32-urenweek1996"Bijna dagelijks worden op de radio nieuwe afdankingen of bedrijfssluitingen aangekondigd." Dit moeten veel arbeiders denken als ze zich 's ochtends naar hun werk begeven. Clabecq, Renault, Alcatel-Bell, de Regie voor Maritiem Transport, Nova, FN-Herstal, Caterpillar, Cockerill-Sambre, Bekaert, CMI, Nova, Boch, Boël, Bombardier, Philips... het wordt bijna onmogelijk om zomaar voor de vuist de lijst van bedrijven op te sommen die sluiten, afdanken of plannen in die zin koesteren. Elke job is in gevaarNiemand is nog veilig, zelfs niet in de openbare diensten. Wie vroeger Abij de staat" werkte verdiende niet zoveel, maar had toch werkzekerheid. Vandaag is dat gedaan. Bewijs: duizenden afdankingen bij het onderwijs, de spoorwegen en Belgacom. De sluiting van Renault heeft heel wat mensen wakker geschud. Renault wekte immers de indruk van een gezonde onderneming waar de arbeiders niet 'moeilijk' deden. Een paar jaar geleden hadden ze zelfs een werkdag van 9 uur aanvaard in ruil voor werkzekerheid! Vandaag is de werkloosheid probleem nummer 1, zowel voor diegenen die werk hebben, als voor de schoolverlaters, als voor de werklozen die staan aan te schuiven aan het doplokaal of geschorst werden. Wat de officiële statistieken verbergen ..."Vandaag zijn er 449.120 volledig uitkeringsgerechtigde werklozen. Voeg daarbij 110.000 ge-pre-pensioneerden en 400.000 personen in allerlei statuten. Samen maakt dit één miljoen mensen zonder werk." (La Libre Belgique van 20 april 1997). Volgens de officiële statistieken lijkt het aantal werklozen nochtans niet te stijgen. Hoe is dat mogelijk ? Alleen al in 1996 werden 63.825 werklozen geschorst (meer dan duizend per week !) waarvan 36.682 definitief. Het hoeft dus niet te verbazen dat het aantal mensen die moeten aankloppen bij het OCMW blijft aangroeien en dat duizenden mensen de nacht op straat doorbrengen. Dit is nog niet alles. De statistieken verbergen nog een andere realiteit. Uit het feit dat één miljoen arbeiders geen werk hebben mag je nog niet besluiten dat de anderen een degelijke job hebben aan een redelijk loon, een echt statuut en een contract van onbeperkte duur. Integendeel. De slechte jobs verdrijven de goede jobs. Deeltijds werken, jongerenbanenplan, voordeelbanenplan, derde arbeidscircuit, gesubsidieerde contractuelen, jongerenstages, contract voor een eerste werkervaring, plan ter bevordering van de aanwervingen ... waar zal de verbeelding van de politici om steeds weer nieuwe, onzekere statuten te bedenken eindigen? Het deeltijds werk breidt uit. In '87 werkten 11% van de Belgische loontrekkenden deeltijds, in '94 14,6%. Toch kunnen de patroons maar niet zwijgen over het voorbeeld Nederland. Daar werkt 36,2% van de arbeiders deeltijds! Het aantal interims - zonder vakbondsrechten - was nooit zo hoog als vandaag. Tussen november 1993 en november 1996 steeg het aantal door interim-arbeiders gepresteerde uren met 80% (verslag van de Nationale Bank van België van 1996). Er wordt een massale conditioneringscampagne opgezet die de werkers moet gewoon maken aan de aanwezigheid op hun werkplaats van interims en werknemers die over geen enkel recht beschikken. Om de interim-arbeiders wat sympathieker doen over te komen, kregen ze van de publiciteitsfirma's een voornaam. Bij Interlabor is dat Suzanne. Bij de plaatselijke werkgelegenheids agentschappen (PWA's waar je een jobje aan 150 fr. per uur kunt krijgen) zullen Gaston en Sabine uw gras komen afrijden of met de hond gaan wandelen. Hoe is het zover kunnen komen ?De reglementering van de tewerkstelling werd stukje bij beetje afgeknabbeld: versoepeling van de wetgeving op de overuren, de mogelijkheid voor de werkgever om opeenvolgende contracten van bepaalde duur te laten tekenen, nachtwerk voor vrouwen, afwijkingen op de wet van de achturendag ... Deze ontmanteling van de reglementering op de arbeid gebeurde onder het voorwendsel dat daardoor werk zou gecreëerd worden. Maar van al die "gecreëerde" werkplaatsen hebben we nog niet veel gezien: het aantal werklozen is niet gedaald (integendeel), er werd alleen maar meer flexibiliteit ingevoerd waardoor