Aanhangsel.
Utechins uitgave van Lenins Wat te doen
Het voorgaande stuk was deels in 1963 geschreven voor gebruik in een boekoverzicht. Het jaar 1963 was een groot jaar voor Leninologen, met de publicatie van drie biografieën van Lenin, plus een relevant volume van gedenkschriften door Angelica Balabanoff. Een andere gebeurtenis van het jaar was de publicatie van een nieuwe Engelse vertaling van “Wat te doen”
“Wat te doen?” Vertaald door S.V. en P. Utechin. Uitgegeven met een inleiding en nota's door S.V. Utechin. Oxford, Clarendon Press. 213p.
Deze uitgave was vooral opmerkelijk omdat het, denk ik, het eerste voorbeeld van erkenning door een belangrijke Westerse uitgever was dat het geschrift van Lenin minstens even belangrijk was voor de geschiedenis van de sociaal-politieke wetenschappen als de werken van Lactantius, Leibniz, Lilburne of Luther. Het was de eerste uitgave door de meer “geleerden”, van een kritische uitgave met academische opmerkingen, annotaties, enz.
Het was een belangrijke mijpaal dat deze vertaling gepubliceerd werd. De aard van de uitgave zelf was van geen belang. Het werk werd gedaan door S.V. Utechin, auteur van “Russische politieke gedachte” en “Beknopte Encyclopedie over Rusland”. Deze nota zal niet de meningen bespreken die in de inleiding van Utechin worden uitgedrukt; deze meningen waren eerder standaardvoorbeelden van de Leninologische consensus inzake het originele “kwaad”’ van WTD als verlichaaming van de Bolsjevistische duivelarij. Wij zullen ons enkel buigen over wat de redacteur Utechin met de tekst van het werk van Lenin deed.
In de eerste plaats legt de uitgave Utechin niet de volledige tekst voor. Dit zorgt voor extra verwarring, omdat (1) de brochure van Lenin op zich een vrij klein boekje is, en (2) de hoeveelheid dat door Utechin wordt verwijderd niet zeer groot is. De reden kon niet financieel geweest zijn voor Oxfords Clarendon Press. (De uitgever kon meer plaats bespaard hebben door de voetnoten van Utechin te knippen die stelden dat de voorwaarden onder het tsarisme beter waren dan die onder Lenin.) Er is natuurlijk een reden voor ingekorte versies van opmerkelijke boeken, maar dit is meestal gericht op het verwerken ervan in dikke inzamelingen. Dit is een dun boek dat dunner werd gemaakt.
Om het publiceren van een onvolledige versie als dit te rechtvaardigen, verwijst Utechin naar de "lichtjes verkorte" versie die Lenin zelf in 1907 publiceerde, als deel van een verzameling onder de titel “Twaalf jaar”. Vergeleken met de originele uitgave van 1902, maakte Lenin hier een twaalftal onbelangrijke inkortingen, voornamelijk in deel A van het 5de hoofdstuk. (Wij moeten er trouwens aan herinneren dat bij deze publicatie in 1907 Lenin aan de lezer verklaarde dat “Wat te doen” nu hoofdzakelijk van historisch belang was.)
Utechin beweert in zijn voorwoord dat de "versie van 1907 [namelijk de verkorte] die tot toen voor de enige Engelse vertaling werd gebruikt, door J. Fineberg werd vertaald. Dit verscheen als afzonderlijk pamflet en in diverse selecties en verzamelingen van de werken van Lenin, gepubliceerd door Communistische uitgevers in Moskou en ook buiten de Sovjetunie." Dit is niet waar. De vertaling Fineberg was een vertaling van de volledige tekst van 1902. Het verscheen in de oude (onvolledige) “Verzamelde werken, Volume 4, Boek II”, dat door Internationale uitgevers van New York in 1929 wordt gepubliceerd; en ook in de wijd gelezen pocketuitgave, namelijk, Nr.4 van de “Kleine Bibliotheek van Lenin”. Voorts werd een andere volledige vertaling van de uitgave van 1902 later beschikbaar gemaakt in het Engels in een pocketuitgave gepubliceerd door de “Uitgeverij Buitenlandse talen Moskou”. Tot slot (zoals Utechin wat later vermeldt) was er later een een Engelse publicatie in een nieuwe editie van de “verzamelde werken” van Lenin, meer bepaald in het 5de deel van deze uitgave. Deze vertalingen waren niet identiek; en zo hadden wij drie verschillende Engelse versies van de onverkorte tekst vóór Utechin. De verkorte versie van 1907 verscheen enkel in het Engels in de diverse reeksen onder de titel “Geselecteerde werken”.
