Marxisme in 160 vragen en antwoordenDeel 5. De klassenstrijdBrochure door Peter Van der Biest
Ik denk dat de mensen die dit soort opmerkingen maken zelf teveel aan de negentiende eeuw
denken. Ze denken aan met roet besmeurde gezichten die, de vuisten in de
broekzak gebald van ingehouden woede, elke ochtend voorbij de herenhuizen naar
hun fabriek gaan. En op een goede dag wordt het hen teveel en gaan ze in
oproer. Eerst slaan ze alles aan stukken, dan gooien ze barrikades
op in de straat. Een hopeloos simplistische voorstelling... de mensen die zo
denken begaan juist de fout die ze de marxisten aanwrijven: sociale romantiek.
De arbeidersklasse bestaat uit eenieder die voor het levensonderhoud op één of andere manier, rechtstreeks of
onrechtstreeks afhankelijk is van een loon: witteboordarbeiders,
blauweboordarbeiders, hun kinderen, hun thuiswerkende
partners, de gepensioneerde arbeiders, de werkloze arbeiders... het doet er
niet toe of de arbeider 35.000 of 100.000 frank per maand verdient. Het
verrichten of (op één of ander moment in je leven) afhankelijk zijn van
loonarbeid maakt jou tot proletariër: willen of niet.
Dat was juist veel moeilijker in de negentiende eeuw dan
nu. Toen was de arbeidersklasse veel meer gelaagd dan nu. Neem de Engelse
wevers uit het begin van de Industriële Revolutie. Dat waren, voor de invoering van de mechanische
weefgetouwen, sjieke mijnheren, die met een hondse
minachting neerkeken op dagloners en arme spinners. De wevers naaiden zelfs
goudstukken in hun kleren om te laten zien hoe welvarend ze wel waren. Ze
versperden iedereen die niet tot hun beroep behoorde de toegang tot hun
organisaties en zelfs... cafés. Het is echter het kapitalisme die alle
verschillen tussen de onderscheiden lagen van de arbeidersklasse brutaal heeft
uitgevlakt en nog aan het uitvlakken is.
Neem nu de ambtenaren. Ik zei al dat wie vroeger "op een bureau
werkte" hoger in aanzien stond dan een handarbeider. Zo iemand zou zich
bijna nooit hebben afgegeven met "de mensen met de grauwe nagels". Nu
behoren bepaalde groepen van ambtenaren: de spoorwegarbeiders, de mensen van de
post, bepaalde ministeries,... tot de meest militante lagen van de
arbeidersbeweging. Ik weet niet goed of je het een symptoom van de nieuwe
tijden mag noemen, maar de stichter van onze Internationale, Ted Grant, was
een Zuid-Afrikaanse postbode. Onze
leiders zijn allang niet meer alleen
studenten en intellectuelen, maar politiek
geschoolde arbeiders. Je kent mijn subjectieve voorliefde voor de politieke
tradities van de Franse arbeiders. Welnu, de Parijse metaalgraveerders uit het midden van de
negentiende eeuw, trokken grondig hun neus op voor de "oproerige en
haveloze elementen" die de communist Blanqui steunden. De
metaalciseleurs steunden in grote getale het lammetjesachtige reformisme van de kleinburger Proudhon. Hun
leider, de rechtse proudhoniaan Tolain, werd in 1871 zelfs
uitgesloten uit de eerste Internationale, omdat hij zich tegen de Parijse Commune had gekeerd. Nu zal niemand er
zich nog over verbazen om, tijdens een vakbondsdemonstratie, een Vlaamse computerprogrammeur zij aan zij zien te
lopen met een Waalse metallo.
Maar daar zeg je het ook allemaal: culturele verschillen. Jammer genoeg voor jouw redenering trekt de
sociale geschiedenis zich niet veel aan van alleen maar culturele verschillen. Uit onze discussie over het historisch materialisme, heb je toch al begrepen dat het eigendomsverschillen zijn die de
uiteindelijke doorslag geven in de sociale strijd. Het is waar dat, op
ogenblikken van een laag klassenbewustzijn, de ene laag arbeiders neerkijkt op
de andere. Maar dan kijken ook autochtone arbeiders neer op allochtone arbeiders van dezelfde laag
of zelfs hetzelfde beroep.