de positie van de arbeiders t.o.v. de patroons verzwakte. De charlatans van de deeltijdse arbeidSinds het begin van de jaren '80 hebben talloze charlatans zich opgeworpen als apostelen van de deeltijdse arbeid: patroons, sociologen, journalisten en filosofen. Ecolo en Agalev waren bij de eersten om deeltijdse arbeid op te hemelen. Om die pil te doen slikken moest ze natuurlijk eerst verguld worden. Daarom gingen de apostelen van de deeltijdse arbeid opeens de deugden van "de kwaliteit van het leven" prediken: deeltijds werken zou een nieuwe manier van leven worden waardoor je er ook meer kon van genieten. Het vervelende daarbij is dat "deeltijds werken" ook "deeltijds loon" betekent, het loon wordt m.a.w. zwaar verminderd. Het is niet omdat men 3/4 werkt dat men plots ook drie dagen op vier eet. Hetzelfde voor de huur, de telefoon, de verwarming, de kleding of de schoolkosten voor de kinderen. Indien je geen zeer hoog inkomen hebt of op andere bronnen kunt beroep doen betekent deeltijds werken eerder "een andere manier van overleven". Vandaag is het niet uitzonderlijk dat werkenden twee halftijdse jobs moeten cumuleren om de touwtjes aan elkaar knopen. Het wordt inderdaad een "andere manier van leven" in die zin dat de deeltijdse werknemers minder geïntegreerd is bij zijn werkmakkers en dus minder gemakkelijk zal deelnemen aan de gemeenschappelijke verdediging van de belangen van de arbeiders (vakbondsaktiviteit, stakingen, algemene vergaderingen enz... ) Het massaal invoeren van deeltijds werken werd in bepaalde sectoren (ziekenhuizen, supermarkten ...) bovendien een belemmering voor de eis van de vermindering van de werkduur zonder loonverlies. Want naarmate het aantal deeltijds werkenden steeg (t.t.z. hoe meer de werktijd verminderd werd met verlies van loon) hoe sterker de machtspositie van de patroon werd om een daling van de werktijd met behoud van loon af te wijzen. Moet het ons dan nog verbazen wanneer het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) pleit voor een massale uitbreiding van het deeltijds werk en daarbij verwijst naar Nederland waar meer dan één arbeider op drie deeltijds werkt. Marxisten zijn uiteraard voor een "betere kwaliteit van het leven". In de vorige eeuw eiste de marxist Paul Lafargue zelfs "het recht op luiheid" om toe te laten van het leven te genieten. Maar dit is enkel mogelijk wanneer je blijft beschikken over je bestaansmiddelen. Minder werken: ja! Maar met een volledig loon! Werken 'à la carte'?Naast de deeltijdse arbeid begon sinds het begin van de jaren '80 een andere idee opgang te maken, nl. dat van werken "à la carte". Iedere loontrekker zou met zijn werkgever een uurrooster kunnen onderhandelen aangepast aan de rest van zijn activiteiten (huishouden, sportbeoefening ...). Het vervelende daarbij is dat individueel onderhandelen met de baas snel een één-richtingsgeprek wordt. Werken "à la carte" draait altijd in het voordeel van de patroon. De enige manier om efficiënt te onderhandelen over werkuren is de collectieve onderhandeling en de reglementering van de arbeid Verlaging van de sociale lasten?In Frankrijk (wet Robien), België (voorstel Vande Lanotte) en andere landen hoor je meer en meer pleiten voor jobkreatie via werktijdverkorting mits vermindering van de sociale lasten (bijdragen aan het RIZIV). Aangezien de sociale bijdragen een belangrijk deel van de lonen zijn (indirecte lonen) - het ander deel wordt gevormd door het directe loon (belastbaar inkomen = nettoloon + bedrijfsvoorheffing) - betekent iedere vermindering van de sociale lasten (of het nu om de zogezegde 'patronale' of om de 'werknemers' bijdrage gaat)een loonsvermindering. We moeten ons dan ook met kracht tegen deze idee verzetten. Een verlaging van de bijdragen aan het RIZIV gaat ten koste van de sociale zekerheidskassen en kan de ontmanteling ervan alleen maar versnellen. De vermindering van het zogezegde "patronale" deel van de sociale bijdragen is des te geniepiger omdat ze niet voorkomt op de loonfiche. Een belasting op de robots?Men hoort dikwijls de idee van "een belasting op robots" om de patroon ertoe te verplichten het