Tegen het mondiale kapitalismeVoor arbeiderseenheid en wereldsocialismeEric Byl
De voorbije 10 jaar blaakte de burgerij van zelfvertrouwen. De val van de stalinistische regimes (1989-'90) leek de idee te bevestigen dat het kapitalisme het enig mogelijke en best functionerende systeem was. Dat er nog enkele problemen waren, wou men er best bijnemen. Maar zelfs heel wat arbeiders en vooral intellectuelen dachten dat dit slechts een kwestie van tijd was. Men veronderstelde dat de toepasssing van nieuwe techno-logieën, e-commerce en mondialisering een nieuw tijdperk zouden inluiden, waarin armoede definitief zou verdwijnen, niet enkel in het Westen en de ontwikkelende economieën, maar zelfs in de meest achtergebleven regio's van de wereld. "Kapitalisme" was niet langer een scheldwoord, "liberaal" werd zelfs gezien als modern en progressief, terwijl "socialisme", "vakbond", "strijd en solidariteit" meer en meer vereenzelfdigd werden met conservatief en oubollig. Die stelling werd ondersteund met enkele groeimodellen: eerst Japan, en toen het daar misliep de vier zogenaam-de draakjes (Singapore, Zuid-Korea, Taiwan en Hong Kong). Later kwamen daar "groeieconomieën" bij, zoals Indonesië, de Chileense tijger, Argentinië en zelfs een Nigeriaanse tijger. De financiële crisis van 1997 en de revoluties in Indonesië, Ecuador en Bolivië maakten een einde aan dit fabeltje. In de nieuwe wingewesten van het voormalige Oost-blok bleven de resultaten van kapitalistische restauratie beneden alle verwach-tingen. Het aantal officiële armen vertienvoudigde er in tien jaar. Enkel China blijft overeind als mogelijke economische motor voor Azië. Afrika beschouwt men als een verloren continent. Mondialisering: een nieuw politiek regime Is er dan niets gebeurd? Toch wel, mondialisering is een reëel fenomeen. Het is echter niet, zoals sommigen beweren, een nieuw economisch stadium van het kapitalisme. De toepassing van nieuwe technologieën blijft beperkt tot een aantal sectoren. De winstverwachtingen worden niet gerealiseerd. Veel zogenaamde dotcoms hebben nog geen frank winst opgeleverd. De beurswaarde ervan is op niets gebaseerd. Vroeg of laat moeten die aandelen in elkaar storten tot hun reële waarde of zelfs eronder omdat de markt steeds de neiging heeft over te corrigeren. De jongste maanden verloren de technologiebeurzen meer dan 50% van hun nominale waarde, maar nog altijd zijn ze overgewaardeerd. De toename van transnationale transacties in de reële economie bestaat, maar is niet uitzonderlijk. Eenzelfde verschijnsel deed zich voor in de groeiperiode voor WOI. Het tempo van fusies en overnames ligt hoger, maar dat is eigenlijk een voorbode van crisis. Het is een poging van bedrijven om hun productiekosten te druk-ken binnen een markt die niet groot ge-noeg is voor de beschikbare capaciteit, de stap die vooraf gaat aan sluitingen en af-dankingen. Het enige echt nieuwe is de forse toename van financiële transacties. Dat is echter meer een gevolg dan de oor-zaak van mondialisering. Het is de speculatieve zoektocht naar snelle winsten van enorme hoeveelheden vrijgemaakt kapitaal. Wat is mondialisering dan wel? Het vindt zijn oorsprong in de aanvallen op de levensstandaard en de werkvoorwaarden van de arbeiders sedert het begin van de jaren '80. Het wegvallen van een schijn-baar alternatief op het kapitalisme met de instorting van de stalinistische regimes en de totale capitulatie van de sociaal-demo-cratische en stalinistische leiders, heeft de burgerij internationaal in staat gesteld de winstvoet (de hoeveelheid winst per eenheid geïnvesteerd kapitaal) te herstellen ten koste van het zweet, de stress en de gezondheid van de arbeiders. In de jaren '90 betekent zelfs in het Westen een job geen garantie meer tegen armoede. In de VS zijn velen veroordeeld tot twee of zelfs drie jobs om de eindjes aan mekaar te knopen. Mondialisering gaat gepaard met afbraak van de arbeidscondities, langere werkdagen, lage lonen, het verdwijnen van werkzekerheid en de afbraak van vakbondsrechten. Het betekent een felle inkrimping van de sociale uitgaven voor gezondheidszorg, onderwijs en pensioenen. In essentie komt het neer op het afbreken van iedere vorm van door de maatschappij georganiseerde solidariteit. Het leidt tot uitsluiting, onzekerheid en uiteindelijk tot een vervreemden van de maatschappij bij diegenen die uit de boot vallen. Kortom: het is een nieuw politiek regime, mogelijk gemaakt door de capitulatie voor de markteconomie door de voormalige arbeidersleiders. Zodra dit politieke regime voldoende geconsolideerd was, had het wel een eigen dyna-miek. De toegenomen financiële speculatie was