Beroepsnijd is evengoed een middel van de bazen om de arbeiders te verdelen als
racisme en seksisme. Trouwens, hoor je de laatste tijd niet vaker dan twintig
jaar geleden "dat een vrouw beter thuis zou blijven om voor haar gezin te
zorgen in plaats van een zelfstandige broodwinning te zoeken"? Inderdaad:
als je de burgerij, haar rechtse pers en haar meest rechtse intellectuelen zou
laten doen, dan zou er zelfs sociale nijd heersen binnen hetzelfde huishouden! Het is een straffe uitspraak (vooral
als je denkt aan de fascistische en stalinistische dictaturen) maar het
kapitalistische systeem is het meest
totalitaire uit de wereldgeschiedenis: het zaait zelfs ideologische
verdeeldheid en angst in de keuken en de slaapkamer! Het is zelfs zo totalitair
dat het de meerderheid van de mensen heeft kunnen wijsmaken dat ze vrij zijn.
Net zoals de arbeiders uit de negentiende eeuw alle preekstoel- en parochieblad-nonsens
slikten in ruil voor een gratis kom soep en een bloedpens van de katholieke
partij.-Tot op een bepaald moment! Tot op het
ogenblik dat de maatschappelijke problemen voor iedereen duidelijk werden. Dan
was het uit met de ideologische heerschappij van meneer
pastoor en meneer de notaris. Dan begonnen de mensen voor zichzelf te denken en
steeds meer te luisteren naar de mannen en vrouwen die ze een paar weken
daarvoor nog beschouwden als "goddeloze oproerkraaiers en socialistische
ketters". Wat de heerschappij van de rechtse media betreft is het (nog
steeds) katholieke en liberale Vlaanderen trouwens een goed voorbeeld. Sedert de opslorping van De
Morgen door de uitgeverij Dupuis bestaat er geen linkse dagbladpers meer in
Vlaanderen. Het Laatste Nieuws kon zonder tegengewicht ongestoord zijn
desinformatie, liberale en racistische bullshit de wereld insturen. Maar hoe
meer de krantenberichten in strijd komen met de werkelijke levensomstandigheden van veel mensen, hoe meer deze laatsten
de burgerlijke berichtgeving met een serieuze korrel zout zullen beginnen nemen. Op wereldvlak kunnen we CNN als voorbeeld nemen. Tijdens de
Golfoorlog geloofde zowat iedereen in
Europa de schaamteloze oorlogspropaganda van het Amerikaanse imperialisme. Maar
de waarheid heeft de vervelende neiging om na een tijdje aan het licht te
komen. De "chirurgische bombardementen" bleken in werkelijkheid een
onverkorte vernietiging van de Irakese economie. De economische sancties tegen
het brutale regime van Saddam bleken een verkapte
volkerenmoord op de gewone Iraki's (die trouwens het
regime van Saddam zelf al een tijdje beu waren).
"Het minimum aan verliezen aan westerse zijde" dat de Amerikanen en
hun Europese politieke lakeien ons voorspiegelden, bleek ook al een beetje
overdreven. Negen maand na de blijde terugkeer van de soldaten werden de eerste
resultaten van het gelukkige weerzien na deze "oorlog zonder
verliezen" bij honderden, later duizenden, geboren ... zonder ledematen,
zonder hersenen, met leukemie, met allerlei kankers en misvormingen: een gevolg
van het gebruik van pantserdoorborende uraniumgranaten. Vandaar het
instinctieve verzet van vele Europeanen tegen de Europese deelname aan de
oorlog in Afghanistan. Het is de harde realiteit van hun eigen leven
die de arbeiders met hun neus op de leugenachtigheid van de rechtse propaganda
zal drukken. Beetje bij beetje is de burgerlijke propaganda zijn eigen
geloofwaardigheid aan het ondergraven. En daarmee de geloofwaardigheid van de
grote bedrijven en hun politici als "leiders van de natie en de
wereld". Laat het mij zo uitdrukken: men mag de arbeiders nog een
microchip inplanten in de hersenen, vroeg of laat vindt de geschiedenis wel een
middel om ook deze ideologische dwang te boven te komen.
