Toenemende klassenstrijd bedreigt fragiele evenwichten

Tekst gestemd op het nationaal congres van december 2006

Eerste versie: augustus 2006


Onderstaande tekst werd unaniem aangenomen op het nationaal congres van LSP/MAS in december 2006. De tekst is het resultaat van een reeks discussies in alle organen van de partij. In de zomer van 2006 werd vanuit het Uitvoerend Bureau (UB) een eerste versie gemaakt die werd besproken op het Nationaal Comité (NC) van augustus. Op basis van deze discussie en verdere discussie in het UB en het NC werd een uiteindelijke versie opgesteld. Deze tekst ging vervolgens - 6 weken voor het congres - naar alle afdelingen voor discussie en de mogelijkheid tot amenderen. De definitieve versie vind je hieronder.

Internationaal

Wereldeconomie – dynamische groei.... door opdrijven uitbuitingsgraad

1. Zowel in 2004 (+5,2%), als in 2005 (+4,2%) kende de wereldeconomie een relatief sterke groei. Vandaar dat de Nationale Bank van België in haar jaarrapport 2005 de wereldeconomie “dynamisch, maar fragiel” noemt.(1) Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wijt die groei aan “een uitzonderlijke samenloop ... die de wereldeconomie de laatste jaren op gang hield.” Het IMF stelt dat de investeringen fors zijn vertraagd na een periode van “overinvesteringen” in de late jaren ’90 en 2000. Die afname van de investeringen heeft geleid tot een spaaroverschot bij de bedrijven. Dat spaaroverschot oefende een neerwaartse druk uit op de lange termijntrente.(2) Als gevolg daarvan, en ook het effect dat dit had op de huizenprijzen en het gezinspatrimonium (3), is de consumptie toegenomen. Het IMF zegt er zelfs expliciet bij dat de consumptietoename niet te wijten was aan betere tewerkstellingsvooruitzichen.(4)

2. Dat vergt wat uitleg. De val van het stalinisme, een afgrijselijke karikatuur van het socialisme, eind de jaren ’80, begin jaren ’90, heeft de idee ondermijnd dat een alternatief systeem op het kapitalisme mogelijk was. De leiders van de stalinistische partijen, daar waar die over een massabasis beschikten en die van de sociaal-democratie maakten van de ontstane verwarring en/of demoralisatie gebruik om iedere verwijzing naar socialisme overboord te gooien en het marktprincipe te omarmen. Via hun invloed in de vakbonden waren ze in staat vakbondsverzet af te remmen of stuk te laten lopen.

3. De arbeidersbeweging werd verlamd. De burgerij maakte hiervan gebruik om de uitbuitingsgraad fors op te drijven, onder meer door extreme flexibiliteit, ondermijning van arbeidscontracten, loonmatiging en liberalisering en privatisering van voormalige diensten. Al sedert het begin van de crisis in de jaren ’70 was de burgerij op zoek naar middelen om de winstvoet(5) op te drijven. De val van het stalinisme en de ermee gepaard gegane verlamming van de arbeidersbeweging, bood haar daartoe de kans.

4. Het wegvallen van het stalinisme betekende ook het wegvallen van een internationale concurrent voor het kapitalisme. Het gevaar dat regimes die niet in de pas van het imperialisme liepen zouden overgaan tot nationalisaties en vooral overlopen naar het “communistische” kamp was geweken. De kans om nu vrijelijk de goedkope arbeidsreserve, eerst voorzichtig, van de Aziatische tijgers, dan van de zogenaamde groeilanden en later India en China aan te boren, lag nu open. De investeringen in de “Newly industrialised Asian economies”(6) namen tussen 1988 en 1997 jaarlijks met gemiddeld 10,5% van het BBP toe.

5. Vanaf het midden van de jaren ’90 “profiteerden” ook de groeilanden van Azië mee, onder andere Maleisië met een gemiddelde economische groei van 9,3% tussen ’88 en ’97, of Indonesië (gemiddeld +6,9% in diezelfde periode), Thailand (+8,4%) en Vietnam (+7,8%). De lage lonen in die landen en enorme winstverwachtingen oefenden een aanzuigkracht uit op kapitaal, waaronder heel wat speculatief, uit de ontwikkelde kapitalistische landen. Bovendien werd het een ideologisch argument om de lonen in de ontwikkelde kapitalistische landen eveneens onder druk te zetten, kortom om de uitbuitingsgraad en daarmee de winsten alweer verder op te drijven.(7)

De kapitalistische markt: een zelfregulerend systeem?

6. In juli ’97 brak in Azië een overproductiecrisis uit (8). De investeringen in de Newly industrialised Asian economies krompen in ’98 met maar liefst –9%! In datzelfde jaar kromp de economie van Maleisië met -7,4%.(9) De toenmalige Maleisische president, Mahatir, ontkoppelde de Maleisische munt van de $ en bracht een devaluatieronde op gang. De Maleisische economie verbeterde hiermee haar exportpositie en kon zich sneller herpakken dan andere landen in die regio. In datzelfde jaar stroomde heel wat kapitaal uit die landen terug naar de ontwikkelde kapitalistische landen. In de VS namen de investeringen in ’98 toe met 9,1%, in het Verenigd Koninkrijk zelfs met 13% en in de Eurozone met 5,7%.

7. Die trend zette zich door tot aan de recessie van 2001 (10), pas daarna namen de investeringen af : –1,7% in 2001 en –3,5% in 2002 voor de VS. Die omslag, die zich in alle ontwikkelde kapitalistische landen voordeed, werd veroorzaakt door wat het IMF “overcapaciteit” en “overinvestering” noemt. Bedoeld wordt dat de markt door ondermijning van de koopkracht niet in staat is de ontwikkeling van wetenschap, techniek en productiekrachten bij te houden, kortom dat de kapitalistische markt een rem is op de ontwikkeling van de maatschappelijke productiekrachten. (11)

8. Het stilvallen van de investeringen in de ontwikkelde kapitalistische landen vanaf 2001 ging niet gepaard met dalende winsten, integendeel. (12) Voortaan herinvesteerden de bedrijven deze winsten niet meer, maar werden ze uitgekeerd aan de aandeelhouders en/of opgespaard om te speculeren. We laten het IMF nogmaals aan het woord: “Die investeringsvertraging heeft geleid tot overtollige spaartegoeden in de bedrijven die de neerwaartse druk op de lange termijnrente vanwege de wereldwijde spaartegoeden nog versterkt heeft.” (13)

9. Echte liberalen gaan nu uit hun dak. Wat een prachtig zelfregulerend systeem is het kapitalisme toch. De markt kan de overcapaciteit niet meer opslorpen, dus gaan bedrijven hun winst opsparen in plaats van te herinvesteren, hun overvloed aan spaartegoeden verhoogt het aanbod aan geld, bijgevolg kan dat aan een goedkoper rentetarief ter beschikking worden gesteld, waardoor de “Consumptie is toegenomen, vooral op basis van een politiek van lage rente (“accommodative policy”) en het effect ervan op woningprijzen en gezinspatrimonium.” Kortom: mensen lenen het geld dat goedkoper is geworden en consumeren ermee, waardoor de bedrijven opnieuw aan de slag kunnen, en hop we zijn weer weg.

Zelfregulering of regelrechte diefstal ?

10. Het klinkt mooi, maar het is een fabeltje. Het IMF stelt (14) dat er sinds 2000 ongeveer, in de G7 een substantiële toename van de bedrijfswinsten is genoteerd. In het algemeen, aldus nog steeds het IMF, was dit niet het gevolg van een betere functionering, maar omdat belastingen en rentevoeten werden neergehaald zodat de winst na interest en belastingen toenam – met andere woorden, winstgevendheid was vooral te wijten aan een lossere monetaire en fiscale politiek en niet, zoals men doorgaans aanneemt, aan productieve efficiëntie.

11. Wij zouden dat op een andere manier stellen. Via een hogere uitbuitingsgraad en lastenverlaging voor de bedrijven greep en overdracht plaats van collectieve middelen naar de bedrijven. De winsten daaruit werden niet geïnvesteerd in productie maar speculatief ingezet. Via goedkoop krediet werden arbeidersgezinnen aangezet zich in de schulden te steken, eventueel door een hypotheek te nemen op hun woning. Zo kunnen de bedrijven lustig doorgaan met zich niet enkel onze huidige inkomens, maar ook die die we in de toekomst nog moeten verdienen eigen te maken. Kortom: de burgerij is er met de hulp van de politici in geslaagd haar crisis waarvan sprake was in §4 alweer te verhalen op de arbeiders en hun gezinnen.

12. Wij staan niet alleen met deze stelling. Het is zodanig flagrant dat zelfs de burgerlijke pers verplicht is er af en toe artikels aan te wijden. The Economist schrijft in een artikel “The rich, the poor and the growing gap between them”: (15) “De Amerikaanse economie heeft tien jaar lang alle andere rijke landen overtroffen. Haar arbeiders produceren nu 30% meer per uur dan 10 jaar geleden. In de late jaren ’90 deelde iedereen mee. Topinkomens groeiden weliswaar meer aan, maar alle lonen stegen sneller dan de inflatie. Na 2000 is er iets veranderd. De productiviteit groeit opnieuw sneller, maar nu lijken minder mensen ervan te genieten. Na inflatie zijn de lonen van de typische Amerikaanse arbeider gestegen met 1% sinds 2000 tegenover 6% in de voorgaande 5 jaar.“

13. Hetzelfde artikel beweert dat het aandeel van de 1% bestverdieners in de VS in het totaalinkomen gestegen is van 8% in 1980 naar 16% in 2004 en ook dat de gemiddelde algemeen directeur nu 300 keer meer verdient dan het gemiddeld loon, tegenover 30 keer meer in 1970. Maar ook hierop hebben doorwinterde liberalen hun antwoord.

14. Zo schrijft Marc de Vos (16) in een opiniestuk voor De Tijd ter verdediging van de Celtic Tiger, die met 21% het hoogste aantal armen telt van de EU-15 (17): “Ierland leert ons dat relatieve inkomensongelijkheid de prijs is die wordt betaald voor een snelle economische expansie waarvan nochtans iedereen, inclusief de armen in absolute termen beter wordt.” Twee dagen later onderneemt Stef Maenen (18)een eervolle poging om dit te weerleggen. “Er bestaan zelf vrij belangrijke aanwijzingen dat te grote sociale ongelijkheid kansen op economische groei kan hypothekeren.” Dat klopt, maar kan dat wel, een minder grote sociale ongelijkheid in de huidige fase van het kapitalisme? Wij denken het niet.

15. Geen van beide verwijst naar het specifieke verschijnsel waarbij Ierland jarenlang een negatieve reële rentevoet (19) heeft gekend. De rentevoet wordt immers bepaald door de Europese Centrale Bank en ligt al jaren onder de Ierse inflatiecijfers, Ierland telt echter slechts 4,2 miljoen inwoners. Het spotgoedkope krediet wordt indirect gefinancierd door een grote instroom van buitenlands kapitaal. De laatste 5 jaar is er in reële termen echter een vermindering van buitenlandse investeringen. Via grotere overheidsuitgaven, particuliere consumptie en de bouwmarkt kan de regering dit op korte termijn compenseren. Een diepe recessie op wereldvlak zal echter de kunstmatig opgeblazen economie in (Zuid-) Ierland in elkaar doen storten. (20)

16. We leveren niet enkel in op ons individueel loon, maar ook op het collectieve. Het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV) waarschuwt in haar rapport “De boter en het geld van de boter” voor een zware crisis van de openbare financiën. De voorbije 20 jaar is het gemiddelde belastingstarief voor bedrijfswinsten in de OESO-lidstaten gezakt van 45 naar 30%. Tussen 2000 en 2005 hebben 24 van de 30 OESO landen hun tarieven verlaagd. Van de 275 grootste Amerikaanse bedrijven hebben er 82 tussen 2001 en 2003 minstens één jaar niet één $ belastingen betaald. (21) Zowel de Nederlandse regering Balkenende als de Duitse regering Merkel willen nog dit jaar de vennootschapsbelasting drastisch verlagen. In België is dat voorlopig niet nodig omdat Verhofstadt er met de notionele intrestaftrek – de mogelijkheid om fictieve rente op eigen vermogen fiscaal af te trekken – in geslaagd is via een achterdeurtje het reële belastingstarief voor vennootschappen terug te dringen naar 20 tot 25%. (22)

17. Wat doen de bedrijven met al dat geld? Een groot deel wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders en ook de managers gaan met een royaal deel van de buit lopen, maar daar komen we op terug in het stuk over België. 2006 lijkt alvast een topjaar te worden inzake fusies en overnames. Op 27 juni waren al voor 1.500 miljard € overnames aangekondigd, tijdens het vorig recordjaar 2000 vonden er voor 2.700 miljard € dergelijke transacties plaats, het mondde toen echter uit in een jarenlange beursmalaise. Deze keer zouden naar verluidt “geen exuberante prijzen betaald worden en zouden hefboomfondsen een temperende rol spelen”.

18. Volgens de Tijd (23) is de huidige fusiegolf vooral te wijten aan de grote cashvoorraad van de bedrijven door forse kostenbesparingen, de mooie winsten van de afgelopen jaren, de lage rente waardoor lenen goedkoop is en de competitie op wereldvlak. Algemene cijfers over geschrapte overnames hebben we niet, maar alvast een kwart van de tijdens de eerste 6 maanden van het jaar geplande fusies en overnames in Europa gaan niet door, het hoogste cijfer in 7 jaar. Dat wijst op een gebrek aan vertrouwen in een goede afloop.

19. De groei van de afgelopen jaren werd vooral in stand gehouden door de aanhoudende consumptie van de Amerikaanse gezinnen en overheid. Die was niet gebaseerd op een reëel inkomen, maar op een historisch hoog niveau van schulden. De VS consumeren veel meer dan ze produceren, ze voeren een derde meer in dan ze uitvoeren, onder meer goedkope goederen uit China en andere landen in ontwikkeling.

20. Het tekort op de betalingsbalans is opgelopen tot een duizelingwekkend recordniveau van –805,7 miljard $ of 6,5% van het VS-BBP, tegenover een overschot van 158 miljard $ voor Japan, 147,9 miljard $ voor China en 262,4 miljard $ voor de OPEC landen.(24) Alleen al in 2005 is de totale schuld in de VS opgelopen met 3500 miljard $ (+8,8%), de schuld van de gezinnen steeg met 11,7%! (25) De spaarquote was in 2005 voor het eerst sedert de Grote Depressie van 1932 en 1933 negatief (-0,2%). (26) Volgens de Nationale Bank van België kon de stijging van de particuliere uitgaven in de VS enkel gehandhaafd worden door de aangehouden stijging van de woningprijzen.

Groei blijft mogelijk, maar gevaren zijn enorm

21. Volgens de Nationale Bank is het meest waarschijnlijke scenario dat de economische expansie ook dit en volgende jaren zal aanhouden. Dat is geen verassing: de taak van Guy Quaden (de gouverneur van de NBB) en Ben Bernanke (gouverneur van de FED – de Nationale Bank van de VS) bestaat er niet in de economie de dieperik in te praten, integendeel, ze moeten proberen om schokken te vermijden. Toch is de Nationale Bank verplicht te waarschuwen voor “spanningen op de markten voor energiedragers” en de “accumulatie van de financiële” onevenwichten. “Daarenboven” waarschuwt de Nationale Bank “zou de mondiale welvaart kunnen worden bedreigd door een opflakkering van het protectionisme”.

22. Het IMF mag iets openlijker zijn: het hoopt op een zachte landing, maar waarschuwt voor minder aangename scenario’s. Onder de gevaren citeert het een forse afname van de consumptie door het stabiliseren van de immobiliënprijzen. (27) Voorts spoort het landen met een groot tekort – lees vooral de VS – aan onafhankelijker te worden van wereldwijde spaartegoeden terwijl landen met een overschot – vooral China – middelen moeten vinden om minder afhankelijk te worden van de buitenlandse vraag.

23. De economische politiek van de voorbije jaren was er geen zonder risico’s. De enorme winsten en de lage rente hebben een zee van liquiditeiten gecreëerd. Dat heeft geleid tot een bubbeleconomie zowel in aandelen, als in immobiliën die allebei op hun beurt hebben bijgedragen aan het in stand houden van de consumptie. Hoe fragiel die bubbeleconomie wel is werd nog maar eens aangetoond in de tweede week van mei, toen kenden de beurzen een steile val, maar na enkele dagen herstelden ze zich. Speculanten panikeerden omdat de Amerikaanse kerninflatie (28) forser was gestegen dan verwacht, ze vreesden dat de FED de rentevoeten nog verder zou opdrijven en vluchtten en masse weg uit risico-investeringen naar veiliger beleggingsproducten. Uiteindelijk verloren de aandelen in de ontwikkelde kapitalistische landen slechts 4 tot 5% van hun waarde, in opkomende markten als Rusland, Turkije, India en Mexico liepen de verliezen op tot 10 en zelfs 25%. Nauwelijks een maand later was het alweer prijs. In haar commentaar schrijft De Tijd “De rollen kunnen omkeren: een gunstige economische omgeving kan de beursvlam brandend houden, maar indien de malaise op de beurzen aanhoudt, kan die de economische omgeving bederven” (29)

24. Volgens Fortis-specialist Gijsels zou vooral “een wijziging in de liquiditeitspolitiek van de centrale banken” de reden zijn voor de beursmalaise. ‘Met de liquiditeiten die de voorbije jaren in het systeem zijn gepompt, is weliswaar een recessie vermeden. Maar nu trekken de centrale banken massaal liquiditeiten terug uit het systeem...”.(30) Sinds augustus 2004 heeft de FED alvast de richtinggevende rentevoet al 17 keer opgetrokken, van 1% tot vandaag 5,25%. (31) De Amerikaanse economie kan immers niet blijven draaien op schulden. De Nationale Bank wijst erop dat “de omvang van het tekort op de lopende rekening van de VS vragen doet rijzen over het risico op een ongeordende correctie op de internationale financiële en valutamarkten”. Gevreesd wordt vooral voor een te bruuske correctie van de dollarkoers, toenemend protectionisme of een snelle toename van de lange rente.

25. Normaal zou de munt van een land met een tekort op de lopende rekening een zwakke munt moeten zijn, de dollar is echter tegen alle logica in een overgewaardeerde sterke munt. Dat komt doordat vooral de centrale banken van China, Japan, Zuid-Korea en enkele olieproducerende landen systematisch hun handelsoverschotten beleggen in Amerikaanse overheidsobligaties. In 2005 had China een handelsoverschot t.a.v. de VS ten belope van 150 miljard $. China heeft een reserve van 900 miljard $ opgebouwd en heeft de laatste jaren voor 320 miljard $ aan VS-staatsbons ingekocht. Dat zorgde ervoor dat de regering Bush de rentevoeten niet moest optrekken om haar aanzienlijk begrotingstekort financieren.(32) Tegelijk ondersteunt China daarmee de $ en bijgevolg haar eigen exportpositie ten aanzien van de VS. (33)

26. Indien China en/of andere landen met een grote dollarreserve die VS-staatsobligaties ten gelde zou maken zou dat de $ ineen doen stuiken, de inflatie aanwakkeren en de VS verplichten de intrestvoeten fors op te trekken. Het zou een catastrofe zijn voor de Amerikaanse economie, maar meteen ook de dollarreserves fors in waarde doen dalen en de afzetmarkt voor goedkope Aziatische producten afsnijden. Net die goedkope producten die ervoor zorgen dat de inflatie laag blijft ondanks het goedkope krediet en het overaanbod aan liquiditeiten in de economie. Houden die landen hun dollarreserves echter in bezit dan lopen ze het risico dat de waarde van hun reserves leegloopt zodra de dollar begint te zakken, want vroeg of laat moet het probleem van het tekort op de lopende rekening aangepakt worden.

27. Dat het gevaar van toenemend protectionisme niet uit de lucht gegrepen is werd de jongste maanden diverse keren aangetoond. Het kwam tot uiting toen Bush verklaarde dat de VS minder afhankelijk moesten worden van olie-import uit het Midden-Oosten, het dicht draaien van de gaskraan naar Oekraine door Rusland en de moeilijkheden die het Indische Mittal ondervond bij de overname van Arcelor. Mittal moest haar bod met maar liefst 44% optrekken, toestaan dat de Arcelor aandeelhouders 50,5 procent van de aandelen in de nieuwe combinatie Arcelor-Mittal krijgen en vier van de zeven bestuurders mogen leveren. Het hoofdkantoor komt in Luxemburg te staan, de huidige hoofdzetel van Arcelor.

28. In februari dit jaar wou de Franse regering de dreigende overname van het franse Suez door het Italiaans nutsconcern Enel voorkomen door een snelle fusie met Gaz de France aan te kondigen. Dit stootte op politiek, maar vooral syndicaal verzet omdat de vakbonden zich verzetten tegen de privatisering van GdF. Intussen moest de deadline voor de onderhandelingen over een wereldwijd vrijhandelsakkoord met een maand verlengd worden. Men zoekt naar een compromis over de afbouw van landbouwsubsidies en de vermindering van invoertarieven voor landbouwproducten en industriële goederen. Een mislukking van deze handelsronde zou wellicht een diepe crisis veroorzaken, nu al speculeren verschillende landen op bilaterale overeenkomsten.

Kan het evenwicht op een geordende manier hersteld worden?

