden - GKO. GKO staat voor overheidsleningen op korte termijn.
Het herstel van het kapitalisme leidde tot een vermindering van de industriële produktie met meer dan 50%. De nieuwe rijken betaalden geen belastingen en investeerden niet in de industrie. Arbeiders wiens loon voor maanden niet werd uitbetaald , kunnen natuurlijk ook geen belastingen betalen. Als resultaat was de overheid niet in staat de uitgaven te betalen. In '93 zette het ministerie van Financiën onder impuls van het IMF de GKO-markt op - in feite een enorme piramide.
Er werd geleend op de binnenlandse markt aan een hoge interestvoet om de interesten op internationale leningen te betalen. Deze binnenlandse schuld groeide in '96 met 210%, in '97 met nog eens 61%. In januari '98 stond de regering voor $64 miljard (2.216.960.000.000 BF) in het krijt en was er $1 miljard (34.640.000.000 BF) per week nodig om ten einde lopende GKO's af te betalen.
De effekten van de Aziatische krisis, meer bepaald de val van de prijzen van olie, aardgas en metalen, heeft in de voorbije zes maanden geleid tot een verdere sterke vermindering van de overheidsinkomsten. Tegen augustus was de regering zelfs niet meer in staat de interesten op de GKO's te betalen en de ineenstorting van de piramide dreigde het hele banksysteem mee te sleuren.
Westerse kapitalisten trekken nu hun geld terug uit Rusland. De hypokrieten klagen nu dat Anatoli Chubais en zijn liberalen niet genoeg deden om de korruptie te beteugelen, dat de privatiseringen op de verkeerde manier gebeurden waardoor de "konglomeraten de kontrole overnamen".
Het staat buiten kijf dat de ekonomie is gekriminaliseerd. De huidige kriminaliteit is een direkt gevolg van het herstel van het kapitalisme.
Korruptie was wijdverspreid ten tijde van de planekonomie. Staatsbezit van de produktiemiddelen en planekonomie, die hun superioriteit hebben bewezen tijdens de Grote Depressie in de jaren '30 en onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog, werden later ten gronde gericht door het parasitisme en wanbeheer van een burokratische elite die de politieke kontrole uit de handen van de arbeiders had genomen sinds het einde van de jaren '20.
Maar het nivo van korruptie was verschillend en het recht op privébezit was beperkt. De heersende elite leefde als miljonairs maar ze konden geen fabrieken verkopen of flatgebouwen verhuren om de winsten in eigen zak te steken. Bovendien was de burokratie, om haar eigen bestaan te rechtvaardigen, op zijn minst verplicht de arbeiders hun loon te betalen, een basisnivo aan huisvesting en pensioenen te voorzien, etc.
Midden jaren '80 verzeilde het systeem in een diepe krisis. Het was nodig dat de arbeidersklasse in de Sovjetunie zich zou organiseren om de heersende elite omver te werpen en zelf kontrole te verwerven over de planekonomie. Maar er was noch een vakbond, noch een politieke partij die de arbeiders als instrument konden gebruiken.
Zo kon de burokratie zelf het initiatief nemen. Een groeiende groep binnen de elite begon iets te zien in een herstel van het kapitalisme. De overwinning van de kontra-revolutie in '91 maakte dat de laatste beperkingen op privé-bezit werden opgeheven, waardoor de deur werd opengezet voor het ontstaan van een laag van superrijken.
Het was voor hen noodzakelijk om een zo groot mogelijk deel van de maatschappelijke rijkdommen in hun handen te koncentreren. In '92 werden prijzen geliberaliseerd, met hyperinflatie als gevolg. De nieuwe hoge prijzen verplichtten de arbeiders al hun spaargeld te spenderen. Piramideschema's werd opgezet om de resten van het spaargeld te lokken. Bedrijven betaalden de lonen niet langer op tijd uit. De bazen gebruikten het betalingsuitstel om met het geld te spekuleren op de beurs.
De westerse instellingen kozen ervoor te werken met mensen als Anatoli Chubais, die diep betrokken waren in de kriminele aktiviteiten waar het westen nu over klaagt.
Tegelijkertijd werden staatseigendommen, enorme industriekomplexen, geprivatiseerd. Gorbatsjovs perestroika gaf de bedrijfsleiders meer direkte kontrole. Een proces van "spontane" privatisering begon. Zo zette de leiding van een Moskous bedrijf onder de mantel van staatseigendom 50 privé-bedrijfjes op binnen het moederbedrijf. Deze waren niet onder kontrole van de staat maar gebruikten wel het materiaal en de voorraden. De winsten werden echter opgestreken door privépersonen, in dit geval de bedrijfsdirekteur en zijn handlangers.
Hoewel het wanbeheer en de korruptie een enorme omvang aannam, kunnen we tot augustus '91 de Russische ekonomie als een planekonomie beschouwen. Grote bedrijven waren nog steeds afhankelijk van staatsorders, het was onwettelijk om hun winsten in privé-handen te doen belanden.
De nederlaag van de coup in '91 veranderde dit en bracht voor het eerst een pro-kapitalistische regering aan de macht. Deze startte onmiddellijk met de fysieke ontmanteling van de planekonomie. Bedrijven konden niet langer rekenen op staatsorders of -subsidies en werden, zelfs als ze niet geprivatiseerd waren, steeds meer afhankelijk van de markt. De dienst die verantwoordelijk was voor de planning werd gesloten. Delen van het staatsapparaat werden "gezuiverd" en wat overbleef, had als voornaamste taak sociale verhoudingen gebaseerd op privé-bezit te introduceren.