oorspronkelijk een gevolg, geen oorzaak, van mondialisering, maar zodra ze er was, versnelde ze op haar beurt het proces van mondialisering. De crisis van het systeem Militant Links dacht dat de financiële instorting van '97 in Zuid-Oost Azië het begin was van een wereldwijde crisis, zo-wel op economisch, politiek als sociaal vlak. We wezen erop dat er achter de façade van ongebreidelde groei van het kapitalisme een crisis van het systeem broeide. Hier en daar kwam die reeds tot uitbarsting, denk maar aan de Witte Mars, de Multicolore Mars en het uitbreken van de dioxinecrisis. De burgerij en haar politieke vertegenwoordigers slaagden er echter in deze eerste uitbarstingen te beheersen, juist vanwege de economische groei. We hebben ons vergist in de timing. Het uitbarsten van de crisis laat, gelukkig maar, langer op zich wachten dan we voorzien hadden. Maar alle elementen die wijzen op een dreigende financiële instor-ting, die ongetwjfeld zal overslaan naar de reële economie, zijn niet alleen blijven bestaan, ze zijn nog toegenomen. Eigen-lijk is het hoofdzakelijk de Amerikaanse consument en de Amerikaanse overheid die de krisis tot nog toe hebben uitge-kocht. Dat ging echter ten koste van een enorm handelstekort in de VS (in '99: 17.500 miljard Bfr) en een buitenlandse schuld van 81.000.000 miljard Bfr. Zo'n situatie is op lange termijn onhoudbaar, zelfs voor de VS. Bovendien bedroeg de gemiddelde schuld van de gezinnen in de VS in 1983 67% van hun jaarinkomen, in '98 was dat al opgelopen tot 102%. Je kan het vergelijken met die mensen die een hypotheek namen op hun woning om te speculeren op de aandelen van Lernhout en Hauspie. Als één aandeel door de knieën gaat blijft de schade beperkt, als ze allen samen beginnen schuiven krijgen we een lawine die op haar weg alles meesleurt. Mondialisering van de strijd Zelfs in het geval van een zachte landing van de VS-economie zou de euforie van de kapitalisten wel eens snel kunnen omslaan. De groeiende kloof tussen arm en rijk, het herleiden van alle traditionele partijen tot verkiezingsmachines, de aanhoudende schandalen en de almacht van de multinationals roepen steeds meer verzet op. Zelfs in de eindfase van de cyclus van economische groei wordt "kapitalist" stilaan opnieuw een scheldwoord. Een deel van de jeugd heeft een afkeer voor multinationals. Bij een groeiende minderheid neemt dat de vorm aan van een anti-kapitalistisch bewustzijn. Dit verklaart de succesvolle mobilisaties tegen internationale instellingen als het IMF, de Wereldbank, het Wereldeconomisch Forum, de Wereldhandelsorganisatie, de Europese intergouvernementele conferenties, de Europese Ronde Tafel... Het is met die laag radicaliserende jongeren dat de afdelingen van het CWI in debat willen treden. Veel van die jongeren staan open voor socialis-tische ideeën en zijn op zoek naar een alternatief. Zowel in de VS, als in Nigeria, Australië, Duitsland, Engeland en elders zijn een aantal van die jongeren bij het CWI aangesloten. Zij zijn de eerste laag van een nieuwe generatie revolutionairen voor wie internationalisme en de opbouw van een socialistische wereldpartij net een voorwaarde zijn voor hun engagement. Het vreemde is dat dit gebeurt op een ogenblik dat heel wat oudere marxisten de idee van een revolutionaire wereldpartij begonnen op te geven. Het winnen van geradicaliseerde jeugd is echter onvoldoende. De cruciale vraag is welke oriëntatie we van hen vragen. De mobilisaties tegen de internationale instellingen zijn enorm belangrijk, maar in dit stadium nog vooral beperkt tot jongeren. Ze zijn een voorbode voor de echte strijd die ons te wachten staat zodra de arbeidersbeweging zelf in actie komt. Op dit ogenblik wordt die nog afgeremd door haar vakbondsleiders die met handen en voeten gebonden zijn aan de sociaal-democratie. De druk op de ketel neemt echter toe. In de strijd van Clabecq, maar ook tijdens de staking van de TEC in Wallonië en de acties van de vrachtwagenbestuurders hebben we gezien welke kracht de arbeidersbeweging heeft zodra ze beslist om zich met volle kracht in de strijd te gooien. Een klassiek voorbeeld hiervan was de beweging die het regime van Milosevic in Joegoslavië omver gooide. Die beweging beantwoordt meteen diegenen die beweren dat niet het programma telt, maar de beweging een doel op zich is. De nieuwe machthebbers onder Kostunica baseren zich net als Milosevic op een kapitalistische economie. Ze zullen geen enkele van de problemen in de regio kunnen oplossen. Enkel een beweging die gewapend is met een socialistisch programma en internationaal georganiseerd is kan de mensheid bevrijden van de kapitalistische chaos.
|