Mijn optimisme is niet gebaseerd op één of ander naïef
geloof maar op de historische ervaring.
In de geschiedenis hebben de sociale
tegenstellingen het laatste woord, niet
de gewetensdwang van de heersende klassen.
Alweer: de arbeidersbeweging in de negentiende en de
vroege twintigste eeuw heeft grootse dingen gepresteerd. Maar stel je ook niet
teveel voor van
de mensen toen. Ook in die tijd waren er periodes waarin de meeste mensen een individuele uitweg voor hun problemen
zochten. De negentiende eeuw heeft haar grote revolutionaire uitbarstingen
(1830, 1848, 1864-1871,...) gekend, dat is waar. Maar
deze revolutionaire tijdvakken waren evengoed van elkaar gescheiden door
periodes dat de arbeiders vooral hun eigen plan trokken als in de twintigste
eeuw. Ook toen zochten de arbeiders
een oplossing in emigratie, harder werken, misdaad, ander werk zoeken,
stakingen breken, een rijke partner zoeken, hun collega's oplichten en verraden
bij de baas. Ook toen zochten de
arbeiders afleiding en vergetelheid in drank- en
drugmisbruik, ruwe omgangsvormen met het andere geslacht en wilde uitbarstingen
van café-, buurt- en huiselijk geweld. Ook
toen liepen ze storm voor de winkels als er een nieuw goedkoop
consumptieproduct verscheen. Ook toen waren arbeiders van buitenlandse afkomst het mikpunt van
frustraties en spanningen: de Joodse arbeiders, boeren en kleine zelfstandigen
hebben het nooit onder de markt gehad; de Ierse inwijkelingen in Engeland
werden met de grootste minachting en vijandigheid bejegend. In de Waalse
industriegebieden werden de Vlaamse seizoen- en migratie-arbeiders steevast afgeschilderd als
ongedisciplineerde messentrekkers, dieven en onhygiënische, respectloze mensen.
Leg de toenmalige krantenberichten maar eens naast de huidige, en je zal de overeenkomsten dadelijk zien.
Net zoals toen worden de samenlevingsproblemen (die een
realiteit zijn), die vaak het gevolg zijn
van sociale frustratie onder zowel de migranten als de autochtonen, aan de gehele migrantenbevolking aangewreven.
Verdeel en heers!
Mogelijk. Als jezelf omwille van je etnische afkomst
onder aan de sociale ladder wordt geplaatst, dan is de verleiding des te groter
om iemand te zoeken waarop ook jij kan neerkijken. Racisme en sociale vooroordelen vormen een
mes dat langs twee kanten snijdt. Ongetwijfeld denken deze migranten: "Als
ik niet meer mag neerkijken op een Belgische arme luis, op wie mag ik dan wel nog neerkijken?" Ik denk ook dat er (een
kleine minderheid van) zulke migranten bestaan. Ik weet echter uit mijn
vakbondservaring dat de meeste migranten brutaal worden uitgebuit, gepest en
gekweld. Daarom zijn zij heel vaak zeer waardevolle bondgenoten van ons. Ik heb
op mijn werk migranten gekend die geloven dat "Adam en Eva zeven meter
groot zijn", dat "God weent wanneer Hij twee mannen de liefde ziet
bedrijven" en dat een vrouw "beter thuisblijft om voor haar man en de
kinderen te zorgen". Ik heb hen daarop steeds beleefd en geduldig
tegengesproken. Maar omdat zij voelden dat ik aan hun kant stond, niet als migranten maar als arbeiders,
heb ik tijdens stakingsacties geen betere, toegewijde en opofferingsgezinde
socialisten gezien dan hen. Wanneer men mij naar mijn "vaderlandsliefde" vraagt, dan zeg ik zonder blozen: "Ik ben een socialistische arbeider.