29. Zowel de Nationale Bank als het IMF pleiten voor een geleidelijk en geordend herstel van het evenwicht. Daarvoor moeten “de bewuste economieën gelijktijdig op verschillende beleidsvlakken maatregelen nemen”. De Nationale Bank somt er enkele op: “het terugdringen van de financieringsbehoefte van de overheid in de VS, het uitvoeren van structurele hervormingen in het eurogebied en Japan om het groeipotentieel van deze economieën te verhogen en het nastreven van een grotere wisselkoersflexibiliteit in Azië”. De Nationale Bank is echter zeer, zeer gematigd optimistisch. In Japan zou de vraag geleidelijk moeten aantrekken mits verhoging van de productiviteit, In Europa zijn de resultaten “in het beste geval gemengd”. De VS staat nog nergens inzake financieringsbehoefte van de overheid. Het monetair beleid is wel verstrakt en dat zou de binnenlandse vraag moeten temperen, maar is niet zonder gevaar omdat het de dollar de hoogte kan induwen.

30. China revalueerde de renminbi met 2%, maar volgens Brad Setser van RGE (34) is dat ruim onvoldoende en zou over een verloop van 5 tot 10 jaar de Chinese munt met 40% moeten stijgen. Ook Rusland, de olie-exporterende landen en Europa moeten volgens Setser hun munten laten stijgen en de binnenlandse vraag ondersteunen. Setser vindt de renteverhoging in de VS geen geschikt middel, hij pleit voor een strakker begrotingsbeleid, niet door verlaging van de uitgaven, dat is met de hoge militaire uitgaven in het Midden-Oosten niet realistisch, maar door belastingsverhoging.

31. Setser stelt een correcte diagnose en schrijft wellicht de enig mogelijke remedie voor: de crisis laten uitkopen door Europa, de olie-exporterende landen en China samen. Een dergelijk gecoördineerd optreden is in het kapitalisme, dat gedreven wordt door winstbejag en gebaseerd is op de anarchie van de markt, uitgesloten. Een zekere graad van samenwerking tussen de verschillende kapitalistische grootmachten is mogelijk via het IMF, de WHO, de OESO etc..., maar het blijven nationale staten die onvermijdelijk met elkaar in conflict zullen komen als ze de kost van de crisis op elkaar proberen te verhalen.

32. Er zijn er nogal wat valutahandelaars, zakenbankiers, bedrijfsleiders en consorten die de bui al een tijdje zien hangen. Onder de titel “Beursboeven van de 21ste eeuw” vult de Tijd 4 bladzijden vol veroordeelde aanhangers van het kapitalisme die, wellicht omdat ze binnen de regels onvoldoende winst konden boeken, dan maar besloten er buiten te treden. Wat mag je anders verwachten van een systeem waarvan winstbejag de enige betrachting is.

Het imperium van Bush

33. De politiek van de Bush administratie is niet van aard om de economische problemen te verzachten. Integendeel, volgens het Amerikaanse rekenhof zou het Congres sinds 2001 al 430 miljard $ hebben opgehoest voor diens oorlog tegen terrorisme, 386 miljard voor militaire operaties en 44 miljard voor “wederopbouw en stabilisatie”. (35) Sinds de aanslagen van 11 september 2001 hebben de VS bijna evenveel uitgegeven aan wapens als de rest van de wereld samen. De defensiebegroting van de VS ligt 15 keer hoger dan die van China! (36)

34. De VS worden meer en meer vergeleken met het oude Rome, men spreekt van een “Imperium van militaire bases”. De aanslag van Al Qaeda stelde Bush in staat de droom van de neo-conservatieven te realiseren: het inzetten van die enorme militaire macht om eenzijdig normen op te leggen, verwachtingen te veranderen en nieuwe realiteiten te creëren zonder zich daarvoor te moeten verantwoorden, louter op basis van een onverzettelijke doorgedreven wil, vandaar de naam van de coalitie die Irak binnenviel. (37)

35. Het sleepte eeuwen aan vooraleer het oude Rome in elkaar stuikte, het keizerlijke presidentschap van Bush daarentegen loopt op minder dan tien jaar vast in de bergen van Afghanistan, het zand van Irak en nu ook de chaos van Somalië. Zoals we van bij het begin stelden is het één zaak een sowieso gehaat regime omver te gooien, maar een totaal andere om het land nadien onder imperialistische controle te stabiliseren, te ontginnen en de troepen terug te trekken. Het oude Rome moest niet veel onderdoen inzake brutaliteit, maar probeerde tenminste nog een sociale basis uit te bouwen in de nieuw bezette gebieden.

36. In Afghanistan moest de Amerikaans/Britse interventie het barbaarse Taliban-regime omver gooien en komaf maken met feodale overblijfselen inclusief de onderdrukking en discriminatie van vrouwen. Bijna 5 jaar later staat de papaverproductie alweer op een recordniveau, hoger nog dan voor het aan de macht komen van de Taliban, wordt “president” Karzai “burgemeester” van Kaboel genoemd, probeert hij allianties te vormen met de narcotica-krijgsheren tegen de opnieuw opkomende Taliban die zowel het Zuiden als het Oosten deels in handen hebben, worden scholen afgebrand en vrouwen verplicht binnen te blijven. De situatie is zo wanhopig dat Karzai, net zoals Pakistan, het op een akkoord probeert te gooien met de Taliban of toch met een deel ervan in het Zuiden.

37. In Irak stoten de VS op een regelrechte opstand, op dit ogenblik vooral vanwege de 5 miljoen Soennieten. Het doden van Al Zarqawi, die sowieso maar een kleine rol speelde in de opstand, heeft daar niets aan af gedaan. De meerderheid van 60% van de bevolking, de Sjiieten, tolereerden de bezetting en de Koerden steunde ze. Onder de Sjiieten begint de houding ten aanzien van de bezetter echter steeds meer te gelijken op die onder de Soennieten bij de aanvang van de guerrillaoorlog. (38) Het land glijdt af naar een burgeroorlog. De 132.000 VS-soldaten en de kleine Britse troepenmacht, de enige die nog overblijven van de coalitie van de “willing” slagen er niet in de situatie onder controle te krijgen.

38. De VS proberen een Iraaks Nationaal leger, dat nu 230.000 personeelsleden telt en zou moeten oplopen tot 320.000 tegen het eindejaar, samen te stellen, maar de loyaliteit van die troepen ligt niet bij de centrale regering, maar bij hun respectieve Soennitische, Koerdische of Sjiietische gemeenschap. De VS zijn Irak binnen gevallen voor haar olierijkdommen. Het is niet uitgesloten dat ze een deel van hun troepen terug trekken, maar het is onwaarschijnlijk dat ze alle 110 militaire bases zullen opgeven. Integendeel , net als de Britse troepen in Noord-Ierland beseffen ze dat hun politiek van de voorbije jaren een zodanige situatie heeft gecreëerd dat ze wel moeten blijven om een open burgeroorlog te vermijden. Dat is nu al de argumentatie die sommige vertegenwoordigers van het VS-imperialisme gebruiken om de militaire en vooral economische onderwerping van Irak te verantwoorden.

39. De overwinning van de Islamitische Rechtbanken onder leiding van Hassan Dahir Aweys in Somalië, gesteund door lokale kapitalisten en de massa’s die hunkeren naar een alternatief op de eindeloze chaos is een kaakslag voor de Bush administratie. De VS steunde een coalitie van Somalische krijgsheren, de ARPCT (Alliance pour la Restauration de la Paix et Contre le Terrorisme), om de stijgende invloed tegen te gaan van de islamitische rechtbanken, die ervan verdacht worden te worden beïnvloed door al-Qaeda.

40. Een directe militaire interventie van de VS is na de aftocht van 1994 echter zeer onwaarschijnlijk. Dat verklaart wellicht waarom op initiatief van de VS een “contactgroep” werd opgericht. Analisten menen dat de nieuwe contactgroep een koerswijziging is van het Westen, als reactie op de toegenomen macht van de islamitische milities. (39) Die verkaarden bij monde van de voorzitter van de islamitische rechtbanken in Mogadishu, sjeik Sharif Sheikh Ahmed: "We zijn verheugd over die nieuwe ontwikkeling van de Verenigde Staten"... "Amerika had ongelijk de krijgsheren te steunen die niet geliefd waren in hun gemeenschap en die verslagen werden in Mogadishu door de milities van de islamitische rechtbanken". (40)

41. De belangrijkste koerswijziging van de VS was echter die betreffende Iran. Dat werd niet verzwakt, maar versterkte haar positie als regionale macht sinds de inval in Irak. Hoge olieprijzen en nauwere handelsbetrekkingen met Rusland, China en India hebben Iran de kans geboden de druk van de VS op haar nucleair programma te negeren. Hoewel een deel van de Bush administratie wellicht gewonnen is voor een militaire interventie, is dat op dit ogenblik uitgesloten. Zelfs een precisiebombardement op de nucleaire installaties is door de oppositie van de andere grootmachten onwaarschijnlijk. Deze koerswijziging weerspiegelt de verzwakking van het VS-imperialisme en het verlaten van de politiek van unilateralisme en “pre-emptive strikes”.

42. Pulitzer prijs winnaar Hersh Seymour, de journalist die tijdens de Vietnam-oorlog in ’69 de slachting van My Lai aan het licht bracht en ook de folteringen in Abu Graib in 2004, beweert dat de VS en Israël al twee maand voor de kidknapping van twee soldaten door Hezbollah op 12 juli een interventie in Libanon hadden besproken. Daarbij zou Israël Libanon aanvallen en geprobeerd worden een reactie van Syrië en/of Iran te provoceren, hetgeen zou worden aangegrepen door de VS om Irans’ nucleaire installaties te bombarderen. Seymour zal dat niet zomaar beweren en zijn bronnen ongetwijfeld zijn nagegaan, wellicht bestond het scenario, maar eerder als een optie die eventueel kan worden boven gehaald als de kans zich voordoet, dan als een ernstig overwogen tactiek.

43. In het Midden-Oosten, Azië en Afrika stoot het VS-imperialisme op een enorme weerstand. Die wordt helaas hoofdzakelijk geleid door religieus reactionaire krachten zoals het soennitische al-Qaeda, Taliban en islamitische rechtbanken in Somalië of de Sjiietische Iranese Mollahs met hun steun aan het eveneens Sjiietische Hezbollah en het Soennitische Hamas. Enkel het reactionaire karakter van deze bewegingen en het feit dat ze zonder onderscheid mensen afslachten heeft ervoor gezorgd dat Bush en zijn administratie niet eerder afgestraft werden door de eigen opinie. Het falen van diens politiek maakt echter dat Bush in mei nog slechts door 31% van de Amerikanen werd gesteund, daarmee is hij de minst populaire president sinds 1945 op uitzondering van de gehate Nixon na de Vietnam-oorlog en Watergate.

44. Bush unilaterale politiek heeft de wereld zeker niet veiliger gemaakt. Zelfs de Amerikaanse veiligheidsdiensten geven dat( nu toe. Bloedige aanslagen, uitzichtloze oorlogen in landen die nochtans zowel in bevolking als in maatschappelijke ontwikkeling ver achter liggen op de VS en een latent nucleaire bedreiging, niet alleen in Iran, maar ook in Noord-Korea doen velen in het westen afstappen van de idee dat men via brutale kracht oplossingen dichterbij kan brengen.

45. De opvolgers van Sharon, die niet kunnen bogen op een verleden als meedogenloze havik en evenmin zoals Sharon bloedbaden zoals in Shabra en Chatilla op hun rekening staan hebben, wilden nadat hij in coma was gevallen, wellicht tonen dat zij de veiligheidspolitiek van Israël niet zouden laten verslappen. Wellicht werden ze tevens door militairen van de harde lijn op de proef gesteld: minstens 20 Palestijnen, waaronder hele gezinnen, waren bij “selectieve aanvallen op terroristen” in Gaza al om het leven gekomen, nog voor korporaal Gilad Shalit werd ontvoerd, de eerste agressie met medewerking van militanten van Hamas sinds haar verkiezingsoverwinning.

46.Was het om een tweede front te creëren en de aanval op Gaza te ontlasten of om de aandacht weg te leiden van Iran of Syrië of gewoon om te ruilen tegen diegenen die in de Israëlische gevangenissen zitten weg te teren, dat is moeilijk in te schatten. Vast staat dat de reactie van Israël op het ontvoeren van nog eens twee Israëlische soldaten door Hezbollah de positie van Hezbollah versterkt heeft door de Libanese bevolking collectief te straffen met een ongekende brutaliteit en die van defensieminister Peretz, premier Olmert en stafchef Dan Halloutz in het gevaar gebracht heeft. Israël was niet langer onoverwinnelijk. Terwijl de Israëlische generale staf en de politici de indruk gaven eerst voor zichzelf te zorgen en zowel de militairen als de bevolking van het noorden aan hun lot over te laten, herstelden Hezbollah-militanten de wegen en beloofden ze financiële hulp aan de slachtoffers. Dit avontuur heeft eveneens de militaire doctrine van Bush verder ondermijnd en de positie van Rusland, Frankrijk en China aanzienlijk versterkt.

Nieuw Links of staatsinterventie

47. Terwijl de VS en Israël hun tanden breken op het verzet in het Midden-Oosten glijdt ook Latijns-Amerika stilaan weg uit de greep van het imperialisme. Het neoliberalisme heeft er in de jaren ’80 en ’90 een ravage aangericht, multinationals hebben grondstoffen en bedrijven voor een appel en een ei opgekocht. 59% van de bevolking, 215 miljoen leven er officieel in armoede, 41% met een inkomen van minder dan 2$/dag en 18% met minder dan 1$/dag. In 1978 was het inkomen per hoofd in de belangrijkste imperialistische landen gemiddeld 5 keer hoger dan in de meest ontwikkelde landen van Latijns-Amerika zoals Argentinië en Brazilië en 12 keer hoger dan de armste landen zoals Bolivië en Ecuador. In 2000 was dat respectievelijk 7 keer en 30 keer! In verschillende landen grepen sinds het begin van deze eeuw massabewegingen en opstanden plaats, van Ecuador, over Bolivië, tot Argentinië en Mexico. (41)

48. In Brazilië (Lula), Chili (Bachelet) en Uruguay (Vazquez) leidde dat tot het aan de macht komen van ‘nieuw linkse’ leiders in de hoop op fundamentele veranderingen. Elk van die regeringen kapituleerde echter voor de eisen van het imperialisme. Lula is er dankzij de verraderlijke rol van de leiders van de vakbondsfederatie in geslaagd de arbeidersbeweging de voorbije 4 jaar onder controle te houden op een manier waarop burgerlijke formaties dat nooit hadden vermogen. Zijn rechtse politiek leidde echter tot de vorming van de P-SOL. Socialismo Revolucionario, de Braziliaanse zusterpartij van LSP, was van bij het begin één van de drijvende krachten achter de P-SOL.

49. Anderen vonden dat prematuur en pleitten om binnen de PT te blijven werken. Vandaag wordt het potentieel van P-SOL niet langer betwist, presidentskandidate H. Heloisa haalt in de peilingen 10%. De keerzijde van de medaille is dat nu ook allerlei carrièristen en opportunisten het potentieel hebben ontdekt en dat Heloisa haar toon heeft bijgeschaafd: voortaan presenteert ze zich als moeder van de natie tegen Lula die zichzelf vader van de natie noemt. De toekomst van P-SOL is onzeker, wordt het een partij gebaseerd op activisten uit de arbeidersbeweging en de armen, betrokken bij wijk- en bedrijfscampagnes tegen de neoliberale aanvallen en vechtend voor een socialistisch alternatief? Of wordt het integendeel hoofdzakelijk een electoraal instrument op zoek naar machtsdeelname?

50. In Chili werd de sociaal-democratische Bachelet verkozen tot president. Heel wat linksen, o.a. de PC, hadden opgeroepen in de tweede ronde voor haar te stemmen als minste kwaad. Minder dan 3 maand na haar verkiezing werd Bachelet in Chili echter geconfronteerd met de grootste jongerenbeweging sinds de militaire coup in ’73. Opvallend was dat de jongeren het belang begrepen van steun onder de arbeiders. Peilingen wezen uit dat 80% van de bevolking de studenten steunde tegen slechts 17% de regering. Bachelet werd gedwongen tot belangrijke toegevingen. De PC bevindt zich nu in crisis, Thomas Hirsch, lid van de linkse alliantie PODEMOS, die destijds net als onze Chileense kameraden had opgeroepen tot een blanco stem, geniet integendeel een enorme populariteit.

51. De revolte tegen het neoliberalisme heeft in Venezuela, Argentinië en Bolivië links-populistische regeringen aan de macht gebracht die de druk van de massa’s en de diepe crisis in die landen weerspiegelen. Dat heeft telkens geleid tot een breuk met het neoliberalisme en meer staatsinterventie in de economie. Ondanks de enorme weerstand die dit heeft opgewekt vanwege het imperialisme gaat het slechts om gedeeltelijke nationalisaties of joint ventures. In Venezuela en Bolivië werden tevens beperkte maar zeer noodzakelijke hervormingen doorgevoerd o.a. in gezondheidszorg, onderwijs en voedseldistributie. Toch veroordeelt het kapitalisme nog steeds 67% van de Bolivianen tot armoede. Hetzelfde probleem bestaat in Venezuela, maar wordt er nog verergerd door de groei van een bureaucratie en de enorme corruptie in de publieke sector door de afwezigheid van echte democratische arbeiderscontrole en beheer.

52. Tot nog toe kon Chavez genieten van de stijging van de olieprijzen, Morales kan , zij het in veel mindere mate, gebruik maken van de gasvoorraden en ook de Argentijnse economie kende vorig jaar een opmerkelijke groei. Cubaanse doctors maken voorheen onbetaalbare behandelingen mogelijk voor de armste lagen van de bevolking. De idee echter van een ‘kapitalisme van de Andes’ , kapitalisme met een menselijk gelaat, in tegenstelling tot het neoliberale model is een illusie. Als het kapitalisme niet omver wordt gegooid en de olieprijzen beginnen te dalen dan zal dat een sociale en politieke crisis veroorzaken. De dreiging van contrarevolutie en het omver gooien van Chavez zal opnieuw de kop opsteken, tenzij de arbeidersklasse haar eigen onafhankelijke organisatie opbouwt en een arbeiders-en boerenregering vormt. Enkel een vrijwillige, democratische socialistische federatie van Venezuela, Cuba en Bolivië als eerste stap naar een latijns-Amerikaanse socialistische federatie kan een alternatief vormen op kapitalisme en imperialisme en is de enige mogelijkheid om het de armoede en uitbuiting in het continent te bestrijden.

De één zijn brood...

53. Het zijn echter niet enkel Venezuela en andere olie-exporterende landen die hebben geprofiteerd van de hoge olieprijzen. De grootste oliebedrijven ter wereld stomen van record naar record. De nettowinst van ExxonMobil, ‘s werelds grootste, klom in het 2de kwartaal van 2006 tot 10,4 miljard $, 36% beter het 2de kwartaal van 2005, toen ook al een record. Dat is ongeveer evenveel als de gezamenlijke winst van de 500 grootste bedrijven in België op kwartaalbasis. Inzake omzet haalt ExxonMobil als eerste Amerikaans bedrijf dagelijks 1 miljard $ of evenveel als de gehele Belgische economie. De nummer 2, het Britse BP moest het tijdens het tweede kwartaal stellen met een nettowinst van 7,27 miljard $ en het Brits-Nederlandse Shell, de nummer 3, met 7,32 miljard $. (42)

54. Sindsdien het begin van het 3de kwartaal is Israël binnen gevallen in Libanon en stabiliseerde de olieprijs een tijd lang op ongeveer 74$/vat na een piek van 78 dollar/vat. Op de futuresmarkt rekende men voor een vat in 2007 al meer dan 80$. Een toename van het aantal zelfmoordaanslagen in Israël, zeker indien betrokkenheid van Al Quaeda wordt bewezen, massale anti-oorlogsbetogingen en mogelijke aanslagen in “gematigde”Arabische landen, een uitbreiding van het militair conflict naar Syrië of het rampscenario waarbij Iran militair betrokken zou raken, zouden de prijs snel hebben opgedreven boven de 100$/vat of meer. Zover is het dus niet gekomen.

55. Volgens KBC Asset Management (43) zal de vraag naar olie op niveau blijven en zal de marge voor neerwaartse bewegingen beperkt blijven, zolang de internationale conjunctuur niet teruggevallen is. Geopolitieke ontwikkelingen en natuurrampen kunnen voor opwaartse pieken zorgen, maar het wegebben ervan zal geen overcorrectie in neerwaartse richting veroorzaken. Een daling van de olieprijs zal veeleer het gevolg zijn van de dalende vraag naar olie vanwege de slechtere conjunctuur. Dit betekent dat een daling van de olieprijs de harde landing van de VS-economie wat kan verzachten, maar meer potentieel is er niet. Het KBCAM-olieprijsscenario gaat uit van piekende olieprijzen in het derde kwartaal van 2006 (gemiddeld meer dan 70 USD per vat) die daarna stelselmatig terugvallen tot gemiddeld 56 USD per vat in het vierde kwartaal van 2007.

56. In de voorbije 4 jaar klom de olieprijs van 20 naar bijna 80$ /vat. De economische groei leek dat echter goed te verteren. Uiteraard is er het gegeven dat olie nu relatief minder weegt in de totale energievoorziening dan tijden de oliecrisissen van ’74 en ’79, maar met 38% van het totaal blijft het veruit de belangrijkste energiebron. Niet voor niets gingen de OESO, het IMF en het IEA (internationaal Energieagentschap) er in 2004 nog van uit dat iedere verhoging van de olieprijs met 10$ de economische groei met 0,5% zou afromen.