aantal nieuwe robots in de werkplaatsen te beperken. Er wordt ook gedacht aan een verplichte bijdrage van de patroon aan een fonds ter compensatie van de jobs die verloren gaan ten gevolge van de robotisering van de produktie. Deze idee is al zo oud als het kapitalisme zelf. In het begin van de 19E eeuw, het begin van de mechanisering van de arbeid (de eerste weefgetouwen) was een van de eerste reacties van de textielarbeiders het vernietigen van de machines die het brood uit de mond van de arbeiders haalden. Het belemmeren en zelfs beletten van de mechanisering van de arbeid is een reactionaire idee die probeert de toepassing van de technologische vooruitgang tegen te gaan. Wij zijn niet tegen de vooruitgang, maar wel tegen de manier waarop die wordt toegepast in het kader van het kapitalisme. De automatisering van de arbeid moet dienen om de werklast te verlichten, niet om de arbeiders te beroven van hun broodwinning. De rijken doen betalen ?Een andere idee begint ingang te vinden: er zou een belasting moeten komen op de grote vermogens en het speculatieve kapitaal. Op die manier wil men de kapitalisten "verplichten" te investeren of te storten in een fonds voor de financiering van de vermindering van de arbeid. Deze idee komt neer op het scheppen van een solidariteitskas tussen de verschillende groepen van de burgerij. De belasting op de vermogens zou een soort solidariteitsbijdrage zijn, betaald door de renteniers en speculanten aan de patroons die "ondernemen". We zijn natuurlijk niet tegen een belasting op de grote vermogens. Onder de talloze onrechtvaardigheden van de kapitalistische maatschappij vinden we ook de fiscale onrechtvaardigheid: de inkomsten van de loontrekkenden worden veel zwaarder belast dan de inkomsten uit kapitaal. In België worden de vermogens niet belast. Een belasting op de grote vermogens zou kunnen bijdragen tot het verzekeren van openbare diensten zoals gratis onderwijs en meer crèches. Maar het is een illusie te denken dat op die manier werk voor iedereen kan geschapen worden. De belangrijkste onrechtvaardigheid van het kapitalistische systeem is dat zij die het kapitaal bezitten zich de rijkdommen, voortgebracht door de arbeid, toeëigenen. Wie brengt de rijkdommen voort ?"Als je een hoop stenen op de grond legt, dan zullen die zich niet uit zich zichzelf op elkaar leggen om een muur of een huis te vormen. Daarvoor is de tussenkomst van menselijke arbeid nodig. Het is de arbeid die de rijkdommen voortbrengt" aldus een deelnemer aan de vergaderingen op Forges de Clabecq. Zoals Marx uitlegde is alleen de menselijke arbeid in staat rijkdom voort te brengen. De - steeds duurdere - investeringen in de industrie waren alleen maar mogelijk dank zij de waarde voortgebracht door de werkers. Het is dus normaal dat de werkers mee kunnen genieten van de verhoging van de produktiviteit die mogelijk gemaakt wordt door de machines die aangekocht werden met de waarde die zij voortbrachten. Trouwens, indien de werktijd even snel gedaald was als de stijging van de produktiviteit, dan zouden we vandaag amper een paar uur per week werken. Dit fundamentele aspect van de waardeproduktie en de verdeling van de rijkdommen wordt hevig bestreden door de burgerlijke ideologen. Om deze fundamentele tegenstelling van het kapitalisme te verdoezelen stellen de patroons diegenen die nog een voltijdse job hebben voor als "egoïsten" die hun loon zouden moeten delen met diegenen die geen werk hebben. Dit betoog is dat van de "verdeling van de armoede" tussen de uitgebuitenen. De glijdende uurschaal"Op gevaar van haar eigen ondergang, kan de arbeidersklasse niet dulden dat een steeds groeiend deel van de arbeiders chronische werkloos wordt en als armoedelijders moet leven van de kruimels van een ondergaande maatschappij. Het recht op arbeid is het enige ernstige recht dat een arbeider rest in een maatschappij die op uitbuiting is gebaseerd. Dit recht wordt hem echter op elk ogenblik ontnomen. Tegen de werkloosheid, zowel de structurele als de conjuncturele werkloosheid, moet dringend tegelijk met het ordewoord van de openbare werken, het ordewoord van de glijdende