Ik heb geen vaderland. Als ik moet kiezen tussen een Belgische arbeider en een
buitenlandse baas, dan kies ik voor de Belgische arbeider; als ik moet kiezen
tussen een Belgische baas en een buitenlandse arbeider, dan kies ik voor de
buitenlandse arbeider. De bazen van alle landen zijn mijn vijanden, de
arbeiders van alle landen mijn vrienden." Zelfs
de laagst geschoolde arbeider begrijpt dan wat ik wil zeggen.
Het internationalisme van de marxisten is geen emotionele tranerigheid,
zo van: "Alle mensen worden broeders". Het kapitalisme is een wereld-systeem.
De samenwerking tussen de arbeiders van verschillende naties is geen naïeve
wensdroom, maar een absolute noodzaak:
door het wereldwijde karakter van het kapitalisme.
Als de vroegere en recente sociale geschiedenis al iets
bewezen heeft, dan is het wel dat de arbeiders, hoe geestelijk onderdrukt ook,
vroeg of laat uit zichzelf tot
internationale samenwerking komen. In de tijd van de Eerste Internationale, kon
de meerderheid van de Europese arbeiders nauwelijks lezen en schrijven. Een
groot deel was zijn hele leven nog niet uit zijn stad of dorp gekomen. Toch
kende bvb. België in de jaren 1860 niet minder dan vijfenzestigduizend aangeslotenen bij de Internationale. En denk
maar niet dat de oprichting van de
Internationale alleen maar het werk was van linkse intellectuelen zoals Marx en Engels. De Internationale werd in 1864 opgericht
door Franse, Poolse en Britse arbeiders. Het is pas als het besluit tot
oprichting een feit was, dat de
medewerking van revolutionairen als Marx gevraagd
werd. Bij het uitbreken van W.O.I in 1914 viel het internationalisme van de Tweede Internationale in het water, door
de illusies en de oorlogsopwinding van de massa's, maar vooral door het
nationalistische verraad van de sociaal-democratische leiding (die bvb. in het
Duitse parlement de Duitse oorlogsbegroting goedkeurden). Maar toen de
leugenachtigheid van de burgerlijke oorlogseuforie duidelijk werd door de
uitzichtloze miserie in de loopgraven en op het
thuisfront, brak er vanaf 1917 een revolutiegolf los die zich tot in 1921 over
heel Europa verspreidde. Hetzelfde nu. Je herinnert je misschien nog de oorlogsillusies in de tijd van de Golfoorlog.
We hebben het er al over gehad. Welnu, met een zekere vertraging hebben de desillusies in de Golfoorlog in Europa
goed bijgedragen tot het wantrouwen in de politieke en economische
autoriteiten. Daarmee ligt de Golfoorlog voor een niet te onderschatten
gedeelte mede aan de grondslag van de
huidige antiglobaliseringsbeweging, van het nieuwe en veel hechtere
internationalisme tussen de meest bewuste arbeiders en jongeren van alle
landen. Wanneer de oorlog in Afghanistan niet vlug de gewenste resultaten
oplevert, zal ook de oorlogsgekte van de Amerikaanse
arbeiders omslaan in haar tegendeel. Dan zal Bush van
de meest populaire president uit de geschiedenis van de V.S. uitgroeien tot de meest gehate. Dan zullen er
bewegingen losbarsten waartegenover de protestbewegingen uit de jaren zestig klein bier
zullen zijn... de eerste symptomen daarvan zijn nu al merkbaar. Je ziet: de
dialectiek van de geschiedenis heeft zo haar venijnige wendingen. En ik zou er
niet van verbaasd staan dat de fundamentalistische regimes, die nu de Arabische
en andere islamitische massa's op hun hand hebben, vroeg of laat ook ontmaskerd
raken. Het vroegere aarts-fanatieke regime van Iran
heeft in de loop der jaren nu al veel
van zijn tanden verloren.
Ook in de manufactuurperiode
was het van meetafaan hommeles
tussen de kapitalisten en de loonarbeiders. De zestiende eeuwse
Wederdopers, harde en fanatieke primitief-communistische religieuze hervormers, richtten
zich vooral tot de bezitsloze massa's en predikten een maatschappij waarin
privaatbezit als doodzonde gold. Mannen en vrouwen leefden "in gemeenschap
van lijf en goederen". De Wederdopers schrokken er niet voor terug om ook
de wapens op te nemen tegen de Duitse keizer, de katholieke kerk en de
protestantse edellieden die met de keizer samenspanden. In 1525 leidde de
Duitse wederdoper Thomas Munzer een arbeiders- en
boerenopstand tegen de feodale uitzuigers en de burgerlijke woekeraars.