57. In de voorbije 4 jaar kwam de olieprijsstijging er echter tegen de achtergrond van goedkoop geld, ook al doordat de olie-exporteurs hun petrodollars massaal in Amerikaanse overheidsobligaties belegden. De lage rente die daaruit resulteerde, zorgde ervoor dat Amerikaanse gezinnen bleven consumeren. Nu zouden de olieproducenten hun petrodollars in eigen land houden en consumptie- en kapitaalgoederen invoeren. (44) Door de stijgende rente en duurdere leningen valt de consumptie in de VS veel sneller terug. Volgens ING van 3,5% toename per jaar zoals we intussen gewoon zijn, naar 2,5%. (45)

Europa en België: geringe groei door zwakke binnenlandse vraag

58. Sinds de publicatie van de jongste Belgische Perspectieven in 2004 bleef de economische groei in het Eurogebied, die in 2003 0,8% bedroeg, zwak met gemiddeld 1,8% in 2004, 1,4% in 2005 en naar verwachting 2,2% in 2006 en 1,8% in 2007.(46) Als belangrijkste reden geeft de Nationale Bank de zeer geringe toename van de binnenlandse vraag, die blijft al 5 jaar onder de 2%. De Nationale Bank wijt dat aan de “matige groei” van het beschikbare inkomen in reële termen, dat, zo geeft ze zonder veel enthousiasme toe, “zelfs enigszins afnam”.

59. Voor heel het eurogebied groeide de bezoldiging per werknemer in 2005 gemiddeld met 1,6%, maar aangezien de inflatie 2,2% bedroeg kan die gemiddelde werknemer met zijn loon -0,6% minder kopen dan tevoren. (47) Diezelfde gemiddelde werknemer in het eurogebied was in 2005 trouwens 0,5% productiever dan in 2004, gerekend per éénheid geleverde productie steeg zijn loon slechts met (1,6% - 0,5% =) 1,1%, zijn koopkracht per gewerkt uur daalde met (1,1% - 2,2% =) -1,1%. (48)

Dat is een gemiddelde, in Duitsland daalde de nominale (49) loonkost per eenheid product zelfs, zowel in 2004 (-0,5%) als in 2005 (-1%). Dat is het meest extreme voorbeeld , maar overal in Europa stegen de loonkosten per éénheid productie trager dan de inflatie.

60. In België bleef de (nominale) loonkost per éénheid product stabiel in 2004 en steeg ze in 2005 met naar schatting 2,1%. (50) Rekening houdend met de inflatie daalde de koopkracht van ons loon per éénheid productie op 2 jaar tijd met maar liefst 2,8%. De verwachtingen van de nationale bank zien er trouwens niet slecht uit voor ons patronaat: in nominale termen zouden onze uurlonen zowel in 2006 als in 2007 niet sneller stijgen dan de inflatie, voor 2007 zelfs niet sneller dan de gezondheidsindex. Per eenheid product voorspelt de Nationale Bank ons een verdere inlevering van koopkracht met 1,6% in 2006 en 1,1% in 2007. (51)

61. Volgens de nationale bank is loonmatiging niet enkel vanuit het standpunt van de internationale concurrentie belangrijk, maar ook omdat “buitensporige loonstijging tevens de substitutie van arbeid door kapitaal in de hand werkt... het is bijgevolg onontbeerlijk verdere inspanningen tot loonmatiging te leveren om de werkgelegenheidsgroei te bevorderen.” Een grotere veroordeling van het kapitalisme kan men zich moeilijk inbeelden. Het was al het enige maatschappelijke systeem uit de menselijke geschiedenis waarin crisis niet veroorzaakt wordt door tekorten, maar door overcapaciteit en overproductie. Nu gaat men echter nog een stap verder: men pleit voor loonmatiging in de hoop daarmee de verdere ontwikkeling van productiekrachten, wetenschap en techniek af te remmen, want anders leidt dat tot “uitstoot van de minst productieve arbeidskrachten”. (52) Iedere humane maatschappij zou een toename van de productiviteit toejuichen: het zou tijd en ruimte opleveren om zich aan andere zaken te wijden waar men voordien niet de kans toe had, onder het kapitalisme betekent het echter meer werkloosheid, uitsluiting en armoede.

62. Het stijgingspercentage van de nominale uurloonkost is afgenomen van gemiddeld 4,2% per jaar in 2001-2002 tot gemiddeld 1,7% in de periode 2003-2004 en weer lichtjes gestegen tot 2,2% in 2005. De nationale bank verwacht voor de periode 2005-2006 een stijging van slechts 4,2% (voor de 2 jaar), dat is minder dan de loonnorm (4,5%) vastgelegd eind 2004 in het Interprofessioneel Akkoord (IPA) waartegen op 21 december van dat jaar 50.000 arbeiders hadden betoogd. (53) Dit IPA werd trouwens niet getekend door het ABVV en éénzijdig doorgedrukt door de regering na aandringen van het patronaat én de ACV-top.

63. Volgens de nationale bank is de lager dan verwachte loonstijging te wijten aan een herziening van de samenstelling van de gezondheidsindex begin dit jaar waardoor de automatische loonindexering afgeremd wordt.(54) Het VBO vindt echter dat er geen enkele reden is om euforisch te doen, ons land zit naar verluidt nog steeds met een zware concurrentiehandicap.(55) Sinds de wet op het concurrentievermogen van ’96 worden de loonkosten in België geacht niet sneller te stijgen dan het gewogen gemiddelde (56) van de 3 buurlanden, Duitsland, Frankrijk en Nederland, meteen de belangrijkste handelspartners. Sinds ’96 zijn de uurloonkosten in Nederland bijna 20% sneller gestegen dan in België en in Frankrijk ruim 5%, in Duitsland liepen ze echter ruim 10% minder op dan in België zodat globaal genomen de uurlonen in België tussen 1996 en 2005 1,8% sneller stegen dan het gewogen gemiddelde van de drie buurlanden.(57)

64. De nationale bank heeft daar een uitleg voor. In Duitsland heeft een langdurige zwakke groei geleid tot een hoge werkloosheidsgraad. Sectorale akkoorden zijn gericht op garanties voor werkgelegenheid ten koste van loonsverhogingen. De loononderhandelingen verlopen er in toenemende mate gedecentraliseerd, dat ging gepaard met kostenbeheersing in de ondernemingen en het verschuiven van activiteit naar Oost-Duitsland waar het loonpeil “concurrerender” is gebleven (sic). Tenslotte, aldus de NBB, oefende de snelle uitbreiding van het aantal laagbetaalde banen, onder meer als gevolg van de zogeheten Hartz-hervormingen, een neerwaartse druk uit op de uurloonkosten in Duitsland. Anders gesteld: in Duitsland is het patronaat er met steun van de regering in geslaagd de uitbuitingsgraad forser op te drijven dan in de buurlanden.

65. Het Belgisch patronaat leert echter snel. Onder de maatregelen die de lonen in ons land hielpen in bedwang houden citeert de nationale bank het feit dat steeds meer paritaire comités voorzien in een marge om binnen de ondernemingen een verhoging af te spreken – decentralisatie dus, de uitbesteding van activiteiten, herstructureringen die leiden tot het uittreden van oudere werknemers met gemiddeld hogere lonen, toegenomen participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, uitbreiding van deeltijdarbeid en tijdelijke arbeidscontracten. Voorts wijst de NBB erop dat “bepaalde werkgelegenheidsmaatregelen – afgezien van de verminderingen van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid – eveneens een impact hebben op de loondrift, indien ze de ondernemeingen in staat stellen personeel indienst te nemen tegen minder hoge brutolonen, zoals bij de activering van de werkloosheidsuitkeringen.” (58)

Loononderhandelingen

66. Het belooft alvast voor de loonsonderhandelingen in het najaar. Het patronaat en de regering hebben al diverse ballonnetjes opgelaten. Zo pleit Unizo bij monde van “gedelegeerd bestuurder” Karel Van Eetvelt, ervoor voortaan de nettolonen te indexeren. “Waarom geen indexering op een netto basis? Een indexaanpassing van 2% op een brutoloon van 2000€ levert vandaag bruto 40€ op, maar de werknemer houdt daar netto maar 11€ aan over. Dat is minder dan 1%. Al de rest gaat naar de overheid.” Wie de put die aldus zal ontstaan in de sociale zekerheid vullen? “Als er minder inkomsten zijn voor de sociale zekerheid moeten we misschien ook eens durven te kijken waar er bespaard kan worden... de duur van de werkloosheidsuitkering moet afhankelijk gemaakt worden van het aantal gewerkte jaren. Ik geloof dat het beperken van de uitkering op termijn een activerend effect heeft op de werkzoekende.”

67. Het zal Van Eetvelt alvast de gelegenheid bieden de lonen en arbeidscondities van diegenen die wel nog werken alweer wat meer te drukken. (59) Op het SP.a startcongres in Bredene heeft Johan Vande Lanotte alvast met een “vlammend betoog” tegen de 'schande van de jeugdwerkloosheid' de deur op een kier gezet voor de beperking in de tijd van de uitkering, althans voor schoolverlaters. Als die na zes maanden nog steeds geen werk hebben moeten ze een job of een betaalde opleiding aangeboden krijgen. In ruil wil de SP.a de uitkering beperken in de tijd. (60) De OESO van haar kant heeft vastgesteld dat decentralisering van de loonvorming het mogelijk maakt de regionale lonen meer in overeenstemming te brengen met de regionale productiviteit en pleit ervoor de loonvorming over te hevelen naar de regio’s, toevallig ook een centraal thema van de SP.a. (61)

68.Een meer realistisch voorstel van Van Eetvelt is het instellen van een “automatische concurrentiekrachtkoppeling”, een correctiemechanisme waardoor een overschrijding van de loonnorm automatisch gecorrigeerd zou worden en niet langer enkel tijdens de sociale onderhandelingen. Dat is nu net wat betracht wordt met de zogeheten “All-In” en Saldo-akkoorden.(62) Blijkt dat in 2005 al ongeveer 20% van alle werknemers in de particuliere sector onder een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) met een correctiemechanisme valt. Verhofstadt en het patronaat zullen dat in de komende IPA-onderhandelingen wellicht willen uitbreiden naar alle sectoren en het ziet ernaar uit dat de vakbondsleidingen hierin mee willen gaan. Voorts zullen patronaat en regering wellicht proberen om wat af te doen van de brutolonen zonder al te veel te raken aan de nettolonen. De vakbonden hebben echter al aangekondigd een brutoloonverhoging te wensen, ze kunnen moeilijk anders. Sinds de strijd tegen het generatiepact tijdens vorig najaar is hun manoeuvreerruimte fors ingeperkt en bovendien hebben de publicaties over toplonen van de managers de loonsonderhandelingen niet gemakkelijker gemaakt.

Toplonen, dividenden en bedrijfswinsten

69. Luc Coene van Picanol heeft geschiedenis geschreven. Niet alleen leidt het geen twijfel dat die affaire mee de grimmigheid in de strijd tegen het Generatiepact helpt verklaren, maar bovendien heeft hij de toplonen van managers en de kloof tussen arm en rijk bovenaan de agenda geplaatst. Zij collega’s zullen hem dankbaar zijn, in plaats van de wonderkids van weleer, zijn ze nu inhalige geldwolven voor de publieke opinie. Het is nu een publiek geheim dat een CEO van een Bel-20 bedrijf gemiddeld 1,5 miljoen € opstrijkt, dat dit voor sommigen, zoals Michel Tilmant van ING, oploopt tot 4 miljoen €, dat de managerslonen gemiddeld met 12% toenamen in 2005 (63) etc....

70. In een poging een graantje mee te graaien in een debat dat toch al breed uitgesmeerd werd in de media heeft de SP.a er nog een schep bovenop gedaan. Met de bekendmaking van de managerslonen bij de overheidsbedrijven door Staatssecretaris Bruno Tuybens en door Vande Lanottes’ aanval op 1 mei op de lonen van topmanagers en de royale ontslagvergoedingen die ze uitgekeerd krijgen, heeft de SP.a demagogisch willen scoren. Het was en eervolle poging, maar ze werd onmiddellijk ondermijnd doordat Vande Lanotte zelf, als minister van overheidsbedrijven op zijn minst op de hoogte was van die lonen en ze mogelijks mee onderhandeld had, doordat oud SP.a minister Luc Van den Bossche, huidig BIAC voorzitter zelf weigerde zijn loonzakje te laten (64) inkijken en later doordat voormalig Vlaams Parlementsvoorzitter De Batselier zijn royale uittredingsvergoeding als Vlaams parlementslid wil combineren met een royale wedde als directeur van de nationale bank.(65)

71. Vanuit patronale middens wordt erop gewezen dat het economisch impact van die managerslonen al bij al marginaal is. In het algemeen zal dat wel kloppen, maar in heel wat gevallen wordt het bedrijf letterlijk leeggeplunderd. Bij Picanol ging Coene aan de haal met 20 miljoen € op 3 jaar tijd, de totale winst na belastingen bedroeg op die 3 jaar 46,5 miljoen €. Maar ook heuse multinationals zijn echte melkkoeien. Volgens het jaarverslag van InBev werd 31 miljoen euro betaald aan ontslagvergoedingen voor 3 managers, onder wie CEO John Brock. Brock had een half jaar na datum opnieuw werk gevonden.(66) Dat laatste weegt uiteraard niet door in de 1,024 miljard € winst die Inbev in 2005 realiseerde, maar het had wel volstaan om de 360 werknemers die Inbev in 2006 in 5 Europese landen wil wegsaneren drie jaar lang aan het werk te houden.(67)

72. Zelfs als men vergelijkt met wat Inbev aan dividenden uitbetaalt aan de aandeelhouders, blijft het een aardige som. De Belgische families, met toch een 280-tal leden, goed voor 45% van Inbev zullen samen in 2006 124,9 miljoen € (68) uitgekeerd krijgen in dividenden, ze zijn daarmee de op één na grootste couponnetjesknippers van Belgische beursgenoteerde bedrijven, de Braziliaanse Ambev-families ontving 68,2 miljoen €.(69) De 11 leden van het directiecomité van Inbev “verdienden” in 2005 gemiddeld 2 miljoen €, dat is zonder langetermijnbonus; zonder nettobonus en zonder pensioenplannen. Bovendien passeren heel wat “leden van de raad van bestuur” aan de kassa. Een ervan is oud-premier Dehaene, voor zijn deelname aan 15 vergaderingen in 2005 ontving hij 79.000 € bruto, 5300 € per vergadering en daarbovenop 9.364 aandelenopties ter waarde van zo’n 100.000 €. (70)

73. Ondanks de zogenaamde “loonhandicap” boeren onze bedrijven niet slecht. Vooral de banken blijven de recordwinsten opstapelen. Dexia deed in 2005 12% beter dan in 2004 en realiseerde een nettowinst van 2,03 miljard € (meer dan 80 miljard Bfr!). KBC deed met 2,25 miljard € nettowinst, zelfs 39% beter dan vorig jaar. Gemiddeld leverde elk van de 20.000 werknemers een nettowinst op van 112.500 € of 4,5 miljoen bfr.(71) KBC verhoogde voor 2006 haar dividend met 36,4%. Globaal zouden de Belgische bedrijven op de beurs in 2005 7,7 miljard € aan dividenden hebben uitgekeerd, dat zou goed zijn voor de helft van alle inkomsten uit aandelen. De Belgische bedrijven zouden in 2006 gemiddeld 41% van hun nettowinst als dividend of via een kapitaalsvermindering uitkeren.(72) 97 ondernemingen die hun boekjaar eind 2005 afsloten, rapporteerden een gezamenlijke nettowinst van 18 miljard euro, een stijging van 31 procent tegenover 2004.(73)

Winstgroei niet te danken aan ondernemers

74. Die winstcijfers zijn niet het resultaat van stijgende arbeidsproductiviteit. In 2005 bleef die met 0,1% zo goed als stabiel, na een iets forsere toename in 2004 met 1,9%.(74) Guy Quaden, gouverneur van de Nationale Bank, noemde onlangs “man en paard.” Hij stelde dat als de groei van de Belgische economie dit jaar een hoogtepunt bereikt - men voorspelt een groei van 2,8% (75)- dit niet te danken is aan de ondernemers. Die “keren teveel geld uit aan hun aandeelhouders, ze investeren te weinig en zijn niet innovatief genoeg. Samengevat: ze presteren ondermaats. En het argument waarachter ze zich verschuilen, namelijk dat de loonkosten hier te hoog liggen, is bovendien vals.” (76)

75. Zoveel openheid zijn de patroons en hun broodschrijvers niet gewoon en Quaden krijgt zijn repliek: “Met zijn uitspraken neemt Guy Quaden duidelijk stelling in het debat... over het concurrentievermogen...Dat is het standpunt van de vakbonden en van het socialistisch kamp...Quaden heeft nu eenmaal een duidelijk PS-etiket.” Kortom: als Quaden “vaststelt” dat de loonkosten te hoog zijn, onze concurrentiepositie ondermijnd is en de arbeiders en hun gezinnen de buikriem moeten aanhalen, is dat objectief. “Beweert” hiij echter dat de patroons hun maatschappelijke plicht verzuimen dan heet dat “een politieke uitsraak”.

76. In zijn ijver om te antwoorden op de schandelijke aantijgingen van de gouverneur dan nog wel, gaat Stefaan Michielsen, broodschrijver van dienst bij De Tijd in overdrive: “Versta: het is hun schuld dat de economie niet sterker groeit en dat er zoveel werklozen zijn. ...Waarop baseert hij zich trouwens om de ondernemers de mantel uit te vegen? België is nog altijd de op negen na grootste exporteur ter wereld, goed voor een marktaandeel van 3,3% in de internationale handel. Niet kwaad voor zo’n klein landje. De Verenigde Staten, die zoveel groter zijn, hebben een aandeel van 8,9% in de wereldwijde handel (Duitsland leidt met 10%).... Hoe durft Quaden stellen dat de Belgische ondernemers niet vernieuwend genoeg zijn. Ze zijn hun tijd soms ver voooruit. Herinner u de spraaktechnologie van Jo Lernhout en Pol Hauspie.” (77) Het is eruit: de Belgische economie is helemaal niet onconcurrentieel, ze is ook vernieuwend, maar helaas verkwanselen enkele parasieten en hebzuchtige oplichters als Lernhout en Hauspie onze inventiviteit. Vreemd dat Michielsen in zijn ijver om zijn broodheren naar de mond te praten net dit voorbeeld aanhaalt, zouden ze dan toch niet zo a-typisch zijn als na hun veroordeling beweerd werd?

Een overdracht van arm naar rijk

77. Als de Belgische economie in de voorbije jaren iets sneller groeide (78) dan het gemiddelde in de Eurozone was dat geenszins door een “expansionistische begrotingspolitiek” zoals Le Soir Peter Vanden Houte, chef economie bij ING, citeert, of toch niet zoals Le Soir die uitspraak interpreteert door er in een nota van de redactie aan toe te voegen: “terwijl het in andere Europese landen besparen is geblazen”(79), alsof in België geen besparingsbeleid zou worden gevoerd. De particuliere consumptie steeg hier zelfs iets minder dan in de Eurozone, maar er werden wel fors meer woningen gekocht door de daling van de rente op hypothecaire kredieten en door de forse stijging van vastgoedprijzen op de secundaire markt waardoor meer geopteerd werd voor nieuwbouw of renovatie. (80)

78. De enige plausibele uitleg daarvoor is de forse afname van de spaarquote, de toename van de schulden van de gezinnen en de stijging van de inkomsten uit vastgoed (huur) en van zelfstandigen (+4,2% in 2005).(81) De spaarquote daalde tussen 1999 en 2004 van 17,2% naar 12,8% van het netto-inkomen van de gezinnen. In 1993 bedroeg die nog 22%!(82) De schuldgraad van de Belgische gezinnen steeg in 2005 tot een recordpeil van 43,1% van het BBP, 20 jaar geleden was dat nog maar 28,1%. Vooral de hypotheekleningen stegen fors met 16%, evenveel als de huizenprijzen en die stegen het sterkst binnen de eurozone. (83)

79. Het is met de Belgische economie ongeveer zoals met de begroting. De voorbije jaren kon die in evenwicht gehouden worden door allerlei eenmalige opbrengsten, die eens weg, voor altijd weg zijn. In het geval van de begroting ging het om openbare gebouwen, pensioenfondsen etc... Kortom al die zaken die door de arbeidersbeweging waren afgedwongen, waarop Verhofstadt zijn oog al in de jaren ’80 als minister van financiën had laten vallen, maar die hij toen niet in beslag had kunnen nemen. In zekere zin mag de “sociaal-liberaal” Verhofstadt vandaag een kaarsje branden voor het feit dat de arbeidersbeweging “Baby-Tatcher” in de jaren ’80 verhinderd heeft de “staat te ontvetten”. Anders had Verhofstadt het vandaag mogen vergeten om zijn saneringsbeleid met de “fluwelen handschoen’ door te voeren. Zo ook in de rest van de economie. Zo drastsich snoeien in de koopkracht had onvermijdelijk tot recessie geleid indien in de voorbije decennia geen vetlaagje was opgebouwd dat nu vakkundig weggesneden wordt door onze patroons.

