
Roemenië. Duizenden Renault arbeiders in staking voor 60% loonsverhoging!
Het Roemeense dagblad Adevarul stelde in haar berichtgeving over de staking bij Dacia Renault dat deze actie het einde inluidt van de mythe dat Roemeense arbeiders “goedkoop” zijn. De lokale vakbond stelde dat meer dan 80% van de 13.000 arbeiders in de Dacia-fabriek in Pitest (in het zuiden van Roemenië) vorige maandag in staking gingen. De arbeiders verdienen nu 285 euro per maand, ze willen dat bedrag met 60% verhogen. “We werken evenveel uren als in Frankrijk, maar krijgen slechts een erg laag loon”, stelde één van de arbeiders.
De Franse autobouwer Renault kocht in 1999 de Dacia-fabriek. Daar werd sindsdien de Logan gebouwd. Zelfs indien de Roemeense arbeiders een loonsverhoging afdwingen met hun acties, zal hun loon nog steeds onder dat van de Franse arbeiders liggen. In Frankrijk verdient een arbeider bruto 2.200 euro. De eis van “lonen zoals in Frankrijk” is echter belangrijk in een poging om de verdeeldheid tussen arbeiders in verschillende landen te overstijgen. Eén van de belangrijkste slogans op de betoging in de stad Mioveny vorige donderdag was “Unitate” (Eenheid).
De directie van Renault is woedend omwille van deze staking. Er werd geprobeerd om de staking te laten verbieden en de juridische procedure is nog steeds bezig. De vakbond slaagde erin om de beslissing te laten uitstellen tot 2 april. In een brief aan het dagblad ‘Evenimentul Zilei’ bedreigde de directeur van Dacia, François Fourmont, de stakende arbeiders met het sluiten van de fabriek. Fourmont stelde over de looneisen: “Deze eisen brengen de toekomst van de fabriek in gevaar, zeker als je weet dat tegen 2010 Renault-fabrieken actief zullen zijn in Marokko, India en Rusland. Die kunnen ook de Logan produceren.”
Het dreigement om de productie te verhuizen naar landen met een nog lagere levensstandaard en nog lagere lonen, is een bekend argument in West-Europa. Jarenlang dreigden bedrijven ermee om naar Oost-Europa te trekken omdat de lonen daar lager waren. Zo kocht Ford recent de voormalige Daewoo fabriek in Craiova. Nokia wil haar vestiging in Bochum (Duitsland) sluiten om naar Cluj Napoca in Roemenië te trekken.
Roemenië – een paradijs voor de bazen?
De patroons chanteren hun arbeiders in Frankrijk, Duitsland,… met de bedreiging om te delokaliseren naar landen als Roemenië omdat de productiekosten daar lager liggen. De eerste doelstelling van die dreigementen is om de lonen en arbeidscondities aan te pakken. Als er dan toch verhuisd wordt, doen de multinationals dat niet zomaar. Voor de geplande Nokia-fabriek in Roemenië heeft de regering en de regionale autoriteit zowat 33 miljoen euro uitgegeven. De Roemeense belastingbetalers draaien er dus voor op.
De lokale autoriteiten stonden in voor de kosten om gas, elektriciteit en water aan te sluiten op de afgelegen fabrieksterreinen. Er werd zelfs een weg aangelegd van het dorp naar de fabriek. De arbeidsomstandigheden in Roemenië zijn intussen bijzonder slecht. Bij Romsteel Cord (een onderaannemer van Michelin) wordt geprotesteerd tegen het feit dat de overuren niet worden betaald, tegen het verbod om vakantie op te nemen en tegen de proefperiode van 18 maanden. Roemeense arbeiders in de nieuwe Nokia-fabriek zullen 7 tot 8 keer minder verdienen dan hun collega’s in Duitsland.
Tegelijk stijgt de levensduurte in Roemenië. Samen met de lage lonen heeft dat een effect op de arbeiders. Wie ertoe in staat is, probeert het land te verlaten. Vier miljoen Roemenen, of 20% van de bevolking, werken in het buitenland. Het is nochtans niet makkelijk om aan een werkvergunning te raken. Economische experts waarschuwen dat Roemenië binnenkort wel eens een tekort aan arbeidskrachten zou kunnen hebben. Er wordt daarom gezocht naar goedkopere arbeiders van landen als Moldavië of China die in Roemeense fabrieken komen werken. In februari 2007 was er nog een staking van 400 Chinese textielarbeiders in Bacau in het Noordoosten van Roemenië. De Moldavische regering publiceerde vorige week nog een rapport waarin staat dat 75.000 Moldavische kinderen als “virtuele wezen” opgroeien omdat hun ouders in het buitenland werken.