Omstreeks dezelfde tijd veroverden de Wederdopers onder leiding van Jan Van Leiden de macht in de stad Munster, waar ze hun communistische
"Rijk Gods" trachtten in te voeren. Maar de maatschappij was nog niet rijp voor de machtsovername van de
armste boeren en eerste loonarbeiders. De loonarbeiders waren nog met te weinig
omdat de industriële samenleving nog niet bestond. In de jaren 1640, de
tijd van de Engelse Revolutie, bezetten de verdreven en tot loonarbeid gedwongen
Diggers,
onder leiding van de radicale predikant Gerrhard Winstanley hun oude gemeenschapsgronden en bewerkten
deze in gemeenschap en sociale gelijkheid. Maar alweer: de toenmalige
maatschappij liet een machtsovername door de loonarbeiders nog niet toe: ze was
nog te primitief en de Diggers werden verslagen door
de troepen van de bourgeois-puritein Cromwell. In het
Holland van de zeventiende en achttiende eeuw wordt er genoeg gewag gemaakt van
wrijvingen tussen arbeiders en patroons(Zie o.a. Fernand
Braudels 'Beschaving,
economie en kapitalisme'). Maar de moderne
arbeidersbeweging is geheel en al het product van de Industriële Revolutie.
Sneller dan ooit hoopte de bevolking zich op in bedrijven en in stadswijken.
Sneller dan ooit groeiden de verkeersmiddelen, waardoor een niet te
onderschatten deel van de arbeiders losgerukt werd uit de bekrompenheid van hun
dorpen en kleine steden. Sneller dan ooit steeg ook de internationale
correspondentie tussen revolutionaire leiders. De mensen begonnen zich vanaf het
eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw stilaan meer en
meer van hun vergelijkbare leefomstandigheden bewust te worden. Alweer: dat
ging niet in één oogwenk; er bestonden nog generatieslang rivaliteiten tussen
de arbeiders van verschillende bedrijfstakken, nationale aankomsten,
geslachten, scholingsgraden,... Aanvankelijk
reageerden gestresseerde arbeiders, die het
geestdodende tempo van de machine niet gewend waren en de brodeloos geworden
ambachtslieden en thuiswerkers zich af op de nieuwe machinerie: ze sloegen ze
kapot of wierpen er hun klompen tussen. Machinevernietiging
en sabotage gaan altijd vooraf aan meer gedisciplineerde aktievormen:
dat was zo in Engeland, Frankrijk en België in de jaren 1800-1850. Dat was zo
in het Rusland van de jaren 1860-1880. Dat was ook zo in België toen in 1993 de
baas van Colruyt, Jo
Coltrui zaliger, in alle kranten fulmineerde "tegen de fascistische (sic!) vakbonden" die het niet hadden kunnen voorkomen
dat stakende arbeiders de depôts waren binnengedrongen
om de computers aan brijzel te slaan. Naderhand leren
de arbeiders echter het onderscheid maken tussen de machinerie en hun
toepassing in het systeem. Simpeler gezegd: mettertijd
leren ze dat ze zich niet meer tegen hun
werktuigen, maar tegen de eigenaars
ervan moeten keren.
