Turkije: 350 miljard voor wapens maar geen geld voor degelijke huisvesting
De aardbeving van 18 augustus betekent een ware catastrofe voor de bevolking van de Marmara regio in Turkije. Volgens schattingen van de Verenigde Naties vielen er 40.000 doden, minstens 45.000 gewonden, werden 60 à 100.000 gebouwen vernietigd en zijn miljoenen mensen dakloos.
Deze ramp volgt minder dan een maand na de massale stakingsbeweging tegen de plannen van de regering om de pensioenleeftijd op te trekken. Op 24 juli verzamelden meer dan 300.000 betogers te Ankara. Na deze beweging en de moord op Semsi Denizer, de leider van de mijnwerkersvakbond en voorzitter van de vakbondsfederatie Turk-Is, kan deze "natuur"ramp zorgen voor een serieuze politieke en sociale aardschok in Turkije.
De aardbeving is één van de zwaarste ooit gezien op internationaal vlak. Er zijn verschillende redenen voor de omvang van de ramp: de dicht bevolkte industriële regio, het feit dat de beving 's nachts plaatsvond en dus veel mensen sliepen, ... Maar de belangrijkste reden blijkt nu de slechte staat van de gebouwen geweest te zijn. Bouwgronden en contracten voor projecten worden via corrupte politici verkocht aan "cowboy-aannemers". Die trekken hele flatgebouwen op met flinterdunnen muren, funderingen van slechts 30 cm en gaan lopen met de superwinsten. Het is heel onwaarschijnlijk dat de ware schuldigen zullen worden veroordeeld, net voor de aardbeving had de regering een amnestieregeling klaarliggen voor 18 aannemers die door het gerecht waren veroordeeld na de aardbeving in Adana in 1998.
Ondanks de regelmatig voorkomende aardbevingen blijkt dat de overheid geen gespecialiseerde reddingsteams heeft en absoluut niet in staat was om de situatie in de hand te houden. De pijn van de overlevenden ging over in enorme woede toen ook maar enige hulp vanwege de regering uitbleef. Gebruik makend van houwelen, bijlen en hun blote handen, vervloekten ze de overheid in hun pogingen om hun familieleden en vrienden uit het puin te redden.
Dit soort "natuurrampen" raakt niet iedere klasse op dezelfde manier. Het waren de huizen van de arbeiders en de stedelijke armen die vernietigd werden. De Marmara-regio is het industrieel centrum van Turkije. 45% van de Turkse industrie is daar gevestigd. Het is ook de regio waar de strijdbare bewegingen van arbeiders in de jaren '70 en '80 een enorme stempel hebben gedrukt op het bewustzijn.
Gezien de atmosfeer van woede tegen de staat is het waarschijnlijk dat de arbeiders het niet zonder meer over hun kant zullen laten gaan wanneer de regering probeert hen het prijskaartje voor de heropbouw op te lepelen. De schade, het verlies aan productie en kost van de heropbouw wordt geschat op 150 miljard frank.
Militant Links heeft contact met verschillende groepen uit de regio. Zij voeren campagne voor directe hulpverlening aan de slachtoffers maar ook om te zorgen dat de economische verliezen niet gerecupereerd worden op de rug van de werkenden. Ze willen de slachtoffers organiseren en een arbeidersplatform geleid door de vakbonden oprichten. Zo'n platform zou de heropbouw onafhankelijk van de staat kunnen organiseren. Verder eisen ze een programma van sociale huisvesting, het voorzien van elementaire behoeften (voeding, woonst, sanitair) door en onder controle van de gemeenschap, nationalisatie van de gronden als middel tegen speculatie.
Terwijl mensen met alle middelen poogden hun verwanten uit het puin te redden, werden soldaten verplicht in de kazernes te blijven. Het Turkse leger is zeer goed uitgerust: 10% van de regeringsuitgaven gaat naar defensie. De afgelopen weken werd nog eens duidelijk dat die middelen enkel gebruikt worden om in te zetten tegen de bevolking. Achter de schermen heeft de legertop in Turkije nog steeds de touwtjes in handen: om iedere oppositiebeweging in de kiem te smoren en om de vuile oorlog tegen de Koerden verder te zetten.
Als slachtoffer van de laksheid van de staat bevinden miljoenen Turkse arbeiders zich nu in dezelfde positie als de arme Koerdische bevolking. In de wijken waar Koerden en Turken samenleven bleek de solidariteit enorm. In de Koerdische regio hebben duizenden vrijwillig bloed gegeven voor hun Turkse landgenoten. Dit soort tragedies toont aan dat Koerden en Turken gezamenlijk moeten vechten tegen de autoritaire en corrupte Turkse staat. De PKK met haar tactiek van terrorisme heeft zichzelf afgesneden van de Turkse massa's. Had de PKK zich gebaseerd op eenheid en solidariteit dan was een massale eengemaakte beweging van Turken en Koerden mogelijk geweest.