Jongerenwerkloosheid in de provincie Antwerpen. Verdeel het werk, niet de werkloosheid!

LSP heeft met de campagne voor de jongerenmars voor werk de voorbije jaren een pak ervaring opgedaan inzake campagnes rond jongerenwerkloosheid, de RVA-begeleiding, het schrappen van werklozen en werkloosheid in het algemeen. Voor we ingaan op het gevoerde beleid is het interessant om enkele cijfers naast elkaar te leggen:

Werkgelegenheid

34% van de bevolking van de provincie woont in de drie grote steden: Mechelen, Turnhout en Antwerpen. Met 585 inwoners per km² is het de dichtsbevolkte provincie van België. Ook op economisch vlak is Antwerpen de belangrijkste provincie van het land. 33,1 % van het BBP wordt in Antwerpen gerealiseerd. Antwerpen zou een rijke provincie moeten zijn. Iedere inwoner is goed voor 30.701 euro per jaar. Ook de arbeidsproductiviteit is de hoogste van België: 76.078 euro per arbeider. 31% van dit BBP wordt gerealiseerd in de industrie. Waarvan het Antwerpse havengebied de belangrijkste factor is.

Antwerpen is na Texas het belangrijkste Petrochemische centrum ter wereld. In de Antwerpse haven waren er in 2003 62.276 voltijdse equivalenten beschikbaar. Op 5 jaar tijd stegen de investeringen in het havengebied met 15% Maar daalde het aantal beschikbare jobs met 0.8%. De investeringen stijgen, maar het aantal beschikbare jobs daalt.

Percentage Niet werkende werkzoekende (uitkeringsgerechtigd)

Het grootste aantal werklozen is geconcentreerd in de drie grootste steden. Tussen 2002 en 2006 steeg de totale werkloosheid in de provincie met 25%.

De jongerenwerkloosheid staat op 18.5% voor de provincie. 25.2 % in Antwerpen, 22.2% in Mechelen en 16.8% in Turnhout.

Groeiende kloof tussen arm en rijk

Na Vlaams Brabant heeft Antwerpen het hoogste gemiddelde inkomen per inwoner. 13.002 per hoofd. Maar tegelijkertijd leeft de helft van het totale aantal leefloners in Antwerpen. Ook het aantal kansarmen is enorm gestegen. Tussen 97 en 2004 werden er 94%! Meer kinderen geboren in een kansarm gezin. Eén op tien kinderen wordt kansarm geboren. Ook het aantal jongeren dat een OCMW uitkering aanvroeg is enorm gestegen. In 2003 vroegen 19.000 jongeren tussen de 18 en 25 jaar een leefloon aan bij het OCMW. Dit is een verviervoudiging tegenover 1990!

Beleid

1. Loonlastenverlagingen.

Wat?: Als de regering spreekt over het verlagen van de loonlasten spreken ze over twee zaken. Enerzijds over het verlagen van de loonkost komt in feite neer op een verlaging van het bruto loon. Als arbeider krijg je een bruto loon en een netto loon. Een deel van je loon krijg je cash in handen (het netto-loon) en ander deel van je loon gaat naar de pensioenen, de sociale zekerheid, … . De voorgestelde loonlastenverlagingen komen dus neer op het ondermijnen van de pensioenen en de sociale zekerheid. Anderszijds wordt er ook gesproken over het verlagen van de patronale bijdragen. Dit is een foute term. In de praktijk worden de bijdragen van het patronaat evengoed betaald uit de arbeid van de arbeiders.

De cijfers ivm het feit dat een stijging van 15% investeringen in het Antwerpse havengebied niet leidde tot een stijging van de werkgelegenheid is al een duidelijk antwoord op de politiek van loonslastenverlagingen. Het toont aan dat als er extra middelen voorhanden zijn, dit niet betekent dat het patronaat deze zal investeren in jobs, maar er alles zal aan doen om haar concurrentiepositie (lees winsten) te verbeteren.

2. jobplannen

Nepstatuten:
-De regering en het stadsbestuur probeert bedrijven te stimuleren om jongeren aan te werven door de jongeren in “solden” te zetten. Een concreet voorbeeld hiervan is de zogenaamde IBO (geïntegreerde beroepsopleiding). Er wordt ervan uitgegaan dat jongeren geen werk vinden omdat ze onvoldoende ervaring zouden hebben. Via dit IBO kunnen bedrijven werkloze jongeren voor een jaar aanwerven, waarbij de jongeren hun werkloosheidsuitkering blijven trekken en t verschil met de lonen van de arbeiders bijgelegd wordt door de VDAB. Deze jongeren werken dus een jaar gratis voor het bedrijf.
- Dezelfde strategie wordt tevens gebruikt voor langdurige werklozen in het algemeen. Het activaplan is zo’n voorbeeld. Als de werkgever langdurige werklozen aanwerft krijgt hij een gevoelige vermindering op de sociale bijdragen. Juist zoals loonlastenverlagingen leidt deze strategie niet tot een vermeerdering van het aantal beschikbare jobs. Meer zelfs, deze strategie zet werklozen op tegen werknemers met een vast contract en een degelijk loon en breekt de solidariteit.