Bekijk de spectaculaire verborgen video-opnames (vooral
van Amerikaanse herkomst) en zie op welke (soms een
beetje walgelijke manieren) de gefrustreerde arbeiders uiting geven aan hun
onlust en hun vijandschap met de bazen: soms komen er zelfs uitwerpselen, urine
en andere lichaamsvochten aan te pas. Ik zal deze actievormen zeker niet
aanraden, maar ik zal deze mensen ook niet eenzijdig afvallen, zoals de
burgerlijke sensatie-T.V. dat wel doet. Verklaar me
maar gek, maar ik zie in deze (betwistbare) handelingen een gestresseerde,
geestelijk mishandelde, uitgebuite en onderbetaalde arbeider of arbeidster die op een individuele wijze uiting geeft
aan zijn woede tegen een systeem dat hem/haar aan het onderwerpen is aan halve
slavernij. Als we het breed historisch bekijken, dan begint de individuele
opstandigheid van de arbeider met de chauffeur die tegen de auto van zijn baas
plast. Het is niet onze taak om de
arbeiders aan te vallen op hun
verkeerde uitingen van protest. Daarvoor hebben de kapitalisten mensen en
middelen genoeg: van ploegbazen en verborgen camera's tot politie, rechtbanken
en rijkswacht. Het is onze taak deze daden te
begrijpen en uit te leggen als een gevolg
van haat tegen het systeem. En deze
arbeiders op een vriendschappelijke en geduldige manier de weg te wijzen naar
gedisciplineerde, collectieve vormen van verzet.
Juist. De grote stroom van arbeidersverzet gaat al
generatieslang door de ervaring van het georganiseerde
optreden: in vakbonden en partijen. Overal ter wereld telt de georganiseerde
arbeidersbeweging honderden miljoenen leden en aanhangers. Maar het is niet
uitgesloten dat ongeregelde woede-uitbarstingen en sabotage weer veld winnen: door het ontbreken van een ernstige
arbeidersleiding die bereid is om het gevecht tegen de scheeftrekkingen van
het systeem aan te gaan.
Dit soort gebeurtenissen of golven van gebeurtenissen op
het jaar na voorspellen is altijd een linke zaak. Het marxisme is heel goed in
het voorspellen en onderkennen van algemene
trends in de samenleving. Maar geen enkele sociale wetenschap kan individuele gebeurtenissen op de dag na juist voorspellen, of er moet veel
geluk mee gemoeid zijn. Eén zaak is zeker: steeds meer mensen beginnen de
huidige gang van zaken steeds onverdraaglijker te vinden…en dat is de
voornaamste voorwaarde voor grote sociale en politieke omwentelingen. In
bepaalde landen, zoals Argentinië, zijn de eerste stoten tot een nieuwe
wereldhistorische fase van revolutie (en contrarevolutie) al gegeven. Maar o.a.
het voorlopige gebrek aan leiding, het trauma van het
stalinisme en de verwarring die voortvloeide uit de overwinning van het
kapitalisme in de jaren negentig hebben ervoor gezorgd dat de gebeurtenissen
zich niet alleen heel erg uitgespreid in de tijd voltrekken, dat het proces
bijzonder is uitgerekt. Klaarblijkelijk schijnen de processen zich ook heel
ongelijk in de ruimte voor te doen. Het
lijkt erop dat de verschillende sectoren in de wereldeconomie en politiek
rustig hun tijd nemen om in doodsstrijd te gaan en daar "elk hun
beurt" toe afwachten. In het midden van de negentiger jaren
gingen de Aziatische tijgers in
crisis, met als gevolg een enorme heropleving van de plaatselijke
arbeidersbeweging en in Indonesië de val van de dertig jaar oude dictatuur van Soeharto. Sedert enkele jaren heeft de crisis ook Latijns-Amerika
bereikt en, onlangs nog, haar catastrofale stempel gedrukt op Argentinië, door
de ineenstorting van het ganse openbare leven.
Bijlange na niet. Ik heb nog enorm veel
aspecten buiten beschouwing gelaten: onze houding tegenover revoluties in de oud-koloniale landen; het nationaliteitenvraagstuk; enorm
veel kwesties in de economische wetenschap waarin het marxisme baanbrekend is
geweest; de houding van het marxisme tegenover de allernieuwste ontwikkelingen
in de natuurwetenschap…er is geen onderwerp of de marxisten hebben het
onderzocht of op één of andere manier ter discussie gesteld. Zoals Trotsky bij het begin van de twintigste eeuw zei: het socialisme spreekt alle talen van de
beschaafde mensheid. Maar ik hoop wel dat dit vraaggesprek een goed begin
was, een goede aanzet tot verdere discussie en/of studie, waarbij we echter
steeds in het achterhoofd houden:
"Eén ons praktijk is gelijk aan één ton
theorie" (Lenin) |