1. De "New Deal" politiek van Roosevelt bestond erin dat
er massaal geïnvesteerd werd in het uitvoeren van publieke werken.
2. Het "Volksfront" was een samenwerking tussen arbeidersorganisaties
en delen van de burgerij.
3. Thans Ethiopië.
4. Voor een uitgebreidere analyse van de Spaanse revolutie, lees
het artikel Revolutie en burgeroorlog in Spanje van
Guy Van Sinoy.
5. Meer over de situatie in Frankrijk vind je in Trotski's werk
"Wither France"
6. Komintern: de communistische internationale werd opgericht na
de Russische Revolutie van 1917. In 1943 maakte Stalin formeel een einde aan het bestaan
van de Komintern.
7. Frans nationaal symbool omwille van de afbeelding van Marianne
met Phrygische muts
8. Léon Blum (1872 - 1950) werd in 1899 lid van de socialistische
partij in Frankrijk. Vanaf 1919 was hij parlementslid. Het in 1934 gevormde Volksfront
won de verkiezingen van 1936 en vormde een regering die een jaar stand hield.
9. Bedoeld wordt de Moskouse processen. Deze processen waren een gevolg
van de interne spanningen in de Communistische Partij omwille van de beperkingen
van het stalinisme. Na de moord op de stalinist Kirov in 1934, werd een zuivering
georganiseerd: in 1935 werden 40 leden van de lijfwacht van Stalin vervolgd, in
1936-38 waren er processen tegen o.a. Zinoviev, Kamenew, Smirnov,
Radek, Sokolnikov, Rykov, Boecharin, Yagoda,... Zowat alle nog levende leden van het
Politbureau
van onder Lenin werden beschuldigd, met uitzondering van Stalin. Met deze processen
probeerde
Stalin zijn positie te versterken.
10. Trotski verwijst hier naar diegenen die hun strijd beperken tot
het louter syndicale en dit niet koppelen aan andere bewegingen, of aan een politiek
programma.
11. Dit is een verwijzing naar de poging van de stalinisten om eigen
"rode" vakbonden op te zetten, een initiatief dat in vele landen erg beperkt bleef en
verdeling binnen de vakbeweging in de hand werkte.
12. Bedoeld wordt de grootste industriële families die de
economie domineren.
13. Trust: groep bedrijven, vergelijkbaar met wat vandaag begrepen
wordt onder de term "multinational".
14. Geconfronteerd met een sociale catastrofe als gevolg van een
oorlog, waarin
gevochten werd om de belangen van een kleine nationale elite te verdedigen, was er
een grote beweging met fabrieksbezettingen en betogingen. Tegen 1920 was de beweging
op een hoogtepunt, maar bleef steken op het niveau van fabrieksbezettingen die niet
onderling verbonden werden in een landelijke strijd met de eerste stappen om nationaal
de macht in handen te nemen en het Sovjetvoorbeeld in Rusland te volgen. Het
belangrijkste probleem was het gebrek aan een politiek verlengstuk: een arbeiderspartij
nodig om op basis van de beweging een programma en activiteit te ontwikkelen die in
staat was om een impact te hebben en met correcte eisen de beweging vooruit te stuwen.
De sociaal-democraten waren te bang om conclusies te trekken uit de beweging en trokken
zich terug. In de zomer van 1920 riepen ze op om de bedrijfsbezettingen te stoppen.
De communisten stonden nog erg zwak en waren nog steeds verbonden aan de
sociaal-democratische PSI. Ze waren niet in staat om een grote impact te hebben bij
gebrek aan een duidelijk programma.
De gevolgen waren rampzalig. Tegen eind 1920 waren de meeste bedrijfsbezettingen
gestopt en was er een enorme desillusie. Vooral die lagen die niet op een directe
manier betrokken waren bij de acties maar er wel naartoe uitkeken als hoop op
verandering, werden het sterkst getroffen door ontgoocheling. Aangezien de
arbeidersbeweging er niet in geslaagd was een uitweg uit de impasse te bieden,
zochten vooral de middenstanders, de uitoefeners van vrije beroepen en de boeren
naar een ander middel om de orde te herstellen.
15. Lord Mosley was de leider van de Britse fascisten.
16. Voor meer info over de Chinese revolutie van 1925-27, zie
The 1925-27 Revolution
door Peter Taaffe.
17. De Amsterdamse Internationale, of de 2 1/2e Internationale, probeerde
een koers te varen tussen de 2e en 3e Internationale in.
18. "Sovjet" is Russisch voor "raad".
19. Meer hierover vind je in Trotski's
On the Canton Insurrection.
Three Letters To Preobrazhensky
20. Thälmann was leider van de stalinisten in Duitsland. Hij staat
symbool voor de theorie van de stalinisten dat een 'openlijk' fascistisch regime
een stap dichter bij de revolutie zou zijn dan het 'sociaal-fascistisch' regime dat heerste
vóór de machtsovername van Hitler. Op basis van het reactionaire bewind van de fascisten
zouden de arbeiders sneller in actie komen aldus de stalinisten begin jaren '30. De realiteit
was anders.
21. Over de Commune van Parijs, lees: De Commune van Parijs door
Peter Van der Biest.
22. Dit is een verwijzing naar de coup die een einde maakte
aan het bewind van Robespierre in Frankijk op 9 Thermidor (27 juli 1794). Hiermee kwamen
de oude bourgeois terug aan de macht.
23. Ignace Reiss (1900 - 1937): een Poolse communist die in 1937
brak met Stalin nadat hij een aantal jaren
actief was in de Russische KP. Zijn brief van 17 juli aan het Centraal Comité
(Franstalige versie van
deze brief) betekende het einde van Reiss. Op 4 september 1937 werd hij door
agenten van Stalin vermoord
nabij Lausanne.
24. Butenko: rechtse stalinist, bekend van een aantal anti-Joodse
uitspraken. Hij vluchtte in 1938 naar Roemenië.
25. Het dient opgemerkt dat deze tekst werd geschreven vóór het
Stalin-Hitler pact.
26. Kolchoze: collectieve coöperatieve boerderijen, gebaseerd op
staatseigendom: jaarlijks moet een bepaald percentage van de productie van de productie
aan overheid worden verkocht; de rest wordt onder de kolchozleden verdeeld en voor
gemeenschappelijke doeleinden worden gebruikt.
27. Léon Jouhaux (1879 - 1954): was jarenlang (van 1909 tot 1947) algemeen secretaris
van de vakbond CGT, die hij probeerde uit de communistische invloed te houden.
Hij lag mee aan de basis van de International Labour Organisation (ILO).
In 1951 kreeg
Jouhaux de nobelprijs voor de vrede.
28. GPOE: Russische geheime politie, voorloper van de KGB.