80. Eigenlijk zijn het patronaat en haar politieke lakeien erin geslaagd een enorme overdracht van de arbeiders en hun gezinnen naar het patronaat te organiseren. De uitvoerders van die overdracht, de topmanagers worden daarvoor rijkelijk beloond. Er greep een overdracht van arm naar rijk plaats. Er zijn nu 63.800 Belgen die minstens een miljoen $ bezitten, dat is zonder de eigen woning! Dat is een toename met 3,4% ten opzichte van eind 2004. samen bezitten die miljonairs zo’n 180 tot 200 miljard $, gemiddeld zo’n 3 miljoen $ of 2,4 miljoen €.(84) Twintig jaar geleden berekende het Centrum voor Sociaal Beleid dat in België maar goed 6 procent van de bevolking arm was (85), volgens de Antwerpse professor Jan Vranken zou dat vandaag 15% zijn (86), daarbovenop slaagt nog eens 40 procent van de Belgen er niet in te sparen, wat hen kwetsbaar maakt bij tegenslagen.(87)

De sociale zekerheid gemolken

81. Als het regeringsbeleid ergens als “expansionistisch” beschreven kon worden, dan was dat uitsluitend in haar fiscale en parafiscale (88) beleid. Zo verminderde de opbrengst uit de progressieve personenbelasting (89) als resultaat van het regeringsbeleid op 3 jaar tijd - 2003 tot 2005 - met -1,9 miljard €, de inkomsten uit BTW en accijnzen daarentegen, die voor ieder gelijk zijn ongeacht het inkomen, namen toe met bijna 1,5 miljard €. De werkgeversbijdragen (90) aan de Sociale Zekerheid namen eveneens af, met in totaal -1,45 miljard €, die van de werknemers namen toe met 0,14 miljard €.(91) Ondanks het systematische afromen van het bruto gedeelte van onze lonen, de misnoemde “werkgeversbijdragen” heeft de Sociale Zekerheid sinds het begin van deze eeuw slechts één keer een tekort vertoont, dat was in 2003. Het inkomensverlies voor de sociale zekerheid passen we immers zelf bij via BTW en accijnzen, de zogenaamde alternatieve financiering.

82. Volgens de regering en het patronaat worden de sociale zekerheidsuitgaven zonder zware ingrepen onbetaalbaar. We hebben het even nagerekend. Volgens de NBB zouden de totale inkomsten van de overheid met 12,03% zijn gestegen tussen begin 2003 en eind 2005, die van sociale bijdragen met 7,37%. Indien de regering de werkgeversbijdragen niet verminderd had in die 3 jaar, dan had die stijging 11,07% bedragen. De totale overheidsuitgaven zonder rentelasten zijn in diezelfde periode gestegen met 15,26%. De sociale uitkeringen waren eind 2002 goed voor 50,69% van die uitgaven, eind 2005 was dat opgelopen tot 50,92%. Van de 70 miljard € uitgaven aan sociale zekerheid gaat ruim 25 miljard € naar pensioenen, bijna 19 miljard € naar gezondheidszorg, ruim 6 miljard € naar werkloosheidsuitkeringen, bijna 5 miljard € naar kinderbijslag en 3,7 miljard € naar ziekte en invaliditeit.(92) Eind 2002 ging 19% van alle overheidsuitgaven exclusief rentelasten naar pensioenen, 13,04% naar gezondheidszorg, 4,54% naar werkloosheidsuitkeringen en 3,87% naar kinderbijslag. Voor 2005 was dat 18,5% voor pensioenen, 13,89% voor gezondheidszorg, 4,57% voor werkloosheidsuitkeringen en 3,62% voor kinderbijslag.(93)

83. Bovenstaande cijfers worden door de regering , het patronaat en de broodschrijvers zodanig gekauwd en herkauwd dat het erop lijkt dat de zieken, de ouderen, de werklozen, kortom iedereen die om één of andere reden niet werkt, potvertiert. Toch behoort ons land “bij de slechtste voor langdurige armoede, armoede onder ouderen en armoede onder uitkeringstrekkers in het algemeen. Ons leefloon is bij de laagste in Europa. Onze uitkeringen zijn laag en de vervangingsratio van onze pensioenen (verhouding pensioen/laatste loon) behoort tot de laagste in Europa”. (94) Men wijst erop dat de babyboomgeneratie massaal op pensioen gaat en dat het aantal bijdragers aan de sociale zekerheid afneemt ten aanzien van het aantal genieters. Men vergeet er echter eveneens bij te vermelden wie dan wel met al die bijdragen van die babyboomers is gaan lopen, zou het kunnen dat de jaarlijkse lastenverlagingen voor onze patroons en de enorme winsten van de bedrijven daar voor iets tussen zitten?

84. Die babyboomers worden niet enkel oud, maar ook vaker ziek. Als we dat in beschouwing nemen vallen de uitgaven voor sociale zekerheid nog best mee. Het zijn trouwens niet al die zieke oudjes, noch het personeel die met het leeuwenaandeel van het budget van het Riziv gaan lopen. In 2004 ging 5 miljard € of 30,8% daarvan naar artsenhonoraria, 17,7% verdween in de zakken van de geneesmiddelenindustrie. De verpleegkundigen moesten het allemaal samen doen met 4,2%.(95) De regering probeert jongere en oudere arbeiders tegen elkaar uit te spelen: zie eens hoeveel inactieven de “hardwerkende Vlaming” moet onderhouden, zouden al die bruggepensioneerden niet beter nog en aantal jaren bijklussen? De participatiegraad in onze economie ligt te laag. Slechts 32,1% van de 55-64 jarigen is aan de slag in België tegenover 43,9% in de Eurozone, in Zweden is dat zelfs 68,9%, in Denemarken 59,8% en in het Verenigd Koninkrijk 56,8%.(96)

Teveel gepensioneerden voor het aantal actieven?

85. Zouden de 25-54 jarigen daar dan mee gebaat zijn, er meer geld aan over houden? Vergeet dat maar. Heel het discours inzake de onbetaalbaarheid van de pensioenen en uitkeringen past in de optiek om de concurrentie op de arbeidsmarkt op te drijven. De redenering daarachter is éénvoudig: hoe meer mensen op zoek gaan naar werk, hoe minder men ze hoeft te betalen en hoe minder men rekening moet houden met arbeidscondities. Zoals een bedrijf enkel rekening houdt met de winstcijfers en een manager uitsluitend met het rendement, is alles in onze maatschappij erop gericht het aandeel van de toegevoegde waarde dat naar lonen gaat terug te dringen ten voordele van de winst. In marxistische termen: de meerwaarde of onbetaalde arbeid van de arbeider te maximaliseren.

86. In België bedroeg de werkgelegenheidsgraad in het tweede kwartaal van 2005 61%, hetzelfde als in 2000, in de Eurozone was dat 65%, komende van 63,2% in 2000. Volgens de Lissabon richtlijn zou dat tegen 2010 in heel Europa 70% moeten worden. Onder werkgelegenheidsgraad verstaat men het aantal 15 – 64 jarigen dat binnen een referentieperiode, doorgaans een week, minstens 1 uur bezoldigde arbeid heeft verricht. Heel het eindeloopbaandebat van eind 2005, het zogenaamde solidariteitspact tussen de generaties, waartegen twee algemene stakingen plaats grepen, had als ultiem doel het opdrijven van de activiteitsgraad door het ontraden en afbouwen van het brugpensioenstelsel.

87. De leeftijd voor het conventionele brugpensioen, voorheen 58 jaar na een loopbaan van 25 jaar, wordt in 2008 60 jaar na een loopbaan van 30 jaar, in 2012 wordt de loopbaanvereiste 35 jaar. Een volledig pensioen zal tegen die tijd nog zelden voorkomen en bijgevolg ook een volledige pensioenuitkering. Voor vrouwen groeit de loopbaanvereiste trager, 26 jaar tegen 2008 en dan 2 jaar erbij om de 4 jaar tot het niveau van de mannen is bereikt.(97) Men hoopt het aanbod aan arbeidskrachten zo verder op te drijven en bijgevolg de lonen nog meer te kunnen drukken. Hoe belangrijk patronaat en regering dat wel vinden bleek uit hun absolute weigering om het pact te laten varen, om het verzet te temperen werd wel de mogelijkheid open gelaten enkele afwijkingen te onderhandelen.

88. Het is echter niet alleen bij oudere werknemers dat de werkgelegenheidsgraad in België lager ligt dan in de eurozone. Bij jongeren van 15- 24 jaar bedraagt de gemiddelde werkgelegenheidsgraad in Europa 39,4% tegen 26,6% in België. Bij migranten zien we een vergelijkbaar beeld, zowel bij migranten uit de andere landen van de Eurozone, een werkgelegenheidsgraad in België van 59,8% tegen 67,2%in de eurozone, als bij migranten van buiten de eurozone, slechts 37%in België tegenover 55,6% in de eurozone. Voor jongeren voorzag het generatiepact onder meer al financiële stimulansen voor stages of voor de vestiging als zelfstandige, voor migranten staan nog specifieke stimulansen op stapel.

10 uur per dag, 48 uur per week

89. We hebben beschreven hoe patronaat en regering de absolute meerwaarde proberen op te drijven, nl. door ervoor te zorgen dat de lonen minder snel stijgen dan de inflatie, door het aanbod op de arbeidsmarkt op te drijven, of door te snoeien in ons uitgesteld loon, d.w.z. het bruto gedeelte dat bestemd is voor bescherming tegen ziekte, werkloosheid en/of ouderdom. In mei jl ondertekenden Agoria, de patronale federatie van de technologische industrie, waaronder de metaal valt een protocolakkoord met de vakbonden voor de auto-industrie. Dat akkoord voorziet onder meer de mogelijkheid om de arbeidstijd te spreiden over 6 jaar, in plaats van 1 jaar, de maximaal toegelaten werkweek te verlengen van 45 tot 48 uur en de arbeidsdag te verlengen van 9 naar 10 uur.(98)

90. Het zou gepaard gaan met een systeem van tijdsparen zodat geen overuren meer betaald moeten worden. In De Standaard (99) beklaagt gedelegeerd bestuurder Paul Soete zich over het verzet van de nationale vakbondsleiders tegen dit opdrijven van de absolute meerwaarde. “Het is tekenend voor hun basishouding: als er op de Titanic onvoldoende reddingssloepen aanwezig zijn voor alle opvarenden, mag er van hen geen enkele opvarende in de sloepen gaan”. Soete is meer gewonnen voor de aanpak “ieder voor zich”, dat de reddingssloepen hierdoor dreigen te kapseizen zal hem worst wezen, als hijzelf maar gered is. Kortom: een “ondernemer” ten voeten uit.

91. In België ligt vooral de relatieve meerwaarde zeer hoog. De Belgische arbeiders behoren tot de meest productieve ter wereld. Gemiddeld produceren we 10% meer per uur dan de Amerikaanse arbeiders. Binnen de OESO doen enkel de Noren en de Luxemburgers beter. Duitse arbeiders produceren per uur 9% minder dan de Amerikaanse, Japanse 30% minder en Koreaanse zelfs 60% minder.(100) Aangezien we echter minder uren presteren dan de Amerikanen, produceren we zo’n 22% minder, dat is nog steeds goed voor een 10de plaats, beter dan Duitsland en Frankrijk en even goed als de Nederlanders. Toch kan het nog beter volgens de NBB. Ons land zou inzake “alternatieve vormen van arbeidstijdorganisatie immers achter liggen bij de andere EU-landen. We presteren weliswaar meer onbetaalde overuren (8,8% van alle werkenden) , thuiswerk (4,4%), avondwerk (13,7%)en deeltijdwerk (21,2%) dan het middelde van de eurozone, maar inzake vormen van tijdelijke arbeid, nachtwerk,weekendwerk, ploegenarbeid en glijdende werktijden blijven we achter op het EU-15 gemiddelde.(101)

Ondanks lastenverlaging nam werkloosheid sinds 2001 met kwart toe

92. In hetzelfde artikel in De Standaard noemt Soete de geplande lastenverlaging op ploegenarbeid bijgevolg een zaak van leven en dood voor de automobiel en voegt er onmiddellijk aan toe “daarna moeten we aan een lineaire lastenverlaging werken, over meerdere jaren.” Op het vlak van lastenverlaging is nochtans al heel wat gegeven aan de patroons, daarover hebben we het reeds gehad. Minister Demotte van Sociale Zaken heeft het ook allemaal laten narekenen. Besluit: officieel gaat 45,36% van het Brutoloon naar de sociale zekerheid, maar in werkelijkheid is dat slechts 24,9%. Het patronaat vergelijkt steeds het officiële cijfer in België met de werkelijke cijfers elders, die zijn hoger in Duitsland (26,9%)en Frankrijk (31,5%), en iets lager in Nederland (24%) dan het werkelijke cijfer in België. Officieel beloopt de bijdrage aan de sociale zekerheid in Duistland echter 41,9%, in Frankrijk 48,6% en in Nederland zelfs 54,9%! (102)

93. Jobs hebben al die lastenverlagingen ons zeker niet opgeleverd. Na twee jaar daling is de werkgelegenheid in 2004 toegenomen met 24.000 en in 2005 met naar schatting 40.000. Door de toename van de bevolking op arbeidsleeftijd – ondanks de vergrijzing – is de werkloosheid echter eveneens blijven stijgen, sinds 2001 van maar liefst 450.000 tot 577.000 of 28,2%! In de industrie gingen tussen 2001 en 2005 maar liefst 63.000 vnl. voltijdse, goede banen inzake verloning en arbeidscondities verloren. Bij de overheid steeg de tewerkstelling met een schamele 34.000 sinds eind 2001 en deed zich in 2005 een daling voor. Die aanwervingen bestaan uit tijdelijke contractuelen, interim en zoals bij de NMBS, vervangers voor diegenen die op pensioen gaan omdat er met de aanwervingstop van de jaren ’80 een leeftijdskloof is ontstaan. Voor zover er al jobs werden gecreëerd, was het hoofdzakelijk in “financiële activiteiten, onroerende goederen en verhuur en dienstverlening aan ondernemingen.

94. Aan 4,35€/u (na de belastingsaftrek van 30%) en een overheid die zelf 16€/u bijpast hoeft het niet te verwonderen dat vooral dienstencheques een succes zijn. Volgens Freya Van den Bossche zetten dienstencheques eind 2004 10.886 werklozen aan het werk gedurende gemiddeld net geen 24 uur per week, van wie 4.911 in Vlaanderen, 4.702 in Brussel en 1.273 in Wallonië.(103) In 2005 zouden de dienstencheques 29.000 mensen aan de slag hebben gezet of twee derde van de toegenomen tewerkstelling. Daarvan 8.700 in Wallonië, goed voor 4.169 voltijdse equivalenten. Hoewel de groei nu vertraagt, zou die tussen januari en juni 2006 toch nog 18% hebben bedragen in Wallonië en 10% in Vlaanderen.(104) Daarmee betaalt de overheid eigenlijk wat eerder in het zwart gebeurde.

Werken op straffe van uithongering

96. Eigenlijk moeten we ons afvragen hoe het komt, na al die fiscale en parastatale stimulansen en ondanks de recordwinsten, dat de patroons niet meer werk creëren. Volgens henzelf is er daar maar één verklaring voor: de werkloosheidsval, of het verschijnsel waarbij iemand liever “potverteert” in de sociale zekerheid, dan aan de slag te gaan. Jan Denys, woordvoerder van Randstad, en zeker geen linkse rakker, wijst op een verschijnsel dat iedere jonge werknemer bekend in de oren zal klinken. “Sommige werkgevers creëerden hun eigen schaarste aan geschikte kandidaten... Ligt het dan zo moeilijk om je als werkgever te onderwerpen aan het eenvoudige marktprincipe van vraag en aanbod? Waarom betalen werkgevers niet net dat beetje meer, zeker nu de bedrijfswinsten toch historisch hoog liggen?” (106)

97. Om werkloze arbeiders te verplichten de flexibele en onderbetaalde jobs in aanbod toch te aanvaarden neemt men hun uitkering af. Sinds de invoering van het “activeringsbeleid” door Vanden Broucke in juli 2004 werden al 13.480 werklozen geschorst, in 2005 waren dat er 6.675, waarvan 4806 in Vlaanderen (72%), 1335 in Brussel (20%) en 534 in Wallonië (8%). In de eerste helft van 2006 zaten we al aan 4927, waarvan 3203 in Vlaanderen (65%), 492 in Brussel (10%) en 1232 in Wallonië (25%). (107)

98. In een extra-nummer van De Nieuwe Werker (108) zet het ABVV enkele interessante cijfers op een rij. Het planbureau wordt erbij gehaald. Dat beweert dat in 1997 15,5% van de bevolking een inkomen had dat onder de armoedegrens viel, daaronder 4% van de loontrekkenden. De zogenaamde “parasieten” die vastzitten in de “werkloosheidsval”, de werklozen dus, moeten het doen met minimaal 751,66 € bruto als alleenstaande en minimum 894,92 € Bruto als gezinshoofd.

99. In 1980 bedroeg de gemiddelde werkloosheidsuitkering 45,7% van het gemiddeld loon, in 2005 was dat nog 27%. Resultaat: 29% van alle werklozen (en 40% van alle werkloze mannen) “potverteren” onder de armoededrempel. De pensioenen en invaliditeitsuitkeringen bedragen gemiddeld 31,7% van het gemiddelde loon, 18% van de gepensioneerden en 24% van de invaliden, leefloners e.a. inactieven leven eveneens onder de armoedegrens. Als die met geen stokken aan de slag te krijgen zijn in de “prachtjobs” die het patronaat voor ons in petto heeft, kan men nog steeds beroep doen op Oost-Europeaanse goedkope arbeidskrachten die in talloze knelpuntenberoepen terecht kunnen. In Nederland klaagt men al over een tekort aan Poolse werknemers.(109)

België: Gemeenschap of NV

100. Hoe komt men met deze politiek weg? Eerst en vooral omdat het voorgesteld wordt als het natuurlijke verloop der zaken. “We kunnen niet anders want de globalisering verplicht ons ertoe.” Alle traditionele partijen, ook het Vlaams Blok uiteraard stappen allemaal mee in de neoliberale besparingslogica. Zelfs de vakbonden gaan erin mee en verklaren zo hun onmacht bij saneringen en rationalisaties. De idee dat een collectief antwoord mogelijk is, wordt erdoor ondermijnd. Wat men ook doet: alle politieke partijen, heel het establishment de media etc... blijven ons bombarderen met “voldongen feiten”. Het ontbreken van een collectieve oplossing leidt tot het zoeken naar individuele remedies. Stijgende criminaliteit, gewelddadige uitspattingen, compleet amoreel gedrag ... het lijkt wel alsof heel de maatschappelijke structuur uiteen word gerukt. Dat gevoelen wordt door het establishment alleen maar versterkt en bevorderd terwijl ze tegelijk pretendeert ertegen te vechten en daardoor diegenen discrediteert die zich er echt tegen verzetten. Dat vergt wat uitleg.

101. Het patronaat stelt zich schaamteloos op. Officieel spreekt het zich uit tegen criminaliteit, armoede, racisme, seksisme etc... Sommigen gaan daar zelfs zover in dat ze een deel van hun bijeen gegraaide rijkdom besteden aan liefdadigheid. De miljardairs Soros en zelfs Bill Gates hebben geleerd uit het Victoriaanse tijdperk dat de rijken af en toe een aalmoes moeten gooien naar de armen om ze te sussen en aan zich te binden en vooral om ze ervan te weerhouden zich politiek te organiseren. Tegelijk zijn alle patroons het unaniem eens dat de systemen van overheidswege georganiseerde solidariteit best worden afgeschaft of toch minstens uitgehold.

102. Terwijl als gevolg daarvan het aantal armen in België op minder dan 10 jaar tijd is toegenomen van 6 naar 15% van de bevolking doen de patroons, hierin gretig gevolgd door de betere begoede middenstand, niet de minste poging meer discreet te zijn over hun persoonlijke rijkdom. Voor zover ze al zelf niet schaamteloos de sociale, fiscale en andere wetten met de voeten treden, drijven ze via hun politiek van uitsluiting en uitzichtloosheid de zwaksten richting criminaliteit. Wie niet kan aanhaken is een “loser”. Als die in de hoek worden gedreven vertaalt zich dat steeds meer in “zinloos geweld.”

Hoe dieper de crisis van het kapitalisme wordt, hoe harder de maatschappij wordt voor diegenen die zich onderaan de sociale ladder bevinden. De maatschappij creëert bij veel mensen een individueel schuldgevoel over problemen hierdoor veroorzaakt. Het ontbreken van een collectieve oplossing leidt in sommige extreme gevallen tot wanhoopsdaden zoals zelfdoding of de vele familiedrama’s die we zien. Anderen keren zich dan weer met een blinde, gewelddadige woede tegen deze maatschappij waar ze van vervreemd zijn. Rellen in Parijs en eerder ook in Antwerpen, “zinloos geweld”, de brutaliteit van kleine criminelen, vandalisme, geweld in scholen, …

Onveiligheid is geen vals gevoel, zoals sommige kleinburgerlijke commentatoren wel eens durven beweren, integendeel het is, vooral in de steden, harde realiteit.

Het enige antwoord van de burgerlijke politiek is meer repressie, hoewel dit zijn onnut reeds heeft bewezen. Degelijk werk en gratis onderwijs, een einde maken aan armoede etc… is de enige structurele oplossing, maar binnen het kapitalisme kan ook deze oplossing maar een tijdelijke verworvenheid zijn. Evengoed is versterking van het sociale netwerk, door meer personeel in openbare diensten, in jeugdwerk en –ontspanning, buurtwerk enz… noodzakelijk.

