Zelfs Lafontaine te links
Het vertrek van Duits financieminister Lafontaine uit de zogenaamde centrum-linkse coalitie van sociaal-democraten en groenen heeft voor feestvreugde gezorgd op de Europese beurzen. De Euro veerde onmiddelijk op ten aanzien van de dollar. Fontaine moes t opstappen nadat hij de politieke strijd tegen diens partijgenoot en bondskanselier Schröder had verloren.
Lafontaine werd door de rechtse pers beschreven als Europa's gevaarlijkste man. Niet dat Lafontaine zo links was. Hij was helemaal geen voorstander van socialistische oplossingen, laat staan dat hij een echte socialist zou zijn. Lafontaine was hoog uit iemand die aanvoelde dat heel wat arbeiders in Duitsland, maar ook in Europa en wereldwijd, stilaan vragen beginnen te stellen bij de chaotische werking van de kapitalistische «vrije markt ». Hij pleitte voor een beperkt aantal hervormingen om het sys teem hier en daar wat bij te sturen.
Lafontaine is een reformist uit de tijd dat er af en toe nog eens hervormingen plaatsgrepen ten voordele van de arbeiders. Hij wou eigenlijk teruggrijpen naar de oude, Keynesiaanse overheidsmaatregelen en via belastingen op de grote bedrijven een b eperkt aantal sociale programma's financieren. Het tijdperk van de hervormingen is echter voorbij. Vandaag voeren alle regeringen, of ze nu samengesteld zijn uit conservatieven of uit sociaal-democraten en groenen, een neo-liberale politiek van privatiser ingen, flexibilisering, goedkope lonen en complete vrijheid van de markt.
Bij de sociaal-democraten noemt men dit de zogenaamde «derde weg ». Trendsetter daarvoor was de Britse Labour-leider en premier Blair. Het is geen toeval dat de «Vlaamse socialist» Frank Vandenbroucke net in Oxford is gaan doctoreren. Voor dit yuppie-t ype sociaal-democraten is Lafontaine een ouderwetse voorstander van overheidsbemoeienissen, een bepleiter van hoge bedrijfsbelastingen. Kortom: net het tegendeel van wat zij vandaag voorstaan.
Lafontaine had het eerder aangedurfd de Europese centrale bank op te roepen tot een renteverlaging om de groei te stimuleren. Hij had bovendien een aantal achterpoortjes inzake bedrijfsbelastingen afgesloten om belastingsvermindering voor de arbeiders en hun gezinnen mee te financieren. Niet echt revolutionaire voorstellen dus, maar toch genoeg voor de Duitse patroons om hem uit te roepen tot publieke vijand nummer één.
Het ontslag van Lafontaine, zo kort na de regeringsvorming, bewijst hoe de kapitalisten hun invloed kunnen aanwenden om het beleid van de regeringen te bepalen, ongeacht de samenstellling ervan. Het toont ook de onmacht aan van de zogenaamde reformisti sche politici om het kapitalisme te hervormen. Ze zijn slechts pionnen van het grootkapitaal.
Zowel in Duitsland als elders in Europa zullen regeringen zoals die van Schröder de welvaart herverdelen in het voordeel van de patroons via aanvallen op de lonen, de arbeidscondities en de uitkeringen. Met het vertrek van Lafontaine zullen de Dui tse arbeiders alweer een illusie armer zijn. Het zal de nood om zich te organiseren via de vakbonden en andere organisaties om deze aanvallen te stoppen bij steeds bredere lagen doen doordringen.
Stilaan zullen steeds meer arbeiders inzien dat van de traditionele «arbeiderspartijen», zoals de sociaal-democratie, niets meer overblijft dan hondstrouwe beheerders van het kapitalistisch systeem. De belangrijkste taak nu is het opbouwen van nieuwe m assapartijen van de arbeiders die bereid zijn hun belangen wel te verdedigen.