Interimarbeid

Vaste contracten worden meer en meer vervangen door interim-contracten. Vandaag vindt 1 op 5 jongeren zijn eerste job via interim-arbeid. Interim-arbeid wordt gepromoot als de ideale job om je in te werken, een job met veel vrijheid waarbij je zelf de touwtjes in handen houdt. De realiteit is anders. Interim-arbeid is vooral ultraflexibele arbeid. Normaal gezien wordt er met weekcontracten gewerkt, maar dagcontracten zijn ook geen uitzondering meer. De onzekerheid waarin de interim-arbeider verkeerd, de angst om ontslagen te worden, geeft de baas een enorme macht. Vaak is de arbeider overgeleverd aan de willekeur van de baas of het interim-kantoor dat zijn officiële werkgever is.

Voor hem is interim-arbeid extreem voordelig omdat hij arbeiders kan ontslagen wanneer er werk te veel is. Een voorbeeld hiervan zien we bij Ford Genk. Na het massale collectieve ontslag worden er weer mensen aangeworven. Maar dan niet meer op basis van een vast contract, maar met een laagbetaald interim-contract.

Hij zorgt er tegelijkertijd voor dat de machtsbasis van de vakbonden ondermijnd wordt omdat jongere interim-arbeiders te kort op een bedrijf werken om geïntegreerd te worden. Het is een spijtige zaak dat de vakbonden niet meer inspanningen doen naar jongere interim-arbeiders. De campagne van onze Engelse zusterorganisatie bewijst dat er zeker een wil is om terug te vechten. Met de low pay? No way! Campagne organiseerden ze acties en piketten aan bedrijven waar jonge interim-arbeiders uitgebuit werden.

De jacht op werklozen.

Om er zeker van te zijn dat jongeren er geen minuut over twijfelen om in een laagbetaald flexibel statuut te stappen heeft de regering de jacht op werkloze jongeren geopend. Met Tegenwoordig is het zo dat je op regelmatige basis bij de RVA moet bewijzen dat je actief naar werk zoekt en geen geschikte jobs afwijst om te zorgen dat deze controle efficiënt gebeurt hebben ze zelfs 120 extra controleurs aangesteld! En dit met het argument dat de sociale zekerheid geen hangmat mag zijn. Hoe je kan profiteren van een uitkering die nog slechts 28% van het gemiddelde loon bevat is minder duidelijk.

Als deze maatregelen van de regering hebben slechts een doel. Het aanvallen en ondermijnen van de verworvenheden van de werkende bevolking. Ofwel slik je een arbeidsduurverlenging zonder loonsverhoging, ofwel staan achter je een horde geschrapte werklozen die maar al te graag je job zouden willen overnemen. Eigenlijk wordt er geprobeerd om het werklozenleger efficiënter in te zetten om de lonen te drukken.

En dat deze strategie effect heeft zien we in de laatste cijfers van het VBO. Volgens hen is het aandeel van de lonen in het nationale inkomen stevig gedaald. Het aandeel van de bedrijfswinsten steeg van 20 tot 24% in vier jaar tijd. Het aandeel van de lonen daalde van 80% naar 76%.

Een socialistisch alternatief!

De politiek van de burgerlijke partijen en de patroonsorganisaties haalt niets uit om de werkloosheid daadwerkelijk aan te pakken en doet de werkzoekenden het gelag betalen. Loonlastverlagingen voor de patroons, flexibiliteit, competiviteitswetten, het drukken van de nettolonen en uitkeringen, ... Hetgeen er gebeurt is dat de crisis van het kapitalistische systeem afgewenteld wordt op de arbeiders en hun gezinnen.

Niet dat er geen middelen aanwezig zijn. Het blad Trends berekende dat in 2004 de 30.000 grootste bedrijven een nettowinst van 19.2 miljard Euro behaalden! Deze winst steeg met 9% tegenover 2003. dit geld is voldoende om 750.000 extra jobs te creeeren en het werkloosheidsprobleem op te lossen. Iedereen zou minder kunnen werken, met behoud van het loon. Dit bedoelen we concreet als we het hebben over arbeidsduurvermindering zonder loonsverlies.

Maar zo’n maatregelen zullen niet door de burgerlijke partijen en hun kapitalistische vriendjes genomen worden. Enkel op basis van een collectieve strijd van arbeiders en jongeren kan men een begin maken met het oplossen van het probleem. Een probleem dat de kern van het kapitalistische systeem raakt. De werkloosheid komt in het kapitalisme voort uit de overvloed. Armoede en miserie komen voort uit de overproductiecrisissen waar het systeem systematisch mee geconfronteerd wordt. Een fundamentele oplossing is bijgevolg niet mogelijk onder het huidige systeem. Hiervoor zullen we zelf de bedrijven en de welvaart moeten controleren in een democratisch geplande economie!


Nikei De Pooter, lijsttrekker LSP-Antwerpen