Ook zullen de organisaties van de arbeidersklasse hen, veel meer dan vandaag de dag het geval is, een collectief antwoord moeten bieden op de problemen in de maatschappij en hen actief bij de strijd hiervoor moeten betrekken.

Een kleine minderheid van de meest vervreemde jongeren zal, ondanks het aanbieden van collectieve oplossingen in de opbouw van een socialistische samenleving, minstens in eerste instantie nood hebben aan begeleiding op maat met het oog op reële en vrijwillige deelname aan de samenleving.

103. Het patronaat preekt antiseksisme en antiracisme. Een handvol carrièrevrouwen en een kleine migrantenelite moeten dat kracht bij zetten. Tegelijk zijn vrouwen, onder meer als gevolg van het schorsingsbeleid in de werkloosheid, dikwijls diegenen die gedwongen worden aan steeds lagere lonen te werken in steeds flexibeler arbeidscondities. Migranten en vrouwen worden gebruikt om ook aan Belgische mannen lagere lonen en slechtere arbeidscondities op te dringen. Oudere werknemers worden verplicht langer te werken, terwijl hun jongere collega’s van interim naar interim versast worden. Door de ene categorie arbeiders op te zetten tegen de andere organiseert het patronaat een competitie voor de laagste lonen en de slechtste arbeidscondities.

104. Als arbeiders het aldus aangeleerde seksisme en/of racisme gaan napraten, worden ze van bovenaf met de moralistische vinger terecht gewezen door datzelfde patronaat en de door haar soms letterlijk betaalde politici en media. Als binnenkort vrouwen verplicht zullen worden aan de slag te gaan in prostitutiebars om hun uitkering te behouden of omdat ze die al eerder zijn kwijt geraakt, zal dat gebeuren in naam van de “bescherming” van de prostituees. Wie ertegen in gaat, zal preutsheid worden verweten. Wie zich prostitueert uit armoede wordt immoraliteit verweten.

105. Volgend citaat uit een editoriaal van De Tijd illustreert hoe in patronale kringen en bij de broodschrijvers van het patronaat gedacht wordt over de gemeenschap. “Feit is alvast dat decennia van haast permanente verbouwingen van de nv Belgiê nog lang geen solide bedrijf hebben gemaakt. Om het bedrijf van de ondergang te redden, is nog maar eens een nieuwe, ditmaal liefst structurele ingreep nodig. De enige structurele ingreep die soelaas kan brengen, bestaat erin de deelstaten eens te meer substantieel meer autonomie te geven. daardoor zal België nog meer verdampen tot een structuur zonder inhoud, een holding zonder centen en dus zonder zeggenschap”. (110)

106. We durven erop wedden dat de schrijvelaar van dienst niet eens beseft wat een nonsens hij daar op papier heeft gebraakt. België is dus geen gemeenschap meer van mensen van vlees en bloed, maar een “naamloos vennootschap”, dat moet niet zorgen voor haar “naamloze” onderdanen, maar een solide bedrijf worden. Daarvoor is slechts één structurele hervorming mogelijk die België zal herleiden tot een holding zonder centen en dus – tot daar het democratisch vermogen van onze schrijvelaar – zonder zeggenschap. Geen wonder dat er geprostitueerd, gemoord, gestolen, geïntimideerd en gefraudeerd wordt naar believen. De enige structurele ingreep die echt soelaas kan brengen is naar ons oordeel stoppen met produceren voor de winsten van een handvol parasieten die onze gemeenschap plunderen en omvormen tot een NV en beginnen met produceren in functie van de behoeften van iedereen, zodat we ook eens echt vrij kunnen kiezen. Kortom: de gemeenschap eindelijk besturen als een gemeenschap en niet langer als een casino.

Hetzelfde deuntje steeds weer en overal

107. Het patronaat zou bovenstaande prietpraat niet kunnen volhouden indien het zich niet elke porie van de maatschappij had eigen gemaakt. Het onderwijs hoort voortaan afgestemd te zijn op de arbeidsmarkt. Mobiliteit moet opbrengen, zelfs het ophalen van ons afval, waarvoor we toch gemeentebelastingen betalen, moet links en rechts een paar rijke zakken vullen. Gezond, solide, efficiënt, rendabel... staat niet voor het aantal voldane behoeften, maar voor de winst dat het oplevert ongeacht de maatschappelijke drama’s die achter blijven. De media, of het nu om openbare omroepen en/of private gaat, om populaire pers of kwaliteitspers, ze herhalen systematisch hetzelfde refrein tot we het met zijn allen nakauwen, zoals we soms een urenlang een deuntje blijven naneuriën of fluiten dat we god-weet-waar hebben opgepikt. Journalisten die er wat kritisch tegenaan zien, worden op de vingers getikt en op een zijspoor gezet.

108. De strategie van het patronaat luidt in essentie: verdeel om te heersen. Om dat mogelijk te maken beschikt ze over een reeks instrumenten onder de vorm van media, lobbyisten, spindokters, religieuze en niet religieuze loges etc... Waar ze eveneens over beschikt zijn een resem politieke partijen die in essentie allemaal hetzelfde zeggen, maar met andere accenten om de schijn van diversiteit ophouden. Men zou dat kunnen vergelijken met de ruime keuze aan waspoeders of automerken die de indruk moeten opwekken van diverse keuzemogelijkheden, maar in realiteit allemaal van dezelfde band lopen. Zoals men hier en daar wat verschillende opties aanbrengt om tegemoet te komen aan een bepaald segment van kopers, zo beantwoorden de diverse partijen aan verschillende interesses, maar een echt fundamenteel verschil is er al lang niet meer. Alle in het parlement vertegenwoordigde partijen, ook het Vlaams Blok, Groen! en Ecolo, de SP.a en de PS aanvaarden de neoliberale logica. Enkele voorbeelden.

Overheidsbedrijven rentabiliseren

109. Geen enkele van die partijen betwist dat overheidsbedrijven rendabel moeten zijn, dat wil zeggen winst moet maken. Men gaat ervan uit dat overheidsdiensten sowieso inefficiënt werken en dat liberalisering en privatisering uiteindelijk ten goede komen van de consument. Belgacom boekte vorig jaar een nettowinst van 959 miljoen €,(111) waarvan zowat 500 miljoen € uitgekeerd werd aan de aandeelhouders. Topmanager Bellens “verdient” dagelijks evenveel als 6 personeelsleden maandelijks. Tussen 1996 en juni 2005 is het personeelsbestand gekrompen van 24.309 naar 13.569 werknemers. Dat kost de belastingbetaler jaarlijks zo’n 250 miljoen € aan uitkeringen en verlies van fiscale en parafiscale inkomsten.

110. Bij De Post werken nu nog 35.000 mensen, 9.000 minder dan 10 jaar geleden. Bij Electrabel betoogde het personeel tijdens Batibouw tegen het niet naleven van de werkzekerheidsgarantie, die al 40 jaar was opgenomen in de CAO’s. Dat gebeurde allemaal tijdens regeringen waaraan PS en SP.a doorlopend deelnamen en afwisselend CD&V, CdH, MR, VLD, Vivant, Spirit, Volksunie, Agalev en Ecolo. Uit de standpunten van Vlaams Blok, NV-A en FN kunnen we niet afleiden dat zij zich tegen deze politiek zouden verzetten, ze vinden integendeel dat het wat meer mag zijn.

111. Inzake dienstverlening laat de liberalisering eveneens te wensen over. Naar aanleiding van de talloze elektriciteitspannes eind vorig jaar, verklaarde Freddy Willockx, burgemeester van Sint-Niklaas: “Ik vraag me af of ik in Midden-Amerika leef dan wel in West-Europa”.(112) 36.000 gezinnen werden vorig jaar door hun elektriciteitsleverancier aan de deur gezet en moeten terugvallen op het sociaal vangnet van de distributiebeheerders, een stijging met 7,5% ten opzichte van 2004.(113) Men heeft het nu openlijk over de mislukking van de liberalisering van de energiemarkt. Niet omwille van bovenstaande sociale wantoestanden, maar omdat Electrabel – door de fusie van moedermaatschappij Suez met Gaz de France – haar feitelijke monopoliepositie nog versterkt. SP.a-voorzitter Vande Lanotte heeft echter de oplossing: “We moeten de liberalisering van de energiemarkt nog eens overdoen”.

112. Groen stelt de vrijmaking van de energiemarkt evenmin in vraag maar wil “op een creatieve wijze radicaal nieuwe instrumenten inzetten in de strijd tegen de energiearmoede.” Zoals: sociale huisvestingsmaatschappijen voordelige groepscontracten voor elektriciteit en gas laten afsluiten; gezinnen met een laag inkomen de mogelijkheid geven om energiezuinige huishoudtoestellen te leasen; in de sociale huisvestingsector het systeem van derde betaler invoeren om energiebesparende renovaties te prefinancieren. (114) Dat wordt vast en zeker een succes.

113. Ander voorbeeld van hoe goed de liberalisering wel is voor de consument: voortaan zorgt niet enkel de eerste vorst , maar nu ook de eerste hitte voor breuken in de bovenleidingen van de NMBS. Die reageren inderdaad op temperatuurschommelingen, dat is een wetenschappelijk gegeven. Maar er kunnen maatregelen genomen worden om de schade te beperken. Nu worden de bovenleidingen nog maar 1 keer per jaar gecontroleerd. De controles en het onderhoud moeten regelmatiger en preventief gebeuren. De negatieve gevolgen van de besparingen en herstructureringen bij de spoorwegen beginnen steeds duidelijk te worden. Toch stelt geen enkele van de in het parlement vertegenwoordigde partijen de liberalisering van de NMBS in vraag.

114. Men zou kunnen aanvoeren dat de sociaal-democratie en de groenen inzake privatisering en liberalisering op de rem staan. Het is zonder enige twijfel correct dat liberalen, christen-democraten en Vlaams Nationalisten veel minder genuanceerd zijn over de deugden van de liberalisering of vermarkting. Helaas moeten we echter vaststellen dat zowel bij de liberalisering van Belgacom (Di Rupo) (115), als bij de liberalisering van Post en Spoor (Vande Lanotte), als bij de vermarkting van het onderwijs (Vanden Broucke), of de Copernicus hervorming (Luc VdB) etc... de sociaal democratische ministers, wellicht net omwille van hun historische banden met de georganiseerde arbeidersbeweging, betere “hervormers” zijn gebleken dan hun openlijk rechtse tegenhangers.

115. Voorheen slorpten openbare diensten diegenen op die wat minder presteerden op school, wat trager werkten, misschien al wat minder vlot waren inzake sociale contacten of zelfs licht gehandicapt waren. De lonen, het vakantiegeld en de eindejaarspremie waren doorgaans wat lager dan in de private sectoren, maar vastheid van betrekking, goede sociale voorzieningen en een degelijk pensioen compenseerden dat. Sinds geo-route 1, 2 en binnenkort 3, de liberalisering bij het spoor, Belgacom etc... is dat voltooid verleden tijd. De vastheid van betrekking bloedt stilaan dood, interim en tijdelijke contracten moeten lastige personeelsleden vooraf filteren.

116. Voor diegenen die vroeger in een openbare dienst terecht konden voorziet men nu sociale uitsluiting, deeltijdse, superflexibele en slecht betaalde jobs of klusjes via plaatselijke tewerkstellingsagentschappen. Wie daar niet mee in wil neemt men ofwel zijn uitkering af of maakt men het onmogelijk om met die uitkering rond te komen. Dat werd allemaal doorgevoerd met medewerking van alle traditionele partijen. We moeten niet alleen de liberalisering van de openbare diensten stopzetten, geprivatiseerde diensten hernationaliseren onder arbeiderscontrole, maar ze ook herfinancieren.

De vijand? de andere gemeenschap.

117. Als we na ons te hebben opgezet tegen de migrant die onze lonen en arbeidscondities ondermijnt, tegen de vrouw die beter thuis zou blijven en mannen zou laten werken , tegen de potverterende werkloze waarvoor wij bijdragen betalen, tegen de valse invaliden nog steeds niet bereid zijn de sociale afbraak te aanvaarden, rest de burgerij en haar politieke lakeien nog een ander klassiek wapen om ons te verdelen nl. communautair opbod. Elke politieke rel krijgt wel ergens een communautair tintje, of het nu gaat over tewerkstelling, openbare diensten, onderwijs, sport of justitie... Inzake justitie bijvoorbeeld wordt in Vlaanderen de indruk gewekt dat Franstaligen laks omspringen met criminaliteit terwijl men er in Wallonië van uitgaat dat in Vlaanderen iedere maatregel is ingegeven door “une dérive sécuritaire”,(116) al dan niet onder druk van het Vlaams Belang.

118 Als je gelijk welke Vlaamse politicus bezig hoort, zou je denken dat de Vlaamse politieke unanimiteit een sterk Vlaams nationalisme en een wil tot verdere regionalisering onder de Vlaamse bevolking weerspiegelt. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië blijkt nochtans dat de bevolking betrekkelijk weinig interesse heeft voor communautaire politiek. In enquêtes naar de belangrijke dossiers in verkiezingen worden thema’s als werk, gezondheidszorg, veiligheid,… opgegeven. In de top tien vind je nooit « meer bevoegdheden voor gewesten en/of gemeenschappen », noch in Vlaanderen, noch in Wallonië, noch in Brussel. In een enquête, uitgevoerd (in opdracht van Het Nieuwsblad) in volle BHV-crisis, pleitte 84% van de Vlamingen (en 92% van de Walen) voor het behoud van België.

119. Als politici zich willen doen opmerken komt het communautaire echter goed van pas. Zo ook voor Leterme. In het franse dagblad Libération stelt hij naar verluidt ironisch dat de Franstaligen niet over de intellectuele capaciteiten beschikken om Nederlands te leren, maar ook dat van België alleen koning, bier en voetbal overblijven. Als de Franstaligen aan de taalgrens raken, dreigde hij, zou dat leiden tot de afschaffing van de gelijke vertegenwoordiging van Vlamingen en Franstaligen in de federale regering, van de alarmbelprocedure, etc. Di Rupo antwoordde dat dan ook de positie van de Brusselse Vlamingen de helling opgaat en dat een beurtrol zal worden geëist voor de post van eerste minister. En zo weet iedereen weer wie de vijand is : de andere gemeenschap.

120. In werkelijkheid spreekt een meerderheid van Brusselaars zich in enquêtes uit voor tweetalig onderwijs, maar verzetten de Vlaamse politici in Brussel zich daartegen. In Vlaanderen is taalbadonderwijs overigens door de taalwet verboden en gaat de kennis van het Frans bij de jeugd achteruit, waar de afbouw van de middelen voor het onderwijs niet vreemd aan is. De houding tegenover taal vanwege de werkende bevolking echter wordt fundamenteel bepaald door de noodzaken van de arbeidsmarkt. VBO-voorzitter Daoust: « Op de arbeidsmarkt betaal je eentaligheid cash. CV’s van eentalige kandidaten worden niet eens gelezen. » Zo zijn in het verleden de Vlaamse Brusselaars in grote meerderheid verfranst. Zo leidt vandaag de hoge werkloosheid in Brussel (met een grote meerderheid van eentalig Franstalige werklozen) en Wallonië tot inspanningen om tweetaligheid te bevorderen, recent o.a. ook met door de overheid aangeboden taalcheques.

121. In maart ’99 stemde het volledige Vlaamse parlement (behalve het Vlaams Blok) voor de volgende resoluties: volledige Vlaamse bevoegdheden voor gezondheidszorg, gezinsbeleid, ontwikkelingssamenwerking, telecommunicatie, wetenschaps- en technologiebeleid ; meer fiscale en financiële autonomie ; volledige constitutieve autonomie ; overheveling van de spoorinfrastructuur en –exploitatie ; objectieve en doorzichtige solidariteit met de andere deelstaten ; homogene bevoegdheidspaketten inzake politie en justitie. Leterme (CD&V) stelt een doorbraak hierin, samen met de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, als een voorwaarde om in een federale regering te stappen, Vande Lanotte (SP.a) stelt de regionalisering van de arbeidsmarkt als voorwaarde en Moerman van de VLD pleit voor regionalisering van de vennootschapsbelasting, maar is er nog niet uit hoe dat moet.

122. De Vlaamse (kleine) patroons, verenigd in Voka en Unizo, eisen volgens recente enquêtes in grote meerderheid de regionalisering van de arbeidsmarkt, daarin gesteund door een recent Oeso-rapport. Het VBO anderzijds, dat de grote bedrijven vertegenwoordigt, spreekt zich uit tegen regionalisering van de arbeidsmarkt. VBO-voorzitter Jean-Claude Daoust: « Bij Unizo gaat het om bedrijfjes die vaak heel lokaal actief zijn, alleen in Vlaanderen. (…) Die niet weten dat een dubbele of driedubbele wetgeving het ondernemen niet bevordert.».(117)

ABVV en ACV hebben zich uitgesproken tegen een verdere regionalisering. ACV-leider Cortebeeck stelt in Le Soir (11/09/’06) dat regionalisering van de arbeidsmarkt de Vlaamse arbeiders niets oplevert en het sociaal-economische weefsel schade zal toebrengen.

123. Het Franstalig front is voorlopig een verdedigingsfront. Tegenover de eis tot splitsing van BHV stellen de meeste Franstalige politici de eis tot uitbreiding van het Brussels Gewest en minstens het behoud en de verankering van de faciliteiten. De Brusselse politici weigeren het kind van de rekening te zijn. Ze eisen vooral meer geld voor Brussel. België bestaat bijna 200 jaar. Nochtans waren er altijd grote verschillen tussen de regio’s. Sinds het begin van de 20e eeuw gingen ook aan beide zijden stemmen op voor meer regionale autonomie. Een sterk Belgisch nationalisme heeft enkel hoogtij gevierd tijdens de oorlogen.

124. Maar anderzijds is er op geen enkel moment in de geschiedenis een situatie geweest - in Vlaanderen noch in Wallonië - waarin een meerderheid van de bevolking zich uitsprak voor splitsing. De nationalistische bewegingen hingen steeds in meerderheid een programma aan van veranderingen binnen het Belgisch bestel. De burgerij verkiest een aaneengesloten taalgebied om de economische ontwikkeling te bevorderen, maar de burgerij verkiest ook grote aaneengesloten gebieden boven versnippering. Bovendien zou een splitsing van België aanleiding kunnen geven tot een domino-effect die door de Europese burgerijen op zijn zachtst gezegd ongewenst is. En wat te doen met Brussel, dat door zowel Vlaanderen als Wallonië zal worden opgeëist ?

In het rijke Vlaanderen is er gebrek aan van alles, ondanks het begrotingsoverschot

125. In het verleden hebben de Vlamingen een terechte strijd gestreden tegen hun onderdrukking binnen Franstalig België. Het feit dat de socialistische arbeidersbeweging hieraan nauwelijks aandacht besteedde, was een belangrijke reden voor de groei van de christelijke arbeidersbeweging. Dit is een historische fout geweest, die bovendien de top van de Vlaamse beweging in de armen van rechts en uiteindelijk extreem-rechts heeft gedreven. Vandaag is Vlaanderen echter de rijkste regio van het land geworden. De Vlaamse Beweging vecht niet langer voor bevrijding, maar wil zelf haar eigen cultuur met harde hand opleggen. Aan dit Vlaamse revanchisme mogen we geen steun verlenen, we moeten integendeel vechten tegen de Vlaamse chantage die Wallonië onder druk zet om een nog asocialer politiek te voeren.

126. Wat heeft de regionalisering van de bevoegdheden de Vlaamse arbeiders overigens opgeleverd. Budgettair gaat het goed : jaar na jaar worden overschotten geboekt. Enerzijds omwille van de hoge productiviteit die aan de Vlaamse arbeiders wordt opgelegd, anderzijds door een schrijnend gebrek aan sociale uitgaven. In dat « rijke » Vlaanderen beschikt een vijfde van de rusthuizen niet over een attest van brandveiligheid, wachten honderden schoolgebouwen al jaren op noodzakelijke herstellingswerken, bestaan lange wachtlijsten voor gehandicaptenzorg,… Het internationaal hoog aangeschreven Vlaamse onderwijs is ook een internationaal kampioen in het bestendigen van sociale ongelijkheid, gevolg van een onderwijs op twee snelheden. In dat « rijke » Vlaanderen groeit de kloof tussen arm en rijk gestaag. De website armoedebeleid van de Vlaamse Gemeenschap toont dat zo’n 13% van de Vlamingen met een armoederisico kampt. Op vijf jaar tijd gerekend komt 1 Vlaming op 5 in een situatie van relatieve armoede (laag inkomen gedurende minder dan drie jaar) terecht. Zo’n 7% bevindt zich in een situatie van langdurige armoede.

Wallonië van structuurhervormingen naar het Marshallplan

127. Ook in Wallonië heeft de regionalisering de arbeiders en hun gezinnen weinig goeds opgeleverd. Waar het Waalse federalisme op zijn hoogtepunt o.l.v. vakbondsleider Renard de noodzaak van structuurhervormingen (het ABVV-programma van ’56) verdedigde, bleef al snel enkel het federalisme over, sindsdien meesterlijk bespeeld door de PS. De regionalisering kon de desindustrialisering niet tegengaan, noch de groeiende werkloosheid en armoede die ermee gepaard ging. Vandaag ligt het neoliberale Marshallplan op tafel. Er gaan bovendien stemmen op in Wallonië – in politieke, maar ook in academische kringen – die de oplossing van de economische problematiek zien in het verlagen van de lonen in vergelijking met Vlaanderen. En hoewel de PS over deze kwestie nog wel dwars kan liggen, ziet ze zelf ook geen andere oplossing dan de zogenaamde « modernisering » van de arbeidsmarkt.

