Voorwoord bij Trotski's brochure over de strijd tegen het fascisme

Geert Cool

Leon Trotski leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het marxisme. Heel bekend is uiteraard zijn bijdrage in het succesvol maken van de Russische Revolutie in oktober 1917. Ook bekend is zijn analyse van de opkomst van de Stalinistische bureaucratie in de Sovjetunie waarmee de degeneratie werd ingezet. Maar minstens even belangrijk is de bijdrage van Trotski in het analyseren van de opkomst van het fascisme en het ontwikkelen van een strategie ertegen.

Op het begin van de jaren 1920 kwam Mussolini aan de macht. In de jaren 1930 nam Hitler de macht over in Duitsland. Hoe was het zo ver kunnen komen, vragen velen zich vandaag nog af. En vooral: is dit voor herhaling vatbaar?

Trotski legt in zijn teksten, waarvan een deel nu voor het eerst in het Nederlands gepubliceerd wordt, uit hoe de fascisten pas aan de macht konden komen na belangrijke nederlagen van de arbeidersbeweging. Er waren revolutionaire situaties in Italië en Duitsland op basis waarvan de arbeiders en jongeren de macht konden grijpen. De middenklasse - de kleine zelfstandigen, boeren,...- keken uit naar de arbeiders om komaf te maken met het systeem dat ook hen niets meer te bieden had behalve miserie en armoede.

Ontgoocheld in de nederlagen van de arbeidersklasse - omwille van het verraad van de leiding, zowel de sociaal-democraten als de stalinisten - slaagden de fascisten erin om brede lagen van de middenklasse achter hun banier te krijgen en ook te mobiliseren voor een gewelddadige interventie op het politieke en sociale toneel.

Geconfronteerd met deze situatie was het van enorm belang om de fouten van de leiding van de sociaal-democraten en de stalinisten te begrijpen. De sociaal-democraten hadden alle hoop gesteld in het burgerlijke democratische regime, kortom in de burgerij zelf. Er werd gerekend op de partijpolitieke spelletjes in de hoogste regionen van de officiële politiek om via constitutionele weg de fascisten van de macht te houden. De stalinisten wisselden van strategie. Aanvankelijk kozen ze voor een ultra-linkse politiek: zowat alle andere politieke strekkingen waren in de ogen van de Comintern fascisten of minstens 'sociaal-fascisten'. Het fascisme was voor hen slechts één vorm van rechtse opvattingen, waarbij een dergelijk openlijk reactionair regime dermate veel tegenkanting zou opwekken dat een machtsovername zelfs de revolutie zou bespoedigen... Nadat Hitler aan de macht kwam, moesten de Stalinisten op dat standpunt terugkomen en werd van een ultra-linkse positie teruggevallen op een opportunistisch standpunt van het Volksfront: samen met progressieve krachten van de burgerij de strijd aangaan om de 'democratie' of het 'vaderland' te beschermen.

Trotski legde uit hoe marxisten in de strijd tegen het fascisme zich enkel kunnen baseren op de eigen kracht van de arbeidersklasse. We moeten ons verenigen om de strijd aan te gaan tegen de fascisten en een programma uitwerken waarmee we effectief een uitweg aanbieden uit de miserie van het kapitalisme. Enkel dan kunnen we lagen van de middenklasse terugwinnen en de strijd tegen de fascistische troepen aangaan.

In de jaren 1920 en 1930 beschikten de fascisten, gezien de toenmalige situatie, over grote bendes gewelddadige stoottroepen. Daartegenover moet geen moreel standpunt ingenomen worden, maar een praktisch standpunt: het organiseren van de fysieke weerstand om de fascistische stoottroepen te kunnen verslaan.

Vandaag zitten we uiteraard in een andere situatie. Neo-fascistische partijen die zich (al dan niet impliciet) beroepen op de traditie van de Italiaanse fascisten en de Duitse nazi's, staan veel zwakker op vlak van het organiseren van stoottroepen. Die partijen slagen er in een massale electorale aanhang te verwerven op basis van het ontbreken van een strijdbare arbeiderspartij die een weg vooruit aanbiedt. Het is geen toeval dat na de nederlaag van de val van het Stalinisme eind jaren 1980 (een nederlaag in de zin dat het herinvoeren van het kapitalisme leidde tot een ideologisch offensief van de burgerij en een scherpe daling van de levensomstandigheden in het voormalige Oostblok), deze partijen een sterkere electorale aanhang wisten te verwerven.

Maar het potentieel van de arbeidersbeweging is nog intact, waardoor de neo-fascisten zich veelal beperkt zien tot een voornamelijk passieve steun. Een steun die zich beperkt tot verkiezingen maar niet vertaald wordt in straatacties, laat staan in grootschalige gewelddadige campagnes tegen de linkerzijde en de arbeiders. De agressie van marginale aanhangers wordt eerder afgeleid doorheen randfenomenen als de agressieve optredens georganiseerd door bewegingen als Blood&Honour.

Er is vandaag geen potentieel voor een fascistische machtsovername zoals in Duitsland of Italië in de jaren 1920 en 1930. Vandaag zien we dat de arbeidersklasse opnieuw aan zet is. Overal in Europa is er een toename van het aantal bewegingen, stakingen, massa-betogingen,... Dit vormt een fundamentele kracht waarmee effectieve verandering kan afgedwongen worden. Maar daartoe zal het noodzakelijk zijn om een correct programma naar voor te schuiven. Daarbij staat de nood aan een nieuwe arbeiderspartij centraal: een brede massale partij die ontstaat vanuit strijdbewegingen en die met haar campagnes in de praktijk een programma aanbiedt tegenover de groeiende crisis van het kapitalisme.

Als anti-fascisten moeten we actief tussenkomen en ons programma ontwikkelen binnen de arbeidersklasse. Dat is de fundamentele les die Trotski biedt in zijn brochure 'Fascisme, wat het is en hoe het te bestrijden'. We kunnen niet vertrouwen op de maneuvers van de traditionele partijen, maar kunnen op basis van ééngemaakte arbeidersbewegingen stappen vooruit zetten.

De eerste aanwijzigingen om via die weg de electorale aanhang van neo-fascistische en andere rechtse partijen in te dammen, zijn reeds naar voor gekomen. Na de massale beweging in Italië tegen de pensioenhervormingen van de eerste regering-Berlusconi lag die regering in de touwen en had het verschillende jaren nodig om terug op het voorplan te komen. Iets wat enkel mogelijk was nadat de linkse partijen vanuit de regering een asociaal beleid hadden gevoerd. In Frankrijk was er een splitsing in het Front National nadat een grote beweging in de winter van 1995 in actie kwam.

Die voorbeelden geven aan welk programma we in de anti-fascistische beweging moeten verdedigen: een programma van arbeidersstrijd, de nood aan een eigen politiek verlengstuk en dat op een socialistisch programma dat breekt met de logica van het kapitalisme en een strategie aanreikt om voor eens en altijd komaf te maken met dat kapitalistische systeem dat niets te bieden heeft voor de meerderheid van de bevolking.


16 december 2003