uurschaal gesteld worden. De vakbonden en andere massa-organisaties moeten de strijd van hen die werk hebben en van hen die geen werk hebben door de banden van de solidariteit met elkaar verbinden. Het beschikbare werk moet verdeeld worden over alle beschikbare arbeiders, en door deze herverdeling wordt de lengte van de werkweek bepaald. Het loon van elke werker blijft natuurlijk hetzelfde als in de oude werkweek. Het loon, met een nauwkeurig gewaarborgd minimum, volgt de beweging van de prijzen. Geen enkel ander programma kan aanvaard worden voor de huidige, rampzalige periode.De bezitters en hun advocaten zullen de "onmogelijkheid" om deze eisen te realiseren aantonen. De kleinere kapitalisten, vooral diegenen die geruïneerd zijn, zullen bovendien hun boekhouding tonen. De arbeiders zullen deze argumenten en verwijzingen echter resoluut van de hand wijzen. Het gaat hier niet om een "normale" botsing van tegengestelde materiële belangen, hier gaat het erom het proletariaat te bewaren voor verval, ontmoediging en ondergang. Het gaat om leven en dood van de enige scheppende en vooruitstrevende klasse en daarom de toekomst van de mensheid. Indien het kapitalisme niet in staat is die eisen in te willigen die onvermijdelijk voortkomen uit de kwalen die het zelf geschapen heeft, blijft dit stelsel niets anders dan ten onder te gaan. De "mogelijkheid" of "onmogelijkheid" om de eisen in te willigen is in dit geval een kwestie van krachtsverhoudingen die alleen door de strijd bepaald kan worden. Op basis van deze strijd, wat de onmiddellijke praktische resultaten ervan ook mogen zijn, zal het best het besef bij de arbeiders groeien, dat de kapitalistische slavernij vernietigd moeten worden". Uit het Overgangsprogramma van 1938 Deze paragraaf uit het programma van het oprichtingscongres van de Vierde Internationale in 1938, is in niets verouderd. Vandaag is de eis van de onmiddellijk invoering van de 32-uren, zonder loonverlies, zonder vermindering van de sociale lasten en met evenredige aanwervingen een concrete formule van de glijdende uurschaal. En indien de 32-uren nog teveel zijn om aan iedereen een job en een volledig loon te verzekeren, moet de werkweek nog verder ingekort worden. En de concurrentie ?De burgerij, de burgerlijke partijen en de sociaal-democratie zullen de "concurrentie" en de "globalisering" als argument inroepen om de glijdende uurschaal te weigeren. Maar de "concurrentie" is even oud als het kapitalisme dat steunt op de concurrentie tussen privé-bedrijven. Moeten de werkers "om concurrentieel te zijn" dezelfde lonen aanvaarden als de super ge-exploiteerde kinderen in Indië of Zuid-Oost Azië ? Hadden de arbeiders en hun organisaties in het begin van deze eeuw dezelfde redenering gevolgd, dan was de arbeidsduur nooit korter geworden. Toen de arbeidersklasse in dit land na de Eerste Wereldoorlog de achturendag afdwong was er zelfs geen sprake over loonverlies. Het is goed eraan te herinneren dat dit gebeurde op basis van krachtsverhoudingen: door de strijd en de blinde angst van de burgerij voor de Russische Revolutie. De opmerkelijke strijd die de arbeiders van Zuid Korea een paar maand geleden voerden tegen de verlenging van de arbeidsduur, tegen de versoepeling van de wet op de afdankingen en tegen de versterking van de repressie, toont de weg. Tegenover de "globalisering" van de economie en de "concurrentie" waarmee de patroons de arbeiders tegen elkaar zouden willen opzetten, moeten we de internationalisering van de strijd en de internationale solidariteit stellen. Iedere overwinning die de arbeiders in een land kunnen afdwingen maakt de uitbreiding van die verworvenheid naar een ander land gemakkelijker. Arbeiderscontrole op de toepassing van de werkduurIedere keer dat het patronaat gedwongen werd een arbeidsduurvermindering zonder loonverlies te aanvaarden heeft het getracht de toepassing ervan te boycotten, zowel op het niveau van de sectoren, de regio's, als de onderneming. Het enige antwoord van de arbeiders op een dergelijke sabotage is dat ze in iedere fabriek, in ieder bureau, in ieder ziekenhuis een comité van arbeiders