Alleszins zouden de inkortingspraktijken van de Communistische uitgeverijen niet bepaald een voorbeeld mogen zijn voor de eerste westelijke wetenschappelijke uitgave van het werk van Lenin...
Het tweede vreemde element aan de uitgave van Utechin is dat hij zelfs niet de verkorte versie van 1907 voorstelt. Zijn chirurgische operatie op het lichaam van WTD begint slechts met de verkorting van 1907, die hij behalve een paar inkortingen volledig overneemt. In de tekst die overblijft maakt hij nog eens tweeëndertig inkortingen, over een lengte van een pagina tot hier en daar een regel. Van de tekst die dan nog overblijft, schrapt hij vierentwintig voetnoten van Lenin – waaronder bepaalde redelijk lange en verschillende belangrijke en interessante voetnoten.
De lezer kan benieuwd zijn waarom de eerste westelijke ‘geleerde’ redacteur van Lenins werk zijn scharen in het werk zet; en kan veronderstellen dat dit telkens onbelangrijke passages zijn. In een aantal gevallen kan het nog begrepen worden als een beperkte zin weggelaten wordt. Maar het wordt vreemd – en nu komen we tot het meest bizarre – als passages van groot belang worden weggesneden om drastisch bepekert worden. Een aantal weggesneden passages zijn van de belangrijkste onderdelen van het boek!
We hebben al gezien dat één van de meest besproken secties van WTD over de rol van burgerlijke intellectuelen in de socialistische beweging handelt, en de theorie dat de werkende klasse alléén tot een vakbondsbewustzijn kan komen. Ik heb erop gewezen dat in werkelijkheid Lenin deze theorie presenteerde door Kautski te citeren, en dat zijn eigen parafrase gebaseerd was op Kautski. Ik heb vermeld dat Leninologische discusies over WTD zelden of nooit het ongelegen feit vermelden dat de duivelse theorie eigenlijk die van Kautski was. Hoe behandelt Utechin dit probleem?
Simpel: hij zet er zijn redactieschaar in en knipt het gehele citaat van Kautski uit de tekst van het boek.
De lezer van deze gezuiverde uitgave zal nooit weten dat de essentie van de leninistische duivelarij dus eigenlijk begon met Kautski en niet met Lenin.
Ten vierde: het verwijderen van deze passage is al bizar, maar er zijn nog heel wat inkortingen die niet minder vreemd zijn. Een verduidelijkend voorbeeld.
Eén van de betwiste punten in polemieken over WTD is de kwestie van de oorsprong van de gedachte van Lenin: stamt deze hoofdzakelijk uit de Europese marxistische traditie of uit het Russisch revolutionaire verleden? Utechin is een verdediger van laatstgenoemde stelling: zijn inleiding argumenteert dat de geestelijke voorvaderen van Lenin Tkachev en in het bijzonder Ogarev waren. De geest van Tkachev bengelt de lezers voor ogen, want Tkachev was een blanquist, een negentiende-eeuw revolutionair van de meest vulgaire soort.
Utechin schrijft in dit verband: “De tekst van WTD verheldert deze vraag niet." Het was niet raadzaam voor hem om naar de tekst te verwijzen. Hij heeft zorgvuldig elke passage in WTD geschrapt die niet met zijn standpunt in overeenstemming was, en die hij kon schrappen zonder de samenhang te vernietigen.
Neem het specifieke geval van Tkachev, de “echte voorvader” van Lenin volgens Utechin en de Leninologen. Het zou voor Utechin een geschenk geweest zijn als Lenin in zijn geschrift een paar enthousiaste verwijzingen naar Tkachev had gemaakt - a ratio van ongeveer één procent van het aantal Europese marxistische modellen waarnaar hij constant heeft verwezen. Het zou een zegen voor de Leninologen zijn geweest indien hij ook maar één vriendelijk woord over zijn "echte voorvader" had gepubliceerd. Maar in elk van vijfenveertig volumes van de “Verzamelde werken” van Lenin zijn er in totaal slechts vijf verwijzingen naar de Tkachev, en slechts één hiervan is een aanzienlijke passage die een mening uitdrukt. Deze passage die de mening van Lenin over Tkachev naar voor brengt, staat toevallig in WTD. En het is een duidelijk vijandige verwijzing naar Tkachev als voorvechter van "opwekkende verschrikking."