128. Onder « modernisering » moeten we dan verstaan : een zo sterk mogelijke afbouw van de tewerkstelling in de openbare diensten (waarin voltijdse jobs en vaste contracten de norm zijn) en de flexibilisering van de arbeidsmarkt door het ontwikkelen van onzekere, tijdelijke en deeltijdse jobs, met lage lonen, vooral in de dienstensector. Eind 2005 werden reeds zo’n 8.700 mensen in Wallonië tewerkgesteld via de dienstencheques en dat aantal blijft toenemen. Hoewel op die « moderne » arbeidsmarkt meer mensen aan het werk zijn, is ondertewerkstelling er een normale zaak. Bij verdere ontwikkeling ervan kom je tot een Amerikaanse situatie waarin een werkende twee à drie deeltijdse jobs moet combineren om over een volledig loon te kunnen beschikken.

Brussel : Europese hoofdstad met de meeste armen

129. En dan is er Brussel. De werkloosheid is er te vergelijken met enkele Oost-Europese regio’s: 21%, met een jongerenwerkloosheid van maar liefst 35%. Bijna twee derde van de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen is er laaggeschoold. In september ’05 was 69% van de werklozen minstens een jaar en 48% minstens twee jaar werkloos. Een op drie van de langdurig werklozen leeft onder de armoedegrens, net als een op vier van de gepensioneerden. Bijna 30% van de Brusselse kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen uit arbeid. En toch wordt de Brusselse politiek gedomineerd door de communautaire twisten. Geen enkele van de Brusselse partijen verdedigt een programma die prioritair de armoede aanpakt, voordelen voor de « eigen gemeenschap » staan voorop.

Eenheid Belgische arbeidersbeweging noodzakelijk

130. LSP/MAS wil niet ten allen prijzen de eenheid van België veilig stellen. Maar zolang de Belgische staat bestaat, is de eenheid van de Belgische arbeidersklasse een absolute noodzaak om de verworvenheden uit het verleden te behouden en uit te breiden. Die terreinen waar de regionalisering reeds heeft geleid tot een gespreid optreden van de arbeidersbeweging, onderwijs bijvoorbeeld, worden gekenmerkt door achteruitgang en nederlagen. De splitsing van de metaalcentrale van het ABVV voorspelt weinig goeds voor de metaalarbeiders. In die splitsing is de mening van de CMB-basismilitanten overigens nauwelijks aan bod gekomen. Wij eisen een einde aan alle pesterijen en alle maatregelen die leiden tot het afscheiden van de gemeenschappen, de Vlaamse en de Franstalige pesterijen tegen en de pogingen tot uitsluiting van de andere gemeenschap in Brussel en de Brusselse rand, maar ook in Wallonië m.b.t. de Duitse Gemeenschap.

131. We eisen de toegankelijkheid van alle diensten in de nationale landstalen in die gebieden waar verschillende gemeenschappen samenleven en die nood zich laat voelen. We verzetten ons dus zowel tegen de pogingen om de tweetaligheid van de Brusselse diensten af te zwakken als tegen de talrijke inbreuken op de rechten van Franstaligen in de Brusselse rand (en de pogingen van sommige Franstalige meerderheden om de rechten van de Vlamingen aan te tasten). We eisen faciliteiten o.a. op vlak van hoger onderwijs voor Duitstaligen in de provincie Luik, maar ook dat Franstaligen in de Duitse Gemeenschap bijvoorbeeld onderwijs in het Frans kunnen volgen binnen de bestaande onderwijsinfrastructuur.

132. Bazen mogen geen taalvoorwaarden eisen indien ze er niet voor betalen. Twee- of meertaligheid (nationale talen of andere) die in de job wordt gebruikt, moeten worden beloond door loonsverhoging. De Belgische werklozen hebben zelf geen schuld aan hun eentaligheid, die overigens in het grootste deel van de wereld volstaat om werk te vinden. Als bazen twee- of meertalige werknemers willen, moeten ze zelf tijdens de werkuren door hen gefinancierde taalcursussen aanbieden. De overheid moet zelf gratis taalcursussen aanbieden aan werklozen die dat wensen en de cursisten ondersteunen met een studieloon dat de extra uitgaven (vervoer, kinderopvang, hogere uitgaven aan eten en drank,…) dekt.

134. Voor Brussel en de rand is geen oplossing denkbaar indien huisvestingsprijzen er de pan blijven uitswingen. Een grootschalig programma van sociale woningbouw en stadsrenovatie, in nauw overleg met de bewoners, is een absolute noodzaak om iedereen die in de regio wil blijven wonen ook die kans te geven. Geen splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, geen uitbreiding van het Brussels Gewest indien het recht op werk en diensten in eigen taal niet is gegarandeerd.

135. Om dit uit te voeren zijn veel meer middelen nodig, een eis waarvoor geen enkele partij, Vlaams of Franstalig, wil vechten. Om de strijd om de middelen te voeren – om de winsten voor de elite te verminderen ten voordele van de lonen, de sociale uitgaven en de openbare diensten en uiteindelijk te komen tot het opeisen door de werkende bevolking van de door haar geproduceerde rijkdom via de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie – moet de Belgische arbeidersklasse een eigen partij uitbouwen, die de belangen van alle arbeiders verdedigt en onafhankelijk is van de communautair bekvechtende partijen en van de burgerij die een verdeel-en-heerspolitiek voert.

Vlaams Belang en rechts populisme

136. De ideologische verwarring van na de val van het stalinisme, de totale capitulatie van de sociaal-democratie en het gebrek aan een – voldoende draagkrachtig - alternatief vanwege de arbeidersbeweging, heeft een ruimte gelaten waarvan populistische formaties, van rechts tot extreem-rechts en in sommige gevallen - zoals het Vlaams Blok en FN - neofascistisch, maar steeds op basis van populisme, gebruik hebben gemaakt. Op het ontstaan, de groei, de betekenis en het exacte karakter (118) van die formaties en hoe ze te bestrijden (119) zijn we in voorgaande perspectieventeksten uitgebreid ingegaan. We hoeven dit hier niet te herhalen.

137. Studies en peilingen die de zwanenzang van het Vlaams Belang inluiden, gaan al jaar en dag aan iedere nieuwe stembusslag vooraf. Iedere minuscule dissidentie wordt – vooral in De Morgen - uitvergroot alsof de big bang op de agenda staat, het “sociologisch” maximum moet keer op keer verlegd worden. Wat de traditionele politici, de pastoors, de academici en de talloze gesubsidieerde antiracisme en gelijke kansen tenoren ook beweren, de realiteit achterhaalt hen keer op keer. Justitie, broodschrijvers, visuele media en bekende Vlamingen krijgen het Belang evenmin klein. Eigenlijk is het Vlaams Belang zelf verrast hoe weinig effect al die moraliserende campagnes wel hebben. Ze hebben hun troepen verboden nog langer negationisme te prediken, ze proberen in de mate van het mogelijke hooligans, brandstichters, drugdealers, daders van partnergeweld en pedofielen op de achtergrond te houden zonder hen te laten vallen, ook al omdat ze die “soldaten” vroeg of laat nodig hebben.

138. Voor de kiezers leidt iedere veroordeling echter hooguit tot het ophalen van de schouders. Waarom die van het Belang eruit pikken als de patroons en de traditionele politici ons dagelijks legaal en illegaal uitpersen, oplichten en misbruiken. Waarom zouden we de media geloven als we zien en horen hoe ze schrijven en rapporteren over onze lonen en uitkeringen, onze arbeidscondities, onze strijd? Waar haalt men het vandaan om die wereldvreemde, nog steeds verkleedde, rechters die er nooit in slagen het establishment of echte gangsters te veroordelen, als autoriteiten op te voeren? Weet men dan niet dat diezelfde rechters ons ruïneren voor het minste foutje?

139. Een losgeslagen racistische gek, vanzelfsprekend het neefje van een Belang-verkozene, die al moordend door Antwerpen trekt. Het choqueert, maar hebben andere partijen dan nooit moordend afgerekend met politieke tegenstanders? En Julien Lahaut dan of Patrice Lumumba? En dan die schandalige recuperatie door burgemeester Janssens, A is van ons, maar wel meer van de één dan van de ander. Ziet Janssens dan niet dat er twee Antwerpens zijn? Of wil hij het niet zien?

140. Skinheads die migranten verminken in Brugge en Tienen? De politie kent ze toch, waarom er spel van maken en ze niet gewoon oppakken tijdens één van hun rijkelijk met bier en andere drugs overgoten Hitler vereringen? De kiezers van het Belang stemmen niet voor het reactionaire programma van het Belang, ook niet voor een lastenverlaging van 6 miljard € zoals het Belang voorstelde op haar economisch congres, maar tegen de hypocrisie van de traditionele politici, tegen het feit dat ze de problemen in wijken en bedrijven lijken te bagatelliseren. Een paar “bietekwieten” uit de entourage van het Belang die oorlogje spelen en de grote nationale revolutie gewapenderhand prediken kunnen samen met de moordpartij van Van Themse en de aanslagen van skinheads tijdelijk het electorale succes van het Belang afremmen, maar ook niet meer dan dat. Zolang brede lagen van de bevolking worden uitgestoten en beschimpt zonder dat hen een instrument wordt aangereikt om terug te vechten, zal het Belang een belangrijke electorale factor blijven.

141. De enig mogelijke manier om het Belang te neutraliseren zonder het neoliberale politieke beleid drastisch te wijzigen, kan erin bestaan het te ontmaskeren en mee verantwoordelijk te stellen voor dat beleid. Dat meent men te kunnen afleiden uit de ervaring met de FPÖ in Oostenrijk. Het is wellicht vanuit die redenering dat 68% van de Vlaamse ondernemers zich uitspreken tegen het cordon sanitaire tegen 24% ervoor.(120) De voorstanders van het cordon vindt men vooral bij jongere en industriële bedrijfsleiders, in de eerste plaats van bedrijven met meer dan 50 werknemers (44%). Dat vooral de grotere bedrijven het cordon ondersteunen hoeft niet te verwonderen: zij hebben meestal afdelingen in heel het land en niet zoals vele KMO’s enkel in Vlaanderen, zijn afkerig van separatisme en dikwijls, vooral in de industrie, exportgericht en dus gesteld op en verdraagzaam imago in het buitenland. Avonturen met het Vlaams Belang kunnen ze missen als kiespijn.

142. Het cordon doorbreken zit er bijgevolg noch federaal , noch regionaal in, ook en vooral door het separatistisch karakter van het Belang. Kleine ondernemers en zelfstandigen vinden het echter problematisch dat daardoor een homogeen rechtse meerderheid zo goed als uitgesloten is. Tweederangsfiguren en lokale politici weerspiegelen die druk als ze het cordon in vraag stellen. Maar hoe meer lawaai zij hieromtrent maken, hoe minder de partijleidingen van VLD en CD&V zich kunnen veroorloven het cordon op de helling te zetten. Beide partijen hunkeren naar het lokaal doorbreken van het cordon, maar beide weten ook dat zodra het cordon lokaal breekt, de druk ook regionaal en federaal zal toenemen. Dat laatste zal door de Belgische grootburgerij niet in dank worden afgenomen en bijgevolg kijken beide partijen naar elkaar in de hoop dat de andere als eerste het cordon breekt. Zonder illusies te hebben in het cordon sanitaire, wijzen wij ook de strategie van het aan de macht laten van extreem-rechts af. De machtsdeelname van de FPÖ van Jörg Haider leidde in Oostenrijk tot een splitsing van de FPÖ tussen enerzijds een groep ministers en parlementsleden onder leiding van Haider zelf (BZÖ) en anderzijds een groep “radicalen” (en de leden van de FPÖ). Op 1 oktober behaalde de FPÖ 11% van de stemmen tegenover 4% voor de BZÖ. De radicale verkiezingscampagne van de FPÖ dwong bovendien de BZÖ tot scherpere uitspraken. Het waren niet de “gematigden” die wonnen, maar de “radicalen”. Bovendien behaalde extreem-rechts samen 15%.

FN slaagt er niet in haar potentieel te benutten

143. Langs Franstalige kant mag men zich gelukkig prijzen dat het Front National niet kan rekenen op een kader vergelijkbaar met dat van het Vlaams Belang. Voorzitter Féret heeft talloze onderzoeken en processen tegen zich lopen. In juli werd een huiszoeking gedaan bij het koppel Féret-Rorive thuis, de zetel van het FN en bij de penningmeester van het FN. Behalve de boekhouding van een FN-vzw zou ook die van Eurodim, de immobiliënmaatschappij van Féret, in beslag zijn genomen. De huiszoekingen kwamen er na een klacht van een voormalig FN-senator. Een FN-vzw zou onder meer 250.000 euro hebben geleend aan Audrey Rorive. Dat geld ging vervolgens naar de rekening van Eurodim dat er een villa mee kocht aan de Côte d’Azur. De partij beschikt naar eigen zeggen nochtans slechts over 450 betalende leden, maar dankzij een aantal gekozenen staat de overheid feitelijk in voor meer dan 90% van de middelen van het FN.

144. Daaruit besluiten dat het FN gedoemd is te verdwijnen is echter voorbarig. Het asociale beleid van de traditionele partijen biedt ook langs Franstalige kant enorme mogelijkheden voor een extreem-rechtse formatie. Zelfs met een totaal gebrek aan structuren of actieve militanten, slaagt FN erin bij de peilingen tot 10% te halen. Dat toont het potentieel. Het is onzeker of één of meer splintergroepen – Front Nouveau de Belgique en Nation, Force Nationale, Front des Wallons en/of Front des Bruxellois - dat potentieel kunnen overnemen. Een andere mogelijkheid is dat een rechts populistische figuur uit de traditionele partijen, iemand als Destexhe, probeert hierop te kapitaliseren naar het model van Devillers in Frankrijk of wijlen Pim Fortuyn in Nederland.

Verzet tegen neoliberalisme groeit

145. In onze perspectieventekst van 2004 schreven we: “Op termijn kan de communautaire splitsing de vakbondsbureaucratie beter dienen dan een nationale éénheid. Wij moeten alvast ageren tegen iedere verdeling van de arbeiders en opkomen voor syndicale eenheid op basis van democratische werking en een strijdbaar programma. ... Het grootste gevaar bestaat erin dat de vakbonden de arbeiders in gespreide orde laten vechten, met een reeks van nederlagen tot gevolg en mogelijke demoralisatie. Een dergelijk scenario bereidt de weg voor voor nieuwe overwinningen van extreem-rechts en mogelijk het doorbreken van het cordon sanitaire. Het lijkt ons echter niet het meest waarschijnlijke. Gezien de omvang van de aanvallen en alle mogelijke gevaren die ingebakken zitten in de situatie lijkt een hete herfst ons veel waarschijnlijker. Wat nog ontbreekt is een eengemaakte mobilisatie. In het beste geval is dat een algemene staking, maar dat zullen de vakbondsleidingen kost wat kost proberen te vermijden.”

146. En verder: “Onze rol is uiteraard beperkt, we zijn helaas nog geen objectieve factor. In een dergelijke explosieve situatie kunnen we echter in een positie gekatapulteerd worden die onze eigenlijke krachten overstijgt. Denken we maar aan de rol die onze Duitse sectie speelde voor de betoging van 1 november 2003, of in de jongste betogingen van werklozen. Met het voorstel van een Jongerenmars voor Werk hebben we alvast een prachtig initiatief genomen. Het biedt ons de kans onze volledige werking erop te centraliseren, onder voorwaarde dat hij plaatsgrijpt en niet in de achtergrond beland wegens eerdere initiatieven. We moeten absoluut vermijden dat onze partij overspoeld wordt door de gebeurtenissen. Integendeel, via een nauwgezette aandacht voor onze structuren en een maximale politieke voorbereiding van de leden willen we deze gebeurtenissen aangrijpen om een sterke revolutionaire stroming uit te bouwen.”

147. Achteraf bekeken werd dit perspectief door de feiten bevestigd. De ééngemaakte mobilisatie kwam er al op 21 december 2004. Na anderhalf jaar witte woede, die uitmondde in 12 dagen staking in februari/maart 2005 werd eindelijk een akkoord voor de non-profit gesloten. Een deel van dat akkoord werd onlangs (23 september ’06) in CAO’s gegoten. Op 19 maart greep de jongerenmars plaats, maar belandde inderdaad wat in de achtergrond door de gelijktijdige mobilisatie tegen de Bolkestein richtlijn. Onder die voorwaarde hadden we daar echter niet de minste problemen mee. Het compenseerde voor de kinderlijke en carnavaleske vertoning van de vakbondsjongeren of moeten we zeggen power-rangers? Het compenseerde eveneens voor het feit dat ons iedere toegang tot de jongerendelegaties in de bedrijven vakkundig ontzegd werd. Niettemin was onze rol in dit initiatief voor velen duidelijk, niet voor niets verkochten we toen een recordaantal kranten.(121)

148. Het verzet tegen het neo-liberaal beleid is sindsdien nooit meer echt gaan liggen. In de voedingssector werd door een reeks acties in maart 2005 al de loonnorm doorbroken, op 22 april staakte de metaal tegen een poging van Agoria om akkoorden onder de loonnorm op te leggen. Maar het hek was pas echt van de dam toen de regering bij monde van minister Van den Bossche haar voorstellen voor het eindeloopbaandebat, toen nog onder de werktitel “Actief Ouder Worden” bekend maakte. Op een reeks militantenvergaderingen, onder meer in Antwerpen en Gent barste het ongenoegen naar buiten.Niet voor niets zou ACV-voorzitter Cortebeeck achteraf verklaren dat het verzet tegen het pact voor solidariteit tussen de generaties eigenlijk de uitdrukking was van een dieper liggend ongenoegen tegen de voortdurende neoliberale aanvallen.

149. Cortebeeck deed nochtans zijn uiterste best om de algemene staking van 7 oktober, uitgeroepen door het ABVV, te kelderen. Liefst 140.000 euro had de ACV-leiding veil voor een advententiecampagne: “tien redenen om niet te staken.” Ook binnen het establishment stond het ABVV uiteraard geïsoleerd. Onder de bevolking echter kon het rekenen op enthousiasme. Volgens een enquête van de VUM-groep in aanloop naar de staking keurde ruim 40% van de Vlamingen (laat staan Brussel en Wallonië) de staking van 7 oktober goed. Ruim meer dan het aantal leden van het ABVV en trouwens ook meer dan wat het ABVV scoort in sociale verkiezingen. Bij diegenen die enkel een diploma lager secundair hebben, liep de steun op tot 55%, bij universitairen daalde dat tot 21%. De regering daarentegen, met de steun van de verzamelde pers, academici, patronaat en een deel van de ACV-top, slaagde er slechts in 25% van de Vlamingen te overtuigen van haar aanpak van het eindeloopbaandebat.

150. Men beweerde dat het ABVV verdeeld was, maar eigenlijk bedoelde men dat de ABVV-leiding niet bereid was de neoliberale agenda door het strot van haar basis te rammen. Dat lag enigszins anders bij het ACV. Op alle ACV-vergaderingen waar wij aanwezig waren, was de kritiek van de basis vernietigend. Op het terrein werd de verdeeldheid aan de top beantwoord met eenheid aan de basis. Zelfs in de leiding waren er verschillen merkbaar tussen Cortebeeck die in de media verklaarde dat we nu eenmaal langer zullen moeten werken, en Gilbert De Swert die dat standpunt weerlegt in zijn boek “50 Grijze Leugens”.

151. Die verdeeldheid tussen de vakbondsapparaten was uiteraard een gedroomde kans voor de rechterzijde om het stakingsrecht te ondermijnen. Ze wilden onder meer piketten op de openbare weg verbieden. Aangezien dat ook op privé-eigendom is verboden, betekende dit een forse beknotting van ons stakingsrecht. Maar uiteindelijk was de staking daarvoor een veel te groot succes. Tussen de beschuldigingen en de dreigementen door, waren politici en pers verplicht toe te geven dat de ABVV-staking van 7 oktober een onuitgegeven succes was geworden. Dat kon uiteraard niet alleen uitgelegd worden door de talloze wegblokkades, zonder brede steun zou het ABVV nooit in staat geweest zijn deze krachttoer op haar eentje te realiseren. Wat een verschil met de voorgaande jaren. Iedere vakbondsafgevaardigde had je toen verteld dat een staking zonder het ACV niet kon. Deze staking heeft het zelfvertrouwen van de ABVV-militanten versterkt, ook om er desnoods alleen voor te gaan.

152. Het succes van 7 oktober heeft de ACV-top verplicht haar positie naar 28 oktober bij te sturen. 100.000 betogers bevestigden wat 7 oktober reeds deed vermoeden: de arbeiders hebben genoeg van de politiek van het minste kwaad. De arrogantie van patronaat, politici en broodschrijvers over het Generatiepact had de vakbondsapparaten verplicht om de deur op een kier te zetten. De basis heeft die kans gegrepen om de poort naar actie wijd open te wringen. Om haar pact te redden moest de regering wel toegevingen doen. De lijst van zware beroepen en de gelijkgestelde jaren voor pensionering en uitzonderingsmaatregelen in sectoren die looninlevering hadden aanvaard in ruil voor vervroegde pensionering, werden boven gehaald.