opzetten dat de arbeiderscontrole op de toepassing van de arbeidsduurvermindering doorvoert: toepassingsmodaliteiten, verbod op overuren en flexibiliteit, controle van het aantal nieuwe aanwervingen enz. Dit is alleen mogelijk wanneer tienduizenden, zelfs honderdduizenden arbeiders gemobiliseerd worden om die controle op de organisatie van de arbeid ook effectief uit te oefenen, en niet door een beroep te doen op een leger functionarissen van het Ministerie van Arbeid. Hoe weerstand bieden aan de sabotage van de burgerij ?De burgerij zal proberen de vermindering van de werkduur zonder loonverlies te boycotten d.m.v. afdankingen, fabriekssluitingen, delokalisatie van de produktie, het aanmoedigen van de kapitaalvlucht. Met andere woorden door gebruik te maken van alle courante methoden die het kapitalistisch systeem biedt voor het veilig stellen van de winsten. De arbeiders zullen onmiddellijk gedurfde maatregelen moeten nemen om te antwoorden op die sabotage: opening van de boeken, opheffing van het bankgeheim, nationalisatie zonder schadeloosstelling, noch terugkoop van de ondernemingen die sluiten of afdanken. "Aan die kapitalisten, vooral de kleine en middelgrote, die soms zelf voorstellen om hun boeken te openen voor de werknemers - vooral om hen te overtuigen van de noodzaak van een loonsvermindering - zullen de werkers antwoorden dat de boekhouding van afzonderlijke ondernemers die helemaal of gedeeltelijk failliet zijn, hen niet interesseert, maar wel de boekhouding van alle uitbuiters samen. De arbeiders kunnen en willen hun levensstandaard niet laten afhangen van de belangen van afzonderlijke kapitalisten, die zelf het slachtoffer van hun eigen systeem geworden zijn" (overgangsprogramma) Vertrekkend van de strijd voor het recht op arbeid, zal zich dus een globale krachtmeting tussen kapitaal en arbeid ontwikkelen. De algemene staking voorbereidenAlle werkers zijn zich bewust van het feit dat een vermindering van de arbeidsduur zonder loonverlies niet bedrijf per bedrijf of sector per sector kan afgedwongen worden, maar dat daarvoor een gezamenlijke strijd nodig is. Dat is de reden waarom de discussie over de voorbereiding van de algemene staking moet gevoerd worden. Daarbij moeten we ons niet van in het begin blindstaren op de manier waarop. Een dergelijke staking heeft zijn eigen dynamiek en het exacte programma kan evolueren in de loop van de staking zelf. Maar geen programma voorstellen is nog gevaarlijker. De staking tegen het Globaal Plan mislukte omdat de woede en de frustratie niet gekanaliseerd werd naar het opstellen van een eisenplatform. De beste manier om hierover te discussiëren is door het voorbereiden van discussie- en mobilisatievergaderingen die de militanten en de syndicale delegees van ABVV en ACV verenigt. De arbeiders moeten zich in een partij organiserenOm te strijden moeten de arbeiders zich zowel op syndicaal als op politiek vlak organiseren. De vakbonden bestaan, maar de apparaten van het ABVV en het ACV worden overwoekerd door een massa conservatieve carrièristen die uit alle macht op de rem gaan staan zodra een gemeenschappelijke strijd van alle arbeiders op de dagorde komt. Daarom moeten de syndicale militanten binnen hun vakbondsorganisaties vechten - en er tegelijkertijd de arbeiders mobiliseren - voor vakbondsdemokratie. De structuren van de vakbond moeten er zijn voor de basis en niet andersom. Op politiek vlak is er geen grote politieke partij meer die de belangen van de arbeiders verdedigt. De SP en de PS zijn beheerders van het kapitalisme geworden. De tienduizenden leden van het ABVV en het ACV voelen zich op politiek vlak als wezen. Daarom hebben ze behoefte aan een nieuwe arbeiderspartij, die groot genoeg is, een sterke inplanting heeft en open staat voor iedere stroming binnen de arbeidersbeweging. Niet om zich halsoverkop in de verkiezingen te storten - op een bepaald moment zal ze wel haar krachten op electoraal vlak moeten meten - maar eerst en vooral om de strijd voor een algemene staking voor te bereiden en de strijd te voeren die zal toelaten om aan iedereen een echte job aan een degelijk loon te geven. |