(43)
Wat doet een geleerde redacteur wanneer de tekst er niet in slaagt in overeenstemming te zijn met de consensus van de Leninologen? Utechin schrapt de hele passage over Tkachev uit de tekst van Lenin!
Deze ene en enige passage waarin Lenin een houding ten opzichte van zijn "echte voorvader" uitdrukte (als we niet vertrouwen op bronnen uit tweede hand) mag de onschuldige lezer niet in verwarring brengen. Daarnaast verwijdert Utechin op een aantal andere plaatsen stukken waarin Lenin het terrorisme en de ideeën van het terrorisme aanvalt.
Dit handelt slechts over één kant van de ‘voorvaderen’ van Lenin. Zoals aangehaald wil Utechin de invloed van de Europese marxistische traditie op Lenin minimaliseren. De tekst van WTD (zoals door Lenin geschreven) geeft daar nochtans belangrijke argumenten voor. In feite bevat WTD een deel van het interessantste materiaal om de impact van de Europese marxistische partijen op Lenin aan te tonen, ook op vlak van model voor partijorganisatie. Het is dit soort materiaal dat Utechin eerst zal schrappen, wellicht omdat het te “omvangrijk” zou zijn...
Het voorwoord van Utechin verwijst vrij bewust naar deze praktijk: "weggelaten... zijn voornamelijk details van een polemiek die van geen relevantie zijn voor de hoofdlijnen van het document, en voorbeelden die door Lenin worden gegeven over de praktijk van de Duitse sociaal-democratie om zijn punten te illustreren, voorbeelden die nu eerder zijn gedachten zouden verduisteren dan zouden verlichten." Deze passages verduisteren niet alleen Lenins gedachten, zij vormen een bedreiging voor de standpunten van Utechin: weg moeten ze - uit de tekst.
Bijvoorbeeld is er de passage waar Utechin Hoofdstuk 3, Sectie F, schrapt: een lofzang over de werking van de Duitse Social-democratische partij. Het is niet waar dat dit slechts een "illustratie” is zoals Utechin beweert - hoewel hij nooit verklaart waarom de informerende "illustraties" uit zijn tekst worden geschrapt. Deze passage is een argument dat Lenin ten gunste van zijn standpunten gebruikt. Lenin haalt de meest bewonderde socialistische partij als zijn model aan. Voorts geeft Lenin in zijn stuk over de bewonderenswaardige Duitsers ook impliciet zijn mening weer over hoe een partij zou moeten werken in een legale situatie, zoals die nadien afgedwongen werd in Rusland. Als iemand Lenins organisatorische concepten "wil te weten komen," is het belangrijk (dit is een eufemisme) om zijn mening te weten te komen over de organisatorische concepten en de praktijken van de belangrijke Europese socialistische partijen.
Wat Utechin uit de tekst gooit, zijn heel interessante verwijzingen naar de Europese beweging. Het is niet echt nodig om hier alle rariteiten van deze uitgave naar voor te brengen.
Dit is dus de eerste "wetenschappelijke" uitgave van Lenin door een belangrijke uitgever, onder toezicht van een eminente westerse onderwijsinstelling, om de verschrikkelijke originele zonden van het bolsjevisme te openbaren. Als een dergelijke amateuristische aanpak gedaan was bij pakweg John Stuart Mill door een uitgever in Moskou, zou ons snel duidelijk gemaakt worden wat we daarover moeten denken en zou Utechin wellicht op de voorste rijen staan om kritiek te leveren. Het werk zou een “vervalsing” genoemd worden. Maar we mogen niet onbeleefd zijn.
Er zijn immers weinig Leninologen die in staat zijn om hun interpretatie van een werk weer te geven door te prutsen aan een tekst zodat deze zou kloppen met hun interpretatie. Dit betekent niet noodzakelijk dat Utechin opzettelijk “Wat te doen” op een oneerlijke wijze heeft gebracht. Het is veel waarschijnlijker dat hij slechts één wijze kent om Lenin te lezen, en dat is door zijn eigen speciaal daartoe gemaakte brilglazen. De belangrijkste vertegenwoordigers van de Leninologie in de Westerse wetenschappelijke instellingen verschillen daarbij amper van hun bloedbroeders, de stalinistische professoren.