“Een staking is geen ballet”
De woede en het zelfvertrouwen van de Roemeense arbeiders nemen toe. De Dacia-Renault fabriek maakte vorig jaar een recordwinst, 17% meer dan het jaar ervoor. Nu willen de arbeiders hun deel. “We zijn geen Franse kolonie”, stelde een arbeider aan het Roemeense persbureau Rompres. De Renault-fabriek produceert iedere 52 minuten een auto, maar de winsten verdwijnen uit Roemenië om de aandeelhouders in Frankrijk tevreden te stellen. De stijgende levensduurte zorgt ervoor dat het voor de arbeiders moeilijk wordt om rond te komen. Basisproducten als melk of vlees worden duurder dan in Frankrijk of Duitsland. De prijs voor kookolie verdubbelde bijna. De broodprijs nam het afgelopen jaar toe met 13,27%.
De lage werkloosheidsgraad (omdat zoveel Roemenen in het buitenland werken) heeft het zelfvertrouwen van de arbeiders versterkt. Het dagblad Cotidianul gaf een uitdrukking aan de angst van de bazen: “De gouden periode van privileges voor de multinationals is voorbij, het tekort aan werkkrachten leidt tot de opbouw van een nieuwe dictatuur van het proletariaat.”
De stakingsacties hebben heel wat druk gezet op de bazen. Volgens de vakbonden zijn er per stakingsdag 1300 auto’s minder die worden gebouwd. De media heeft het over verliezen van 10 miljoen euro per stakingsdag. De bazen reageerden met het voorstel om de lonen te verhogen. Het eerdere voorstel van een loonsverhoging van 12% werd opgetrokken tot 16,7%. De arbeiders verwierpen dat voorstel en op de betogingen riepen ze slogans als “maffia”, “dieven” en “we blijven actie voeren”.
Ariel Ungureanu, een adviseur van een bedrijf dat personeel aanwerft voor multinationals in Roemenië, stelde dat Ford nu wellicht rekening zal houden met het feit dat haar arbeiders in de loop van de komende twee jaar loonsverhoging tot 70% zullen eisen. Die voorspelling zou wel eens kunnen uitkomen als de arbeiders van Dacia toegevingen afdwingen. Dat zal er immers toe leiden dat arbeiders in andere fabrieken hun voorbeeld zullen volgen. Op de vierde dag van de staking was er een betoging waarop ook arbeiders aanwezig waren van Avione Craiova, Posta Romana en ook van de nieuwe Ford-fabriek in Craiova. Er namen in totaal zo’n 1500 arbeiders van andere bedrijven naar Mioveni om hun solidariteit te betuigen. Er waren ook vertegenwoordigers van de Franse vakbonden en de arbeiders van Renault in Frankrijk namen een solidariteitsmotie aan.
Een woordvoerder van het vakbondscomité op Dacia verklaarde (aan het Roemeense persbureau Rompres) dat hij verwacht dat het conflict verder zal radicaliseren: “Een staking is geen ballet, de arbeiders kunnen duidelijke taal spreken. Misschien gebeurt dat nog niet op de eerste dag, maar het is waarschijnlijk dat dit de komende dagen wel zal gebeuren. De mensen weten dat ze hun rechten enkel kunnen afdwingen met stakingen, ze zijn bereid om verschillende dagen te protesteren.”
De staking bij Dacia en de eisen voor hogere lonen, kunnen een eerste stap zijn in het verzet tegen de neerwaartse spiraal van de lonen waarbij onder meer het argument van delokalisatie naar Roemenië wordt gebruikt. Het zal belangrijk om in een internationaal bedrijf als Renault te werken aan internationale solidariteit en gezamenlijke eisen en acties.
Arbeiders in Europa kunnen lessen trekken uit het voorbeeld van Dacia. Als het bedrijf probeert de gevolgen van de staking teniet te doen door productie over te plaatsen naar andere vestigingen van Renault, moeten de arbeiders zich verzetten tegen deze poging om de staking te breken. Als grote bedrijven proberen om arbeiders in verschillende landen tegen elkaar op te zetten met dreigementen van delokaliseringen, jobverlies of lage lonen, is er slechts één effectief antwoord: samen strijden voor gemeenschapscontrole op het bedrijf onder democratisch arbeidersbeheer.