
Vakbondleiders erkennen politiek vacuüm - maar trekken er geen conclusies uit
Zaterdag pakte De Morgen uit met een dubbelinterview. Luc Cortebeeck en Rudy De Leeuw, de respectieve topmannen van ACV en ABVV, halen er opmerkelijk uit naar de oranje-blauwe partijen, maar ook SP.a krijgt hier en daar een sneer. De vakbondsleiders erkennen dat de traditionele partijen niet de belangen van de gewone werkenden verdedigen, maar ze koppelen daar geen politieke conclusies aan.
Terechte kritieken
Rudy De Leeuw en Luc Cortebeeck halen fors uit naar de traditionele politici. De Leeuw waarschuwt dat de komende regering niet moet proberen om de kosten van de politieke crisis – op 2,5 miljard euro geraamd door de Nationale Bank – op de arbeiders en hun gezinnen af te wentelen. Terecht koppelt hij dit bedrag aan de lastenverlagingen die de liberalen aan het patronaat willen schenken.
Een centraal thema voor de vakbonden is de koopkracht. Als de komende regering wil besparen op de kap van de werkenden, werklozen, gepensioneerden,… zal dit de koopkracht verder ondermijnen. En zoals Luc Cortebeeck stelt in het interview: “Aardappelen zijn 53 procent duurder, een brood 20 procent, prei 69 procent, peren 57 procent, margarine 10 procent, eieren en melk 13 procent. Kijk naar de cijfers van het armoederapport: het inkomen van de armste 10 procent Belgen is in vier jaar tijd gehalveerd. Laten we ook niet onderschatten wat de middengroepen doormaken: ik hoor heel veel mensen klagen dat ze het niet meer kunnen bolwerken.” De term “middengroep” is misschien wat ongelukkig gekozen, maar het klopt dat veel gewone werkenden steeds meer moeite hebben om rond te komen. De Leeuw erkent: “Wij hebben tien jaar lang aan loonmatiging gedaan. Als de winsten blijven stijgen en de koopkracht daalt, krijgen wij een verdere loonmatiging echt niet verkocht aan onze mensen.”
Er is de terechte vrees dat de politici zullen proberen aanvallen door te voeren op zowel de lonen als de uitkeringen. Overal in Europa zien we dat politici deze weg opgaan. In Duitsland werd de pensioenleeftijd opgetrokken, in Frankrijk gaat Sarkozy erg bewust een confrontatie aan met de arbeiders door hen groep per groep aan te pakken. In de verkiezingscampagne pakte Reynders graag uit met zijn vriendschap met Sarkozy. De blauwe regeringspartijen (als ze al in de regering zullen zitten, maar daar lijkt het toch op te zullen uitdraaien) waren enthousiast over oranje-blauw omdat ze hoopten via die weg een hard neoliberaal beleid te kunnen voeren. Cortebeeck stelt hierover: “De liberalen hebben alles wat ze niet onder paars hebben kunnen realiseren weer uit hun schuif gehaald. Het is alsof we een pletwals over ons heen kregen.” En dat komt na een paarse regering die onder meer het Generatiepact heeft opgelegd en in wiens legislatuur de koopkracht verder gedaald is.
Beide vakbondsleiders antwoorden ook op het communautaire opbod. Ze stellen terecht geen Belgicisten te zijn, maar op te komen voor solidariteit. Ook wijzen ze op subregionale verschillen, zo zijn de uitgaven voor de gezondheidszorg in Oostende (110% van het gemiddelde) een pak hoger dan in Waals-Brabant (84% van het gemiddelde). Ook is er vanuit de Vlaamse regering niet bepaald een aanzet voor een sociaal beleid. De activering van werklozen is geregionaliseerd. De SP.a haalde Oostende graag aan als het model voor de activering van werklozen, maar nu moet De Leeuw (die nog steeds zitting heeft in het SP.a-partijbureau) erkennen dat dit niet veel heeft opgeleverd, enkel “statistieken die niet correct zijn”. Een verdere regionalisering van de arbeidsmarkt en het tewerkstellingsbeleid zou er enkel toe leiden dat de Vlaamse arbeiders tegen de Waalse en Brusselse worden opgezet, net zoals vandaag de concurrentie met de buurlanden wordt gebruikt om onze lonen te drukken. Of zoals De Leeuw stelt: “Het regionaliseringsverhaal is een rechts verhaal. Voka wil lastenverlagingen doorvoeren. Dat willen ze niet doen om de sociale zekerheid in Vlaanderen te verbeteren of om de armsten te helpen, hoor.”
Welk politiek antwoord?