Voetnoten
1. Over Utechins boek lees je meer in het aanhangsel bij dit werk
2. Lenin: Collected Works (Moskou: FLPH, Progress Uitg., 1960-70), 5:375. (Hierna afgekort als CW.)
3. CW 5:383f.
4. CW 5:386
5. Ik heb dit onderwerp uitgebreid bestudeerd in: Karl Marx’s Theory of Revolution (New York: Monthly Rev. Press, 1978), Vol.2, Chaps.17-18.
6. CW 6:235
7. CW 6:490
8. CW 6:490f
9. CW 6:491
10. CW 6:500
11. CW 6:502
12. Het artikel van Luxemburg’s wordt meest ruitgegeven onder de verkeerde titel: “Leninisme of Marxisme”? – een titel die niet enkel een Leninologisch uitvinding is, maar ook de mening van Luxemburg vervormt. Zij die zo gevoelig zijn voor vragen rond democratie binnen de partij, heel populair bij Leninologen, noteren best dat hoewel Luxemburg haar artikel een giftige aanval was op Lenin, de democratische uitgevers van de Neue Zeit weigerden Lenins milde antwoord te drukken.
13. CW 7:474
14. CW 7:474-76
15. CW 8:196.
16. CW 9:291.
17. CW 9:442.
18. CW 10:29.
19. CW 10:30.
20. CW 10:32.
21. CW 10:33.
22. CW 10:34.
23. CW 10:35.
24. CW 10:37f.
25. CW 10:31
26. CW 10:32.
27. CW 10:36.
28. CW 10:36 fn.
29. CW 10:38f.
30. CW 13:101.
31. We moeten eraan herinneren dat Lenin (samen met bijna de hele internationale) een voorkeur had voor een overwinning van Japan op Rusland.
32. CW 13:102
33. Enkele vorige verklaringen moeten ook worden vermeld. In augustus 1903 had Lenin een paar lijnen voor zichzelf neergekrabbeld, als nota bij het boek “Martovs Tegenspraak en Gezigzag”. Het tweede van vier punten was dat “Hij [ Martov ] altijd de ideeën van een organisatie in de Iskra verdedigde (Wat Te Doen), maar de integratie van een Jauresist [hervormingsgezinde] als eeste clausule had beveiligd in de regels”. In januari 1904 publiceerde Lenin een pamfletvoorwoord waarin hij de Mensjevieken uitdaagde hun nieuwe concepten van organisatie te verklaren: zij hebben “het bestaan van verschillen over kwesties van organisatie aangekondigd. Jammer genoeg, hebben de redacteurs geen haast om te specificeren wat deze verschillen zijn, grotendeels zichzelf beperkend tot het laten doorschemeren van onbekendheden. De man die deze woorden schreef was ronduit van mening dat tot dit punt de Mensjevieken geen onderscheiden visie hadden over het concept van organisatie. In maart 1905, in een antwoord op Plekhanov, drong Lenin erop aan dat Plekhanovs bewering, “dat onze relaties wegens WTD waren afgekoeld”, absoluut niet waar was. Dit zijn slechts enkele van de vele aanwijzingen van dit gegeven: zeker toen hij WTD publiceerde, en tot de later ontwikkelde controverse, dacht Lenin dat de meningen in het boek het gemeenschappelijke bezit waren van de hele Iskragroep.
34. CW 13:103.
35. CW 13:103.
36. CW 13:104.
37. CW 13:104f.
38. CW 13:106.
39. CW 13:106.
40. CW 13:107f.
41. Zover we weten is de enige keer dat Lenin op dit onderwerp terugkwam een artikel dat we moeten aanbrengen omdat er vaak uit wordt geciteerd. Dit artikel, gepubliceerd in 1938 door Max Shachtman in het theoretische orgaan van de Amerikaanse trotskisten, weet WTD aan de de specifieke Russische condities van die tijd en ging verder met te stellen: “Dit is waarom Lenin, in zijn antwoord op het voorstel de brochure te vertalen voor de niet Russische Partijen aan Max Levien in 1921 vertelde : “Dat is niet gewenst; de vertaling moet op z’n minst gestoffeerd worden met goede commentaren, die zouden moeten geschreven worden door een Russische kameraad die welbekend is met de geschiedenis van de communistische partij, om zo een verkeerde toepassing te vermijden.” Het artikel was jammer genoeg niet voorzien van een bron. Het gaf wel een lijst van bronnen voor het artikel in zijn geheel. Ik ben echter niet in staat geweest deze episode in één van de werken te vinden.
42. John Plamenatz, German Marxism and Russian Communism (London: Longmans, Green, 1954), p.225f.
43. CW 5:510f.