Een schandalige ontvoering...

Met de ontvoering en opsluiting van Abdullah Öcalan, de leider van de Koerdische arbeiderspartij PKK, door de Turkse geheime dienst MIT, heeft het Turkse regime net het tegenovergestelde bereikt van wat het al jaren nastreeft: het Koerdische vraag stuk doen vergeten.

Öcalan was al maanden op zoek naar een nieuwe vaste verblijfplaats sinds hij eind vorig jaar Syrië moest verlaten. Dat land had hem uitgewezen in ruil voor een overeenkomst over waterbevoorrading met Turkije. Geen enkel Europees land werd bereid gevonden hem asiel te verlenen uit schrik voor represailles van Turkije en diens bondgenoten, in de eerste plaats de VS. Uiteindelijk werd Öcalan door de MIT, vermoedelijk bijgestaan door de Amerikaanse CIA en de Israëlische Mossad, in een valstrik gelokt in de Kenyaanse hoofdstad Nairobi.

De beschuldigingen tegen Öcalan zijn niet van de minste. Hem wacht foltering, levenslange opsluiting of mogelijks de doodstraf. Het proces van Öcalan zal een politiek schijnproces worden voor de speciale staatsveiligheidsrechtbank uit Ankara. Die speciale rechtbanken zijn noch onafhankelijk, noch onpartijdig. Het Europees Hof heeft er al diverse kritische uitspraken over gedaan. Het feit dat de advocaten van Öcalan Turkije niet in mogen en bedreigd worden via het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken, laat het ergste vermoeden.

De PKK werd opgericht in 1978, begon haar gewapende strijd in 1984, en was sindsdien een politieke kracht die men onmogelijk kon negeren. De guerillamacht kan rekenen op 10.000 manschappen, 50.000 medewerkers en zo'n 400.000 sympathisanten. De Koerdische Arbeiderspartij was de enige echte Koerdische massaorganisatie die de clans en chefs kon overstijgen. Aanvankelijk streefde de PKK naar een onafhankelijke staat, maar sinds '93 bepleitte Öcalan een politieke oplossing en autonomie binnen het kader van de Turkse staat. Het was immers duidelijk dat de gewapende strijd noch de PKK, noch het Turks leger een definitieve overwinning zou opleveren.

Aan de oprichting van de PKK gingen decennia van onderdrukking vooraf. De 25 tot 30 miljoen Koerden, waarvan 14 miljoen in Turkije, vormen de grootste natie ter wereld die niet beschikt over een eigen natie-staat. De Turkse overheid voerde een politiek van deportaties en inwijking van Turken in de Koerdische gebieden. In 1960 werden alle Koerdische plaatsnamen vervangen door Turkse. In '71 werden alle activiteiten van linkse en Koerdische partijen aan banden gelegd. Tussen '80 en '91 werd het spreken van de Koerdische taal verboden. In het zuidoosten werden 3.000 dorpen vernietigd om de invloed van de PKK te stoppen, in 7 van de 23 Koerdische provincies geldt de noodtoestand. De werkloosheid in Zuidoost Turkije wordt geschat op 70%!

Met de arrestatie van Öcalan heeft het Turkse regime de PKK en de Koerden ongetwijfeld een zware morele slag toegediend. Anderzijds heeft het de woede van Koerden in Turkije en erbuiten opgewekt, heeft het de voorzichtige bereidheid tot onderhandelingen bij de PKK-top wellicht getorpedeerd en alle illusies in een onderhandelde oplossing onder VS-auspiciën gekelderd.

Militant Links verdedigt het asielrecht voor Öcalan en andere politieke vluchtelingen. Wij steunen het recht op zelfbeschikking van de Koerden, maar zijn ervan overtuigd dat enkel de gemeenschappelijke strijd van Koerdische en Turkse arbeiders en arme boeren tegen hun gemeenschappelijke uitbuiters een uitweg uit de huidige impasse kan bieden. Op kapitalistische basis is er geen oplossing voor de Koerden. Enkel in een socialistisch Koerdistan en een socialistisch Turkije, als deel van een federatie van socialistische staten op vrije en gelijke basis in heel de regio, is een oplossing mogelijk, zowel voor de nationale, de culturele, de politieke als de sociale onderdrukking.


De Militant
1