Zowel Cortebeeck als De Leeuw halen in het interview uit naar hun bevoorrechte politieke partners. Ze doen dat vrij bedekt en laten ruimte voor interpretatie over. Maar zodra ze inhoudelijk terechte kritieken maken, gaan ze in tegen de standpunten die worden verdedigd door zowat alle traditionele partijen. Alle Vlaamse partijen willen meer regionaliseringen (Frank Vandenbroucke werd zelfs zo Vlaamsgezind dat hij Bart De Wever lessen wou geven over de Vlaamse Beweging) en staan voor een neoliberaal beleid. Het Generatiepact was daar een voorbeeld van, nu willen alle partijen over een verderzetting van dat Generatiepact spreken.
Op 15 december is een grote vakbondsbetoging tegen de ondermijning van de koopkracht. De datum hiervoor is symbolisch: 2 jaar na de stemming van het Generatiepact in het parlement met geen enkele Vlaamse verkozene die tegen stemde. De oppositie onthield zich omdat de maatregelen niet ver genoeg gingen. Nu zullen de vakbondsmilitanten opnieuw op straat komen voor het herstel van de koopkracht. Op welke politici kunnen ze rekenen om dat politiek te vertalen?
Het totale gebrek aan een politiek verlengstuk voor de vakbondseisen blijkt eens te meer in de discussie over de koopkracht. Impliciet erkennen de vakbondsleiders dit, maar waarom trekken ze er geen conclusies uit? Waarom blijft De Leeuw zijn zitje behouden in het partijbureau van de SP.a? Waarom komt er geen duidelijkere en formele breuk tussen de bonden en hun politieke partners? Het ACV en ABVV kunnen de eisen van hun leden niet overlaten aan CD&V of SP.a. Die partijen hebben de afgelopen maanden en jaren aangetoond dat ze niet aan de kant van de werkenden en hun gezinnen staan.
Onder het mom van scheiding tussen het politieke en het syndicale, verdoezelen de vakbondsleiders hun banden met CD&V en SP.a. Die banden zijn volgens ons de afgelopen jaren steeds meer een rem gebleken op de ontwikkeling van strijd en voor het verdedigen van de belangen van de werkenden en hun gezinnen. Het volstaat echter niet om de banden te behouden, maar te verbergen achter een zogenaamd niet-politieke opstelling. De eisen voor het herstel van de koopkracht en het behoud van de sociale zekerheid zijn politieke eisen. Syndicale actie kan deze thema’s sterker op de agenda plaatsen, maar er zal ook een politieke vertaling nodig zijn.
Dit kan volgens ons enkel met een nieuwe arbeiderspartij. Een dergelijke formatie zal wellicht enkel tot stand komen op basis van strijdbewegingen, maar het succes ervan kan versterkt worden door nu reeds aan initiatieven te werken. Dat verklaart onze betrokkenheid in het verder uitbouwen van CAP (Comité voor een Andere Politiek), niet toevallig een resultaat van onder meer de beweging tegen het Generatiepact. Onder vakbondsmilitanten groeien de vragen over een politiek verlengstuk. De vakbondsleiders zouden die discussie kunnen helpen door de breuk tussen ACV en CD&V en die tussen ABVV en SP.a (een breuk die er in de praktijk is gezien het rechtse beleid waar CD&V én SP.a voor staan) te officialiseren.
Betoging 15 december - eisenplatform van de vakbonden
Voor een sterke en federale sociale zekerheid
- alle uitkeringen welvaartsvast, in overleg met de sociale partners
- de laagste uitkeringen uit de armoede
- niet de werkloze, maar de werkloosheid bestrijden
- betaalbare en kwaliteitsvolle gezondheidszorg
- een grotere bijdrage van andere inkomens
- een gewaarborgde financiering van het Zilverfonds voor de pensioenen
- geen splitsing van de sociale zekerheid, ook niet gedeeltelijk
Voor méér koopkracht
- indexatie van lonen en uitkeringen
- een hoger minimumloon
- tweejaarlijkse vrije onderhandelingen over lonen
- een krachtig werkgelegenheidsbeleid
- actief optreden tegen onverantwoorde prijsstijgingen
- lagere tarieven voor gas en elektriciteit: afroming monopoliewinsten
- betaalbare mazout: betaling in schijven en uitbreiding Stookoliefonds
- verlaagde accijnzen voor benzine en diesel
- betaalbare huisvesting: meer sociale woningen, matiging huurprijzen
- actieplan voor energiebesparing, toegankelijk voor allen
Voor een méér evenwichtige fiscaliteit
- geen nieuwe lastenverlaging voor bedrijven
- stop de lekken in de vennootschapsbelasting (zoals via notionele intrestaftrek)
- zwaardere belasting op inkomens uit vermogen
- geen afbouw meerwaardebelasting op obligatiefondsen
- stop de verwaarlozing van de fiscale administratie
- behoud van de belastingverminderingen voor niet-actieven
- belastingverlagingen moeten naar de lagerbetaalde werknemers gaan
- uitstel voor een tweede belastingaanslag dit jaar