Hoewel men in '91 nog niet echt kon spreken van een kapitalistische ekonomie, was '91 toch een kwalitatief breukpunt. Sindsdien staat iedere arbeidersbeweging die vecht voor een nieuwe socialistische maatschappij voor nieuwe taken, bovenop de noodzaak de burokratie omver te werpen.
Eind '95 waren er 917.937 private of geprivatiseerde bedrijven, waaronder 17.937 grote en middelgrote ondernemingen. 77% van de zware industrie, verantwoordelijk voor 88% van de produktie, was niet langer in handen van de staat. Van de werkende bevolking (67 miljoen mensen), werkt 27 miljoen in de privé, 10 miljoen in de landbouw waar privatiseringen op een flop zijn uitgedraaid, en 5 miljoen in bedrijven die nog te privatiseren zijn. De rest werkt in scholen, ziekenhuizen, het openbaar vervoer etc.
In het begin van de jaren '90 moesten de sympathisanten van het CWI tegen de stroom roeien wanneer ze waarschuwden dat kapitalistisch Rusland, met een industrie die de konkurrentie op de wereldmarkt niet aankon, zou eindigen zoals Latijns-Amerika: volledig afhankelijk van de verkoop van zijn grondstoffen. Ondertussen is bewezen dat dit perspektief juist was. Het aandeel van industriële produktie in het BNP daalde tussen '91 en '95 van 67% tot 43%. Tegen het midden van de jaren '90 ging meer dan 70% van de investeringen naar de energiesektor. Nu heeft Rusland te leiden onder de daling van de energieprijzen met 40%.
Bedrijven werden niet enkel geprivatiseerd, ze konden ook niet langer rekenen op staatssteun. In '92 werden nog staatssubsidies uitgekeerd ter waarde van 32% van het BNP, tegen '94 was dit gedaald tot 5% van het BNP dat tegen dan zelf al verminderd was in waarde. In '94 ontving nog slechts 10% van de bedrijven overheidssteun en meer dan 50% van deze subsidies werd uitgekeerd aan 2% van de bedrijven. Twee derden van de bedrijven was afhankelijk van de verkoop van hun produkten om te overleven.
Anatoli Chubais geeft nu toe dat de oude staat en industriële burokratie bewust werd gebruikt als basis voor de uitbouw van de kapitalistische klasse. Zo kon men deze laag overwinnen voor de kapitalistische kontra-revolutie en werd een gewelddadige konfrontatie vermeden.
In '94 werd een nieuwe stap gezet in het koncentreren van kapitaal door de oprichting van de 38 Financieel-Industriële Groepen door de overheid. Banken en industriële ondernemingen legden hun middelen samen, wat onvermijdelijk moest leiden tot een ekonomie van kartels zoals de Japanse Kieretsu of de Koreaanse Chaebols.
Nu bezitten deze konglomeraten enorme aandelenvennootschappen. Oneksimbank bij voorbeeld bezit 38% van Norilsk Nikkel, de grootste producent van platina en nikkel ter wereld, 26% van Perm Motors, een producent van kerosine en een groot deel van de aandelen van 20 andere grote bedrijven. Ten gevolge van de huidige krisis is het nu gefuseerd met twee andere grote groepen.
De Europese leiders die nu klagen dat het kapitalisme op een andere manier hersteld had moeten worden, kunnen geen konkreet alternatief geven. Nu schijnt men zich neer te leggen bij de groeiende staatsinterventie in de Russische ekonomie.
Dit betekent echter niet dat kapitalistische oplossingen zijn verworpen, het is eerder een aanvaardden van de argumenten van de Japanse regering die sinds de vergadering van de Wereldbank in '91 stelt dat staatsprotektionisme en subsidies nodig zijn om de Russische ekonomie staande te houden en dat een eerlijker verdeling van de rijkdommen noodzakelijk is.
Nu de Russische ekonomie grotendeels privé, kapitalistisch en afhankelijk is van de mechanismen van de vrije markt, zijn die bedrijven die nog in handen zijn van de staat of opnieuw genationaliseerd werden "staatskapitalistisch" in de klassieke zin van het woord. Deze bedrijven zijn geen deel van een planekonomie, maar funktioneren in een kapitalistische ekonomie.
De nieuwe regering zal de natuur van het Russische kapitalisme niet fundamenteel veranderen, zelfs niet met de kommunisten. De roep voor meer staatsinterventie van de nieuwe eerste minister Primakov en de leider van de kommunisten Zjoeganov zal het sovjetsysteem niet opnieuw instellen. De huidige oproepen zijn enkel bedoeld om de Russische industrie te beschermen voor de stormen op de wereldmarkt.
De recente politieke krisis heeft eens te meer aangetoond dat de arbeiders in Rusland op geen enkele partij kunnen rekenen om hun belangen te verdedigen en een socialistisch programma te verdedigen. De zusterpartij van Militant Links in Rusland voert kampanje voor het oprichten van zo'n partij, die zou strijden voor de uitbetaling van achterstallige lonen en leningen, voor de indexering van lonen en pensioenen om de huidige prijsstijgingen te kompenseren, die zou eisen dat de regering haar betalingen aan het IMF en de Wereldbank stopzet, voor de nationalisering van de banken en de industrie, voor arbeiderskontrole over de produktiemiddelen zodat een demokratisch geplande ekonomie kan uitgebouwd worden.
Westerse bedrijfsleiders en IMF/Wereldbank adviseurs zullen niet enthousiast worden over zo'n programma, maar het is de enige weg vooruit om de problemen van de Russische arbeidersklasse te kunnen oplossen.