153. Het ontbrak de basis niet aan strijdlust, de deur naar actie stond open, maar wat dan? Welk alternatief? Alle partijen, zowel in de regering als in de oppositie waren van oordeel dat het generatiepact moest doorgevoerd worden. De oppositie vond het zelfs nog niet ver genoeg gaan. Enkel de 4 Ecolo parlementsleden stemden tegen het pact, maar na hun eerder avontuur in de regering zouden de arbeiders het zeker niet in hun hoofd halen om hun lot in handen te leggen van deze “hypocrieten”. De vakbondstop begreep het dilemma en besloot mits bovenstaande toegevingen de acties uit te doven.

154. Een eigen alternatief op het Generatiepact voorstellen, behoorde niet tot de overwogen opties. In 1954 en '56 stelde het ABVV nog onomkeerbare structuurhervormingen voor als alternatief op de politiek van het patronaat. Een dergelijk alternatief vergt echter een georganiseerde syndicale linkerzijde, maar pleidooien daarvoor, zoals uitgetest tijdens de interventie van onze militanten op 7 oktober, spraken niet tot de verbeelding. De stelling daarentegen dat het ABVV/FGTB haar banden met SP.a/PS en het ACV/CSC die met CD&V/CdH moesten doorknippen sloegen des te meer aan, ook en vooral op 28 oktober.

155. Dat bevestigde een positie die wij sinds het uitdoven van de BVV en de BVSD reeds enige tijd verdedigen, nl. dat de vorming van een syndicale linkerzijde in ons land wellicht niet rechtstreeks via de vakbonden zal verlopen, maar eerder via een politieke omweg. Dat is niet nieuw, het gebeurde in Nederland bij de creatie van “keer het tij” dat opgezet werd vanuit SP(nl)-milieu. Een factor die deze stelling in Belgiê versterkt is de sterkte van de vakbondsbureaucratie die iedere hint naar oppositie in de kiem kan smoren. We herinneren ons allemaal wellicht nog de uitsluiting van Faust,(122) intussen is ook Guust Haverbeke terug getreden. De PvdA die ooit nog het land bijeen schreeuwde over een heksenjacht tegen haar militanten is poeslief geworden voor de vakbondstop. De 15-december beweging die zogezegd linkse syndicalisten wil verenigen bestaat hoofdzakelijk uit mensen van het apparaat, is onbestaande aan de basis en ongevaarlijk voor de top. Eigenlijk is het vooral een instrument om “een andere politiek” de wind uit de zeilen te nemen.

Breuk tussen de basis van de vakbonden en de traditionele politieke partners

156. Het belangrijkste effect van de strijd tegen het Generatiepact was ongetwijfeld de breuk tussen de basis van de vakbonden en de traditionele politieke partners, PS en SP.a voor het ABVV en CD&V voor het ACV. Het kwam tot uiting in het protest aan het SP.a congres in Hasselt, waar Vande Lanotte, de nieuwe voorzitter, meteen in navolging van Stevaert, uitpakte met zijn enige tot nog toe gevonden oneliner. Het was een schot in de roos, een belediging aan iedere vakbondsactivist en een kanjer van een flater voor professor Vande Lanotte. Het vond ook zijn uitdrukking in een motie van de ABVV-delegatie bij Agfa-Gevaert die de vakbondstop opriep haar mandaat in het SP.a-bureau op te geven.

157. Het Generatiepact heeft feitelijk een breuk veroorzaakt tussen SP.a, PS en die minderheid van arbeiders, meestal syndicalisten die desondanks trouw gebleven waren in de illusie daarmee rechts te kunnen afremmen. De achterban van die syndicalisten in de bedrijven was trouwens meestal al eerder afgehaakt. Uiteraard is dat geen rechtlijnig proces, er bestaat nog veel twijfel en verwarring, maar de kloof is geslagen en hoewel de nood aan iets nieuw zich niet steeds even sterk laat aanvoelen, is het onwaarschijnlijk dat die kloof nog gedicht wordt.

158. Zo was er de vingerwijzing aan Vande Lanotte door Xavier Verboven die de relatie met de SP.a naar aanleiding van diens pro-congressen ter discussie stelde omdat die zich teveel richt op de middengroepen.(123) Zelfs de Morgen pleitte ervoor dat de SP.a meer rekening moest houden met wat leeft in de vakbonden. Achteraf ontkende Verboven wel dat hij het zo bedoeld had en stelde het voor alsof het de normaalste zaak is dat het ABVV haar relatie met SP.a op nationale congressen herbekijkt. Wie het ABVV kent, weet dat dit onzin is. Als het ABVV zich hierover buigt dan betekent dit dat er aan de basis forse druk wordt uitgeoefend. Verbovens’ slip of the tongue is alvast koren op de molen, al had hij dat wellicht liever vermeden.

159. Vanaf oktober loopt gedurende zo'n twee maanden een enquête om te meten hoe sterk de Vlaamse ABVV'ers nog gehecht zijn aan de historische band met de SP.a. Wellicht hoopt de top hiermee de inerte lagen te mobiliseren en het debat onder de militanten te verstikken. De bevraging van de ABVV-leden over de band met de SP.a is een rechtstreekse uitloper van het Generatiepact. Bij de Waalse FGTB was die onvrede over de PS ook groot, maar tot een enquête komt het in Wallonië niet.(124)

160. Uiteraard heerst er nog veel verwarring. De pers heeft haar uiterste best gedaan om SP.a-Rood te promoten, in de hoop dat de SPa op die manier haar greep op de vakbonden zou behouden. Spijtig dat SP.a-Rood en vooral de Vonkisten zich hierbij laten instrumentaliseren. De koers van de SP.a bijsturen, zoals SP.a-Rood beweert na te streven is echter al lang onmogelijk geworden. De sociale basis, laat staan de democratische structuren, daarvoor bestaan eenvoudigweg niet meer. Het is hooguit een links schaamlapje voor vakbondsbureaucraten om hun militanten aan het lijntje te houden. De SP.a verlinksen zal eerder van buitenaf gebeuren dan van binnenuit. Enkel een concurrentie op haar linkervleugel kan de partijtop doen inzien dat ze ook die flank moet indekken. Zelfs dan is het proces van verburgerlijking wellicht te ver gevorderd om van de SP.a ooit nog een (burgerlijke) arbeiderspartij te maken.

Een andere politiek

161. Jef Sleeckx en ook Georges Debunne zijn tot diezelfde conclusie gekomen. Over zijn ondertekening van SP.a-Rood zegt Jef dat hij dit getekend heeft omdat hij een initiatief om links te verenigen binnen SP.a uiteraard genegen is, maar dat hij er zelf niet in gelooft en dat hij er zeker de woordvoerder niet wil van zijn. Maar dat betekent nog niet dat Jef niet zou twijfelen aan de levensvatbaarheid van een initiatief links buiten de SP.a. Niet voor niets wou hij eerst het terrein aftasten. LSP/MAS heeft hem daarin geholpen en gestimuleerd. De juistheid van die keuze werd op een frappante manier bevestigd vanaf 1 augustus. Toen verschenen in de pers artikels onder de titels “Nieuwe arbeiderspartij in het najaar”, “Sleeckx werkt aan linkse partij” e.a. (125)

162. Intussen heeft de site meer dan 70.000 bezoekers en een 1000-tal inschrijvingen op de nieuwsbrief. “Een andere politiek” heeft een voorlopig nationaal bestuur, afdelingen in Gent, Antwerpen, St. Niklaas, Hasselt, Leuven, Mechelen en Aalst en talloze andere mogelijkheden. Op 28 oktober houdt CAP een conferentie die hopelijk leidt tot en beweging die zal deelnemen aan de federale verkiezingen en mogelijks tot de vorming van een partij.

163. Eenzelfde, zij het minder ontwikkelde, trend merken we in de relatie ACV/CD&V. Niet voor niets verklaarden de bisschop van Luik en de hulpbisschop van Namen naar aanleiding van de delocalisatie van Inbev-Jupille: “Als de economische wetten geen rekening houden met de mens, moeten die wetten veranderen”. Eerder had de bisschop van Antwerpen kritiek geuit op de onmenselijkheid van het asielbeleid. Wat hier naar voor komt is christelijke naastenliefde. Heel wat hulporganisaties aan mensen zonder papieren zijn van christelijke inslag. We weten dat naastenliefde systeembevestigend is en paternalistisch, dat socialisten integendeel voor solidariteit zijn en gezamenlijke strijd. Toch zien we dat zelfs de christelijke naastenliefde vandaag niet strookt met de brutale rechtse politiek waarvoor CD&V staat, vroeg of laat moet dat tot een scheiding leiden, ook en vooral met de ACW.

164. Er bestaat wel degelijk een potentieel voor een nieuwe formatie, of beter nog een federatie van stromingen die zich verzetten tegen het neoliberalisme. Figuren met een autoriteit in de arbeidersbeweging als Debunne en Sleeckx kunnen als kristallisator van dit proces een beslissende rol spelen en zorgen dat er op de cruciale momenten reeds een geraamte van organisatie aanwezig is. Het zullen echter vooral de concrete gebeurtenissen zijn waardoor de massa’s een alternatieve formatie zullen doen vollopen. Sleeckx opteert voor een nationale formatie, niet racistisch, met zowel ACV’ers als ABVV’ers en hoewel hij stelt dat klein links die formatie niet mag domineren – waarmee we het eens zijn omdat dit niet zou stroken met het bewustzijn van brede lagen vandaag – voorziet hij ook voor klein links een belangrijke plaats binnen die formatie

165. Iedere stroming die daartoe bereid is, is welkom en kan haar eigen identiteit behouden! Sleeckx benadert diversiteit als een verrijking, niet als een bedreiging. Hij wil het programma van de toekomstige partij niet betonneren, maar de uitwerking ervan overlaten aan de arbeiders en hun gezinnen die bij die partij aansluiten. Kortom: geen ultimatums, geen voorgekauwd programma dat van bovenaf wordt opgelegd, geen inperking van de vrijheid van discussie, maar een partij die van bij het begin democratisch gestructureerd is en waarvan de arbeiders zelf het programma uitwerken.

Gevaren en mogelijkheden

166. Uiteraard zal LSP/MAS binnen die nieuwe partij haar programma niet verbergen, maar met haar eigen, revolutionair socialistische, voorstellen uitpakken. Wellicht zullen we op veel vlakken van mening verschillen met Jef, Lode en Georges, maar net als hen willen wij het debat aangaan in plaats van het te betonneren. Une Autre Gauche (UAG), opgezet rond de publicatie van een oproep in La Libre Belgique van 22 februari, en waarbij LSP/MAS van bij de eerste federale vergadering op 11 maart betrokken was vooraleer zich terug te trekken op 20 juni, is helaas zowat het tegengestelde van CAP.(126) Het programma en de beginselverklaring wil UAG snel vastleggen – ze zijn al druk in discussie over een charter -want dat overlaten aan de arbeiders zelf, is naar verluidt populistisch. Begrijpelijke taal vindt men er maar “cafépraat”. Mee op aanstoken van de SAP/POS, die vreest dat LSP/MAS een nationale formatie zou domineren, wil UAG een confederaal model en vervoegt daarmee de gevaarlijke communautaire spelletjes van de burgerlijke politici.

167. UAG bestaat uit een handvol leden van radicaal links, ex-leden van diezelfde organisaties die zich nu “onafhankelijk” verklaren en hopeloze individualisten die eigenlijk een nieuwe klein linkse organisatie willen, maar één met zichzelf aan het hoofd en een basis die zwijgt en luistert. Op de laatste “algemene vergadering van UAG” waaraan LSP/MAS heeft deelgenomen werden enkele “aanbevelingen” gestemd: organisaties hebben voortaan recht op één woordvoerder, mogen allen samen geen meerderheid hebben in om het even welk bestuur en moeten hun voorstellen eerst overmaken aan het secretariaat. Om die ondemocratische maatregel te verantwoorden verwijst men in UAG graag naar het Links Blok in Portugal. Dat werd op een UAG-meeting te Luik echter weerlegd door een Europarlementslid van het Links Blok. “Het Links Blok is een interessante ervaring om van te leren, niet om te kopiëren”, stelde hij. Hoelang zal het duren voor die aanbevelingen in UAG wet worden?

168. Soms moeten we het bureaucratisch gemanoeuvreer van de “leiders” erbij nemen omdat dit de enige manier is om met de basis in contact te komen. Het is met die idee in het achterhoofd dat we niet al op 1 mei UAG achter ons hebben gelaten. Achteraf bekeken was dat een vergissing. UAG probeert zich op te werpen als enig mogelijke Franstalige gesprekspartner van CAP, een blokkeringminderheid te vormen, haar eigen politieke benadering op te dringen en wellicht de creatie van en nationale formatie te boycotten. Door binnen UAG te blijven, dreigden we opgeslorpt te worden door allerlei schijngevechten die noch onszelf, noch de beweging, noch CAP ten goede komen.

169. Bovendien vreesden we dat UAG ofwel 28 oktober zou proberen afvoeren door systematisch alles telkens opnieuw in vraag te stellen ofwel de conferentie zou herleiden tot een interessante discussiedag. Door uit UAG te stappen en in CAP te bekomen dat men met 28 oktober wou doorgaan “met of zonder UAG” en ook door het succes van de eerste publicaties omtrent CAP hebben we hen kunnen dwingen de conferentie op 28 oktober te aanvaarden en te onderschrijven. Daarmee hebben we 28 oktober met een relatieve zekerheid op de agenda kunnen plaatsen, maar het gevecht is nog lang niet voorbij. Zo vindt UAG dat op 28 oktober niets gestemd kan worden en zeker geen leiding kan worden verkozen. De mensen kennen elkaar immers niet. Zoals elke dictator besluiten ze uit de aldus gedefinieerde “onbekwaamheid” van de congresgangers dat ze zichzelf dan maar moeten opvolgen en ze stellen een fusie voor van de twee secretariaten, waarbij UAG met al haar ondemocratische regels de Franstalige tegenhanger wordt van CAP.

170. In CAP is eigenlijk niemand, op de SAP en misschien iemand die het allemaal niet te goed begrijpt na, het daarmee eens. Maar binnen CAP zijn ze er ook niet happig op om LSP/MAS teveel gewicht te geven en dus zou het wel eens kunnen dat UAG ermee weg komt en zo de toekomst van CAP mee hypothekeert. UAG heeft zich alvast ingegraven in haar positie en mogelijks zal een deel van CAP daaraan toegeven om de 28ste niet in gedrang te brengen. Ook wij willen niet dat CAP op 28 oktober door de communautaire manoeuvres van SAP en UAG uiteen spat. Wij zullen het gevecht buiten de conferentie, op het terrein voeren door Une Autre Politique uit te bouwen en te zorgen dat CAP een valabel en aantrekkelijk alternatief heeft in de Franstalige en de meertalige landsgedeelten.

Reformisme en revolutie

171. De creatie van een nieuwe formatie bevat uiteraard ook andere, wellicht zelfs grotere gevaren. Reformisme zal nooit veraf zijn en kan die formatie stuk doen lopen. Het bestaan van een brede, meer toegankelijke formatie, met vooral veel minder vereisten aan de leden en een op het eerste gezicht minder grote uitdaging als een revolutionaire organisatie, kan een aanzuigeffect uitoefenen op onze leden. Onze leden kunnen de nieuwe formatie, vooral daar waar we die zelf moeten dragen, modelleren op onze revolutionaire organisatie en er daardoor in opgeslorpt geraken of zelfs de nieuwe formatie kelderen door te hoge vereisten. We moeten daar allemaal rekening mee houden.

172. Zonder deze gevaren te willen negeren en/of minimaliseren, denken we dat dit op dit moment niet de grootste gevaren zijn. Het grootste gevaar tot nog toe is dat die formatie helemaal niet van de grond komt. Dat zou betekenen dat we voor onvoorziene tijd aangewezen zijn op onze eigen krachten en dat rechts nog een tijdlang haar politiek monopolie in stand kan houden. De overgrote meerderheid van LSP werd politiek actief in de jaren ’90, in onze contreien jaren van milde reactie. Ze hebben nooit kunnen ervaren wat het betekent de stroom mee te hebben of alvast niet tegen. Ze zijn gewoon voor ieder blad, iedere euro strijdfonds, iedere contact te moeten knokken. Dat is goed, maar het kan leiden tot een conservatieve reflex, het niet zien of onderschatten van de mogelijkheden. Het opbouwen van een revolutionaire organisatie gebeurt nochtans in hoofdzaak op basis van het grijpen van de kansen als ze zich voordoen.

173. Een dergelijke partij zou uiteraard een weerspiegeling zijn van het bewustzijn dat overheerst binnen de arbeidersbeweging. Een revolutionair socialistisch programma, zoals dat van LSP, zou er op dit ogenblik slechts een minderheid beroeren. Tegelijk zou zo'n partij echter een forum zijn voor politieke actie en debat, en aangezien het bewustzijn gevormd wordt in actie zou dat het gehoor voor ons programma aanzienlijk verruimen. Een nieuwe arbeiderspartij beantwoordt aan de huidige noden van de arbeiders en hun gezinnen. In tegenstelling tot wat sommigen beweren, is het geen concurrent voor de bestaande revolutionair socialistische organisaties, maar net een instrument dat ons het gehoor kan bieden dat we reeds jaren bij gebrek aan middelen niet bereiken.

Concrete gebeurtenissen

174. De vorming en het succes van een nieuwe formatie wordt zoals eerder vermeld bepaald door concrete gebeurtenissen. Na het Generatiepact lanceerde het VBO haar Strategie 2010, een combinatie van de Lissabon-strategie en Agenda 2010 van Schröder. Dat neoliberaal receptenboek pleit onder meer voor verlenging van de arbeidstijd zonder aanpassing van de lonen, afschaffing van de index, een verdere daling van het indirecte loon, een beperking van het recht op een werkloosheidsuitkering tot 3 jaar, een forse inkrimping van ambtenaren etc... In het sociaal overleg mocht UNIZO, de organisatie van kleine ondernemers, een ballonnetje oplaten om de index af te schaffen. Zowel het VBO, als de SP.a, de VLD en de MR haastten zich echter om te stellen dat de index in dit stadium niet ter discussie stond, wellicht omdat ze ook wel begrijpen hoe gevoelig dat ligt. Het weerhield hen er echter niet van de samenstelling van de indexkorf aan te passen aan de realiteit en wel zodanig dat de spilindex pas in november in plaats van april overschreden wordt. Op die manier steken overheid en patroons alweer een flinke duit op zak.

175. Begin november publiceert de CRB haar loonrapport. Dan start het tweejaarlijks sociaal overleg onder meer over een nationale loonnorm. Zowel de politici, als het patronaat en de vakbondsleiders hebben deze keer goede redenen om een confrontatie uit de weg te gaan. Nog deze maand en ook voor juni volgend jaar staan verkiezingen op de agenda. Bovendien moet de regering een gat van 5 miljard € dichtrijden om de begrotingsdoelstelling te halen. Ruimte om naast de komende staatshervorming ook het loonoverleg te smeren met bijkomende middelen, is er niet. De patroons weten ook wel dat het sociale klimaat in de bedrijven overkookt. Deze keer geen provocaties over de 40-urenweek. Zelfs Van Eetvelt van Unizo wil praten over hogere minimumlonen in ruil voor lastenverlaging op overuren. Het VBO wenst lastenverlaging op ploegenarbeid, maar vooral een meerjarenplan voor lineaire lastenverlaging en flexibiliteit. De bedrijfswinsten draaien op volle toeren, managerslonen en dividenden op aandelen vullen de rijke portefeuilles, bijgevolg verkiezen de patroons een akkoordje met de vakbondstop boven sociale onrust.

176. De vakbondsleiders willen een herhaling van najaar 2005 vermijden. ACV-voorzitter Cortebeeck wil “enkel een akkoord als dat ook sociale vooruitgang betekent”, zonder er eindeloos over te palaveren. Liever geen akkoord dus, dan een nieuwe, mogelijks fatale, confrontatie met de basis. Het krediet bij de basis staat immers onder nul. Provocaties van op de patronale banken kunnen ze missen. Daartoe verklaarden de vakbondsleiders zich al op 27 maart ‘stoemelings’ akkoord met een “correctiemechanisme” tegen het gevaar van galopperende inflatie. De zogenaamde saldo- en all-in akkoorden. Vorige maand is de vakbondstop in ruil voor de - reeds eind 2005 beloofde - verhoging van de minimumuitkeringen, bereid geweest 300 miljoen € extra uit onze sociale zekerheid te tillen.

177. Vanaf september volgend jaar neemt de minimumuitkering voor wie 20 jaar in het stelsel zit met 2% toe, voor anderen en sowieso voor werklozen pas vanaf 1 januari 2008. Dat kost volgend jaar 52 miljoen en loopt tegen 2008 op tot 263 miljoen. De patroons krijgen in ruil jaarlijks 270 miljoen lastenverlaging op ploegen- en nachtarbeid. Die maatregel gaat al in op 1 juli 2007. In het verleden had de regering 70 miljoen € teveel uitgetrokken voor lastenverlaging. Dat blijft onder de vorm van lastenverlaging op overuren aan de patronale vingers plakken. Er is wel een voorwaarde: “overuren mogen niet goedkoper worden dan gewone”.

178. ACV-voorzitter Cortebeeck en zijn ABVV-collega De Leeuw noemen dit “evenwichtig”. De vakbondstop zou in het offensief moeten zijn, maar streeft blijkbaar naar een voor het patronaat gemakkelijk verteerbaar akkoord. Als het van hen afhangt krijgen we een minimale loonnorm waarbij enkel de minimumlonen sneller stijgen dan de index en de baremieke verhogingen. De “looneisen” van de vakbondsleiders laten het ergste vermoeden: hogere minimumlonen voor het ACLVB, hogere brutominimumlonen voor het ACV en hogere brutolonen voor het ABVV. Vooraleer we daar aan toe zijn moeten echter nog belangrijke hindernissen genomen worden. De bepaling voor welke zware beroepen een uitzondering op het generatiepact geldt bijvoorbeeld of welke nu juist de gelijkgestelde jaren zijn. Patroons, regering en vakbondstop zijn het fundamenteel eens over een mat akkoord waarbij niet teveel potten worden gebroken, de vraag luidt echter of de arbeiders daar genoegen mee zullen nemen.

179. Zelfs als de vakbondsleiders een zwak akkoord verkocht krijgen, dan nog blijven enkele belangrijke conflicten en/of herstructureringen als donkere wolken boven het sociale klimaat hangen. Zowel in De Post als bij de NMBS, het onderwijs en de non-profit is de spanning te snijden. Toenemende werkdruk, slecht onderhoud en verwaarlozing van de infrastructuur, het niet nakomen van eerdere beloften, personeelstekort, onvoldoende verloning en het ondermijnen van de arbeidscontracten zijn er de gemeenschappelijke oorzaken van. In de private sector wordt geherstructureerd naar hartelust. Agfa Gevaert zag haar winst in het tweede kartaal van 2006 stijgen met 42,6% tot 77 miljoen euro, 11 miljoen euro meer dan verwacht. Toch wil het bedrijf wereldwijd 2.000 banen schrappen, waarvan minstens 893 (op 4.000) in Mortsel. Bij Tessenderlo Chemie moeten in het kader van het plan “Target 2007” 197 jobs weg op een totaal van 2.150 in België.

Naar vervroegde verkiezingen

180. De regering, het patronaat en de vakbondsleiders kunnen m.a.w. nog niet op hun lauweren rusten. Bovendien moet de regering nog een "rekenfout" van 883 miljoen euro bij de fiscus wegwerken uit de begroting 2006. Financiënminister Reynders wou zich er gemakkelijk vanaf maken, maar werd terecht gewezen vanuit financiën zelf. “Dit is het resultaat van een verkeerd beleid”, stelt en zekere Marc Nijs van de christelijke ambtenarenvakbond CCOD.(127) De regeringsloyauteit van Begrotingsminister Van den Bossche reikt nu ook weer niet zover, ze stelde dat Reynders het probleem heeft gecreëerd en het dus ook maar moet oplossen.(128)

181. Uiteindelijk werd het gat gedicht doordat Belgacom een extra interim-dividend uitkeert. Dat brengt 53 miljoen euro extra op. Daarnaast mag de overheid rekenen op een roerende voorheffing van 25 procent op de dividenden van de andere aandeelhouders. Een snellere inkohiering van de vennootschapsbelasting, kan naar verluidt “enkele honderden miljoenen euro” opleveren. De verkoop van overheidsgebouwen levert ook op: de ambassade van Tokio 350 tot 400 miljoen euro en de vastgoedbevak-operatie met Cofinimmo 592 miljoen. Alles samen moet dat niet alleen de rekenfout op Financiën, maar ook de tegenvaller van de fiscale regularisatie compenseren.(129)

182. De begrotingsopmaak voor 2007 is andere koek. De regering moet op zoek naar 4 tot 5 miljard euro om een overschot van 0,3 procent te bereiken. "Om de begroting voor 2007 rond te krijgen, zal er een nieuwe grote begrotingstruc nodig zijn, zoals de overname van het Belgacom-pensioenfonds", stelt voormalig CVP-begrotingsminister Herman Van Rompuy en verwijst naar de geruchten dat de regering de nucleaire spaarpot van Synatom (4,3 miljard euro) zou overnemen. "Het alternatief voor zo'n truc is dat de regering ingrijpende maatregelen neemt." In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen ziet Van Rompuy dat evenwel niet gebeuren.(130) Van Rompuy beweert dat Paars sinds haar aantreden maar liefst voor 14,7 miljard € overheidseigendommen verlapt heeft en op 15 september liet het Rekenhof nog een striemende kritiek horen op voor de overheid onrendabele verkoop van vastgoed.

183. Het recente conflict tussen PS en VLD naar aanleiding van een reeks ontsnappingen van zware criminelen had een gelegenheid geweest om de regering te doen vallen. Zo kort voor de gemeenteraadsverkiezingen lijkt dat echter onwaarschijnlijk. De VLD doet het sowieso slecht in de peilingen (eind september 2006) met slechts 17,2% tegen 19, 8% in 2004. De PS is nog herstellende van haar dieptepunt dat volgde op talloze schandalen, in juni gaven peilingen de PS 30%, dat is intussen opgelopen naar 33% , maar weliswaar nog fors minder dan de 36,9% van 2004. SP.a en MR zijn evenmin in beste doen, staan springen om naar verkiezingen te gaan doen ze niet echt. Kortom: vanuit electoraal standpunt mogen de verkiezingen nog even uitblijven. Op dit ogenblik zijn CD&V/N-VA (28,8%), Vlaams Belang (25,6%) en FN (9,3%) de enige winnaars.(131)

184. Het is echter zeer twijfelachtig of Paars haar volle termijn zal uitzitten. Een forse besparingsbegroting opstellen voor de federale verkiezingen heeft veel weg van politieke zelfmoord. De politici zullen dat liefst uitstellen tot na de verkiezingen. Bovendien kondigt zich een stevige communautaire ronde aan, waarin de Vlaamse partijen ongetwijfeld extra bevoegdheden zullen bedingen en de Franstalige partijen de prijs zullen opvoeren. Men vergelijkt nu al met de regeringsvorming in 1988, toen vereiste dat 150 dagen. Als de verkiezingen plaats grijpen op de limietdatum van 13 juni, gaat 2007 de mist in als begrotingsjaar, althans vanuit het standpunt van de patroons en de politici. Dat zal men willen vermijden door de verkiezingen te vervroegen naar maart 2007. Dat zorgt er meteen voor dat CAP voor een stevige uitdaging staat.

185. Verdere vertragingsmanoeuvres vanwege SAP/POS en UAG kunnen een historische kans kelderen om een antineoliberale stem te laten horen. Als CAP er echter in slaagt zich klaar te stomen voor deze verkiezingen en een redelijke uitslag te behalen van 2,5 tot 3%, kan dat het begin zijn van de aanwezigheid van een voor bredere lagen geloofwaardig alternatief. LSP/MAS is met enkele andere individuen rond CAP de stuwende kracht geweest om dat mogelijk te maken. Wij zullen van de ruimte die aldus wordt gecreëerd gebruik maken om de positie van de arbeiders en hun nieuwe formatie op te bouwen en tegelijk onze stroming verder in te planten in de klasse, zodat we kunnen beginnen om in de klasse een positie op te bouwen vergelijkbaar met die we hebben onder jongeren.



Voetnoten


1. Jaarverslag van de Nationale Bank 2005
2. de lange termijnrente = de prijs waartegen men geld kan lenen, die werd goedkoper omdat er meer aanbod van geld was als gevolg van de spaaroverschotten
3. lage rente stimuleert de vraag naar woningen en dus ook de prijs ervan. Eigenaars zien hun gezinspatrimonium toenemen waardoor goedkope hypotheekleningen interessant worden, dat stimuleert de consumptie
4. World Economic Outlook - April 2006 blz. XII
5. De winstvoet = de hoeveelheid winst per geïnvesteerde hoeveelheid kapitaal
6. Dat zijn Hong-Kong, Zuid-Korea, Singapore en Taiwan, de zogenaamde 4 draakjes
7. cijfers uit World Economic Outlook - April 2006 table 3 blz 179 en table 6 blz. 186
8. Over die periode zie ook onze perspectieventeksten van ’98 en 2001
9. Die van Indonesië met -13,1% en die van Thailand met –10,5%. Vietnam hield iets beter stand met een groei van 4,8%.
10. Voor de VS namen de investeringen in % van het BBP toe met 8,2% in 1999 en 6,1% in 2000
11. Cijfers uit World Economic Outlook - April 2006 table 3 blz 179 en table 6 blz 186
12. zie daarvoor volgende § 6
13. World Economic Outlook - April 2006 – blz XII
14. In haar voorwoord op World Economic Outlook - April 2006
15. The Economist, 17 juni 2006
16. Ex-nova civitas van Boudewijn Bouckaert, nu directeur van de “onafhankelijke” denktank Itinera Institute en docent “sociaal” recht aan U-Gent en de VUB, gebruikt dezelfde argumentatie als het Vlaams Belang op haar economisch congres
17. Dit cijfer dateert van 2001
18. wetenschappelijk medewerker van het centrum voor sociologisch onderzoek
19. de reële rentevoet: is rentevoet - of prijs van geld - verminderd met de inflatie, als de rentevoet lager is dan de inflatie dan spreken we van een negatieve reële rentevoet
20. De Tijd opinie van 27 en 29 juni 2006
21. De Tijd - 6 juli ’06: “bedrijven betalen in 2050 geen belastingen meer”
22. De Tijd - 4 juli ’06: “Duitsland en Nederland verlagen bedrijfsbelasting” en “onze notionele intrestaftrek is concurrentieel”.
23. De Tijd - 28 juni ‘06: ‘”overnamemarkt robuuster dan in 2000”
24. zie verslag Nationale Bank van België - NBB 2005 – tabel 2

25. America's Total Debt Report -Grandfather Economic Report series
26. zie verslag Nationale Bank van België - NBB 2005 – tabel 3
27. cash.be 21/09/2006 “Uit de evolutie van de de Office of Housing Enterprise Oversight-index bleek dat de huizenprijzen in de VS aan het traagste tempo stijgen in zesenhalf jaar. Over het tweede kwartaal was nog sprake van een stijging met 4,7%, tegenover 8,8% tijdens het eerste kwartaal. De piek werd opgetekend tijdens het vierde kwartaal van 2004, met een stijging van 17,8%.”
28. de inflatie zonder rekening te houden met voedsel en brandstof
29. De Tijd - 14.06.’06 “ De trend is uw vriend niet meer”
30. De Tijd - 14.06.’06 “Einde verkoopgolf nog niet in zicht”
31. Le Soir 30.06.’06 “Et de dix-sept pour la Fed”
32. het VS-begrotingstekort bedroeg in 2004 -4,7% van het BBP en daalde in 2005 tot -3,7% van het BBP, maar dat laatste was uitsluitend te danken aan een éénmalige maatregel. Amerikaanse bedrijven werden aangezet tot repatriëring van winsten doordat een gunstige fiscale maatregel eind 2005 ten einde liep – zie jaarverslag 2005 van de Nationale Bank
33. Le monde 16 juni 2006 “Chine – Etats Unis L’ère de l’interdependance
34. Roubini Global Economics Monitor, naar eigen zeggen de belangrijkste informatiebron over macro-economie en geostrategische onderwerpen – het interview verscheen in de Tijd van 8 juni 2006
35. De Tijd 20.07.’06 “Regering heeft geen idee hoeveel oorlog tegen terrorisme kost”
36. Le Monde 16.06.’06 “L’opinion américaine s’inquiète, l’administration Bush transige”
37. Over de imperiale politiek van de VS zie The Socialist 445 “US-empire in crisis”
38. The Independent 24.05.’06 overgenomen uit The Socialist van 22-28.06.’06
39. NRC-handelsblad 17.06.’06 “Macht milities breidt zich uit”
40. Het Laatste Nieuws 11.06.’06 “Islamitische rechtbanken in Somalië verheugd over voorstel VS”
41. Over Latijns-Amerika zie Socialism Today nr. 102 “Latin America in revolt against neo-liberalism”
42. Zie De Tijd 28.07.’06 “Oliegiganten verpulveren weer records”
43. Cash.be op 21/09/2006
44. De Tijd 18.07.’06 “Dure olie doet VS pijn”
45. ING Monthly Forecast Update 08.06.’06: “Het einde is in zicht” blz 2
46. Cijfers: Dexia - Economische Vooruitzichten Juni 2006; Nationale Bank van België – economische indicatoren nr 29 - 20 juli ’06 en Jaarverslag 2005 - deel I
47. de koopkracht is dus gedaald met -0,6%
48. 1,1% loonstijging - 2,2% inflatie.
49. nominaal: in absolute cijfers zonder rekening te houden met het koopkrachtverlies door de inflatie
50. Jaarverslag 2005 van de Nationale Bank I tabellen 7 en 8
51. Economische indicatoren voor België – nr 29 - 20 juli ’06
52. Jaarverslag 2005 van de Nationale Bank I blz 84
53. www.socialisme.be “Hoge opkomst vakbondsbetoging: een uitdrukking van de actiebereidheid”
54. De Tijd 13/06/2006 “Belgische loonkosten stijgen veel minder dan verwacht”
55. De Tijd 13/06/2006 “Correctiemechanisme voor loonontsporingen gevraagd”
56. het gewogen gemiddelde houdt rekening met het relatieve gewicht van de betrokken landen
57. Jaarverslag 2005 van de Nationale Bank I Grafiek 39, blz 91
58. Jaarverslag 2005 van de Nationale Bank I blz 86
59. De Morgen 24/01/2006 “Unizo pleit voor indexering op nettoloon”
60. De Morgen 4/09/2006 “Sp.a wil 'schande van de jeugdwerkloosheid' aanpakken”
61. De Tijd 14/06/2006 “loonvorming moet naar de regio’s”
62. All-In akkoorden gelden in de sectoren bouw, hout en stoffering en een deel van de reinigingsfirma’s. Het houdt in dat de loonnorm een absoluut maximum is dat onder geen geval mag overschreden worden, ook niet als bij een forse stijging van de inflatie de spilindex teveel wordt overschreden en daardoor de lonen boven de loonnorm zouden uitstijgen. Bij saldo akkoorden, die gelden in de metaal, kan de loonnorm nog steeds worden overschreden, in dat geval mag een deel van de opslag ingetrokken worden, maar aan de indexkoppeling mag niet geraakt worden. Die akkoorden voorzien wel dat de overschrijding van de loonorm eventueel in een volgend akkoord gecompenseerd mag worden.
63. Trends 25.05.’06 “Loonanalyse van ceo's en directieleden van bel20-bedrijven”
64. Gazet Van Antwerpen 5.05.’06 “Hoe ernstig is SP.a over lonen topmanagers”
65. De Standaard 07.07.’06 “De Batselier laat deel uittredingsvergoeding vallen”
66. Trends 15.05.’06 “Twee jaar salaris is het minimum”
67. HLN 24.02.’06 “InBev: winst van 1,024 miljard euro, toch 360 banen weg”
68. voor een beter begrip: 124,9 miljoen €, dat is ongeveer 5 miljard oude bfr!
69. De Tijd 05.07.06 “CMB, Inbev en Solvay zijn het gulst voor hun families” en De Tijd 06.07.’06 “Brouwers laten bijna 200 miljoen naar families vloeien”.
70. De Financiële Morgen 31.03.’06 “Toplui Inbev en ING strijken miljoenen op”. Voor het gemak vaan de lezer: Dehaene ontving in 2005 van Inbev alleen al zo’n 7 miljoen bfr
71. De Financiële Morgen 03.03.’06 “Belgische banken boeken miljardenwinst”
72. De Tijd 05.07.’06 “Families domineren toptien dividenden”
73. De Standaard 07.04.’06 “Bedrijven keren aandeelhouders 7,4 miljard euro uit”
74. Jaarverslag 2005 I NBB Tabel 22, blz 90
75. Le Soir 27.07.’06 “L’économie Belge est en verve”
76. De Tijd 17.06.’06 “Ondernemers krijgen een standje”
77. De Tijd 17.06.’06 “Ondernemers krijgen een standje”
78. 2003: +0,9% ; 2004: +2,4% ; 2005: +1,5%
79. Le Soir 27.07.’06 “L’économie Belge est en verve” – “alors que dans d’autres pays européens, l’heure est plustôt à l’austérité, NDLR »
80. Jaarverslag 2005 I NBB Tabel I, blz 172
81. Jaarverslag 2005 I NBB Tabel 16, blz 64
82. De Tijd 01.06.’06 “Belg is geen grote spaaarder meer”
83. NBB – Financial Stability Review 2006
84. De Tijd 21.06.’06 “63.800 Belgen hebben minstens 1 miljoen $
85. De Standaard 05.09.’05 “België niet langer sociale topper”
86. De Standaard 03.12.’05 “Anderhalf miljoen Belgen zijn arm, ze hebben als alleenstaande minder dan 772 euro per maand”
87. De Standaard 11.03.’06 “België, kredietland?”
88. Parafiscaal: de inning van de bijdragen voor de Sociale Zekerheid
89. Progressief: neemt toe naarmate het inkomen toeneemt
90. Werkgeversbijdragen: eigenlijk dat deel van ons loon dat de werkgever rechtstreeks doorstort aan de Sociale Zekerheid
91. Jaarverslag 2005 I NBB tabel 27, blz 109
92. Jaarverslag 2005 I NBB tabel XI, blz 182
93. Inzake sociale zekerheid is rapport nr 66 van 12 juli 2005 “met betrekking tot de financiering van de sociale zekerheid “van de Nationale Arbeidsraad een absolute aanrader. Daaruit blijkt dat de patroons sinds 2000 liefst 23,3 miljard € ontvingen aan lastenverlaging.
94. De Standaard 05.09.’05 “Volgens prof. Bea Cantillon zullen de sociale uitkeringen verder zakken”
95. Socialistisch Links jan. 2005 “Gezondheidszorg in ademnood”.
96. Jaarverslag 2005 I NBB kader 10 blz 78
97. Jaarverslag 2005 I NBB blz 83 en 84
98. Voertuigenindustrieën 31 maart 2006 - Protocol akkoord inzake tijdsautonomie en plus-minusconto tussen Agoria, ACV-Metaal, ABW-Metaal en ACLVB
99. De Standaard 12.09.2006 Agoria pleit voor “grotere ambitie” bij onderhandelaars.
100. OESO - september 2005 “Breakdown of GDP per capita in its components”
101. Jaarverslag 2005 I NBB blz 74 kader 9
102. Le Soir 13.09.2006 “Demotte ressort l’idée du bonus lié à l’embauche”. De cijfers dateren van 2003, sindsdien werd voor nog eens 2 miljard aan lastenverlagingen doorgevoerd !
103. Het Nieuwsblad 06/03/2005 “Dienstencheques fenomenaal succes”
104. Le Soir 13/09/2006 “Les titres-services ont créé 8.700 emplois en Wallonie”
105. De Tijd 26/08/2006 “Het overheidsbeslag op onze economie moet naar omlaag”.
106. De Tijd 6/06/2006 “Sommige werkgevers creëren hun eigen schaarste aan geschikte kandidaten”
107. De Tijd 14/09/2006 “Meer Waalse werklozen geschorst”
108. De Nieuwe Werker 1/09/2006
109. Algemeen Dagblad 11/09/2006 “Tekort aan Poolse werknemers dreigt”
110. De Tijd 16/09/2006 “Pijnstillers” Stefaan Huysentruyt
111. Nieuwsblad, 23.03.2006
112. De Standaard, 27.11.2005
113. De Standaard, 25.05.2005
114. Persconferentie 30.06.2005 “Groen! lanceert Actieplan tegen energiearmoede”
115. De Standaard 6/7/1999 In 1995, toen Di Rupo minister was van Telecom, kocht een consortium van buitenlandse partners 49,9 procent van de Belgacom aandelen voor 73 miljard frank.
116. Vergelijk bijvoorbeeld Le Soir van 22/09/2006 met de Vlaamse pers die dag.
117. De Standaard 01/09/2006
118. Zie “Voorstel tekst Belgische Perspectieven ter voorbereiding van het nationaal congres 2002” §53 t/m 78
119. Zie “Ontwerptekst Belgische Perspectieven 2001” § 61 t/m 65 en “Ontwerptekst Belgische Perspectieven ‘99”§15.02 tot 17.00
120. Volgens een telefonische enquête in opdracht van De Tijd en L’Echo bij 200 Vlaamse en 200 Waalse ondernemers. De Tijd 16.09.2006
121. Meer dan 600 Belgische kranten en nog eens een 150-tal Franse en half zoveel Nederlandse!
122. zie daarvoor “Deel Belgische Perspectieven: van vakbonden naar dienstenbonden” van oktober 2000
123. De Morgen 14/02/2006 “Iedereen is een consument”
124. De Standaard 31/08/2006 “Enquête bij ABVV over band met SP.A”
125. Een overzicht op http://www.anderepolitiek.be/ onder “in de media”
126. Voor onze argumentatie zie: “Waarom LSP/MAS werkt met Een Andere Politiek, maar niet langer met Une Autre Gauche” http://www.lsp-mas.be/lsp/archief/2006/06/30/uag.html
127. De Standaard 13/09/2006 “Belastingsblunder ondermijnt begroting”
128. De Tijd 14/09/2006 “Begrotingscontrole van juli moet helemaal worden overgedaan”
129. De Standaard 20/09/2006 “Gat in begroting 2006 is al bijna gedicht”
130. De Standaard 16/09/2006 “CD&V verwacht nieuwe begrotingstruc”
131. De Morgen en La Libre Belgique 25/09/2006